Page 32 of 148
22-04-2003
B
INSTRUMENTENPANEEL*31I-12
Sterkte van de dashboardverlichting Het verstellen dient te gebeuren door op de bediening B
te drukken bij draaiende motor en brandende parkeer- lichten. - Verscheidene malen drukken: de sterkte van de
dashboardverlichting varieert progressief.
- Ingedrukt houden van de knop: de sterkte van de
dashboardverlichting varieert snel.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringenonder dashboard F19
Page 34 of 148

22-04-2003
BESTUURDERSPLAATS, OVERZICHT*33I-12
1 Linker zijventilatierooster.
2 Linker luidspreker (Tweeter).
3 Schakelaar snelheidsregelaar.
4 Bediening: ¥ Claxon.
¥ Verlichting.
¥ Richtingaanwijzer.
¥ Mistlichten voor.¥ Mistachterlicht.
5 Instrumentenpaneel.
6 Bediening autoradio vanaf het
stuur.
7 Bediening:
¥ Ruitenwissers voor.
¥ Ruitensproeier.
¥ Ruitenwisser achter.
8 Centrale ventilatieroosters.
9 Inbouwruimte radio of opberg- vak.
10 Lampje elektronische startbe-veiliging. 11
Airbag passagierszijde*.
12 Rechter luidspreker (Tweeter).
13 Rechter zijventilatierooster.
14 Handschoenenkastje.
15 Bediening:
¥ Airconditioning of verwar-
ming/ventilatie
16 Asbak voor met sigarenaanste-
ker.
17 Versnellingspook.
18 Bediening: ¥ Airconditioning.¥ Alarmverlichting.¥ Achterruitverwarming.
19 Contactslot.
20 Klepje zekeringkastje.
21 Bestuurdersairbag. 22
Bedieningshendel stuurverstel- ling.
23 Hendel snelheidsregelaar.
24 Bediening:
¥ Verstelling van de koplampen.
¥ Regelknop dashboardverlich-
ting.
25 Opbergvak.
26 Openen motorkap.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Page 36 of 148

22-04-2003
INSTRUMENTENPANEEL*35I-12Koelvloeistoftemperatuurmeter
Waarschuwingslampje koelvloeistofOnder normale omstandigheden geeft de wijzer een temperatuur aan die kan oplopen tot 100 ¡C.
Onder zware gebruiksomstandigheden gecombineerd met een hoge buitentemperatuur, kan de wijzer dicht bij het rode gebied komen. Mocht de wijzer in het rode gebied komen of gaat het lampje branden, stop dan onmiddellijk en zet het contact af. Het kan zijn dat de koelventilator in zoÕn geval nog enige tijd blijft werken. Laat de
motor afkoelen en neem de voorzorgsmaatregelen die te vinden zijn in hoofdstuk IV - Onderhoud - ÇNiveaus, controles È. Een te hoge koelvloeistoftemperatuur kan diverse oorzaken hebben; waarschuw onze dichtstbijzijnde
dealer.
Wanneer dit lampje oplicht, knippert ook het STOP-lampje.
Tijdelijke oliepeilmetingBij aanzetten van het contact geeft de wijzer het olieniveau aan en gaat vervolgens weer op nul staan.Controleer met de oliepeilstok het olieniveau wanneer het wijzertje zich in de markering voor minimum olieniveau bevindt. Brandstofmeter Zodra het lampje van de minimum hoeveelheid brandstof permanent brandt, zit er nog ongeveer 5/7 liter reservebrandstof in de tank. Inhoud tank:
circa 80 liter.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F2
Page 37 of 148

