88
De airbag bestaat uit een opblaas-
baar luchtkussen dat in een daarvoor
bestemde ruimte is geplaatst:
– in het midden van het stuurwiel
aan bestuurderszijde A (fig. 82);
– een luchtkussen met een groter vo-
lume op het dashboard aan passa-
gierszijde B(fig. 83). De airbag voor (bestuurder en pas-
sagier) is een veiligheidsvoorziening
die onmiddellijk in werking treedt bij
een middelzware frontale botsing of
een frontaanrijding onder een hoek.
Het luchtkussen vult het grootste deel
van de ruimte tussen de inzittende en
het stuur of het dashboard.
Bij een frontale botsing verwerkt de
centrale regeleenheid de informatie
van de verschillende vertragingssen-
soren, van de veiligheidsgordelsensor
en van de sensor voor aanwezigheid
van een passagier, en zorgt ervoor, in-
dien nodig, dat het kussen opblaast
met een kracht en een snelheid die
afhangt van de ontvangen informatie. Het kussen blaast onmiddellijk op,
waardoor het lichaam van de inzit-
tenden voor wordt opgevangen en de
kans op letsel beperkt wordt. Direct
daarna loopt het kussen weer leeg.
De airbag voor (bestuurder en pas-
sagier) is geen vervanging voor de vei-
ligheidsgordels, maar een aanvulling.
Draag dus altijd veiligheidsgordels.
Bovendien is het dragen van veilig-
heidsgordels wettelijk verplicht in Eu-
ropa (en in de meeste landen daar-
buiten). Bij een ongeval kan een in-
zittende die geen veiligheidsgordel
heeft omgelegd in contact komen met
een airbag die nog niet volledig opge-
blazen is, waardoor de inzittende
minder beschermd wordt.
fig. 83
L0A0068b
fig. 85
L0A0070b
fig. 86
L0A0071b
fig. 84
L0A0069b
91
HERKENNINGSSENSOR
PASSAGIER VOORDe airbag voor aan passagierszijde
is u itgerust m et e en s ensor d ie
tussen de vulling en de buitenste
voering v an d e z itting v an d e
passagiersstoel is geplaatst. Via deze
sensor k an e en r egeleenheid d e
aanwezigheid van een persoon
signaleren. Als de passagiersstoel niet bezet is,
wordt de airbag niet geactiveerd.ZEER GEVAAR-
LIJK
De herken-
ningssensor voor
de passagier voor is niet ontwor-
pen voor de herkenning van kin-
derzitjes op de passagiersstoel,
waardoor de airbag aan passa-
gierszijde niet automatisch kan
worden uitgeschakeld. Als op de
passagiersstoel voor een kinder-
zitje wordt geplaatst, moet de air-
bag aan passagierszijde worden
uitgeschakeld met behulp van de
daarvoor bestemde sleutelschake-
laar (zie de aanwijzingen in de vo-
rige paragraaf).
AIR!AG
Plaats geen zware
voorwerpen op de passa-
giersstoel voor. Bij een on-
geval wordt de airbag voor aan
passagierszijde namelijk geacti-
veerd als deze niet was uitge-
schakeld met behulp van de sleu-
telschakelaar.
De indelingssensor is niet
in staat om de aanwezig-
heid van een inzittende
waar te nemen als tussen de inzit-
tende en de sensor kussentjes,
hoezen, enz. zijn geplaatst.
BELANGRIJK De inzittende wordt
bij een botsing optimaal door het sys-
teem beschermd als hij/zij in de juiste
positie op de stoel zit ( fig. 88).
fig. 88
L0A0256b
Bij een zijdelingse aanrijding
verwerkt een elektronische regel-
eenheid de gegevens van een vertra-
gingssensor en zorgt ervoor, indien
nodig, dat de kussens opblazen.
De kussens blazen onmiddellijk op
en vullen de ruimte tussen het zijpa-
neel van de auto en het lichaam van
de inzittenden. Direct daarna lopen de
kussens weer leeg.
Bij lichte zijdelingse aanrijdingen
(waarbij de veiligheidsgordel de inzit-
tende op zijn plaats houdt), wordt de
airbag niet geactiveerd. Draag dus al-
tijd veiligheidsgordels. Bij een zijde-
lingse aanrijding worden de inzitten-
den op hun plaats gehouden en bij
zeer zware botsingen wordt voorko-
men dat ze naar voren schieten.
