Page 10 of 232

LET OP:
Een flacon luchtverfrisser mag in de auto niet dichtbij het instrumentenpaneel of op het dashboard worden geplaatst. Door eventuele lekkage van de luchtverfrisser op deze delen (instrumentenpaneel, dashboard of aanjager) kunnen ze worden beschadigd. Als devloeistof van de luchtverfrisser op deze delen komt moeten ze direct met water worden gereinigd.!
1. Schakelaar mistlampen (Indien gemonteerd)
2. Schakelaar koplampafstelling
3. Schakelaar mistachterlicht
4. Multischakelaar verlichting
5. Indicator en waarschuwingslamp
6. Claxon en bestuurdersairbag
7. Schakelaar ruitewissers/-sproeiers
8. ESP-Schakeloar (Indien gemonteerd)
9. Instrumentenpaneel
10. Schakelaar waarschuwingsknipperlichten
11.Bedieningsorganen verwarming/airconditioning
(Indien gemonteerd) 12. Opbergvak
13. Airbag voor passagierszijde
14. Bekerhouder passagierszijde
15. Hefboom motorkapontgrendeling
16. Multibox
17. Asbak
18. Aansteker
19. Keuzehandel/versnellingshandel (Indien gemonteerd)
20. Bekerhouder
21. Handremhefboom
22. Dash board kastje
23. Middenconsole
Page 12 of 232

Brandstofvoorschriften ................................................. 1-2
Inrijden van uw nieuwe hyundai .................................... 1-3
Startblokkering .............................................................. 1-4Portiersloten(diefstalbeveiligingsinstallatie) ......... 1-7, 1-10
Elektrisch bediende portierruiten .................................1-13
Stoelinstelling ............................................................... 1-14
Veiligheidsgordels ........................................................ 1-21
Veiligheidssysteem voor kinderen ............................... 1-26
Airbagsysteem ............................................................. 1-35
Instrumentenpaneel en controlelampen ..... ..................1-42
Instrumentpannel ......................................................... 1-51
Boordcomputer ............................................................ 1-54
Multischakelaar(Richtingaan wijzers, groot en dimlicht) .......................1-56
Ruitewisser-/sproeierschakelaar .................................1-57
Schuifdak ..................................................................... 1-66
Motorkapontgrendeling ................................................ 1-74
Bediening verwarming en koeling................................ 1-82
Stereo geluidsinstallatie ............................................... 1-98
Antenne ..................................................................... 1-103
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
1
1
Page 67 of 232

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
56
B340C02FC-GXT VERLICHTING
Voor het inschakelen van de verlichting moet het uiteinde van de multischakelaar worden gedraaid. In de eerste stand worden de stadslichten,de achterverlichting en de instrumentenverlichting ingeschakeld. In de tweede stand branden ook dekoplampen. N.B: Het contact moet zijn aangezet (ON- stand) om de hoofdverlichting te kunnen inschakelen.
B340B01A-AXT Richtingaanwijzers voor kleine richtingveranderingen Voor het veranderen van rijbaan e.d. is het voldoende de schakelaar zover te bewegen tot de richtingaanwijzers in werking treden. Na het loslaten keert deschakelaar automatisch in de ruststand terug.
B340B01FC
B340C01FC
MULTISCHAKELAAR
SB220A1-FX (RICHTINGAAN- WIJZERS, GROOT EN DIMLICHT)Richtingaanwijzers Door de schakelaar naar beneden te bewegen werken de richtingaanwijzers aan de linkerzijde van de wagen. Doorde schakelaar naar boven te drukken werken de richtingaanwijzers aan de rechterzijde. Nadat het stuurwiel in derechtuit stand terug komt, keert de schakelaar automatisch in de middenstand terug waardoortegelijkertijd de richtingaanwijzers worden uitgeschakeld. Als de controlelamp sneller dan normaalknippert, blijft branden of niet brandt, geeft dit een storing in de richtingaan- wijzerinstallatie aan. Controleer dezekering, de gloeilampen of raadpleeg uw Hyundai dealer.
Page 68 of 232

