
20
HENDEL RECHTS (fig. 24)
–Stand A = Ruitenwissers uit.
– Stand E(stand zonder vergrende-
ling) = Tijdelijk snel wissen.
– Stand B = Wissen met interval met
instelbare frequentie (Draaiknop 2). –
Draaiknop (2) op:■=Lang interval.
■■=Gemiddeld interval.
■■■=Gemiddeld-kort interval.
■■■■=Kort interval.
– Stand C= Langzaam continu wis-
sen.
– In stand D = Snel continu wissen.
–T rek hendel naar het stuur (stand
zonder vergrendeling) = Ruitensproeiers
ingeschakeld en inschakeling koplamp-
sproeiers (indien aanwezig) als de buiten-
verlichting is ingeschakeld.
P4U00023
fig. 24

22
ELEKTRISCHE RUITBE-
DIENING VOOR
Schakelaars op het portier aan bestuur-
derszijde ( fig. 26):
A - Openen/sluiten ruit aan bestuur-
derszijde.
B - Openen/sluiten ruit aan passagiers-
zijde.
Schakelaar op het portier aan passa-
gierszijde (fig. 27):
A - Openen/sluiten ruit aan passagiers-
zijde.
BELANGRIJK De ruit aan de bestuur-
derszijde kan “automatisch” worden ge-
opend en gesloten, terwijl de ruit aan
ELEKTRISCHE RUITBE-
DIENING ACHTER
(indien aanwezig)
Schakelaars op het portier aan bestuur-
derszijde (fig. 28)
A -Openen/sluiten ruit linksvoor.
B -Openen/sluiten ruit rechtsvoor.
C -Openen/sluiten ruit linksachter.
D -Openen/sluiten ruit rechtsachter.
E -Blokkering bediening zijruiten achter.
Schakelaar op de achterportieren ( A-
fig. 29) om de betreffende ruit te ope-
nen/sluiten.
P4U00025
fig. 26 fig. 28
P4U00028
fig. 29
P4U00026
fig. 27 passagierszijde alleen “automatisch” kan
worden geopend.Hiervoor hoeft u de
boven- of onderzijde van de schakelaar
slechts kort te in te drukken, zodat de ruit
geheel opent of sluit: de ruit stopt in de ge-
wenste stand als u de schakelaar nogmaals
kort aan de boven- of onderzijde indrukt.
P4U00027

24
KLIMAATREGELING
BEDIENINGSKNOPPEN VOOR
UITVOERINGEN ZONDER
AIRCONDITIONING
(
fig. 33)
A-D raaiknop voor regeling luchttempe-
ratuur.
B -Draaiknop voor aanjagersnelheid.
C -Draaiknop voor regeling luchtverdeling.
D -Dr ukknop voor in-/uitschakeling
luchtrecirculatie.
E -Dr ukknop voor in-/uitschakeling ach-
terruitverwarming.
P4U00033
fig. 34
BEDIENINGKNOPPEN VOOR
UITVOERINGEN MET
AIRCONDITIONING (
fig. 34)
A-D raaiknop voor regeling luchttempe-
ratuur.
B -Draaiknop voor aanjagersnelheid.
C -Draaiknop voor regeling luchtverdeling.
D -Dr ukknop voor in-/uitschakeling air-
cocompressor.
E -Dr ukknop voor in-/uitschakeling lucht-
recirculatie.
F - Drukknop voor in-/uitschakelen ach-
terruit- en spiegelverwarming.
KOFFERDEKSEL
fig. 33
P4U00032P4U00035
fig. 35
Open het kofferdek-
sel alleen als de auto
stilstaat.
V an binnenuit openen ( fig. 35):
–T rek aan hendel ( A) naast de be-
stuurdersstoel.
Van buitenaf openen ( fig. 36):
– Draai het embleem (A) en open het
kofferdeksel met sleutel (B).

