
22-09-2003
Dimmer dashboard-verlichting Druk, tijdens het branden van de ver-lichting, op de knopom de sterkte van de
dashboardverlichting te veranderen.Als de verlichting de zwakste (of fel-ste) stand heeft bereikt, laat dan deknop los en druk deze vervolgensopnieuw in om de verlichting weerfeller (of zwakker) te maken. Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Nulstelling dagteller
Druk, terwijl het con- tact aan is, de knop in.
Display op het instrumentenpaneel Dit heeft na het aanzetten van het contact 3 verschillende functies:
Ð onderhoudsintervalindicator (zie het desbetreffende hoofdstuk),
Ð motorolieniveaumeter,
Ð kilometerteller (totale kilometerstand en dagteller).Opmerking:
De totale kilometerstand en de dagteller worden gedurende dertig
seconden na het uitzetten van het contact, bij het openen van het bestuurder- sportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto weergegeven. Motorolieniveaumeter Bij het aanzetten van het contact, wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden weergegeven en vervolgens gedurende ongeveer 10 seconden hetmotorolieniveau.
Te hoog motoroliepeil Knipperen duidt op een te hoog motoroliepeil, hetgeen ernstige motorschade kan veroorzaken. Controleer het olieniveau met depeilstok. Als inderdaad blijkt dat het oliepeil te hoog is, neem dan zo spoe-
dig mogelijk contact op met een PEUGEOT-servicepunt.
Te laag motoroliepeil Knipperen duidt op een te laag motoroliepeil, hetgeen ernstige motorschade kan veroorzaken. Controleer het olieniveau met depeilstok. Als inderdaad blijkt dat het oliepeil te laag is, vul dan onmiddellijk motorolie bij. Defecte motorolieniveaumeter Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het oliepeil in orde is, duidt het knipperen op een
defect aan de motorolieniveaumeter.
Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN
34
Controle van het olieniveau met de peilstok is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 10 minuten niet heeft gedraaid.

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL
50
Toets Functie
A Indrukken: AAN/UIT-schakelaar radio/autotelefoon. Draaien: volumeregeling - Instelling van bassen, hoge tonen, loudness, fader (geluidsverdeling
voor/achter), balans (geluidsverdeling links/rechts), automatische volumeregeling.
B Uitwerpen van de CD.
C SOURCE Selecteren van de geluidsbron: radio, CD of CD-wisselaar.
D Opnemen (Tel./inkomend gesprek) -
Weergave van het snelmenu (Tel./geen verbinding).
E Toegang tot het servicemenu "PEUGEOT".
Tussen de 2 en 8 seconden indrukken: directe verbinding met PEUGEOT Assistance.
Langer dan 8 seconden indrukken: verbinding wordt verbroken.
F MODE Wijziging van de weergave.
Langer dan 2 seconden indrukken: weergave van algemene informatie.
G Indrukken: weergave van het snelmenu van het desbetreffende venster - Bevestiging ingevoerde
tekst of instelling. Draaien: cursor in menu verplaatsen - Selecteren functie/parameter - Instellen.
H Zoeken naar zenders in oplopende frequentie, stapsgewijs of doorlopend (ingedrukt houden).
Selecteren van vorige CD (CD-wisselaar) - verplaatsing op kaart (navigatie).
I Zoeken naar zenders in aflopende frequentie, stapsgewijs of doorlopend (ingedrukt houden).
Selecteren van volgende CD (CD-wisselaar) - verplaatsing op kaart (navigatie).
J Infraroodvenster (IrDA)*.
K ESC Annuleren van de geselecteerde functie. Langer dan 2 seconden indrukken:
wissen van alle bovenliggende vensters en terugkeer naar de permanent weergegeven toepassing.
LOpening voor SIM-kaart.
M kkAutomatisch zoeken naar zenders in oplopende frequentie - Selecteren van volgende nummer op CD.
Verplaatsing op kaart (navigatie).
Twee keer indrukken: zenders afzoeken in de stand DX i.p.v. in de stand LO.Langer dan twee seconden indrukken: snel vooruit spoelen (CD).