22-04-2003
INSTRUMENTENPANEEL*35I-12Koelvloeistoftemperatuurmeter
Waarschuwingslampje koelvloeistofOnder normale omstandigheden geeft de wijzer een temperatuur aan die kan oplopen tot 100 ¡C.
Onder zware gebruiksomstandigheden gecombineerd met een hoge buitentemperatuur, kan de wijzer dicht bij het rode gebied komen. Mocht de wijzer in het rode gebied komen of gaat het lampje branden, stop dan onmiddellijk en zet het contact af. Het kan zijn dat de koelventilator in zoÕn geval nog enige tijd blijft werken. Laat de
motor afkoelen en neem de voorzorgsmaatregelen die te vinden zijn in hoofdstuk IV - Onderhoud - ÇNiveaus, controles È. Een te hoge koelvloeistoftemperatuur kan diverse oorzaken hebben; waarschuw onze dichtstbijzijnde
dealer.
Wanneer dit lampje oplicht, knippert ook het STOP-lampje.
Tijdelijke oliepeilmetingBij aanzetten van het contact geeft de wijzer het olieniveau aan en gaat vervolgens weer op nul staan.Controleer met de oliepeilstok het olieniveau wanneer het wijzertje zich in de markering voor minimum olieniveau bevindt. Brandstofmeter Zodra het lampje van de minimum hoeveelheid brandstof permanent brandt, zit er nog ongeveer 5/7 liter reservebrandstof in de tank. Inhoud tank:
circa 80 liter.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F2
Page 38 of 148
22-04-2003
A
INSTRUMENTENPANEEL*I-12
36
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F2 - F19
Buitentemperatuurmeter De buitentemperatuur verschijnt op het display zodra het contact wordtaangezet.
Wanneer ''¡C'' knipperend wordt weergegeven, is dat een waarschu-wing voor mogelijke ijzelvorming.
Nulstelling van de dagteller
Wanneer u op de knop
Adrukt,
wordt in plaats van de totale kilome- terstand de dagtellerstand weerge-geven. Houd de knop even ingedrukt voor het verkrijgen van de nulstelling. Sterkte van de dashboardverlich-ting De sterkte van de dashboardver-
lichting is regelbaar.
Verdraai hiertoe het stelwieltje linksonderin het dashboard.
Page 43 of 148

22-04-2003
SIGNALERING*41I-14Claxon Druk tegen het uiteinde van de hendel. Lichtsignaal
Trek de hendel naar u toe.Het geven van een lichtsignaal is ook mogelijk bij afgezet contact. Richtingaanwijzers Linksaf: druk de hendel naar beneden.Rechtsaf: duw de hendel naar boven.Om van richting te veranderen, moet de hendel door de weerstand naar boven of beneden worden bewogen. De richtingaanwijzer wordt automatisch uitge-
schakeld bij het terugdraaien van het stuur. Alarmverlichting
Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaan- wijzers. Gebruik deze verlichting uitsluitend indien sprake is van gevaar: bij een nood- stop of bij rijden tijdens ongewone omstandigheden. Deze verlichting werkt ook met afgezet contact.Zolang u met alarmverlichting rijdt kunt u geen richting aangeven.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F7 - F26 - F30Beschermende zekeringen(onder dashboard) F4 - F9 - F18 - F19
(onder de motorkap)
F3 - F4 - F7 - F8 (met ABS)
F2 - F3 - F12 - F13 (zonder ABS)
Page 45 of 148
22-04-2003
SIGNALERING*43I-14Verstelling van de koplampen Het is raadzaam de reikwijdte van de lichtbundel van de koplam- pen aan te passen aan de belading van de auto. Elektrische bediening* Op het dashboard links van de bestuurder:0 ledige auto
1 gering beladen auto
2 gemiddeld beladen auto
3 zwaar beladen auto
Handbediening*Gebruik hiertoe de bedieningsor- ganen achter beide koplampunits inhet motorcompartiment.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F4
Page 46 of 148
22-04-2003
1
2
3
4
0
ZICHTI-15
44
Ruitenwissers voor
3 Snel wissen.
2 Normaal wissen.
1 Interval.
0 Wissen uit.
4 EŽn keer wissen. Druk de hendel naar beneden.
Wanneer u de bediening naar u toe trekt: Ruitensproeier en koplampwissers, bij ontstoken dimlichten.*
Twee keer sproeien binnen een tijdsbestek van 10 seconden is voldoende voor een goede reiniging.
Let op: Autowassen met aangezet contact , bijvoorbeeld in een wasstraat:
- zet de schakelaar in de stand 0-Wissen uit.
* Afhankelijk van uitvoering of land
Beschermende zekeringen(onder dashboard) F9 - F24
(onder de motorkap)
F10 - F12 (met ABS)
F4 (zonder ABS)