
6EENVOUDIG ONDERHOUD
4
o Werking van de verlichting
o Werking van de ruitenwissers
o Werking van de claxon
o Werking van de aanjager (enairconditioning, indien gemonteerd)
o Werking en toestand van de
stuurinrichting
o Werking en toestand van de
spiegels
o Werking van de richtingaanwijzers
o Werking van het gaspedaal
o Werking van de remmen, incl. de
handrem
o Werking van de automatische transmissie, incl. het parkeer-mechanisme
o Toestand en werking van de
stoelverstelling
o Toestand en werking van de veiligheidsgordels
o Bediening van de zonnekleppen
Als bij deze controles onregelmatigheden/onjuistheden worden aangetroffen, moet de hulpvan een Hyundai dealer worden ingeroepen.
G020B01A-AXT
Buitenzijde
onderstaande punten moeten maandelijks worden gecontroleerd:
o Carrosserie van de wagen
o Toestand van de velgen en bevestiging van de wielmoeren
o Toestand van het uitlaatsysteem
o Toestand en werking van de verlichting
o Toestand van de voorruit
o Conditie van de ruitenwissers
o Conditie van de lak en eventuele corrosie
o Vloeistoflekkage
o Toestand van portier en motorkapscharnieren
o Bandenspanning en conditie van de banden (incl. reservewiel)
G020C01TG-AXT
Interieur
De volgende punten moeten worden
gecontroleerd voordat met de wagen wordt gereden:ALGEMENE CONTROLES
G020A01NF-AXT Motorruimte onderstaande punten moeten regelmatig worden gecontroleerd:
o Motoroliepeil en conditie
o Transmissie oliepeil en conditie (5 A/T)
o Remvloeistofpeil
o Koelvloeistofpeil
o Peil in sproeierreservoir
o Toestand van V-riem
o Toestand van koelvloeistofslangen
o Toestand van luchtfilterelement
o Toestand van uitlaatsysteem
o Vloeistoflekkage (op of onder componenten)
o Peil en conditie van stuurbekrach- tigingsvloeistof
o Laat onmiddellijk repareren als
motortrillingen optreden
o Beperk het aantal startpogingen tot
3 als de motor niet aanslaat

6EENVOUDIG ONDERHOUD
20
SG140D1-FX
Smering
Voor de smering van de compressor
en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke week tenminste 10 minuten draaien. Dit isvooral van belang bij koude weersomstandigheden als het airconditioningsysteem niet wordtgebruikt.
SG140C1-FX
Controle van de werking van de Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele
minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moetde installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden.
LET OP:
Als het airconditioning systeem
gedurende langere tijd werkt meteen te laag koelmiddelniveau, zalbeschadiging van de compressor plaatsvinden.
!
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
SG140A1-FX
Condensor schoonhouden
De condensor van de airconditioning en de radiateur moeten regelmatig worden gecontroleerd op vuil, dode insecten, bladeren enz. Dit kan dekoelcapaciteit nadelig beïnvloeden. Verwijder aangekoekt vuil enz. Ga bij het verwijderen van vuil voorzichtig tewerk om schade aan de ventilator te voorkomen.

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
25
N.B.:
o Als de voedingsverbinding uit de zekeringenkast omhoog wordt getrokken, dan werken de waarschuwingszoemer, de audio- installatie, de klok en deinterieurverlichting niet. De volgende componenten moeten na terugplaatsing worden gereset.
- Digitale klok
- Tripcomputer
- Automatische verwarming enairconditioning
- Audio-installatie
o Zelfs als de voedingsverbinding
omhoog is getrokken, dan kan de accu nog worden ontladen door ingeschakelde koplampen of andere elektrische systemen. o Als accuzuur op de huid terecht
komt moet de desbetreffende plaatsgedurende tenminste 15 minuten met water worden afgespoeld. Raadpleeg een arts.
o Als accuzuur in uw ogen mocht komen, moet er direct een artsworden geraadpleegd.
o Als accuzuur wordt ingeslikt moet
direct een grote hoeveelheid waterof melk worden gedronken. Neem vervolgens magnesia, een rauw ei of plantaardige olie. Bezoek directeen arts.
Bij het laden van een accu (met een acculader of in de wagen met een dynamo) produceert de accu eenexplosief gas. Let op de volgende voorzorgsmaatregelen :
o Laad de accu alleen in een goed geventileerde ruimte.
o Let erop dat in de desbetreffende ruimte geen open vuur of vonken aanwezig zijn en ook dat er nietwordt gerookt.
o Houd kinderen uit de buurt van een accu.
!
ZG210A1-AX
WAARSCHUWING:
Accu's kunnen gevaarlijk zijn! Let
bij het omgaan met accu's op onderstaande voorzorgsmaatr- egelen teneinde verwondingen te voorkomen.
De vloeistof in de accu bevat een
sterk zwavelzuur dat giftig en in hoge mate corrosief is. Let erop dat accuzuur niet met de huid of metaccuzuur in aanraking komen, handel dan als volgt : OTG070011
ACCU CONTROLEREN