De zij-airbags voor en achter (indien
aanwezig) zijn geen vervanging voor
de veiligheidsgordels, maar een aan-
vulling. Draag dus altijd veiligheids-
gordels. Bovendien is het dragen van
veiligheidsgordels wettelijk verplicht
in Europa (en in de meeste landen
daarbuiten).
92
ZIJ-AIRBAGS
(SIDE-BAGS - HEADBAGS)
De zij-airbags beschermen de inzit-
tenden vanaf een middelzware zijde-
lingse aanrijding.
Ze bestaan uit twee verschillende,
zich snel opblazende kussens:
– de side-bag is in de rugleuning van
de voorstoelen geplaatst C (fig. 84)en
in de stoelvulling aan de zijkant van
de achterzitplaatsen E (fig. 86); hier-
door neemt de airbag (kussen) altijd
de optimale positie in ten opzichte van
de inzittende, ongeacht de stand van
de stoel;
– de headbag is een “gordijn”-sys-
teem en bevindt zich in de hemelbe-
kleding aan de zijkant; de headbag is
afgedekt met een afwerklijst, waar-
door het kussen naar beneden wordt
opgeblazen. Deze uitvoering is
ontwikkeld om bescherming te bieden
aan het hoofd en zorgt ervoor dat de
inzittenden voor en achter tijdens een
zijdelingse botsing maximaal zijn be-
schermd, dankzij het grote effectieve
oppervlak.
Plaats geen scherpe
voorwerpen op de passa-
giersstoel voor om bescha-
diging van de herkenningssensor
te voorkomen. Wendt u bij be-
schadiging tot de Lancia-dealer.
98
Als de parkeerverlichting is inge-
schakeld, hoort u een geluidssignaal
bij het openen van het bestuurders-
portier. Het geluidssignaal wordt on-
derbroken als u het portier sluit of de
verlichting uitschakelt.
Automatische in-/uitschakeling
Als de schakelaar Ain stand AUTO
is gedraaid en de contactsleutel in
stand MARstaat, worden de parkeer-
verlichting, de kentekenplaatverlich-
ting en het dimlicht in-/uitgeschakeld,
afhankelijk van de sterkte van het
buitenlicht.
De gevoeligheid van de schemersen-
sor van het systeem voor automati-
sche in-/uitschakeling kan met behulp
van schakelaar Bop 3 niveaus wor-
den ingesteld, ook als de auto in
beweging is:
1 - minimale gevoeligheid
2 - gemiddelde gevoeligheid
3 - maximale gevoeligheid.
BELANGRIJK Het grootlicht kan
alleen handmatig worden inge-
schakeld door de linker hendel naar
voren te duwen. Als het grootlicht is inge-
schakeld (linker hendel
naar voren geduwd), wordt
het grootlicht automatisch inge-
schakeld als via de schemersensor
de buitenverlichting automatisch
wordt ingeschakeld. Wij raden u
echter aan het grootlicht (indien
ingeschakeld) uit te schakelen
door de linker hendel naar u toe te
trekken, als via de schemersensor
de buitenverlichting wordt uitge-
schakeld.
Als er overdag mist is,
worden de buitenverlich-
ting en het dimlicht niet
automatisch ingeschakeld. De ver-
lichting moet dan handmatig wor-
den ingeschakeld, en eventueel de
mistlampen voor en de mistach-
terlichten. De verantwoordelijkheid
voor het inschakelen van
de verlichting, afhankelijk
van de sterkte van het buitenlicht
en de wettelijke normen van het
land waarin u rijdt, ligt altijd bij
de bestuurder. Het systeem voor
automatische in-/uitschakeling
van de verlichting dient slechts als
hulp voor de bestuurder: Schakel,
indien nodig, de verlichting hand-
matig in of uit.Als de verlichting automatisch wordt
ingeschakeld en via de schermersen-
sor het commando voor uitschakeling
wordt gegeven, wordt eerst het dim-
licht uitgeschakeld en na ongeveer 10
seconden, de buitenverlichting. BELANGRIJK
Als de verlichting
automatisch wordt ingeschakeld, kun-
nen de mistlampen voor en de mist-
achterlichten handmatig wo rden in-
geschakeld; als de verlichting auto-
matisch wordt uitgeschakeld, worden
ook de mistlampen voor en de mist-
achterlichten (indien ingeschakeld)
uitgeschakeld. Als de verlichting weer
automatisch wordt ingeschakeld, wor-
den alleen de mistlampen voor inge-
schakeld. De mistachterlichten moe-
ten, indien nodig, handmatig worden
ingeschakeld.
