
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 23
B220C01Y-GXT Veiligheidsgordel losmaken
WAARSCHUWING:
o Bij gebruik van de middelste veiligheidsgordel voor deachterbank, moeten alle slottongen en sloten zijnvergrendeld. Als één van de metalen slottongen of sloten niet is vergrendeld, neemt de kansop verwondingen bij een aanrijding toe.
o De metalen slottong (a) en het slot (b) mogen alleen in de volgende gevallen wordenlosgemaakt.
(1) Wanneer de neerklapbare rugleuning wordt neergeklapt.
(2) Wanneer de achterste veiligheidsgordels door andere voorwerpen kunnen wordenbeschadigd.
o Sluit de metalen slottong (a) onmiddellijk weer op het slot (b)aan nadat de rugleuningenrechtop zijn geplaatst.
o Breng een puntig gereedschap aan in de groef op de gesp (b)om de metalen lip (a) los te maken van de gesp (b).
!
B220C01L
Voor het losmaken van de
veiligheidsgordel moet de knop in het slot worden ingedrukt. WAARSCHUWING:
Het slotmechanisme voor de middelste veiligheidsgordel van de achterbank, is anders dan dat voor de schoudergordels. Controleer bijhet vastmaken van de middelste gordel of de schoudergordels of de slottongen in de juiste slotenworden aangebracht, zodat een maximale bescherming van de veiligheidsgordels wordt verkregenen een goede werking is gewaarborgd.
!

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 25
o Als de veiligheidsgordel niet
volledig passend is voor het kind, moet een goedgekeurde zitblokop de achterbank worden gebruikt, zodat de zithoogte van het kind wordt aangepast aan deaanwezige veiligheidsgordel.
o Laat nooit een kind op de zitting
staan of knielen.
o Gebruik nooit een babydrager of
kinderzitje dat over de rugleuning"haakt"; het kan bij een aanrijding onvoldoende bescherming geven.
o Laat onder het rijden een inzittende nooit een kind in dearmen houden; hierdoor kan het kind bij een aanrijding of eensterke afremming ernstig gewond raken. Het vasthouden van een kind tijdens het rijden biedt geenenkele vorm van bescherming, zelfs niet als de betreffende persoon de veiligheidsgordelheeft omgegespt.
o Wanneer het kinderzitje niet cor- rect is bevestigd, neemt de kans op ernstige of dodelijk letsel bij een ongeval sterk toe.B230F01A-GXT Op middelste plaats op achterbank aanbrengen
B235G01Y-1
Gebruik de middelste veiligheidsgordel
om het veiligheidssysteem voor kinderen, zoals afgebeeld, te bevestigen. Probeer na het aanbrengen het kinderzitje voor- enachteruit en zijdelings te bewegen om te controleren of het goed door de gordel wordt vastgehouden.
Als het zitje kan worden bewogen
moet de lengte van de veiligheidsgordel worden gewijzigd. Haak vervolgens de haak van debevestigingsband in de bevestiging en zet het zitje vast. Raadpleeg altijd de aanwijzingen van de fabrikantvoordat het veiligheidssysteem voor kinderen in uw auto wordt aangebracht. B230G01A-GXT Op buitenste plaats van achterbank aanbrengen
B230G01L
Trek de driepuntsgordel uit het oprolmechanisme om het kinderzitjeop de buitenste plaats van de achterbank aan te kunnen brengen. Breng het kinderzitje aan, sluit deveiligheidsgordel en trek de gordel strak. Let erop dat de heupgordel strak om het kinderzitje zit en dat deschoudergordel zodanig is aangebracht dat deze niet tegen het

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 31
De veiligheidsgordel met gordelspanner werkt op dezelfde wijze als de veiligheidsgordel metoprolautomaat ELR (Emergency Lock- ing Retractor = noodblokkeringssysteem). Als de autosterk wordt afgeremd of als de inzittende zich te snel naar voren beweegt, blokkeert deveiligheidsgordel.Bij een voldoende zware frontaleaanrijding wordt de gordelspanner geactiveerd, waardoor de veiligheidsgordel strakker tegen hetlichaam van de inzittende wordt getrokken. Het systeem van veiligheidsgordels
met gordelspanner bestaat uit de volgende belangrijke onderdelen. Demontageplaatsen zijn in de afbeelding aangegeven.
1. SRS airbag controlelamp
2. Veiligheidsgordel met gordelspanner
3. SRS regeleenheid
B180B02S
1
2 3Airbageenheid voor bestuurderszijdeAirbageenheid voor passagiers- zijde WAARSCHUWING:
Om maximaal te profiteren van de
veiligheidsgordel met gordelspanner:
1. Gesp de veiligheidsgordel altijd correct om.
2. Stel de veiligheidsgordel correct
af. N.B.:
o Zowel de gordelspanner voor de
bestuurder als de voorpassagier worden onder bepaalde omstandigheden bij een frontale aanrijding geactiveerd. Degordelspanners kunnen alleen worden geactiveerd, of als de frontale aanrijding ernstig genoegis, samen met de airbags.
o Bij het activeren van de
gordelspanners is er een hard geluid hoorbaar en komt fijne stof (dat op rook kan lijken) vrijin de auto. Dit is normaal en niet gevaarlijk.
o Hoewel het ongevaarlijk is kan de huid door de fijne stof geïrriteerd raken en moet het nietgedurende langere tijd worden ingeademd. Daarom moeten de handen en het gezicht zorgvuldigworden gewassen nadat bij een aanrijding de gordelspanners zijn geactiveerd.
!

