
Bagageruimte (indien aanwezig)
Open het klepje.
De accessoireaansluiting kan worden
gebruikt als
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Als het contact UIT wordt gezet
Koppel aangesloten elektrische
apparaten met een oplaadfunctie, zoals
een powerbank, los. Als dergelijke
apparaten niet worden losgekoppeld, kan
het contact mogelijk niet op de normale
manier UIT worden gezet.
OPMERKING
Wanneer de accessoireaansluiting niet
in gebruik is
Sluit de accessoireaansluiting af met het
kapje als de aansluiting niet in gebruik is,
om schade aan de accessoireaansluiting
te voorkomen.
Vreemde voorwerpen of vloeistoffen die
in de accessoireaansluiting
terechtkomen, kunnen kortsluiting
veroorzaken.
Voorkomen van doorgebrande
zekering
Sluit geen accessoires aan die meer dan
12 V/10 A verbruiken.
Voorkomen van ontlading van de accu
Gebruik de accessoireaansluiting niet
langer dan noodzakelijk is als de motor
niet draait.USB-laadaansluitingen type C (indien
aanwezig)
De USB-laadaansluitingen type C worden
gebruikt om externe apparaten bij 5 V van
3 A aan stroom te voorzien. De
USB-laadaansluitingen type C zijn
uitsluitend bedoeld voor opladen. Ze zijn
niet ontworpen voor het overbrengen
van gegevens of andere doeleinden.
Afhankelijk van het draagbare apparaat
wordt er mogelijk niet goed opgeladen.
Raadpleeg de handleiding van het
apparaat voordat u de laadaansluiting
gebruikt.
Gebruik van de USB-laadaansluitingen
type C
Consolevak
Achter
Open het klepje.
De USB-laadaansluitingen type C
kunnen worden gebruikt als
Het contact in stand ACC of AAN staat.
5.4 Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
357
5
Voorzieningen in het interieur

Situaties waarin de USB-
laadaansluitingen type C mogelijk niet
goed werken
• Als er een apparaat dat meer dan 3 A
bij 5 V verbruikt, wordt aangesloten
• Als er een apparaat dat is ontworpen
voor communicatie met een pc, zoals
een USB-geheugen, wordt
aangesloten
• Als het aangesloten externe apparaat
wordt uitgeschakeld (afhankelijk van
het apparaat)
• Als de temperatuur in de auto hoog is,
bijvoorbeeld nadat de auto in de zon
heeft gestaan
Over aangesloten externe apparaten
Afhankelijk van het aangesloten externe
apparaat wordt het opladen mogelijk
een enkele keer onderbroken en
vervolgens weer gestart. Dit duidt niet
op een storing.
OPMERKING
Voorkomen van schade aan de
USB-laadaansluitingen type C
• Steek geen vreemde voorwerpen in de
aansluitingen.
• Mors geen water of andere
vloeistoffen in de aansluitingen.
• Sluit de klepjes als de USB-
laadaansluitingen type C niet worden
gebruikt. Vreemde voorwerpen of
vloeistoffen die in een aansluiting
terechtkomen, kunnen kortsluiting
veroorzaken.
• Oefen geen overmatige kracht uit op
de USB-laadaansluitingen type C en
stel ze niet bloot aan hevige schokken.
• Demonteer of wijzig de
USB-laadaansluitingen type C niet.
Voorkomen van schade aan externe
apparaten
• Laat externe apparaten niet achter in
de auto. De temperatuur in de auto
kan hoog oplopen, waardoor het
externe apparaat beschadigd kan
raken.
OPMERKING(Vervolg)
• Druk niet op een extern apparaat of de
kabel ervan en oefen er geen
onnodige druk op uit terwijl het
apparaat is aangesloten.
Voorkomen van ontlading van de accu
Gebruik de USB Type
C-laadaansluitingen niet gedurende
lange tijd wanneer de motor is
uitgeschakeld.
Draadloze lader (indien aanwezig)
U kunt een draagbaar apparaat opladen
door een standaard Wireless Qi-lader die
compatibel is met draagbare apparaten,
bijvoorbeeld smartphones en accu's voor
mobiele telefoons, op het laadgebied te
plaatsen overeenkomstig de
voorschriften van het Wireless Power
Consortium.
Deze functie kan niet worden gebruikt
met draagbare apparaten die groter zijn
dan het oplaadvak. Ook werkt de functie
mogelijk niet normaal, afhankelijk van het
draagbare apparaat. Lees de handleiding
van de te gebruiken draagbare apparaten.
Het “Qi”-logo
Het “Qi”-logo is een handelsmerk van het
Wireless Power Consortium.
5.4 Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
358

Open opbergvak...........350
Overzicht van
opbergmogelijkheden........347
Plaats van de
opbergmogelijkheden........347
Voorzieningen in de
bagageruimte.............351
Gebruik van de overige voorzieningen in
het interieur
Accessoireaansluiting........356
Armsteun...............365
Draadloze lader (indien
aanwezig)...............358
Gebruik van de stuurwieltoetsen .365
Handgrepen..............365
Kledinghaakjes............366
Make-upspiegels...........355
Overige voorzieningen in het
interieur................355
Uitneembare asbak (indien
aanwezig)...............356
USB-laadaansluitingen type C (indien
aanwezig)...............357
Zonnekleppen.............355
Informatie over sleutels
Afstandsbediening..........112
Gebruik van de hoofdsleutel (auto's
zonder Smart Entry-systeem en
startknop)...............113
Gebruik van de mechanische sleutel
(auto's met Smart entry-systeem en
startknop)...............113
Sleutels.................110
Soorten sleutels...........110
Initialisatie
Overzicht van te initialiseren
onderdelen..............487
Te initialiseren onderdelen.....487
Instrumentenpaneel
Aan audiosysteem gekoppelde
weergave................101
Aan audiosysteem gekoppelde
weergave (indien aanwezig).....93
Aan navigatiesysteem gekoppelde
weergave (indien aanwezig) . .93 , 101
Afstellen van de klok.......78,83Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel..........99
Brandstofverbruik..........100
Comfortvoorzieningen
(suggestiefunctie)........97,106
Controlelampjes............73
ECO-indicator.............101
Gebruik van de toets ODO TRIP .77 , 82
Informatie op display.......88,98
Informatie over
brandstofverbruik..........106
Instrumentenpaneel..........68
Menu-iconen..............90
Meters en tellers (12,3 inch
multi-informatiedisplay).......84
Meters en tellers (4,2 inch display) .75
Meters en tellers (7 inch display) . .79
Multi-informatiedisplay
(12,3 inch display)...........98
Multi-informatiedisplay
(4,2 inch of 7 inch display)......88
Waarschuwingslampjes........71
Waarschuwingslampjes en
controlelampjes............68
Weergave AWD-systeem
(AWD-uitvoeringen).........102
Weergave informatie ondersteunend
systeem..............92,101
Weergave instellingen.....94,102
Weergave
instrumentenpaneel.....75,79,84
Weergave kilometerteller en
dagteller.................88
Weergaveprocedure.........106
Weergave rij-informatie. . . .90 , 102
Weergave voertuiginformatie....93
Weergave
waarschuwingsmelding. . . .97 , 106
Wijzigen van de weergave....90,99
Noodoproep
Controlelampjes..........50,58
eCall*1,2 ................48
ERA-GLONASS/EVAK*1, 2, 3.....57
Noodoproepdiensten.......49,57
Overzicht systeem van toegevoegde
diensten (indien aanwezig)......53
Systeemonderdelen.......49,57
Testmodus apparaat..........58
Uitvoeren van de regelgeving....54
Trefwoordenlijst
638