27
Wij raden u aan de volgende pagina’s te lezen terwijl u comforta-
bel in uw nieuwe auto zit.
Zo kunt u de in dit boekje beschreven delen direct herkennen en
leert u in enkele minuten de bedieningsorganen en installaties
kennen waarmee uw nieuwe auto is uitgerust.KINDEREN VEILIG VERVOEREN........................................................................\
53
GORDELSPANNERS
........................................................................\
.......................57
AIRBAGS VOOR EN ZIJ-AIRBAGS
....................................................................58
HENDELS AAN HET STUUR
........................................................................\
.........64
INSTRUMENTEN
........................................................................\
.............................67
KLIMAATREGELING
........................................................................\
.......................77
VERWARMING EN VENTILATIE
........................................................................\
..79
AIRCONDITIONING, AUTOMATISCH
................................................................81
HULPVERWARMING
........................................................................\
.....................89
BEDIENINGSKNOPPEN
........................................................................\
................89
SELESPEED VERSNELLINGSBAK
........................................................................\
.94
AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK Q-SYSTEM
.........................................104
INTERIEURUITRUSTING
........................................................................\
..............111
OPENDAK
........................................................................\
........................................116
BAGAGERUIMTE
........................................................................\
............................118
MOTORKAP
........................................................................\
.....................................120
KOPLAMPEN
........................................................................\
...................................121
ABS
........................................................................\
....................................................122
MOTORMANAGEMENTSYSTEEM (EOBD)
........................................................124
AUTORADIO
........................................................................\
....................................125
TA NKEN MET DE ALFA 156
........................................................................\
........127
BESCHERMING VAN HET MILIEU
.....................................................................129
ALFA ROMEO CODE
........................................................................\
............pag. 28
DIEFSTALALARM
........................................................................\
............................34
PORTIEREN MET AFSTANDSBEDIENING VER-/ONTGRENDELEN
...........38
START-/CONTACTSLOT
........................................................................\
.................39
PORTIEREN
........................................................................\
......................................40
ZITPLAATSEN
........................................................................\
..................................42
STUURWIEL VERSTELLEN
........................................................................\
............46
SPIEGELS VERSTELLEN
........................................................................\
................46
RUITBEDIENING
........................................................................\
.............................48
VEILIGHEIDSGORDELS
........................................................................\
................49
WEGWIJS IN UW AUTO

30
fig. 4
P4U00004
Houd voor het inklappen van de meta-
len baard in de handgreep knopje ( B-
fig. 3) ingedrukt en draai de baard in de
richting van de pijl tot de baard vastklikt.
Druk voor het op afstand ver-/ontgren-
delen van de portieren op knopje C. Als
bij auto’s met diefstalalarm knopje C
wordt ingedrukt, wordt ook het diefstal-
alarm in-/uitgeschakeld en knippert
lampje Dop de sleutel als de zender de
code naar de ontvanger zendt. Deze code
(rolling code) wijzigt telkens als de zen-
der wordt gebruikt.
BELANGRIJK Als u knopje Cindrukt
en lampje D knippert slechts één keer
kort, dan moet de batterij worden vervan-
gen, zoals verderop is aangegeven. Kofferdeksel openen
Het kofferdeksel kan van buitenaf op af-
stand worden ontgrendeld door knopje E
(fig. 3) in te drukken, ook als het dief-
stalalarm (indien aanwezig) is ingescha-
keld.
Als bij auto’s met diefstalalarm het
kofferdeksel wordt geopend, dan worden
de omtrekbeveiliging en de kofferdeksel-
sensor uitgeschakeld. Het systeem geeft
(behalve bij sommige uitvoeringen in en-
kele landen) twee geluidssignalen
(“BIEP”) en de richtingaanwijzers gaan
ongeveer 3 seconden branden.
Als het kofferdeksel weer wordt geslo-
ten, dan worden de functies hersteld. Het
systeem geeft (behalve bij sommige uit-
voeringen in enkele landen) twee geluids-
signalen (“BIEP”) en de richtingaanwij-
zers gaan ongeveer 3 seconden branden.WERKING (fig. 4)
Iedere keer als u de contactsleutel in
stand STOP zet, schakelt de Alfa
Romeo CODE de functies van de elektro-
nische regeleenheid van de motor uit.
Als u bij het starten van de motor de
sleutel in stand MAR draait, dan stuurt
de regeleenheid van de Alfa Romeo CODE
een code naar de regeleenheid van de
motor die, als de code wordt herkend, de
blokkering van de functies opheft. De ge-
heime code wordt door de sleutel verzon-
den en heeft meer dan 4 miljard combina-
ties. De code wordt alleen verzonden als
de regeleenheid van het systeem de code
heeft herkend via een in het start-/con-
tactslot ingebouwde antenne.

