
1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
134
B750A01L
STEREO GELUIDSINSTALLATIE
SR010A1-FX De werking van een autoradio
Ionosfeer
FM-ontvangst
AM en FM radiosignalen worden door het radiostation uitgezonden. Deze signalen worden ontvangen door de radioantenne op het spatscherm vanuw wagen. Dit signaal wordt dan ontvangen door de radio en doorgestuurd naar de luidsprekers.Als een krachtig radiosignaal uw wagen bereikt zorgt de moderne techniek van uw geluidsinstallatie voor een hogekwaliteit van de geluidsweergave. In sommige gevallen is het ontvangen signaal echter niet krachtig en helder.
!
INTERIEURLUCHTFILTER
B760A02TG-GXT (Voor verdamper- en aanjagerunit) Het luchtfilter bevindt zich aan de bovenzijde van de aanjager.Het heeft tot doel om te voorkomen dat vervuiling uit de buitenlucht in het interieur komt.Voor het vervangen van het luchtfilter van de airconditioning, zie pagina 6-21. LET OP:
o Het filter elke 15000 km of één keer per jaar vervangen. Indien de auto wordt gebruiktonder zware omstandigheden zoals stoffige, onverharde wegen, moet het luchtfilter van deairconditioning vaker worden gecontroleerd en vervangen.
o Als de luchttoevoer afneemt, moet het systeem door eengeautoriseerde dealer worden gecontroleerd.
B760A01TG
Interieur
Verdamperblok Buitenlucht
Interieurlucht
Aanjager Filter

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
145
De geselecteerde modus wordt weergegeven op het display.Draai de audioknop na het selecteren van de modus rechtsom of linksom.
o Instelling BASS Draai de knop rechtsom om de instelling voor BASS te verhogen en linksom omde instelling te verlagen.
o Instelling MIDDLE Draai de knop rechtsom om de instelling voor MIDDLE te verhogen en linksom om de instelling te verlagen.
o Instelling TREBLE Draai de knop rechtsom om de instellingvoor TREBLE te verhogen en linksom om de instelling te verlagen.
o Instelling FADER Draai de knop rechtsom om het geluid van de luidsprekers achter te versterken(het geluid van de luidsprekers vóór wordt gedempt). Draai de knop linksom om het geluid van de luidsprekers vóórte versterken (het geluid van de luidsprekers achter wordt gedempt). 10. Toets SCAN Hiermee worden de eerste 10 seconden van elk muziekstuk op de cd afgespeeld.Druk nogmaals op de toets om de modus uit te schakelen.
o Instelling BALANCE Draai de knop rechtsom om het geluidvan de luidsprekers rechts te versterken (het geluid van de luidsprekers links wordt gedempt). Draai de knop linksomom het geluid van de luidsprekers links te versterken (het geluid van de luidsprekers rechts wordt gedempt). 8. Toets REPEAT Wanneer de toets gedurende maximaal 0,8 seconde wordt ingedrukt, wordt hethuidige muziekstuk herhaald. Wanneer de toets gedurende ten minste 0,8 seconde wordt ingedrukt, wordt dehuidige map herhaald. (Als er geen map is, wordt de hele CD herhaald.) 9. Toets RANDOM Hiermee wordt het in willekeurige volgorde afspelen van demuziekstukken van de huidige CD in-/ uitgeschakeld. Druk nogmaals op de toets om demodus uit te schakelen. N.B.:
o Voor een goede werking van het
audiosysteem dient de temperatuur in de auto op eennormaal peil te blijven. Gebruik het airconditionings- of verwarmingssysteem, indiennodig.
o Vervang een zekering altijd door
een zekering met de juistecapaciteit.
o Alle opgeslagen favorieten worden
gewist wanneer de accu wordtlosgekoppeld of wanneer de voeding van de auto wordt onderbroken. In dat geval moetende favorieten opnieuw worden ingesteld.
![Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch) 1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
163
11. Toets DISC
o Toets [DISC
]
De vorige CD wordt geselecteerd.
o Toets [DISC
]
De volgende CD wordt geselecteerd.
12. Toets SCAN Hiermee worden de eerste 10 sec Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch) 1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
163
11. Toets DISC
o Toets [DISC
]
De vorige CD wordt geselecteerd.
o Toets [DISC
]
De volgende CD wordt geselecteerd.
12. Toets SCAN Hiermee worden de eerste 10 sec](/manual-img/35/14479/w960_14479-174.png)
1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
163
11. Toets DISC
o Toets [DISC
]
De vorige CD wordt geselecteerd.
o Toets [DISC
]
De volgende CD wordt geselecteerd.
12. Toets SCAN Hiermee worden de eerste 10 seconden van elk muziekstuk op de cd afgespeeld. Druk nogmaals op de toets om demodus uit te schakelen. N.B.:
o Voor een goede werking van het
audiosysteem dient de temperatuur in de auto op eennormaal peil te blijven. Gebruik het airconditionings- of verwarmingssysteem, indiennodig.
o Vervang een zekering altijd door
een zekering met de juistecapaciteit.
o Alle opgeslagen favorieten worden
gewist wanneer de accu wordtlosgekoppeld of wanneer de voeding van de auto wordt onderbroken. In dat geval moetende favorieten opnieuw worden ingesteld.
o Deze apparatuur is alleen geschikt voor gebruik in combinatie meteen accu (12 V gelijkspanning) met de minpool aan massa.
o Dit audiosysteem bestaat uit precisie-onderdelen. Probeer hetniet te demonteren en breng geenwijzigingen aan het systeem aan. o Zet het volume van het
audiosysteem tijdens het rijdenniet te hoog, zodat u geluiden van buiten de auto kunt horen.
o Stel dit systeem (inclusief de luidsprekers en cd) niet bloot aanwater en zeer vochtige omstandigheden.

