
AUTOAUTOA/C
74
AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING
MET GESCHEIDEN REGELING
De airconditioning werkt uitsluitend bij draaiende motor.
AUTOMATISCHE WERKING
1. Automatisch programma "comfort"
)
Druk op de toets "AUTO"
. Het lampje van de toets gaat
branden.
Het is raadzaam deze stand te gebruiken: het systeem regelt de
temperatuur, de luchtopbrengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters
en de luchtrecirculatie automatisch en optimaal aan de hand van de
door u ingestelde waarde.
Het systeem kan tijdens alle seizoenen effectief gebruikt worden, mits
de ruiten zijn gesloten.
2. Regeling bestuurderszijde
Om bij koude motor de toevoer van koude lucht te beperken,
wordt de aanjagerregeling geleidelijk op het optimale niveau
gebracht.
Bij koud weer wordt de warme lucht uitsluitend naar de voorruit,
de zijruiten en de beenruimte van de passagiers verdeeld.
3. Regeling passagierszijde
De bestuurder en de voorpassagier kunnen de temperatuur
afzonderlijk naar wens instellen.
De op het display weergegeven waarde heeft betrekking
op een bepaald comfortniveau en niet op de werkelijke
temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit.
)
Draai de knop 2
of 3
naar links of naar rechts om deze waarde te
verlagen of te verhogen.
Voor een optimaal comfort wordt de waarde 21 aanbevolen. Niettemin is
afhankelijk van uw wensen een afstelling tussen 18 en 24 gebruikelijk.
Voor een optimaal comfort is het raadzaam dat het verschil in instelling
links en rechts niet meer dan 3 bedraagt.
Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of
hoger is dan de ingestelde waarde, heeft het geen zin om voor
het gewenste comfort de ingestelde waarde te wijzigen. Het
systeem compenseert automatisch en zo snel mogelijk het
temperatuurverschil.

84
USB-BOX
Deze aansluitmodule, die bestaat uit een USB-poort, bevindt zich in de
armsteun vóór.
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten, zoals een iPod
®
vanaf
de 5e generatie of een USB-stick.
Dankzij de USB-box kunt u de audiobestanden (mp3, ogg, wma, wav, ...)
op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw
autoradio.
U kunt deze bestanden beheren met de stuurkolomschakelaars of
het bedieningspaneel van de autoradio en ze weergeven op het
multifunctionele display.
Tijdens het gebruik kan de draagbare apparatuur automatisch
worden opgeladen.
Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze
uitrusting het gedeelte Peugeot Connect 3D Nav van het
hoofdstuk "Audio en Telematica".
PEUGEOT CONNECT USB - USB-BOX
Deze aansluitmodule, die bestaat uit een JACK-aansluiting en een
USB-poort, bevindt zich in de armsteun vóór.
Met behulp van de USB-aansluiting kunt u draagbare apparatuur
aansluiten, zoals een iPod
® of een USB-stick.
Met behulp van de JACK-aansluiting kunt u allerlei typen draagbare
apparatuur aansluiten.
Dankzij de USB-BOX kunt u de audiobestanden (mp3, ogg, wma, wav, ...)
op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw
autoradio.
Als de apparatuur op de USB-aansluiting is aangesloten, kunt
u deze bestanden beheren met de stuurkolomschakelaars of
het bedieningspaneel van de autoradio en ze weergeven op het
multifunctionele display.
Als de apparatuur op de USB-aansluiting is aangesloten, kan de
draagbare apparatuur tijdens het gebruik automatisch worden
opgeladen.
Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze
uitrusting het gedeelte Peugeot Connect Sound van het hoofdstuk
"Audio en telematica".

92
AUTOMATISCHE VERLICHTING
Het parkeerlicht en het dimlicht worden automatisch ingeschakeld als
de lichtsterkte van de omgeving onvoldoende is of in bepaalde gevallen
dat de ruitenwissers worden ingeschakeld.
De verlichting wordt uitgeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving
weer voldoende is of nadat het wissen is gestopt.
Inschakelen
)
Draai de ring in de stand "AUTO"
. Het inschakelen wordt bevestigd
door een melding op het display.
Uitschakelen
)
Draai de ring in een andere stand. Het uitschakelen wordt
bevestigd door een melding op het display.
Koppeling met de automatische follow me home-verlichting
De koppeling van de automatische follow me home-verlichting aan de
automatische verlichting biedt de volgende extra mogelijkheden:
- instellen van de duur van de follow me home-verlichting (15, 30 of
60 seconden) via de instelfuncties in het configuratiemenu van de
auto,
- automatische inschakeling van de follow me home-verlichting als
de automatische verlichting is ingeschakeld.
Storing
Bij een storing in de lichtsensor gaat de verlichting branden,
wordt dit pictogram weergegeven op het instrumentenpaneel
en/of verschijnt een melding op het display, in combinatie
met een geluidssignaal.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Als de lichtsensor bij mist of sneeuw voldoende licht waarneemt,
wordt de verlichting niet automatisch ingeschakeld.
Dek de met de regensensor gecombineerde lichtsensor die zich in
het midden van de voorruit achter de binnenspiegel bevindt, niet
af. De aan de sensor gekoppelde functies worden dan niet meer
bediend.

4/
ZICHT
HALOGEEN KOPLAMPEN
HANDMATIG VERSTELLEN
A
UTOMATISCHE VERSTELLING
VAN DE K
OPLAMPEN MET
XEN
ONVERLICHTING
Verstel de hoogte van de koplampen met halogeenlampen afhankelijk
van de belading van uw auto om verblinding van medeweggebruikers te
voorkomen.
0.
1 of 2 personen voorin.
-. 3 personen.
1.
4 personen.
-.
Tusseninstelling.
2.
4 personen + maximaal toegestane belading.
-. Tusseninstelling.
3.
Bestuurder + maximaal toegestane belading. Om verblinding van andere weggebruikers te voorkomen corrigeert dit
systeem bij stilstaande auto automatisch de hoogte van de lichtbundel
van de xenonlampen, afhankelijk van de belading van de auto.
In het geval van een storing verschijnt dit pictogram op het
instrumentenpaneel, in combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het display.
Het systeem zet in dat geval de koplampen in de lage stand.
Stand "0": basisinstelling. Raak de xenonlampen niet aan.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.

94
BOCHTVERLICHTING
Als het dimlicht of grootlicht is ingeschakeld, zorgt deze functie ervoor
dat de lichtbundels de wegberm beter verlichten in bochten.
Deze functie, die uitsluitend in combinatie met xenonlampen wordt
geleverd, wordt ingeschakeld bij een snelheid vanaf ongeveer 20 km/h
en zorgt voor een aanzienlijke verbetering van het zicht in bochten.
met bochtverlichting
zonder bochtverlichting
CONFIGURATIE
STORING
Als de auto stilstaat, stapvoets rijdt of in de achteruitversnelling
staat, is deze functie uitgeschakeld.
De status van de functie blijft na het afzetten van het contact in
het geheugen opgeslagen. In het geval van een storing knippert dit pictogram op het
display in combinatie met een melding op het display.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats. Deze functie kan worden geactiveerd of gedeactiveerd via
het configuratiemenu van de auto.