34
DIEFSTALALARM
(indien aanwezig)
BESCHRIJVING
Het systeem is goedgekeurd volgens de
EU-normen 95/56 en bestaat uit: zender,
ontvanger, regeleenheid met sirene en be-
wegingssensoren. Het diefstalalarm wordt
bediend door de in het instrumentenpaneel
opgenomen ontvanger en wordt in- en uit-
geschakeld met de zender in de sleutel. De
zender verzendt een versleutelde variabele
code. Het diefstalalarm controleert: het on-
bevoegd openen van de portieren, het
kofferdeksel en de motorkap (omtrekbevei-
liging), de bediening van het start-/con-
tactslot, het onderbreken van de accuka-
bels, het doorknippen van de kabels van de
sleutelschakelaar, de aanwezigheid van be-
wegende objecten in het interieur (volume-
trische beveiliging). Het systeem bedient
ook de centrale portiervergrendeling. Bo-
vendien kan de volumetrische beveiliging
en/of de sirene worden uitgeschakeld.
BELANGRIJK De startblokkering
wordt uitgevoerd door de Alfa Romeo
CODE en wordt automatisch ingeschakeld
als de contactsleutel uit het start-/con-
tactslot wordt genomen. Extra afstandsbedieningen
bestellen
De ontvanger kan in totaal 5 afstandsbe-
dieningen herkennen. Als u om welke re-
den dan ook een nieuwe sleutel met af-
standsbediening nodig hebt, moet u zich
wenden tot de Alfa Romeo-dealer. Hierbij
moeten alle in u bezit zijnde sleutels, de
CODE-card, een identiteitsbewijs en het
kentekenbewijs worden meegenomen.
ALARM INSCHAKELEN
Richt bij gesloten portieren, kofferdeksel
en motorkap en het contactslot in stand
STOP of PARK (uitgenomen sleutel) de
sleutel met afstandsbediening in de richting
van de auto. Druk op het knopje en laat het
knopje los.
Bij de meeste uitvoeringen geeft het sys-
teem een akoestisch signaal (“BIEP”),
gaan de richtingaanwijzers ongeveer 3 se-
conden branden en worden de portier-
sloten vergrendeld.
Het inschakelen van het alarm wordt
voorafgegaan door een zelfdiagnose waar-
in lampje (A-fig. 9) met verschillende
frequenties knippert. Als het systeem een
storing vindt, dan klinkt nogmaals een
akoestisch waarschuwingssignaal.
P4U00417
fig. 8
AFSTANDSBEDIENING (fig. 8)
De in de contactsleutel ingebouwde af-
standsbediening is uitgerust met een knop-
je (A ) en een lampje (B ); met het knopje
schakelt u de afstandbediening in en het
lampje knippert als de zender een code
stuurt naar de ontvanger. Deze code (rol-
ling code) wijzigt telkens als de zender
wordt gebruikt.
BELANGRIJK Als u knopje Aindrukt
en lampje B knippert slechts één keer
kort, dan moet de batterij worden vervan-
gen, zoals hiervoor is beschreven.