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL
52
ALGEMENE FUNCTIES AAN/UIT
Druk, als het contact AAN is of in de stand ACCESSOIRES staat, op de knop Aom het radiogedeelte van de
autoradio/telefoon RT3 in of uit te schakelen. Opmerking: Druk als de contactsleutel afwezig is op de knop Aom de telefoonfunctie in of uit te schakelen.
De autoradio/telefoon RT3 kan gedurende 30 minuten werken zonder dat het contact aanstaat.
Opmerking:
Ð De SIM-kaart mag alleen verwijderd worden als de autoradio/telefoon is uitgeschakeld.
Ð Druk, als de autoradio/telefoon na 30 minuten automatisch uitgeschakeld is, op toets Dom een telefonische oproep te doen.
Ð De autoradio/telefoon kan na onderbreking van het contact weer ingeschakeld worden door op toets D, E of Vte drukken
of door een CD in de CD-speler te plaatsen.
Diefstalbeveiliging
De autoradio/telefoon RT3 is zodanig gecodeerd dat deze uitsluitend in uw auto functioneert. Raadpleeg uw PEUGEOT- servicepunt als u het systeem in een andere auto wilt installeren. De diefstalbeveiliging is volledig automatisch en behoeft daarom niet te worden ingeschakeld of ingesteld.
REGELING VAN HET VOLUME Draai aan de knop Aom het volume van de autoradio/telefoon te verhogen of te verlagen.
Opmerking: De regeling van het volume kan voor elke geluidsbron worden gebruikt. Het volume kan afzonderlijk op de
radio, CD-speler of CD-wisselaar geregeld worden.
AUDIO-INSTELLINGEN Druk herhaaldelijk op de toets Uvoor toegang tot de vensters voor instelling van de Bassen, de Hoge tonen , de
Loudness , de Fader (geluidsverdeling V/A), de Balans(geluidsverdeling L/R) en de Automatische volumeregeling .
Deze functie wordt weer uitgeschakeld door op de toets "ESC"te drukken of wordt na enkele seconden auto-
matisch weer uitgeschakeld als er geen instellingen gewijzigd worden Opmerking: De instellingen voor de bassen, hoge tonen en loudness zijn gekoppeld aan de op dat moment inge-
schakelde geluidsbron. Zo kan de toonhoogte voor de radio, CD of CD-wisselaar verschillend worden ingesteld.

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL
66
Diensten*
Druk op de toets Eom het menu "Diensten"weer te geven en selecteer ŽŽn van de volgende diensten:
¥ "Customer Contact Center" voor een directe verbinding met het Customer Contact Center van PEUGEOT en
de bijbehorende diensten (deze verbinding wordt verbroken op het moment dat een noodoproep of een oproep voor technische assistentie wordt geplaatst).
¥ "PEUGEOT Assistance" voor een directe verbinding met de alarmcentrale van PEUGEOT en wordt u snel weer op weg
geholpen (u kunt wanneer u per ongeluk op deze toets heeft gedrukt dit binnen 6 seconden ongedaan maken). U kunt tij-
dens de verbinding met PEUGEOT Assistance behalve een noodoproep geen andere verbindingen tot stand brengen.
¥ "Diensten gebruiker" voor toegang tot een lijst met specifieke diensten (bijv.: klantenservice, kostenoverzicht, nieuws,
beursberichten, weer, reizen, spelletjes, enz.), indien deze diensten beschikbaar zijn.
Noodoproep*
Druk in een noodgeval op de toets Vtot een geluidssignaal te horen is en een venster voor het bevestigen/annu-
leren van de oproep (binnen 6 seconden) verschijnt of voer direct het nummer 11 2in.
Als er geen contract is afgesloten voor deze speciale service, dan is de toets SOSzo ingesteld dat hij een noodoproep ver-
zendt naar 11 2- een uniek nummer dat via het wereldwijde GSM-netwerk speciaal bereikbaar is voor noodoproepen.
Om een dergelijke oproep te kunnen verzenden, moet de autoradio/telefoon een uit cellen bestaand netwerk detecteren. Eris geen enkele beveiliging nodig en het is voor het gebruik van dit netwerk niet nodig de SIM-kaart te installeren of de PIN-code in te geven.
"PEUGEOT Assistance"/Noodoproep
Tijdens een gesprek met "PEUGEOT Assistance" of tijdens een noodoproep zijn telefoongesprekken of het versturen en ontvangen van SMS-berichten niet mogelijk; deze worden doorgeleid naar de voicemail.
In dat geval gaat een groene diode op de voorkant van de autoradio/telefoon RT3 knipperen op het moment dat u een
noodoproep heeft gedaan of "PEUGEOT Assistance" heeft opgeroepen. Wanneer de oproep in behandeling wordt geno-
men door de betreffende hulpdienst gaat de diode permanent branden.
* Indien de optie en dienst beschikbaar zijn.

