
1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
45
!WAARSCHUWING:
o De gordelspanners zijn ontworpen om maar eenmaal te werken. Nadat de gordelspanners zijn geactiveerd, moeten degordels met gordelspanners worden vervangen. Alle veiligheidsgordels, van elk type,moeten altijd worden vervangen als ze tijdens een aanrijding zijn gedragen.
o Het mechanisme van de gordelspanner wordt bij hetactiveren zeer warm. Raak degordelspanner de eerste minuten na het activeren niet aan.
o Tracht niet om de
veiligheidsgordel met
gordelspanner ze lf te controleren
of te vervangen. Laat dit door een Hyundai dealer uitvoeren.
o Tik niet tegen de veiligheidsgordel
met gordelspanner.
o Tracht niet om onderhoud of reparaties aan de veiligheidsgordelmet gordelspanner uit te voeren.
o Als de gordel met gordelspanner onjuist wordt behandeld en de genoemde waarschuwingen (niettegen de gordelspanner tikken, de veiligheidsgordel met gordelspanner niet wijzigen,controleren, vervangen, onderhoud of reparaties uit voeren) niet worden opgevolgd, kan dit een onjuistewerking van gordelspanner tot gevolg hebben of kan hij ongewild in werking treden en ernstigeverwondingen veroorzaken.
o Tijdens het rijden moeten de
veiligheidsgordels zowel door debestuurder als de passagiers
worden gebruikt.
o Als de auto of de gordelspanner moet worden afgevoerd, dient u contact op te nemen met een officiële HYUNDAI-dealer.
!
AIR
BAG
LET OP:
o Omdat de sensor waardoor de airbag inschakelt, is verbonden met de veiligheidsgordel metgordelspanner, gaat de airbaglamp in het instrumentenpaneel gedurendeongeveer 6 seconden branden nadat het contactslot in de stand "ON" is gezet. Vervolgens moetde lamp doven.
o Deze lamp gaat ook branden als
de gordelspanner niet juist werkt, zelfs als de airbag wel op de juiste wijze werkt. De gordelspanner ofhet airbagsysteem moeten zo snel mogelijk door een Hyundai dealer worden gecontroleerd: als deairbaglamp niet gaat branden als het contactslot in de stand "ON" wordt gezet; als de lampgedurende één seconde gaat knipperen en blijft branden, nadat deze al 6 seconden heeft gebrand;of als de lamp gaat branden tijdens de rit.

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
53
B990B02TG-AXT Zij-airbag (Indien gemonteerd) Uw Hyundai is uitgerust met zijairbags voor of zijairbags achter. Deze airbagheeft tot taak om de bestuurder en/of voorpassagiers extra bescherming te geven naast de werking van alleen deveiligheidsgordel. De zij-airbags zijn ontworpen om in werking te treden bij een aanrijding van opzij, afhankelijkvan de ernst van de aanrijding, de hoek, de snelheid en het aanrijdingspunt. De airbags zijn nietontworpen om bij alle aanrijdingen van opzij in werking te treden. B990B02LZ
B990B01TG
Zij-airbag sensor
Belangrijke veiligheidsmaatre- gelen betreffende het zij-airbagsysteem Onderstaande opmerkingen over de veiligheid van het systeem moeten altijdin acht worden genomen om de kans op verwondingen tijdens een ongeval zo klein mogelijk te maken
WAARSCHUWING:
o De zij-airbags vormen een aanvulling op de driepunts veiligheidsgordels van de bestuurder en de voorpassagier, maar vervangt deze niet. Daarommoet de veiligheidsgordel altijd worden gedragen als u in de auto zit. De zij-airbags wordenalleen geactiveerd bij bepaalde botsingen aan de zijkant die ernstig genoeg zijn om letsel teveroorzaken.
o Voor de beste bescherming van het zij-airbagsysteem en omverwondingen bij het in werkingtreden van de zij-airbag te voorkomen, moeten de beide inzittenden van de voorstoelenrechtop zitten met de veiligheidsgordel correct vastgegespt. De handen van debestuurder moeten in de standen 9:00 en 3:00 uur op het stuurwiel worden gehouden. De armen enhanden van de voorpassagiers moeten in de schoot worden gehouden.!

