
1- 66 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
HTB181
HTB307
B455A01TB-GXT MIDDENCONSOLE In de middenconsole bevinden zich
multifunctionele vakken voor pennen of CD-doosjes. SB320A2-FX KOPLAMPAFSTELLING (Indien gemonteerd) De hoogte van de lichtbundel kan worden aangepast, afhankelijk van het aantal passagiers en de lading inde bagageruimte, door aan de schakelaar voor de koplampafstelling te draaien. Hoe hoger de stand vande schakelaar, hoe lager de lichtbundel schijnt. Zorg steeds dat de lichtbundel op de juiste hoogtestaat, omdat anders andere wegge- bruikers kunnen worden verblind. In onderstaande tabel worden de juisteschakelaarstanden aangegeven. Bij een afwijkende ladingstoestand moet een zodanige schakelaarstand
HTB105
B450A01TB-GXT BEKERHOUDER De bekerhouder wordt gebruikt voor bekers of blikjes. Elke houder kan dienst doen als bekerhouder of een asbakhouder.
TB holl-1b.p65
7/9/2007, 11:54 AM
66

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 69
HGK033
2. Druk de inbussleutel in de opening. De inbussleutel bevindt zich in de bagageruimte.
3. Draai de sleutel linksom of rechtsom om het schuifdak teopenen resp. te sluiten. SB340A2-FX INTERIEURVERLICHTING, VOORLeeslamp
De twee schakelaars voor de leeslamp bevinden zich aan beide zijden van de dakconsole.De schakelaar moet worden ingedruktom de lamp in of uit te schakelen.
B460E01TB-GXT Schuifdak afstellen Als de accu is opgeladen of
losgemaakt, als het schuifdak handmatig met de inbussleutel wordt bediend of als de elektrische bediening van het schuifdak isonderbroken doordat de contactsleutel in de stand "OFF" is gezet, moet het schuifdak opnieuw worden afgesteld.
Dit gaat als volgt:
1. Contact uitzetten.
2. Tegelijkertijd op de "open" "up"- knop drukken en het contact aanzetten.
3. Als het schuifdak op deze manier wordt afgesteld, beweegt het schuifdak automatisch éénmaalheen en weer.
HTB050
LET OP:
Als het schuifdak niet wordt
afgesteld, is een goede werking van het dak niet gewaarborgd.
! Met schuifdak
Zonder schuifdak
TB holl-1b.p65 7/9/2007, 11:54 AM
69

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 73
!
Trek voor het verlaten van de wagen altijd de handrem aan. Met decontactsleutel in de stand "ON" of "START" gaat de controlelamp branden zodra de handrem wordt aangetrokken. Vóór het wegrijden moet de handrem geheel vrij worden gezet. De controlelamp moet dan gedoofd zijn. Activeren van de parkeerrem Trap eerst de voetrem in en trek daarnade parkeerremhendel zonder de ontgrendelknop in te drukke zo ver mogelijk omhoog. Verder wordt geadviseerd bij het parkeren op een helling de versnellingspook in een lage versnelling te zetten (handgeschakelde transmissie) of de selectiehendel in stand P (automatische transmissie) te zetten.
B530A03A-AXT HANDREM
SB360C1-FXBUITENSPIEGELS OMKLAPPEN Voor het omklappen van de buitenspiegels, moeten ze naar achteren worden gedrukt.De buitenspiegels kunnen wordenomgeklapt bij parkeren in eenbeperkte ruimte.
HTB103
HTB205 SB370A1-FX ANTI VERBLINDINGSSTAND
VAN DE ACHTERUITKIJK- SPIEGEL (Indien gemonteerd)
De achteruitkijkspiegel van uw Hyundai is voorzien van een anti verblindingstand. Deze stand wordt gekozen door de lip aan de onderzijde van de spiegel naaru toe te trekken. In deze stand wordt u niet verblind door licht van achterop komend verkeer.
WAARSCHUWING:
Stel de spiegels niet af of klap ze niet om terwijl de wagen nog rijdt. Hierdoor kunt u de controle overde wagen verliezen en een ongeval veroorzaken, met alle nare gevolgen van dien.
HTB3024
TB holl-1b.p65 7/9/2007, 11:54 AM
73

1- 90 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
HTB046HTB037
B730A01FC-GXT Tips voor de bediening
o U voorkomt dat stof of onaa-
ngename lucht via het ventilatie- systeem het interieur binnendringt door de luchttoevoer in de stand"Recirc" te plaatsen. Denk er echter wel aan deze regeling zo spoedig mogelijk weer in de stand voorfrisse luchttoevoer terug te zetten.Dit dient om de vermindering vande luchtkwaliteit in het interieur tegen te gaan.
o De luchttoevoer vindt plaats via de roosters voor de voorruit. Let eropdat deze roosters vrij zijn van bladeren, sneeuw, ijs en dergelijke.
o Zet om beslaan van de voorruit te
voorkomen, de luchtinlaat op verse
lucht ( ) en de aanjagersnelheid op de gewenste stand. ZB450A1-AXSCHAKELAAR AIRCONDITIONING(Indien gemonteerd) De airconditioning wordt ingeschakeld
door deze schakelaar in te drukken. ZB450B1-AX AIRCONDITIONING (Indien gemonteerd)KOELEN Voor het koelen van het interieur:
o Sluit de ventilatieroosters aan de zijkant van het dashboard.
o Stel de aanjager in werking.
o Schakel de airconditioning met de schakelaar in. Hierbij gaat de controlelamp branden.
o Zet de luchttoevoer in de stand voor frisse lucht.
TB holl-1b.p65 7/9/2007, 11:54 AM
90