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL79
Met behulp van deze functie kan:
Ð een willekeurig punt op de kaart
worden geselecteerd om een navi- gatie naar dit punt op te starten ofom adresgegevens van dit punt teverkrijgen (indien mogelijk hetpostadres of anders de GPS-cošr-dinaten).
Ð met behulp van de vier pijlen die de windrichtingen (Noord, Oost,
Zuid, West) aangeven, de kaartverschoven worden.
Ð worden ingezoomd op de kaart vol- gens elf voorgeprogrammeerdeschalen.
Ð het snelmenu "Kaart"worden weer-
gegeven.
"Selecteren-verplaatsen op kaart"
Vanuit het algemene menu biedt het
hoofdmenu "Kaart"verschillende
mogelijkheden voor de navigatie:
Ð inschakelen van de weergave "Selecteren-verplaatsen op kaart".
Ð ori‘ntatie van de kaart naar het Noorden of naar de rijrichting van de auto.
Ð centreren van de auto in de kaart.
Ð openen van op de kaart zichtbare menu's voor het selecteren van diensten, zoals hotels, servicesta-tions, enz.
Ð weergave van het venster voor het invoeren van de omschrijving omde huidige positie van de auto in tevoeren in een kaart van de index.
Kaart*Het aan de toepassing
"Kaart" en
de functie "Selecteren-verplaatsen
op kaart" gekoppelde snelmenu
verschijnt in een bovenliggend ven- ster als deze toepassing actief is inhet basisscherm. Het menu is beperkt tot de volgende functies:
Ð weergave van informatie over de op de kaart geselecteerde plaats.
Ð selecteren van een bestemming door een plaats op de kaart te selecteren.
Ð opslaan van een geselecteerde plaats (indien mogelijk het post-adres of anders de GPS-cošrdina-ten om deze in te voeren in eenkaart van het geheugen).
Ð inschakelen van de weergave "Volgen auto op kaart".
* Alleen bij kleurenscherm DT.
Snelmenu "Kaart"

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL83
5. Luchtverdeling
Druk deze toets herhaalde- lijk in om de luchtstroom teverdelen naar:
Ð de voorruit (ontwasemen en ont- dooien).
Ð de voorruit en de beenruimte.
Ð de beenruimte.
Ð de linker, rechter en middelste ven- tilatieroosters en de beenruimte.
Ð de linker, rechter en middelste ventilatieroosters.
7. Toevoer van buitenlucht Bij het indrukken van deze toets wordt de lucht in hetinterieur gerecirculeerd.Deze stand, aangegeven
op het display, dient om de toevoervan buitenlucht bij stank en stof-overlast af te sluiten. Gebruik de luchtrecirculatie alleen als dit echt nodig is. Druk de toetsnogmaals in om de automatischetoevoer van buitenlucht te hervatten. Opmerking: Om te voorkomen dat
de ruiten beslaan bij koud of vochtig
weer, raden we u aan dan niet deinstelling "luchtrecirculatie" te kiezen.
4. Airconditioning
Bij het indrukken van dezetoets wordt de airconditio-ning uitgeschakeld. De aan-duiding ECOverschijnt op
het display. Druk de toets nogmaalsin om de automatische werking vande airconditioning te hervatten. Deaanduiding A/Cverschijnt op het dis-
play. 8. Uit
Bij het indrukken van de toets
OFFwordt het systeem
volledig uitgeschakeld.
De temperatuur zal dan nietmeer optimaal zijn, maar er
blijft een kleine luchtstroom gehand-haafd om te voorkomen dat de ruitenbeslaan en om de lucht te verversen. Het systeem wordt weer opnieuw met de laatste instellingen ingescha-keld door op de toets OFF, AUTO of
zicht te drukken.
Opmerking: Druk op de toets toe-
voer van buitenlucht 7om de lucht-
toevoer volledig af te sluiten.
9. Achterruitverwarming
en verwarming buitenspiegels
Druk op deze toets om de achterruitverwarming en deverwarming van de buiten-spiegels in te schakelen.
De verwarming wordt automatischuitgeschakeld. Druk de toets nog-maals in om de achterruitverwar-ming eerder uit te schakelen. Opmerking: Deze functie is uitge-
schakeld wanneer het dak in de bagageruimte is opgeborgen. Belangrijke voorzorgsmaatregelen Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan omhet systeem in perfecte staat tehouden. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en laat het systeem
in dat geval door uw PEUGEOT-servicepunt controleren.
Handmatige bediening Al naar gelang uw wensen kunt u de automatische bediening van hetsysteem handmatig aanpassen. Deoverige functies worden automa-tisch geregeld. Bij het indrukken vande toets
AUTOzal het systeem
weer volledig automatisch functio-neren.
6. LuchtopbrengstDe luchtopbrengst kanvergroot of verkleindworden door respec-tievelijk de toets +of Ð
in te drukken.
Opmerkingen Condensvorming in de airconditio- ning kan ertoe leiden dat er zicheen klein plasje water onder deauto vormt, dit is een normaal ver-schijnsel. Om het beslaan van de ruiten te voorkomen is het raadzaam destand ECObij koud of vochtig weer
niet te gebruiken.