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
54
o Breng geen extra stoelhoezen
aan.
o Door het gebruik van stoelhoezen wordt het effect van het systeem beperkt.
o Monteer geen accessoires aan
de zijkant of bij de zij-airbag.
o Gebruik geen grote krachten aan de zijkant van de stoel.
o Breng geen objecten aan over de airbag of tussen de airbag enuzelf.
o Plaats geen objecten (paraplu, tas enz.) tussen het voorportier en de voorstoel. Dergelijke objecten kunnen gevaarlijkeprojectielen worden of extra verwondingen veroorzaken als de zij-airbag in werking treedt.
o Om ongewild in werking treden van de zij-airbag en daardoorverwondingen te voorkomen,moeten schokken tegen de botsingssensor voor de zij-airbag bij aangezet contact wordenvoorkomen. De gordijnairbags zijn zodanigontworpen dat ze alleen wordengeactiveerd bij aanrijdingen van opzij met een bepaalde sterkte, onder een bepaalde hoek en met een bepaaldesnelheid. De gordijnairbags zijn niet ontworpen om in alle aanrijdingssituaties van opzij,aan voor- en achterzijde of bij het over de kop slaan te worden geactiveerd.
Belangrijke veiligheids- voorschriften voor headbag-systemen Onderstaande opmerkingen over de veiligheid van het systeem moeten altijdin acht worden genomen om de kans op verwondingen tijdens een ongeval zo klein mogelijk te maken.B990C01JM-GXT Gordijnairbag (Indien gemonteerd) De gordijnairbags bevinden zich langs beide dakstijlen boven de voor- en achterportieren.Ze dienen voor de bescherming van het hoofd van de voorpassagiers en de passagiers op de beide buitenstezitplaatsen achterin bij aanrijdingen van opzij. HLZ2051
Gordijnairbag

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
81
B340G01LZ-GXT Automatische verlichting (Indien gemonteerd) Voor het bedienen van de verlichting moet de knop aan het uiteinde van de multischakelaar worden verdraaid. Met de multischakelaar in de stand "AUTO"worden de stadslichten en de koplampen automatisch in- of uitgeschakeld, afhankelijk van de lichtintensiteit buiten. N.B.: Schakel de verlichting handmatig in bij mist, bewolking en regen.
OTG040802
N.B.:
o Plaats geen voorwerp over de sen- sor in het dashboard. zodat de werking van de automatische verlichting niet negatief wordtbeïnvloed.
o Reinig de sensor niet met een
ruitreiniger.
o Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien van eenmetaalhoudende coating,functioneert het automatische verlichtingssysteem mogelijk niet goed. OTG020095
Lichtsensor
OTG040803
B340D01A-AXT Grootlichten dimlichtschakelaar Het groot licht wordt ingeschakeld door de multischakelaar naar voren tedrukken (van u af). Het dimlicht wordt ingeschakeld door de schakelaar terug te bewegen (naar u toe).

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
84
B350B02TG-GXT Automatische werking van de wissers (Indien gemonteerd)
B350B04TG
De regensensor bovenaan op de voorruit registreert de hoeveelheid regen en schakelt de ruitenwisser automatisch in met de juiste snelheid/intervaltijd. Hoe harder het regent, hoe hoger de wissersnelheid. Als het ophoudt metregenen, wordt de ruitenwisser automatisch uitgeschakeld.
N.B.: Gebruik de ruitenwissers niet om grote hoeveelheden sneeuw of ijs weg te vegen om te voorkomen datbeschadiging van het ruitenwissersysteem optreedt. Opgehoopte sneeuw of ijs moet eerstworden verwijderd. Als slechts weinig sneeuw of ijs aanwezig is, moet de ontwasemstand van deverwarming worden ingeschakeld voordat de ruitenwissers worden ingeschakeld.
N.B.:
o Zet de ruitenwisserschakelaar in
de stand "OFF" als de ruitenwisser niet wordt gebruikt.
o Als er veel sneeuw of ijs op de voorruit aanwezig is worden deruitenwissers gedurende 10minuten niet ingeschakeld waarna de wissers normaal werken.

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
85
OTG049313
Regensensor
WAARSCHUWING:
Met de sleutels in de stand "ON" en de schakelaar van de ruitenwissers in de stand "AUTO" moet, om verwondingen te voorkomen,voorzichtig te werk worden gegaan in de volgende gevallen.
o Bij het aanraken van de bovenzijde van de voorruit ter plaatse van de regensensor.
o Bij het schoonmaken van de bovenzijde van de voorruit meteen doek.
o Wanneer de voorruit in trilling wordt gebracht.
!
B350B01O-GXT Bedienen van de ruitensproeiers Om de ruitensproeier te gebruiken, dient men de ruitenwisser/ruitens- proeierhendel richting het stuur te trekken. Wanneer de ruitensproeierwordt gebruikt, gaan de ruitenwissers automatisch twee keer over de voorruit. De ruitensproeier blijft werken tot dehendel losgelaten wordt. B350B05TGN.B.:
o Bedien de ruitensproeiers niet
langer dan 15 seconden achter elkaar en ook niet als het reservoirleeg is.
o Controleer bij vriezend weer of de
ruitenwissers niet aan de voorruitzijn vastgevroren.
o In de winter moet gebruik worden
gemaakt van een anti-vriesmiddel.
Enkele wisbeweging Voor een enkele wisbeweging, druk de wisserschakelaar omhoog.
B350B06TG