99
SchemersensorOp de voorruit is een infrarood-sche-
mersensor gemonteerd die in staat is
verschillen in de sterkte van het bui-
tenlicht waar te nemen, op basis van
de ingestelde gevoeligheid; hoe hoger
de gevoeligheid, hoe lager de hoe-
veelheid buitenlicht die nodig is voor
het automatisch inschakelen van de
buitenverlichting.
De schemersensor bestaat uit twee
sensoren: een sensor die in staat is de
sterkte van het buitenlicht naar boven
waar te nemen, en een sensor die in
staat is de lichtsterkte in de rijrichting
van de auto waar te nemen, zodat
tunnels en nauwe doorgangen enz.
herkend worden. Als schakelaar
Ain stand AUTOis
gedraaid (automatische inschakeling
van de verlichting) worden, als er een
storing is in de schermersensor, de
buitenverlichting en het dimlicht
onafhankelijk van de sterkte van het
buitenlicht ingeschakeld en wordt de
storing op het display van het instru-
mentenpaneel aangegeven met het be-
richt “DEFECT SCHEMERSENSOR
– BEZOEK EEN WERKPLAATS”.
De storing blijft aangegeven zolang
schakelaar Ain stand AUTOstaat. In
dat geval is het raadzaam de automa-
tische inschakeling van de verlichting
uit te schakelen en de verlichting, in-
dien nodig, handmatig in te schake-
len; wendt u zo snel mogelijk tot de
Lancia-dealer. Vertraagde uitschakeling
verlichting (functie “Follow me
home”)
Met deze functie kan met de con-
tactsleutel in stand STOPof bij uit-
genomen sleutel de buitenverlichting
en het dimlicht 30 seconden of langer
worden ingeschakeld, zodat de ruimte
voor de auto verlicht wordt.
Deze functie wordt ingeschakeld als
de linker hendel binnen 2 minuten na
het uitzetten van de motor, naar het
stuur wordt getrokken en weer wordt
losgelaten. Telkens als u de hendel be-
dient, blijft de verlichting telkens 30
seconden langer branden, tot een
maximum van 210 seconden. Dit
komt overeen met het 7 keer bedienen
van de hendel. Hierna schakelt de
verlichting automatisch uit.
De ingestelde tijd (in seconden)
wordt ongeveer 20 seconden weerge-
geven op het display van het instru-
mentenpaneel.
100
Nadat de functie is ingeschakeld,
kan de ingestelde tijd verhoogd wor-
den als de linker hendel binnen 2 mi-
nuten na het uitzetten van de motor,
naar het stuur wordt getrokken.
Het is mogelijk de functie te onder-
breken door de hendel langer dan 2
seconden naar het stuur te trekken.
Grootlichtsignaal (fig. 91)Trek de hendel naar het stuur (stand
B ). Als het grootlichtsignaal is inge-
schakeld, brandt op het instrumen-
tenpaneel het controlelampje 1.
HENDEL LINKS
Met de linker hendel bedient u het
grootlicht en de richtingaanwijzers
(pijlen).
Grootlicht (fig. 91)
Druk voor inschakeling de linker
hendel naar voren (stand A) als het
dimlicht is ingeschakeld, hetzij hand-
matig (schakelaar buitenverlichting in
stand 2), hetzij automatisch (schake-
laar buitenverlichting in stand
AUTO).
Als het grootlicht is ingeschakeld,
brandt op het instrumentenpaneel
lampje 1.
Het grootlicht wordt uitgeschakeld
als u de hendel naar het stuur trekt,
totdat deze weer in de ruststand staat. Als het grootlicht is inge-
schakeld (linker hendel
naar voren geduwd), wordt
het grootlicht automatisch inge-
schakeld als via de schemersensor
de buitenverlichting automatisch
wordt ingeschakeld. Wij raden u
echter aan het grootlicht (indien
ingeschakeld) uit te schakelen
door de linker hendel naar u toe te
trekken, als via de schemersensor
de buitenverlichting wordt uitge-
schakeld.
fig. 91
L0A0206b
fig. 92
L0A0207b
101
BELANGRIJKHet grootlichtsignaal
wordt gegeven met het grootlicht. Om
bekeuringen te vermijden, dient u
zich aan de geldende verkeerswetge-
ving te houden.