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
19
o Houd uw wagen in een goede conditie. Onderhoud uw wagen voor een gunstig brandstofverbruik en lagere onderhoudskosten; zie het onderhoudsoverzicht in hoofdstuk5. Als uw wagen in zware omstandigheden wordt gebruikt, dan is frequenter onderhoud vereist (ziehoofdstuk 5 voor bijzonderheden).
o Houd uw wagen schoon. Voor een
maximale levensduur moet uwHyundai schoon worden gehouden en vrij van corrosieve elementen. Laat geen modder, vuil, ijs etc.aankoeken op de onderzijde van de wagen. Dit extra gewicht kan een verhoogd brandstofverbruik entevens corrosie tot gevolg hebben.
o Vervoer geen onnodige bagage.
Extra gewicht heeft een hogerbrandstofverbruik tot gevolg.
o Laat de motor niet langer stationair
draaien dan nodig is. Zet de motorbij langere wachtperiodes af.BOCHTEN
ZC160A1-AX Vermijd remmen of schakelen in bochten, vooral op natte wegen. Dit voorkomt overmatige bandenslijtage.
o Het is niet nodig de motor langdurig
warm te laten draaien. Zodra de motor gelijkmatig draait kunt u wegrijden. Bij zeer koud weer is het aan te bevelen de motor een ietslangere periode te laten warm draaien.
o Rijd niet met een te laag of een te hoog motortoerental. Rijdt u telangzaam in een hoge versnelling, dan heeft dit tot gevolg dat de motorte zwaar wordt belast. Schakel tijdig een lagere versnelling in. Vermijd een te hoog toerental door deaanbevolen schakelsnelheden aan te houden.
o Gebruik de airconditioning niet onnodig. De airconditioning wordtbediend door de motor waardoor bij gebruik van de airconditioning hetbrandstofverbruik toeneemt.

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
28
14. Schakel bij het afdalen van eenhelling naar een lagere versnelling om gebruik te maken van de remmende werking van de motor. Bij langdurig heuvelopwaarts rijdenmoet worden teruggeschakeld naar een lagere versnelling en met gematigde snelheid wordengereden om de kans op overbelasting en oververhitting van de motor te verkleinen.
15.Houd de wagen tijdens een stop bij heuvelopwaarts rijden niet op zijnplaats door gas te geven. Hierdoorkan de automatische transmissie oververhit raken. Gebruik de voetrem of de parkeerrem.
N.B.: Controleer bij het rijden met aanhanger de olie in de transmissie vaker.
! LET OP:
Als bij het rijden met aanhanger oververhitting plaatsvindt (tempera- tuurmeter gaat naar het rodegebied), kunnen de volgende maatregelen de oververhitting verminderen of opheffen:
1. Zet de airconditioning uit.
2. Matig de snelheid.
3. Schakel bij het heuvelopwaartsrijden een lagereversnelling in.
4. Laat de motor bij fileverkeer tijdens stilstaan versneldstationair draaien met detransmissie in neutraal of de parkeerstand.