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 3
!
C020A02O-GXT ALVORENS DE MOTOR TE STARTEN Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistofle-kkage of andere tekenen vanmogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen
schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de achteruitkijkspiegel en de buitens-piegels en controleer of ze schoonzijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge- gespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn. C030A02A-GXT START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOT De motor starten
o Zet bij de handgeschakelde
versnellingsbak de versnelling- shandel in neutraal en druk hetkoppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische
transmissie de keuzehandel in de stand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de motor alleen worden gestart als dekeuzehandel in de stand "P" of "N" staat (automatische transmissie).
9. Controleer met de contactsleutel in
de stand "ON" of de betreffende controlelampen branden en of ervoldoende brandstof in de tank aanwezig is.
WAARSCHUWING (ALLEEN DIESELMOTOR):
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is hetnoodzakelijk de motor na het starten even stationair te laten lopen.
!WAARSCHUWING
Zorg altijd voor degelijk schoeisel
tijdens het rijden met de auto. Het wordt afgeraden schoenen tedragen met hoge hakken of schoenen met een groot loopoppervlak zoals "moon en"snowboots" om te voorkomen dat de pendalen niet goed bediend kunnen worden.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
3

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 5
!
C070C01E
LOCK
ACC
ON
START
SC090D1-FX Het verwijderen van de contactsleutel(Handgeschakelde versnel- lingsbak)
1. Plaats de contactsleutel in de stand "ACC".
2. Druk de contactsleutel in en draai
deze tegelijkertijd tegen de klok in van stand "ACC" naar stand "LOCK".
3. De sleutel kan in de stand "LOCK" verwijderd worden.
C050A01E
C050A01A-GXT HET STARTEN VAN DE MOTOR (Met Benzine-Injectie)
WAARSCHUWING:
Laat de motor nooit in een
gesloten of slecht geventileerde ruimte draaien. Koolmonoxide isreukloos en kan fataal zijn. C051A01O-AXT HET STARTEN VAN DE DIESELMOTOR KOUDE MOTOR
o Zet het contact aan en wacht tot
de controlelamp van het voorglo- eisysteem dooft.
o Bedien de startmotor tot de motor
aanslaat.
MOTOR WARM Bedien de startmotor. Als de motor niet bij de eerste poging aanslaat, wacht dan enkele seconden en laat het contact aan zodat hetvoorgloeisysteem werkt.
Geef geen gas.Bedien de startmotor tot de motor
aanslaat.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
5

2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON" WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling
volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.
Anders bestaat de mogelijkheid dat
er in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging vande auto als de koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens het starten.
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en
gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in
neutraal (handgeschakelde vers- nellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische trans-missie).
3. Controleer of de controlelampen
en de instrumenten goed werkennadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON".Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat het voor-gloeien heeftplaatsgevonden en de motor kan worden gestart. C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
hepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodatde gloeibougies op temperatuur worden gebracht. 5. Draai de contactsleutel in de stand
"Start" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
6

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 13
!
SC140A1-FX OPMERKINGEN MET
BETREKKING TOT DE REMMEN nat en zal er meer druk op hetrempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bijhet remmen naar één kant. Druk, om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagenweer normaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen dan zo snel mogelijk stil en bel uwHyundai dealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, remde wagen af en schakel vervolgens naar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijndoordat de remmen hierdoor teheet kunnen worden en niet meer optimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeftverminderd en het zonder gevaar mogelijk is, rijd de wagen dan van de weg af en breng hem totstilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissie laat hem dan niet "kruipen".
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de
hoedenplank achter de achterbank. Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijkevoorwerpen naar voren schuiven waardoor de wagen wordt bescha- digd of inzittenden verwondingenkunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de
handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door water en nadat de wagen isgewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijngevaarlijk! Natte remmen hebben een langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kanttrekken. Rij voorzichtig als u vermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaalremt, zijn de remmen waarschijnlijk Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen tot stilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handremaan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatische trans- missie) of in de eerste of achteruitversnelling (handgeschakelde versnelling-sbak). Als u de wagen op een helling parkeert, draai dande voorwielen in een zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodig blokkenvoor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans isaanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeft opgehoopt of als de remmennat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dan tijdelijk op de handrem en zet deversnellingshandel in neutraal resp. Bij automatische transmissie in stand "P". Blokkeer deachterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
13