Richtingaanwijzers (pijlen - fig. 92)
Plaats de hendel:
omhoog (stand A) - rechter richting-
aanwijzer ingeschakeld
omlaag (stand B) - linker richting-
aanwijzer ingeschakeld.
Als de richtingaanwijzers zijn inge-
schakeld, brandt op het instrumen-
tenpaneel het betreffende controle-
lampje Ÿof
Δ.
De richtingaanwijzers schakelen uit
als u de hendel in de middelste stand
zet of, automatisch, als het stuurwiel
weer in de rechtuitstand komt.
BELANGRIJK Als u kort richting
aan wilt geven, voor het uitvoeren van
een handeling waarvoor het stuurwiel
slechts weinig hoeft te worden ver-
draaid, dan drukt u de hendel iets
omhoog of omlaag zonder dat de hen-
del vergrendelt. Zodra u de hendel
loslaat, gaat deze automatisch terug. HENDEL RECHTS
Met de rechter hendel bedient u de
ruitenwissers/-sproeiers voor/achter
en koplampsproeiers.
Ruitenwissers (fig. 93)
De ruitenwissers/-sproeiers werken
uitsluitend als de contactsleutel in
stand MARstaat. De hendel kan in
vijf verschillende standen worden ge-
zet:
0 - Ruitenwissers uitgeschakeld.
1 - Automatische werking. In deze
stand kan met de draaiknop Ade ge-
voeligheid van de regensensor worden
ingesteld.
2 - Langzaam continu wissen.
3 - Snel continu wissen. 4
- Tijdelijke werking (onvergren-
delde stand): als u de hendel loslaat,
springt deze direct weer in stand 0en
schakelen de ruitenwissers automa-
tisch uit.
Ruitensproeiers (fig. 94)
Als u de hendel naar het stuur trekt
(onvergrendelde stand), schakelen de
ruitensproeiers in.
Als u de hendel aangetrokken houdt,
dan worden in één beweging de rui-
tenwissers/-sproeiers ingeschakeld; de
ruitenwissers schakelen automatisch
in als u de hendel voor bediening van
de ruitensproeiers langer dan een
halve seconde aangetrokken houdt.
fig. 93
L0A0203b
fig. 94
L0A0204b
102
De ruitenwissers blijven nog enkele
slagen werken, nadat u de hendel los-
laat; na enige seconden volgt nog een
“reinigingsslag”.
De ruitensproeiermonden zijn voor-
zien van verwarmingselementen, die
automatisch in werking treden (ge-
durende ongeveer 3 seconden) als u
op de knop voor snelle ontwase-
ming/ontdooiing van de ruiten drukt.
Koplampsproeiers (fig. 95)
De koplampsproeiers worden auto-
matisch ingeschakeld als het dimlicht
brandt en de ruitensproeiers worden
ingeschakeld. BELANGRIJK
In bepaalde omstan-
digheden wordt bij ingeschakelde
koplampsproeiers automatisch de
luchtrecirculatie ingeschakeld, om te
voorkomen dat de geur van de vloei-
stof in het interieur dringt.
Regensensor
Op de voorruit is een infrarood-re-
gensensor gemonteerd. De sensor
zorgt ervoor dat de frequentie van de
slagen van de ruitenwissers, tijdens
het wissen met interval, automatisch
wordt aangepast aan de hoeveelheid
regen op de ruit.
Alle andere functies die met de
rechter hendel worden bediend (uit-
schakeling ruitenwissers, continu wis-
sen met lang of kort interval, tijdelijk
wissen met kort interval, ruiten-
sproeiers en koplampsproeiers) blij-
ven onveranderd.
fig. 95
L0A0122b
De regensensor schakelt automa-
tisch in als de rechter hendel in stand
1 (fig. 93) wordt geplaatst en heeft
een regelbereik dat oplopend varieert
van uitgeschakelde ruitenwissers
(geen slagen) als de ruit droog is, tot
ruitenwissers die ingeschakeld worden
op de tweede continue snelheid (snel
continu wissen) bij hevige regen.
Telkens als u de rechter hendel in
stand 1zet om de regensensor in te
schakelen, maken de ruitenwissers 1
slag. Hiermee wordt aangegeven dat
het systeem weer is ingeschakeld.
BELANGRIJK Houd voor een cor-
recte werking van de regensensor de
ruit in de omgeving van de sensor
schoon.