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 37
B990B04Y-GXT Zij-airbag o Voor de beste bescherming van
het zij-airbagsysteem en om verwondingen bij het in werkingtreden van de zij-airbag te voorkomen, moeten de beide inzittenden van de voorstoelenrechtop zitten met de veiligheidsgordel correct vastgegespt. De handen van debestuurder moeten in de standen 9:00 en 3:00 uur op het stuurwiel worden gehouden. De armen enhanden van de voorpassagiers moeten in de schoot worden gehouden.
o Breng geen extra stoelhoezen aan.
o Door het gebruik van stoelhoezen wordt het effect van het systeembeperkt.
o Monteer geen accessoires aan de zijkant of bij de zij-airbag.
o Gebruik geen grote krachten aan de zijkant van de stoel.
o Breng geen objecten aan over de airbag of tussen de airbag enuzelf.
HXGS261
B990B02Y
Uw Hyundai heeft in elke voorstoel een zij-airbag. Deze airbag heeft tot taak om de bestuurder en/of voorpassagiers extra bescherming tegeven naast de werking van alleen de veiligheidsgordel. De zij-airbags zijn ontworpen om in werking te treden bijeen aanrijding van opzij, afhankelijk van de ernst van de aanrijding, de hoek, de snelheid en hetaanrijdingspunt. De airbags zijn niet ontworpen om bij alle aanrijdingen van opzij in werking te treden. WAARSCHUWING:
o De zij-airbags vormen een aanvulling op de driepuntsveiligheidsgordels van debestuurder en de voorpassagier, maar vervangt deze niet. Daarom moet de veiligheidsgordel altijdworden gedragen als u in de auto zit. De zij-airbags worden alleen geactiveerd bij bepaaldebotsingen aan de zijkant die ernstig genoeg zijn om letsel te veroorzaken.Zij-airbag- sensor
!

1- 96 BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
Houd uw CD's schoon
B850A02L SR040B1-FX Onderhoud Van de Cassettetapes Een juiste behandeling van de cassettetapes verlengt de levensduur en verhoogt uw luisterplezier. Stel uwtapes niet bloot aan direct zonlicht, extreme koude of stoffige omstand- igheden. Bewaar de cassettes altijdin hun doosjes.Onder extreem hoge of lagetemperaturen moet worden gewacht tot het interieur tot een normale waarde is opgewarmd resp. Afgekoeld voordatu een tape afspeelt.
B860A01L
Vingerafdrukken, stof en vuil op het oppervlak van de CD's kunnen overslaan tijdens het afspelenveroorzaken. Veeg het oppervlak schoon met een schone zachte doek. Als het oppervlak ernstig vervuild is,kan het worden schoongemaakt met een schone zachte doek die is bevochtigd met een mild, neutraaloplosmiddel. Zie de afbeelding. o Neem de cassette uit het toestel
als hij niet wordt gebruikt. Dit voorkomt beschadigingen aan de cassettespeler en de cassettetape.
o Wij adviseren dringend het gebruik van C-60 cassettes (60 minutenspeelduur). De C-120 of C-180cassettetape is extreem dun waardoor deze in het mechanisme kan vastlopen.
B860B02L
o Het label op de cassette mag niet los zitten, omdat dit het uitwerpen van de cassette bemoeilijkt.
o Raak de tape niet aan en let er tevens op dat de tape niet vochtig wordt.