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
27WERKING VAN ELEKTRISCHE KOELVENTILATOR CONTROLEREN
SG220A1-FX
WAARSCHUWING:
Het in werking treden van de
koelventilator is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, waardoor de ventilator ook bijuitgeschakelde ontsteking soms kan blijven draaien. Raak de venti- lator niet aan tot hij volledig totstilstand is gekomen. Zodra de koelvloeistoftemperatuur
daalt wordt de ventilator automatischuitgeschakeld.
!
G220B01NF-GXT
Koelventilator controleren
De koelventilator moet automatisch
gaan draaien als de koelvloeistoftemperatuur hoog wordtof als de airconditioning werkt.
VLOEISTOFPEIL
STUURBEKRACHTIGING
G230A01TG-GXT Het vloeistofpeil van de
stuurbekrachtiging moet regelmatig worden gecontroleerd. Hierbij moet het contact zijn afgezet.
Controleer of het vloeistofpeil tussen
de merktekens "MAX" en "MIN" op het vloeistofreservoir ligt.
OTG078005 N.B.:
o Als een koude motor (beneden -
20°C) wordt gestart kan de stuurbekrachtigingspomp een schurend geluid veroorzaken. Als dit geluid verdwijnt naarmate demotor warmer wordt is dat een normaal verschijnsel. Dit komt door de eigenschappen van destuurbekrachtigingsvloeistof onder extreem koude omstandigheden.
o Start de motor niet als het vloeistofreservoir droog staat.

10INHOUD
2
A Aanbevolen bandenspanning ........................................ 8-2
Aansteker ................................................................... 1-89
Airbagsysteem ............................................................ 1-46
Asbak ......................................................................... 1-91
Accu controleren ......................................................... 6-25
Airconditioning .......................................................... 1 -128
Achteruitkijkspiegel ................................................... 1 -103
Algemene controles ...................................................... 6-4
Als de motor niet aanslaat ........................................... 3-2
Als de motor te heet wordt ........................................... 3-4
Als uw auto moet worden gesleept ............................ 3-10
Antenne .................................................................... 1 -138
Anti-blokkeersysteem (ABS) ....... ................................2-12
Audiosysteem ........................................................... 1 -138
Automatische snel heidsregeling ................................ 1 -118
Automatische transmissie ............................................ 2-7
Automatische verwarmings en koelings systeem ..... 1 -125
B Bagagenet ................................................................ 1 -107
Banden ......................................................................... 8-2
Banden vervangen ........................................................ 8-5
Bediening verwarming en koeling ............................. 1-123
Bekerhouder ................................................................ 1-91Benzinemeter
.............................................................. 1-71
Beschrijving zekeringhouder .......................................6-40
Bij verlies van sleutels ............................................... 3-13
Boordcomputer ............................................................ 1-74
Brandstofvoorschriften .................................................. 1-2
Brillenvak .................................................................... 1-98
Buitenspiegel ............................................................ 1-100
Buitenspiegel verwatming ... ......................................1-101
C Centrale deurvergrendeling .......................................... 1-11
Claxon ...................................................................... 1-115
Corrosie voorkomen ...................................................... 4-2
DDashboardkastje ......................................................... 1-99
Diefstalbeveil igingsinstallatie .....................................1-12
EEconomisch rijden ...................................................... 2-18
Elektrisch aanslui tpunt ............................................... 1-90
Elektrisch bediende ruiten .......................................... 1-17
Elektrisch verstelbare stoelen voor ............................1-22
Elektronische stabiliteitsregeling (ESP) ......................2-13

10INHOUD
4
O Oliepeil controleren ....................................................... 6-6
Onderhoud airconditioning ........................................... 6-20
Onderhoud onder zware bedrijfsomstandigheden .......... 5-7
Onderhoud van de carrosserie ...................................... 4-4
Onderhoudsvoorschriften . ............................................. 5-2
Onderling verwisselen van de wielen ............................ 8-4
Opbergkastje .............................................................. 1-99
Opbergruimte middenconsole .................................... 1-100
Opbergvak .................................................................. 1-99
Opmerkingen met betrekking tot de remmen ............. 2-17
Opmerkingen met betrekking tot de veiligheidsgordels ................................................... 1-31
PParkeerhulp ................................................................. 2-15
Parkeerrem ...................................................... 1-104, 6-22
Pashouder ................................................................ 1 -113
Periodiek onderhoud ..................................................... 5-4
Portiersloten .................................................................. 1-9
RRegelmatig onderhoud .................................................. 5-3
Reinigen van het interieur ............................................. 4-6
Reservewiel en gereedschap ........................................ 8-6
Reservewiel .................................................................. 3-5 Rijden onder winterse omstandigheden
.......................2-20
Rijden met een aanhanger of slepen ..........................2-23
Ruitesproeierreservoir bijvullen ...................................6-15
Ruitewisser-/sproeierschakelaar ..................................1-83
Ruitewssers ruitewisserbladen ....................................6-12
SSchakelaar achterruitverwarming ................................1-87
Schakelaar m istlampen .............................................. 1-82
Schuifdak .................................................................... 1-93
Sigarettenaansteker .................................................... 1-89
Slepen in noodgevalle n ............................................... 3-12
Slepen ........................................................................ 3-11
Sleutels ......................................................................... 1-4 Sleutelstanden .............................................................. 2-4
Sneeuwkettingen ........................................................... 8-4
Snelheidsmeter ........................................................... 1-73
Startblokkering .............................................................. 1-4
Start-/contactslot met stuurslot .................................... 2-3
Starten met hulpstartkabels .......................................... 3-3Stereo geluidsinstallatie ............................................ 1-134
Stoel ........................................................................... 1-21
Stoelvak ..................................................................... 1-93
Stoelverwarming ......................................................... 1-28
Stuurwiel-verstelling in hoogte- en lengterichting ...... 1-117