
1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
154
Als het USB-apparaat aangesloten is op de multi-aansluiting in de consolerechts van de bestuurdersstoel. Wanneer het USB-apparaat wordt aangesloten, verschijnt het USB-symbool in de rechter bovenhoek van het scherm. 1.Toets AUX Schakelt het systeem van de cd-speler weergave over naar de USB-weergave en start het afspelen vanmuziekbestanden op het USB-apparaat als deze is aangesloten. Als er geen cd geplaatst is of geen USB-apparaat isaangesloten, wordt in de radioweergave "NO MEDIA" weergegeven. 2. Toets vooruitspoelen/
achteruitspoelen met of zonder geluid, volgend/vorigmuziekstuk
o Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets [SEEK
] om
vanaf het begin van het huidige muziekstuk af te spelen. Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op deze toets en drukvervolgens binnen 1 seconde nogmaals op de toets om het vorige muziekstuk af te spelen.Druk gedurende minimaal 0,8 seconde op de toets om het muziekstuk versneld achter tespoelen met geluid.
o Druk gedurende maximaal 0,8
seconde op de toets [SEEK
] om
naar het volgende muziekstuk te gaan. Druk gedurende minimaal 0,8 seconde op de toets om hetmuziekstuk versneld vooruit te spoelen met geluid. 3. Toets INFO Geeft de informatie van het huidige afgespeelde bestand weer in devolgorde: FILE NAME (bestandsnaam) ➟
TITLE (titel) ➟ ARTIST (artiest) ➟
ALBUM (album) ➟ FOLDER (mapnaam)
➟ TOTAL FILE (volledig bestand) ➟
normale weergave ➟ FILE NAME
(bestandsnaam) ➟ … (geen weergave
als het bestand geen informatie bevat). 4. Toets mapselectie
o Selecteert de submap van de huidige map en geeft het eerste muziekstuk in de map weer. Druk op de knopTUNE/ENTER om de weergegeven map te selecteren. Het eerste muziekstuk in de map zal wordenafgespeeld.
o Selecteert de hoofdmap en geeft het
eerste muziekstuk in de map weer.Druk op de knop TUNE/ENTER om de weergegeven map te selecteren. Het eerste muziekstuk in de map zalworden afgespeeld.

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
155
5. Knop TUNE/ENTER Draai deze knop rechtsom om de muziekstukken na het huidigemuziekstuk weer te geven. Draai de knop linksom om de muziekstukken voor het huidigemuziekstuk weer te geven. Druk de knop in om naar het gekozen muziekstuk te gaan en de weergave testarten. Door op de toets TUNE/ENTER te drukken, kunt u schakelen tussen de BASS, MIDDLE, TREBLE, FADER of BALANCE-modi.De geselecteerde modus wordt weergegeven op het display. Draai de audioknop na het selecterenvan de modus rechtsom of linksom. o Instelling BASS Draai de knop rechtsom om de instelling voor BASS te verhogen en linksom om de instelling te verlagen. o Instelling MIDDLEDraai de knop rechtsom om de instellingvoor MIDDLE te verhogen en linksom om de instelling te verlagen. o Instelling TREBLE Draai de knop rechtsom om de instelling voor TREBLE te verhogen en linksomom de instelling te verlagen. o Instelling FADER Draai de knop rechtsom om het geluid van de luidsprekers achter te versterken (het geluid van de luidsprekers vóórwordt gedempt). Draai de knop linksom om het geluid van de luidsprekers vóór te versterken (het geluid van deluidsprekers achter wordt gedempt). o Instelling BALANCE Draai de knop rechtsom om het geluid van de luidsprekers rechts te versterken (het geluid van de luidsprekers linkswordt gedempt). Draai de knop linksom om het geluid van de luidsprekers links te versterken (het geluid van deluidsprekers rechts wordt gedempt).6. Toets RANDOM Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets om het in willekeurigevolgorde afspelen van de muziekstukken in de huidige map te starten of te beëindigen.Druk gedurende minimaal 0,8 seconde op de toets om alle muziekstukken op het USB-apparaat in willekeurigevolgorde af te spelen. Druk nogmaals op de toets om de functie uit te schakelen. 7. Toets REPEAT Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets om het huidige muziekstuk te herhalen. Druk gedurende minimaal 0,8 secondeop de toets om alle muziekstukken op het USB-apparaat te herhalen. 8. Toets SCAN Hiermee worden de eerste 10 seconden van elk muziekstuk op het USB-appraat afgespeeld.Druk nogmaals op de toets om de functie uit te schakelen.

