Page 47 of 148
22-04-2003
ZICHT45I-15Achterruitverwarming*
De achterruitverwarming kan alleen werken bij draaiende motor.Met een druk op het uiteinde van de bediening van de ruitenwissers wordt de achterruitverwarming ingeschakeld (en de verwarming van de spiegels*). De verwarming wordt automatisch uitgeschakeld na 12 minuten om een te hoog stroomverbruik te voorkomen. U kunt de achterruitverwarming ook uitzetten door op de schakelaar te drukken.Indien u daarna weer op de schakelaar drukt, treedt de achterruitverwarming opnieuw voor twaalf minuten in werking.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F6 - F27
Page 50 of 148
22-04-2003
A
SPIEGELS*I-17
48
Elektrisch bediende spiegels
Selecteer, indien uw auto is uitgerust met 2 elektrische buitenspiegels, de spie- gel die u wilt verstellen door het hendeltje Aals volgt te verdraaien:
- naar rechts voor de rechter buitenspiegel,
- naar links voor de linker buitenspiegel.
Verstel de spiegel in de gewenste stand met het hendeltje A.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F30
Page 68 of 148

22-04-2003
REMMEN55II-4ABS Anti-blokkeersysteem* Dit systeem biedt u meer veiligheid doordat het voorkomt dat de wielen geblokkeerd raken bij hevig remmen of bij remmen op een glad wegdek.
Met het ABS blijft de besturing beter onder controle.
Alle elektrische componenten die essentieel zijn voor het ABS worden voor en tijdens het rijden op hun goede werking
gecontroleerd door een elektronisch controlesysteem. Het controlelampje van het ABS brandt bij het aanzetten van het
contact en moet na circa twee seconden uitgaan. Indien het controlelampje niet dooft, betekent dit dat het ABS vanwe-
ge een storing is uitgevallen. Ook wanneer het controlelampje tijdens het rijden brandt, is dit een teken dat het ABS niet
werkt. In beide gevallen behoudt het gewone remsysteem zijn normale werking, net als bij autoÕs zonder ABS. Om de
correcte werking van het ABS en de daarvan afhankelijke veiligheid te herstellen, dient het ABS echter onmiddellijk teworden nagekeken door een van onze dealers.
Op gladde wegen (grind, sneeuw, ijzel, enz.) blijft voorzichtig rijden geboden.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F12
(onder de motorkap)
MF4 (met ABS)
Page 70 of 148

22-04-2003
SNELHEIDSREGELAAR*57II-5Let op:
Maak uitsluitend gebruik van de snelheidsregelaar indien de rijomstandigheden een constante snelheidtoelaten. Gebruik deze voorziening niet op drukkewegen, op een ongelijkmatig wegdek, op gladdewegen of onder andere omstandigheden die het rij-den bemoeilijken.
Opheffen van de ingestelde snelheid
Trap het rem- of koppelingspedaal in.Of trek de bedieningshendel
Anaar u toe.
Dit gebeurt wanneer het contact wordt afgezet bij stil- staande auto of door op de schakelaar Bte drukken - het
lampje gaat vervolgens uit. De ingestelde snelheid wordt door deze handelingen niet uit het geheugen gewist.
Terugkeer naar de laatst ingestelde snelheid
Tik de hendel Anaar boven of naar beneden om de snel-
heidsregelaar weer in te schakelen.De auto hervat vervolgens de laatst ingestelde snelheid.
Verhogen van de ingestelde snelheid Druk hendel Anaar boven tot de gewenste snelheid
wordt bereikt.Laat de hendel weer los. De nieuwe snelheid ligt nu vast.
Verlagen van de ingestelde snelheid Druk hendel Anaar beneden tot de gewenste snelheid
wordt bereikt (snelheid mag niet lager worden dan
40 km/h). Laat de hendel weer los. De nieuwe snelheid ligt nu vast. Opheffen van de ingestelde snelheid Bij stilstand: Zet het contact af. AdviesPlaats uw voet niet onder het gaspedaal tijdens het
gebruik van de snelheidsregelaar, aangezien daardoorde automatische bewegingen gehinderd kunnen wordenen bovendien uw voet beklemd kan raken.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F3
Page 72 of 148
22-04-2003
SCHAKELEN59II-6De automatische transmissie met vier versnellingen biedt de vol-gende mogelijkheden: -Werking volgens het auto-adap- tatieve principe , waarbij het
schakelen automatisch op uw rijstijl wordt afgestemd.
- Werking in de handbediendestand , waarbij het schakelen
handmatig gebeurt.
- Werking in de automatischestand "Sneeuw"
Stand van de schakelhendel De instelling van de versnellingsbak en de stand van de schakelhendelzijn zichtbaar op een scherm in hetinstrumentenpaneel.
Schakelhendel van de automa-tische transmissie
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F12
Page 80 of 148
22-04-2003
VENTILATIE - VERWARMINGIII-1
66
Luchtinlaat Houd het luchtinlaatrooster onder de voorruit altijd
schoon (verwijder dorre bladeren, sneeuw, etc.). Indien u voor het wassen van uw auto gebruik maakt van een hogedrukspuit, richt dan nimmer de straal op deluchtinlaatroosters. Ventilatieroosters Onder de ventilatieroosters in het dashboard bevinden zich wieltjes voor het openen en sluiten van de roosters.De roosters kunnen worden bewogen om de luchtstroomte regelen (hoog-laag, links-rechts). Luchtcirculatie Een aangename atmosfeer wordt in de eerste plaats ver- kregen door een goede luchtverdeling in de auto, zowel
v——r als achter.
In de vloer van de auto, onder de voorstoelen, zijn ventilatieroos-ters aangebracht voor een betere verwarming van het achtercom-partiment. Zorg ervoor dat deze roosters niet worden afgedekt.
Page 82 of 148