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL85
Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn verwij-derd; de hoofdsteunenmoeten zijn geplaatst encorrect zijn afgesteld.
4 - Hoogteverstelling bestuurders-
en passagiersstoel:
Trek de hendel omhoog of duw deze omlaag tot de gewenstestand bereikt is.
5 - Hoogte- en hoekverstelling hoofdsteun
Trek de hoofdsteun naar voren en schuif deze naar wens gelijk-tijdig omhoog of omlaag.
De juiste stand van de hoofd-steun is als de bovenzijdevan de hoofdsteun zich terhoogte van de bovenzijdevan het hoofd bevindt.
Zet, om de hoofdsteun te verwij-deren, deze in een van de hoog-ste standen, druk de lip metbehulp van een muntstukomhoog en trek de hoofdsteungelijktijdig naar voren en omhoog. Steek om de hoofdsteun terug te zetten de pennen in de openin-gen van de rugleuning tot dehoofdsteun op zijn plaats blijft. 6 - Schakelaars stoelverwarming
Druk de schakelaar in. De tem-peratuur wordt automatischgeregeld. Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming weer uit teschakelen. Opmerking: De geselecteerde
stand van de stoelverwarming blijft nadat het contact is afgezet nogtwee minuten in het geheugen.
Actieve rugleuning (voorstoelen)
De rugleuning is voorzien van eensysteem dat de zogenaamde whip-lash voorkomt. In het geval van een aanrijding zorgt de kracht van het lichaam op de rug-leuning ervoor dat de hoofdsteunnaar voren en omhoog komt,waardoor wordt voorkomen dat hethoofd een sterke achterwaartsebeweging maakt. HOOFDSTEUNEN ACHTER De hoofdsteunen achter kunnen niet worden verwijderd en zijn niet ver-
stelbaar. Ze bevatten de veiligheids-bogen die zowel met het dakomhoog als met weggeklapt dak uit-klappen bij een koprol van de autoom de inzittenden te beschermen.
Plaats geen kledingstuk- ken op de hoofdsteunen
achter. Gebruik een spe-ciale, door uw PEUGE-
OT-
servicepunt aanbevolen
hoes. Laat na een aanrijding de veilig- heidsbogen controleren door een
PEUGEOT-servicepunt.

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL85
Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn verwij-derd; de hoofdsteunenmoeten zijn geplaatst encorrect zijn afgesteld.
4 - Hoogteverstelling bestuurders-
en passagiersstoel:
Trek de hendel omhoog of duw deze omlaag tot de gewenstestand bereikt is.
5 - Hoogte- en hoekverstelling hoofdsteun
Trek de hoofdsteun naar voren en schuif deze naar wens gelijk-tijdig omhoog of omlaag.
De juiste stand van de hoofd-steun is als de bovenzijdevan de hoofdsteun zich terhoogte van de bovenzijdevan het hoofd bevindt.
Zet, om de hoofdsteun te verwij-deren, deze in een van de hoog-ste standen, druk de lip metbehulp van een muntstukomhoog en trek de hoofdsteungelijktijdig naar voren en omhoog. Steek om de hoofdsteun terug te zetten de pennen in de openin-gen van de rugleuning tot dehoofdsteun op zijn plaats blijft. 6 - Schakelaars stoelverwarming
Druk de schakelaar in. De tem-peratuur wordt automatischgeregeld. Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming weer uit teschakelen. Opmerking: De geselecteerde
stand van de stoelverwarming blijft nadat het contact is afgezet nogtwee minuten in het geheugen.
Actieve rugleuning (voorstoelen)
De rugleuning is voorzien van eensysteem dat de zogenaamde whip-lash voorkomt. In het geval van een aanrijding zorgt de kracht van het lichaam op de rug-leuning ervoor dat de hoofdsteunnaar voren en omhoog komt,waardoor wordt voorkomen dat hethoofd een sterke achterwaartsebeweging maakt. HOOFDSTEUNEN ACHTER De hoofdsteunen achter kunnen niet worden verwijderd en zijn niet ver-
stelbaar. Ze bevatten de veiligheids-bogen die zowel met het dakomhoog als met weggeklapt dak uit-klappen bij een koprol van de autoom de inzittenden te beschermen.
Plaats geen kledingstuk- ken op de hoofdsteunen
achter. Gebruik een spe-ciale, door uw PEUGE-
OT-
servicepunt aanbevolen
hoes. Laat na een aanrijding de veilig- heidsbogen controleren door een
PEUGEOT-servicepunt.