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
156
AANWIJZING BIJ GEBRUIK VAN iPod:
o Sommige iPod-modellenondersteunen het communicatieprotocol mogelijkniet waardoor de bestanden niet afgespeeld kunnen worden. (Ondersteunde iPod-modellen:mini, 4G, photo, nano, 5G.)
o De zoekvolgorde of de
afspeelvolgorde vanmuziekstukken kan bij de iPod verschillen van die van het audiosysteem.
o Reset de iPod als deze tijdens het gebruik vastloopt. (Resetten:Raadpleeg de handleiding van deiPod.)
o Wanneer de batterijen zwak zijn,
werkt de iPod mogelijk niet goed.
! OPMERKING BIJ
GEBRUIK VAN iPod
o Gebruik de speciale iPod-kabel om de iPod met behulp van de toetsen op het audiosysteem te kunnen gebruiken. De door Applemeegeleverde pc-kabel kan storingen veroorzaken. Gebruik deze daarom niet in de auto.
o Druk de iPod-kabel bij het aansluiten van het apparaatvolledig in de aansluiting omcommunicatiestoringen te voorkomen.
o Wanneer u de geluidseffecten instelt voor zowel de iPod als hetaudiosysteem, zullen de instellingen elkaar overlappen enkan de geluidskwaliteit negatief beïnvloed worden. o Schakel de equalizerfunctie van
de iPod uit wanneer u het volumevan het audiosysteem in wilt stellen, en omgekeerd wanneer ude equalizerfunctie van de iPod wilt gebruiken.
o Wanneer de iPod-kabel is aangesloten zonder een iPod-apparaat, kan het systeem overschakelen naar de AUX-modeen storing veroorzaken. Verwijder daarom de kabel wanneer u geen iPod hebt aangesloten.

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
158
Als de iPod aangesloten is op de multi- aansluiting in de console rechts van debestuurdersstoel. Wanneer de iPod wordt aangesloten, verschijnt het iPod- symbool in de rechter bovenhoek vanhet scherm. 1. iPod keuzetoets Schakelt het systeem van de cd-speler weergave over naar de iPod en start het afspelen van muziekbestanden op de iPod als deze is aangesloten.Als er geen cd geplaatst is of geen iPod is aangesloten, wordt in de radioweergave "NO MEDIA"weergegeven. 2. Toets vooruitspoelen/
achteruitspoelen met of zonder geluid, volgend/vorigmuziekstuk
o Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op de toets [SEEK
] om
vanaf het begin van het huidige muziekstuk af te spelen. Druk gedurende maximaal 0,8 seconde op deze toets en drukvervolgens binnen 1 seconde nogmaals op de toets om het vorige muziekstuk af te spelen.Druk gedurende minimaal 0,8 seconde op de toets om het muziekstuk versneld achter tespoelen met geluid.
o Druk gedurende maximaal 0,8
seconde op de toets [SEEK
] om
naar het volgende muziekstuk te gaan. Druk gedurende minimaal 0,8seconde op de toets om het muziekstuk versneld vooruit te spoelen met geluid. 3. Toets INFO Geeft de informatie van het actuele afgespeelde bestand weer in de volgordeTITLE (titel)
➟ ARTIST (artiest) ➟
ALBUM (album) ➟ normale weergave
➟ TITLE (titel)...(geen weergave als
het bestand geen informatie bevat). 4. Keuzetoets categorie Selecteert een categorie hoger dan de huidig afgespeelde categorie in de iPod. Druk op de toets MENU (voorkeuzetoets6) om naar de weergegeven categorie te gaan (het muziekstuk af te spelen). U kunt zoeken in de subcategorie vande geselecteerde categorie. De volgorde van de iPod-categorieën is MUZIEKSTUK, ALBUMS,ARTIESTEN, GENRES, en iPod.