3IN GEVAL VAN PECH
4
!
!
ALS DE MOTOR TE HEET WORDT
D030A02TG-GXT Staat de koelvloeistof- temperatuurmeter te hoog, levert de motor weinig vermogen of "pingelt" de motor, dan is de motor waarschijnlijkte heet. Ga dan als volgt te werk:
1. Breng de wagen zo snel mogelijk op
een veilige plaats tot stilstand.
2. Zet de keuzehandel in stand "P" en
trek de handrem aan. Schakel, eventueel, de airconditioning uit.
3. Bij koelvloeistoflekkage of
stoomvorming onder de motorkap;zet de motor dan af. Wacht met het openen van de motorkap tot geen koelvloeistof meer weglekt en geenstoom zichtbaar is. Is er geen merkbaar verlies van koelvloeistof en geen stoom, laat demotor dan draaien en controleer of de ventilator werkt. Is dit niet het geval zet dan de motor af. 4. Controleer of de V-riem van de
waterpomp ontbreekt. Is dit niet hetgeval controleer dan of deze strak zit. Is de V-riem in orde, controleer dan de radiateur, de slangen en onderde wagen op koelvloeistoflekkage. (Is de airconditioning ingeschakeld geweest, dan is het gebruikelijk dater koud water uitstroomt).
WAARSCHUWING:
Houd uw handen uit de buurt vanbewegende delen zoals de ventila-tor en V-riemen terwijl de motor draait. WAARSCHUWING (Alleen Diesel):
Geen werkzaamheden verrichten aan het injectiesysteem wanneer de mo- tor draait of binnen 30 seconden nadat deze is afgezet.Hogedrukpomp, rail, verstuivers en verstuiverleidingen staan onder hoge druk, zelfs nadat de motor is afgezet.De brandstofstraal die ontstaat door brandstoflekkage kan ernstige verwondingen veroorzaken wanneerdeze met het lichaam in aanraking komt. Mensen met een pacemaker mogen niet binnen 30 cm van deECU of de bedrading in de motorruimte komen als de motor draait, aangezien de hoge stroomwaarmee het common-rail-systeem werkt een groot magnetisch veld veroorzaakt.
5. Is de V-riem van de waterpomp gebroken of is er sprake van koelvloeistoflekkage, zet de motor dan direct af en neem contact op metde dichtstbijzijnde Hyundai dealer.

5ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
6
BESCHRIJVING
ALGEMEEN ONDERHOUD KOELSYSTEEM KOELVLOEISTOF *1 VLOEISTOF AUTOMATISCHE TRANSMISSIE REMSLANGEN EN REMLEIDINGEN REMVLOEISTOF REMSCHIJF ACHTER/ BLOKKEN, PARKEERREM REMBLOKKEN, REMKLAUWEN EN REMSCHIJVEN UITLAATPIJP EN UITLAATDEMPER BEVESTIGINGSBOUTEN WIELOPHANGING STUURHUIS, VERBINDINGEN EN MANCHETTEN/ONDERSTE FUSEEKOGELS STUURBEKRACHTIGINGSPOMP, AANDRIJFRIEM EN SLANGEN AANDRIJFASSEN EN HOEZEN KOELMIDDEL AIRCONDITIONING INTERIEURLUCHTFILTER
F030C03TG-GXT V : Vervangen C : Controleren en reinigen, afstellen, repareren of zonodig vervangen *
1 : VUL HET KOELSYSTEEM ALLEEN BIJ MET GEDESTILLEERD OF GEDEMINERALISEERD WATER EN VUL HET KOELSYSTEEM NIET BIJ
MET GEWOON KRAANWATER. EEN ONJUIST KOELVLOEISTOFMENGSEL KAN STORINGEN EN SCHADE AAN DE MOTOR VEROORZAKEN.
*2: EERSTE KEER VERVANGEN NA 210.000 KM OF 120 MAANDEN: VERVOLGENS ELKE 30.000 KM OF 24 MAANDEN VERVANGEN. HIJ KAN OOK EERDER VERVANGEN WORDEN ALS U TOCH ONDERHOUD UITVOERT AAN ANDERE ONDERDELEN.
60 48
C CC C
C
CC C C C C C
V 7560
C C C C C C C C CV 105
84
C C C C C C C C CV
90 72
C C C CC C C C C C CV 120
96
C CC C CC C C C C C CV
1512
C C C C C C C C CV
NR.
12 3 4 5 6 7 8 9
1011 12 13 14 3024
C C C
C CC C C C C C
V 4536
C C C C C C C C CV
Kilometers x 1000 Maanden
*2
5 A/T 6 A/T
Geen controle of onderhoud noodzakelijk

Motorruimte.............................................................................. 6-2
Algemene controles ................................................................. 6-4
Voorzorgsmaatregelen bij het onderhoud .............................. 6-5
Oliepeil controleren .................................................................. 6-6
Koelvloeistof controleren en verversen .................................. 6-9 Luchtfilter vervangen ............................................................ 6-12
Ruitenwissers ruitenwisserbladen ........................................6-12
Ruitensproeierreservoir bijvullen ..........................................6-15
Vloeistofpeil automatische transmissie controleren ............ 6-16
Het remsysteem controleren ................................................ 6-18
Onderhoud airconditioning ................................................... 6-20
Vervangen van het interieurluchtfilter .................................. 6-21
Zekeringen controleren en vervangen ................................ 6-22
Accu controleren ................................................................... 6-25
Vloeistofpeil stuurbekrachtiging ............................................6-27
Aftappen van water in het brandstoffilter ............................ 6-28
Gloeilamp vervangen ............................................................ 6-29
Vermogen .............................................................................. 6-39
Beschrijving zekeringhouder ................... .............................6-40
EENVOUDIG ONDERHOUD
6
6