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 97
Weergavekop
Wattenstaafje
o Na verloop van tijd zet zich op de weergavekop, de capstan en de geleidingen vuil af hetgeen van invloed is op de geluidskwaliteit. Hierdoor kan bijvoorbeeld een "zwevend" geluid ontstaan. Maakdaarom éénmaal per maand gebruik van een reinigingscassette of van speciaal daarvoor verkrijgbareproducten. Volg hierbij de gebruiksaanwijzing van de fabrikant strikt op. De onderdelen van decassettespeler mogen niet worden gesmeerd.
o Controleer altijd of de tape strak ligt voordat hij in de cassettespelerwordt aangebracht. Is dit niet het geval steek dan een potlood in despoelopening en draai de cassettetape strak. B860A02L
B860A03L
o Houd alle magnetische voorwerpen
zoals elektromotoren, luidsprekers of transformators uit de buurt vanuw cassettetapes en cassett- espeler.
o Bewaar de cassettes op een koele en droge plaats met de open zijde naar beneden gekeerd zodat wordtvoorkomen dat stof binnendringt.
o Voorkom het herhaald snel
terugspoelen voor het opnieuwweergeven van een bepaald muziekgedeelte. Dit kan op den duur het slecht opspoelen van decassette tot gevolg hebben en ook van invloed zijn op de geluid- sweergave. Soms kan dit wordengecorrigeerd door de tape enkele malen geheel op- en af te spoelen. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, mag de cassette niet meer worden gebruikt. N.B.: Controleer alvorens de cassette aan te brengen of de band strak op de spoelen zit.Als dit niet zo is, trek hem danstrak door een van de spoelen meteen potlood of een vinger te verdraaien. Breng de cassette niet aan als het label loszit, omdat hetmogelijk is dat dit het aandrij- fmechanisme blokkeert als wordt geprobeerd de cassette teverwijderen.Zorg ervoor dat cassettes nietworden blootgesteld aan hoge temperaturen of een hoge vochtigheid, bijv. bovenop hetdashboard of in het toestel.

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 3
ZC050A2-AX SLEUTELSTANDEN
C030A02A-GXTSTART-/CONTACTSLOT MET
STUURSLOT
De motor starten
o Zet bij de handgeschakelde versnellingsbak de versnellings- handel in neutraal en druk het koppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische transmissie de keuzehandel in de stand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de
motor alleen gestart worden als het keuzehandel in de stand "P" of "N" staat (automatischetransmissie).
C020A01A-GXT ALVORENS DE MOTOR TE
STARTEN
Voer alvorens de motor te starten
altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistoflekkage of andere tekenen van mogelijkeproblemen.
2. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
3. Controleer of alle ruiten en lampen
schoon zijn.
4. Controleer de stand van de achteruitkijkspiegel en debuitenspiegels en controleer of zeschoon zijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omgegespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn.
9. Controleer met de contactsleutel in de stand "ON" of de betreffende controlelampen branden en of voldoende brandstof in de tankaanwezig is.
WAARSCHUWING:
Als de wagen nog rijdt mag demotor niet worden afgezet en magde contactsleutel niet worden verwijderd.
!
C040A01E
LOCK
ACC
ON
START
o "START" In deze stand wordt de motor gestart. De startmotor blijft draaien totdat de sleutel wordt losgelaten.

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 5
C070A01A-AXT HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK N.B:
o Voor het inschakelen van de
achteruitversnelling moet de versnellingshandel tenminste 3seconden in de neutraalstand staan nadat de wagen tot stilstand is gebracht. Schakel hierna deachteruitversnelling in.
o Bij lage temperaturen kan het schakelen wat zwaarder gaan tot de versnellingsbakolie is opgewarmd. Dit is normaal enniet schadelijk voor de versnellingsbak.
o Als de eerste of de achteruitversnelling moeilijk kanworden ingeschakeld, zet de versnellingshendel dan inneutraal en laat het koppelingspedaal opkomen. Druk het pedaal vervolgens opnieuwin en schakel de eerste/ achteruitversnelling in.
o Laat uw hand tijdens het rijden niet op de versnellingshendel rusten, omdat dit voortijdigeslijtage van de schakelvorken tot gevolg kan hebben.
ZC070A3-AXNormale Startprocedure:
1. Breng de contactsleutel aan en gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal
(handgeschakelde versnellingsbak)of de keuzehandel in stand P (automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON"is gedraaid.
WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde autogestart wordt.Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheelis ingetrapt tijdens het starten.
4. Draai de contactsleutel in de stand "Start" en laat de sleutel los zodrade motor aanslaat.
!HFC3029
Uw Hyundai is voorzien van een
versnellingsbak met conventioneel schakelpatroon. Dit schakelpatroon isop de knop van de versnellingshandel aangebracht. De versnellingsbak is geheel gesynchroniseerd voor allevooruitversnellingen hetgeen het schakelen naar een hogere of lagere versnelling vergemakkelijkt.