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
126
OTG020095
Lichtsensor
B970C01TG-GXT Automatische werking Het FATC (Full Automatic Tempera- ture Control = volledig automatische temperatuurregeling) systeem regelt automatisch de verwarming en dekoeling op de volgende wijze:
1. Druk de toets "AUTO" in. De
controlelamp gaat branden om aan te geven dat de luchttoevoer naar het bovenlichaam, de beenruimtenen/of de stand Bi-Level (boven- onder), evenals de aanjagersnelheid en deairconditioning automatisch worden geregeld. 2. Druk de "TEMP" toets in om de
gewenste temperatuur in te stellen. Als de toets aan de bovenzijde wordt ingedrukt neemt de temperatuur toe tot een maximum waarde van 32°C(90°F). Telkens als de toets wordt ingedrukt neemt de temperatuur toe in stappen van 0,5°C (1°F).Als de toets aan de onderzijde wordt ingedrukt neemt de temperatuur af tot een minimum waarde van 17°C(62°F). Telkens als de toets wordt ingedrukt neemt de temperatuur af in stappen van 0,5°C (1°F). N.B.: Als de accu ontladen of losgekoppeld is geweest, dan wordt een
standaardwaarde van 23 °C ingesteld.Dit is de normale stand; de temperatuurinstelling in graden Fahr- enheit kan als volgt worden ingesteld:Druk de DUAL schakelaar 3 seconden of langer in terwijl de MODE schakelaar ingedrukt wordtgehouden. Op het display wordt aangegeven dat de temperatuureenheid is ingesteld opgraden Celsius of Fahrenheit.
(°C °F of °F °C)
B970C03TG B970C04TG
N.B.: Plaats nooit voorwerpen op de temperatuur sensor.

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
15PARKEERHULP
C400A03P-GXT (Indien gemonteerd)
De parkeerhulp waarschuwt de bestuurder tijdens het achteruitrijdenmet een signaal zodra de afstand tussen de auto en een voorwerp achter de auto minder dan 120 cm wordt. Het systeemdient slechts als hulpmiddel vermindert niet de noodzaak om voorzichtig te rijden. Het bereik van deparkeersensoren is beperkt en niet alle voorwerpen worden even goed opgemerkt. Blijf daarom altijd alerttijdens het achteruitrijden. Sensor
OTG040742L
!WAARSCHUWING:
De parkeerhulp biedt slechts aanvullende informatie. De bestuurder dient altijd zelf achteruitte kijken. De werking van het systeem kan worden beïnvloed door diverse factoren en kan niet blindelingsworden vertrouwd. Werking van de parkeerhulp Inschakelen
o Het systeem wordt automatisch ingeschakeld als de achter- uitversnelling is ingeschakeld en het contact in stand ON staat.Bij een snelheid van meer dan 5 km/ h wordt het systeem mogelijk niet juist geactiveerd.
o Het bereik van de parkeersensoren bedraagt ongeveer 120 cm.
o Als er zich twee voorwerpen achter
de auto bevinden, zal het dichtstbijzijnde als eerste worden geregistreerd. Waarschuwingssignalen
o Als de afstand tussen 120 cm en 81
cm bedraagt, klinkt er met regelmatige tussenpozen een signaal
o Als de afstand tussen 80 cm en 41cm bedraagt, klinkt er met regelmatige tussenpozen een dubbel signaal : Zoemer klinkt vaker
o Als de afstand minder dan 40 cm
bedraagt, klinkt het signaal continu.
Gevallen waarin de parkeerhulp niet werkt De parkeerhulp werkt mogelijk niet goed in de volgende gevallen: 1. Als er ijsvorming op de sensor is (de sensor werkt weer normaal als het ijs gesmolten is).
2. Als de sensor bedekt is met sneeuw
of een andere substantie (de sensor werkt weer normaal zodra deze vrij is gemaakt).
3. Bij het rijden op oneffen wegen en op
hellingen.
4. Als bepaalde hoogfrequente geluiden,
zoals claxons, racemotoren, luchtremmen van vrachtwagen en dergelijke de werking van de sensoren beïnvloeden.