22-04-2003
ABC
D
AIRCONDITIONING*III-2
68
Airconditioning
De airconditioning is ook in de winter nuttig, omdat deze de luchtvochtigheid vermindert. Druk op de schakelaar Aop het dashboard.
Het controlelampje brandt als de airconditio- ning aan staat.
Voor een doeltreffend gebruik van de aircondi- tioning dienen de ramen gesloten te zijn. Dit systeem bevat geen milieuvervuilende cfk's, maar een vervangend koudemiddel. Laat, wanneer de auto lange tijd in de zon heeft gestaan en het binnen erg warm is, de aircon-ditioning even werken met de ramen open. Sluitvervolgens de ramen.
Recirculatie van de interieurlucht
Gebruik voor een effici‘ntere werking van deairconditioning bij zeer warm weer of wanneeru door een onaangenaam ruikende omgevingrijdt de stand recirculatie interieurlucht. Zet schakelaar Bin de uiterst linkse stand en
zet de aanjagerknop Din de middelste stand.
Zet, zodra de omstandigheden het toelaten, de ventilatie weer in een normale stand, om hetinterieur van verse lucht te voorzien. Versneld ontwasemen Zet de airconditioning aan.Zet de ventilatie in de stand voor maximum aanvoer van
buitenlucht.Zet de luchtverdeler Cin de stand ÒontwasemenÓ.
Zet de bediening van de temperatuur in de stand ÒmaximumÓ. N.B.: De waterdamp die tegen de wanden van de verdamper van
het airco-systeem condenseert, wordt druppelsgewijs via een spe- ciale opening afgevoerd. Onder de auto kan zich hierdoor een plas-je water vormen.
Voor het behoud van de afdichting van de aircocompressor is het absoluut noodzakelijk dat u hem ten minste ŽŽn maal permaand laat werken. De airconditioning is ook in de winter nuttig, omdat deze de lucht-
vochtigheid vermindert.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F5 - F20 - F25
(onder de motorkap)
F13 - F15 (met ABS)
Page 83 of 148
22-04-2003
BINNENVERLICHTING*69III-3
Plafondlampje voor Deze wordt bediend door het ope- nen van een voorportier of door hetkantelen van het transparante kapjevan de plafondlamp. Plafondlamp achter COMBI De plafondlamp wordt bediend door het kantelen van het transparantekapje.
Plafondlamp achterBestelwagenuitvoering De plafondlamp wordt bediend door het kantelen van het transparantekapje.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F15 - F25