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
57RUITEWISSER-/ SPROEIERSCHAKELAAR
B350A01A-AXT
Deze schakelaar heeft drie standen:
1. Interval wissen
2. Langzaam wissen
3. Snel wissen B350A01FC
B340E01A-AXT Lichtsignaal Een lichtsignaal wordt gegeven door de multischakelaar naar u toe te bewegenen de schakelaar daarna weer los te laten. Het lichtsignaal kan ook in werking worden gesteld bij afgezet contact.B340E01FC
SB220D1-FX Grootlichten dimlichtschakelaar Het groot licht wordt ingeschakeld door de multischakelaar naar voren tedrukken (van u af). Het dimlicht wordt ingeschakeld door de schakelaar terug te bewegen (naar u toe).
Automatisch uitschakelen parkeerlichten
(Indien gemonteerd)
o Deze functie dient om te voorkomen
dat de accu ontladen wordt door automatisch de parkeerlichten uit teschakelen op het moment dat het bestuurdersportier geopend wordt nadat de sleutel uit het contactslot isgenomen.
o De parkeerlichten worden
automatisch uitgeschakeld als deauto in het donker langs de kant van de weg geparkeerd wordt.
Volg onderstaande procedure als deparkeerlichten moeten blijven branden, wanneer de contactsleutel is verwijderd:
1) Open het portier aan bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten uit en in met de lichtschakelaar op de stuurkolom. 1
23
Page 230 of 232

10
INHOUD
3
G GELUIDSSIGNAAL MISTACHTERLICHT .................1-50
GLOEILAMPEN VERVANGEN .................................6-35
GRIP OP HET WEGDEK .......................................... 8-5
H
HANDELINGEN BIJ EEN LEKKE BAND ................... 3-7
HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK ... 2-7 ~ 2-8
HANDREM ................................................................. 1-65
HANDREMWAARSCHUWING ...................................1-50
HET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING ..................2-24
HET REMSYSTEEM CONTROLEREN .....................6-22
HET RIJDEN MET HOGE SNELHEDEN .................2-23
HET STARTEN VAN DE MOTOR ............................. 2-5
HOEDENPLANK ........................................................ 1-79
I
IN HOOGTE VERSTELBAREVEILIGHEIDSGORDELS, VOOR ..............................1-23
INRIJDEN VAN UW NIEUWE HYUNDAI ................... 1-3
INSTRUMENTENPANEEL EN CONTROLELAMPEN ............................................. 1-42
INTERIEURVERLICHTING . .......................................1-69
K
KATALYSATOR .......................................................... 7-3
KILOMETERTELLER /DAGTELLER .........................1-53
KINDERSLOTEN ALLEEN ACHTER PORTIEREN .... 1-8KOELVLOEISTOF CONTROLEREN EN VERVERSEN ........................................................ 6-13KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETER
..............1-51
KOPLAMPAFSTELLING ............................................ 1-61
KOPLAMPAFSTELLING CONTROLEREN ................6-34
L
LUCHTFILTER ........................................................... 1-98
LUCHTFILTER VERVANGEN ...................................6-16
LUCHTVERDELING ................................................... 1-84
M
MOTORKAPONTGRENDELING ................................1-74
MOTOROLIE VERVERSEN EN OLIEFILTER VERVANGEN .............................................................. 6-9
MOTORRUIMTE ................................................ 6-2 ~ 6-4
MULTISCHAKELAAR ................................................ 1-56
MULTIBOX ................................................................ 1-70
N
NADAT EEN WIEL IS VERWISSELD ......................3-12
NORMALE STARTPROCEDURE ................................ 2-6
O
OLIEPEIL CONTROLERE N ........................................ 6-6
OLIEPEIL IN VERSNELLINGSBAK CONTROLEREN .................................................... 6-19
ONDERHOUD AIRCONDITIONING ...........................6-25
ONDERHOUD ONDER EXTREME
BEDRIJFSOMSTANDIGHEDEN .............................. 5-7
ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE .................... 4-4
ONDERHOUD .............................................................. 5-2