2
Uitlaatgassen kunnen gevaarlijk zijn! ........................... 2-2
Alvorens de motor te starten ........................................ 2-3Sleutelstanden.............................................................. 2-4
Het starten van de motor .............................................. 2-5
Automatische transmissie ............................................ 2-7Antiblokkeersysteem (abs ) .......................................... 2-12
Elektronische stabiliteitsrege ling (Esp) ........................ 2-13
Parkeerhulp ............................................. .................... 2-14
Opmerkingen met betrekking tot de remmen ............... 2-17
Economisch rijden ....................................................... 2-18
Bochiten ....................................................................... 2-19
Rijden onder winterse omstandigheden .......................2-19
Het rijden met hoge snelheden ....................................2-22
Rijden met een aanhanger of slepen ...........................2-23
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
2

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
3START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOTALVORENS DE MOTOR TE STARTEN
C020A03O-GXT Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistoflekkage of andere tekenen van mogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de
achteruitkijkspiegel en debuitenspiegels en controleer of ze schoon zijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten
zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden de veiligheidsgordel hebben omgegespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn.
9. Controleer met de contactsleutel in de stand "ON" of de betreffende controlelampen branden en of er voldoende brandstof in de tankaanwezig is. C030A01TG-GXT De motor starten
o Plaats de keuzehandel in de stand
"P" (parkeren) en trap het rempedaal geheel in.
o Draai de contactsleutel in de stand
"START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de mo- tor alleen worden gestart als dekeuzehandel in de stand "P" of "N" staat.
!WAARSCHUWING: (Aleen Dieselmotor)
Om zorg te dragen voor voldoende vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is het noodzakelijkde motor na het starten even stationair te laten lopen.
!WAARSCHUWING
o Zorg altijd voor degelijk schoeisel tijdens het rijden met de auto. Het wordt afgeraden schoenen tedragen met hoge hakken of schoenen met een groot loopoppervlak zoals "moon" en"snowboots" om te voorkomen dat de pendalen niet goed bediend kunnen worden.
o Zorg altijd Wanneer u de auto wilt parkeren of stilzetten terwijl demotor draait, zorg er dan voor datu het gaspedaal niet gedurende langere tijd ingetrapt houdt. Anders kan de motor of hetuitlaatsysteem oververhit raken en brand ontstaan.

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
6
C050B02TG-GXT Normale Startprocedure:
1. Breng de contactsleutel aan en gespde veiligheidsgordel om.
2. Trap het rempedaal geheel in en plaats de keuzehandel in de stand "P" (parkeren).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON"is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een
controlelamp voor het voorgloeien,de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekentdat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kan worden gestart.
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON"
C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigd om de accu niet onnodig te belasten.Om de motor te kunnen starten wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleutel eerstweer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat de gloeibougiesop temperatuur worden gebracht. 5. Draai de contactsleutel in de stand
"START" en laat de sleutel los zodrade motor aanslaat.

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
12
WAARSCHUWING:
Het ABS(ESP) voorkomt geen ongelukken als gevolg van onjuist en gevaarlijk rijgedrag. Zelfs al is de beheersing van de auto tijdensnoodremmingen verbeterd, toch moet altijd een veilige afstand worden aangehouden. Onder extremewegomstandigheden moet de snelheid altijd worden verminderd. Onder de volgende omstandighedenkan de remweg voor auto's met ABS(ESP) zelfs langer zijn dan voor
auto's zonder ABS(ESP).!
o Indien het antiblokkeersysteem (elektronische stabiliteitsregeling) in werking treedt, kan in het rempedaal een lichte reactie gevoeld worden, tijdens hetremmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartiment onder hetrijden waarneembaar. Dit zijn normale verschijnselen ten teken dat uw antiblokkeersysteem(elektronische stabiliteitsregeling) goed functioneert.o Nooit de geldende snelheidslimietoverschrijden.
o Als uw auto vast komt te zitten in sneeuw, modder, zand enz., dan kan de auto mogelijk loskomen door de auto voor- en achteruit tebewegen (schommelen). Probeer dit niet als mensen of objecten zich in de buurt van de autobevinden. Tijdens het "schommelen" kan de auto opeens voor- of achteruit bewegen als deauto loskomt en daarbij de personen of objecten in de nabijheid verwonden/beschadigen.
ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS)
C120A01FC-GXT Het antiblokkersysteem (ABS) is ontworpen om, tijdens plotseling remmen of bij gevaarlijke wegomstandigheden, het blokkerenvan een wiel te voorkomen. Een regeleenheid registreert de snelheid van het wiel en controleert dedruk naar iedere rem. Op deze wijze zal, in een noodsituatie of bij een glad wegdek het anti-blokkeersysteem decontrole over het voertuig tijdens het remmen verbeteren. N.B.:
o Er kan een klik-geluid in de
motorruimte worden gehoord als de auto begint te bewegen, nadat de motor is gestart. Dit is normaalen geeft aan dat het anti- blokkeersysteem (elektronische stabiliteitsregeling) op de juistewijze werkt.