39
Als het start-/contact-
slot is geforceerd (bijv.
bij een poging tot dief-
stal) moet u, voordat u weer met
de auto gaat rijden, de werking
van het slot laten controleren bij
een Alfa Romeo-dealer.
Ver wijder de sleutel
nooit uit het contactslot
als de auto nog in be-
weging is. Bij de eerste stuuruit-
slag blokkeert het stuur automa-
tisch. Dit geldt in alle gevallen,
ook als de auto gesleept wordt.
STUURSLOT
Inschakelen:
– zet de sleutel in stand STOP of
P ARK, trek de sleutel uit het start-/con-
tactslot en draai het stuur totdat het ver-
grendelt.
Uitschakelen:
– draai het stuur iets heen en weer,
terwijl u de sleutel in stand MARdraait.
BELANGRIJK
Als de motor bij de
eerste poging niet aanslaat, moet u de
sleutel terugdraaien in stand STOPen
nogmaals starten. Het start-/contactslot is voorzien van
een beveiligingsmechanisme, waardoor
het slot niet in stand AV Vkan worden
gezet bij een draaiende motor.
– PARK: motor uit, sleutel uitneembaar,
CODE ingeschakeld, stuurslot geblokkeerd,
parkeerverlichting gaat automatisch branden.
BELANGRIJK Om de contactsleutel
in stand P ARKte zetten, moet knop
(A) op het contactslot worden ingedrukt.
fig. 15 Neem bij het verlaten
van de auto altijd de
sleutel uit het contact-
slot, om te voorkomen dat even-
tuele inzittenden de bedienings-
organen onvoorzichtig gebruiken.
Laat kinderen nooit alleen achter
in de auto. Vergeet niet de hand-
rem aan te trekken en schakel de
eerste versnelling in bij een hel-
ling omhoog of de achteruit bij
een helling omlaag.
START-/CONTACTSLOT
CONTACTSLOT (fig. 15)
De sleutel kan in één van de volgende
vier standen worden gezet:
– STOP: motor uit, sleutel uitneembaar,
CODE ingeschakeld en stuurslot geblokkeerd.
Enkele elektrische installaties werken (bijv.
waarschuwingsknipperlichten).
– MAR : contact aan. CODE uitgescha-
keld en alle elektrische systemen wor-
den van voedingsspanning voorzien.
BELANGRIJK Laat het slot niet in de-
ze stand staan als de motor is uitgescha-
keld.
– AV V : starten van de motor.
P4U00409

40
De achterportieren kun-
nen alleen van binnenuit
worden geopend als het
“kinderveiligheidsslot” is uitge-
schakeld.
V AN BINNENUIT
OPENEN/SLUITEN
V oorportieren (fig. 19)
– Trek, om het portier te openen, aan
hendel (B ), onafhankelijk van de stand
van knop (A).
– Trek, om het portier te sluiten, het por-
tier dicht; druk vervolgens knop (A ) in om
te voorkomen dat het portier van buitenaf
wordt geopend.
P4U00045
fig. 19
P4U00044
fig. 18
P4U00043
fig. 17
Controleer voordat u
een portier opent of u dit
op een veilige manier
kunt doen.
P4U00410
fig. 16
PORTIEREN
V AN BUITENAF ONT-/
VERGRENDELEN
V oorportieren
– Draai, om het portier te ontgrende-
len, de sleutel (rechtsom bij het bestuur-
dersportier en linksom bij het passagiers-
portier), verwijder de sleutel en druk op
knop (A-fig. 16).
– Draai, om het portier te vergrende-
len, de sleutel in de andere richting. Achterportieren
–T rek, om het portier te openen
(alleen mogelijk als de knop aan de bin-
nenzijde (A-fig. 17) omhoog staat),
aan hendel ( B-fig. 18).
–Dr uk, om het portier te vergrende-
len, knop (A-fig. 17) in (dit kan ook
bij geopend portier) en sluit het portier.