
2663-1. BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
Dit hoofdstuk beschrijft alle standaard,
landspecifieke en speciale uitrusting
die beschikbaar is voor de modelserie.
Daardoor worden mogelijk uitrusting en
functies beschreven die niet in uw auto
aanwezig zijn, bijvoorbeeld als gevolg
van de geselecteerde optionele uitrus-
ting of de landenspecificatie. Dit geldt
ook voor functies en systemen met
betrekking tot veiligheid. Houd u bij het
gebruik van de bijbehorende functies
en systemen aan de desbetreffende
wet- en regelgeving.
De luchtkwaliteit in het interieur wordt
verbeterd door de volgende componen-
ten:
Meetsysteem voor de luchtkwaliteit
in het interieur.
Microfilter.
Airconditioningssysteem voor de
regeling van de temperatuur, de
luchtstroom en de luchtcirculatie.
Automatische recirculatieregeling
AUC.
Onafhankelijke ventilatie.
Airconditioning
Uitrusting
Luchtkwaliteit in het interieur
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Houd tijdens langdurig gebruik van de air-
conditioning, de stoelverwarming enz.
lichaamsdelen uit de buurt van de uit-
stroomopeningen en vermijd direct contact
met de stoelen, om lichte brandwonden of
bevriezing te voorkomen. Schakel de air-
conditioning of de stoelverwarming onmid-
dellijk uit of wijzig de instelling wanneer u
door het gebruik ervan een onprettig
gevoel ervaart.
Automatische airconditioning
Overzicht
Toetsen in de auto
Functies klimaatregeling
ToetsFunctie
Temperatuur, zie blz. 267.
Aircomodus, zie blz. 268.
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 266 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

267
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
Druk op een willekeur
ige toets, behalve
de volgende:
Uitschakelen.
Achterruitverwarming.
Stoelverwarming.
Het volledige systeem:
De automatische airconditioning zorgt
ervoor dat de ingestelde temperatuur
zo snel mogelijk wordt bereikt, waarbij
indien nodig maximaal wordt gekoeld of
verwarmd. Deze temperatuur wordt
vervolgens gehandhaafd.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Climate comfort” (klimaatregeling)
Maximaal koelen, zie
blz. 268.
AUTO-programma, zie
blz. 269.
Recirculatiemodus, zie
blz. 269.
Uitschakelen, zie blz. 267.
Luchtverdeling, handmatig,
zie blz. 270.
De voorruit ontdooien en ont-
wasemen, zie blz. 270.
Achterruitverwarming, zie
blz. 271.
Stoelverwarming, zie blz.
121.
Handmatige bediening lucht-
stroom, zie blz. 270.
ToetsFunctieIn-/uitschakelen
Inschakelen
Uitschakelen
Houd de toets ingedrukt.
Temperatuur
Principe
Instellen
Draai de knop rechtsom om
de temperatuur te verhogen
en linksom om de temperatuur
te verlagen.
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 267 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

2683-1. BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
4 “Temperature adjustment, upper
body” (temperatuurregeling, boven-
lichaam)
5 Stel de gewenste temperatuur in.
Voorkom het snel achter elkaar instel-
len van verschillende temperaturen. De
automatische airconditioning heeft tijd
nodig om de ingestelde temperatuur te
bereiken.
De naar het interieur gevoerde lucht
wordt gekoeld en gedroogd, en afhan-
kelijk van de ingestelde temperatuur
weer verwarmd.
Het koelen van het interieur is alleen
mogelijk als de Drive Ready-modus is
ingeschakeld.
De koelfunctie wordt ingeschakeld bij
draaiende motor.
De koelfunctie wordt automatisch inge-
schakeld tijdens de recirculatiemodus
om de lucht te drogen en condensatie
te voorkomen.
Afhankelijk van de weersomstandighe-
den kunnen de voorruit en zijruiten
even beslaan als de Drive
Ready-modus wordt ingeschakeld.
In het AUTO-programma wordt de
koelfunctie automatisch ingeschakeld.
Als de automatische airconditioning in
werking is, vormt zich condens die
onder de auto wegloopt. Als de Drive Ready-modus wordt inge-
schakeld, wordt het systeem ingesteld
op de laagste temperatuur in combina-
tie met een optimale luchtstroom en de
recirculatiemodus.
Deze functie is beschikbaar boven een
buitentemperatuur van ongeveer 0°C
en als de Drive Ready-modus is inge-
schakeld.
De led brandt om aan te geven dat het
systeem is ingeschakeld.
De lucht stroomt uit de buitenste uit-
stroomopeningen ter hoogte van het
bovenlichaam. Zet deze uitstroomope-
ningen daarom open.
De luchtstroom kan worden aangepast
terwijl dit programma actief is.
Koelfunctie
Principe
In-/uitschakelen
Druk op de toets.
Maximaal koelen
Principe
Algemeen
In-/uitschakelen
Druk op de toets.
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 268 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

2703-1. BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
De luchtstroom voor de airconditioning
kan handmatig worden ingesteld.
Schakel om de luchtstroom handmatig
te kunnen instellen eerst het
AUTO-programma uit.
De geselecteerde instelling van de
luchtstroom wordt op het display van de
automatische airconditioning weerge-
geven.
Indien nodig wordt de luchtstroom van
de automatische airconditioning
beperkt om te voorkomen dat de accu
ontladen raakt.
De luchtverdeling voor de airconditio-
ning kan handmatig worden ingesteld.
Ruiten, bovenlichaam en voeten.
Bovenlichaam en voeten.
Voeten.
Ruiten en voeten.
Ruiten.
Ruiten en bovenlichaam.
Bovenlichaam.
De geselecteerde instelling van de
luchtverdeling wordt op het display van
de automatische airconditioning weer-
gegeven.
Verwijder eventuele condens van de
ruiten, zie blz. 270.
IJs en condens worden snel verwijderd
van de voorruit en voorste zijruiten.
De led brandt om aan te geven dat het
systeem is ingeschakeld.
De luchtstroom kan als het systeem is
ingeschakeld handmatig worden aan-
gepast.
Handmatige regeling van de
luchtstroom
Principe
Algemeen
Bediening
Druk op de linker- of rechter-
zijde van de toets om de lucht-
stroom te verkleinen of
vergroten.
Handmatige regeling van de
luchtverdeling
Principe
Bediening
Druk herhaaldelijk op de toets
om een programma te selec-
teren:
De voorruit ontdooien en
ontwasemen
Principe
In-/uitschakelen
Druk op de toets.
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 270 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

2723-1. BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
De temperatuur wordt afzonderlijk inge-
steld, bijvoorbeeld richting de blauwe
zone voor een lagere temperatuur en
richting de rode zone voor een hogere
temperatuur.
De circulatie van ventilatielucht in het
bovenste gedeelte van de carrosserie
zorgt voor een merkbare verwarming of
koeling, afhankelijk van de ingestelde
temperatuur.
De ingestelde interieurtemperatuur
voor de bestuurder en de voorpassa-
gier wordt hierdoor niet gewijzigd.
Met de onafhankelijke v entilatie kan het
interieur vóór vertrek op de gewenste
temperatuur worden gebracht. Afhan-
kelijk van de ingestelde temperatuur en
de omgevingstemperatuur wordt het
interieur geventileerd of met behulp van
de aanwezige restwarmte van de motor
verwarmd.
Het systeem kan direct worden in- of
uitgeschakeld of worden geprogram-
meerd voor een bepaalde vertrektijd.
De inschakeltijd wordt berekend op
basis van de buitentemperatuur. Het
systeem wordt voldoend e tijdig vóór de
ingestelde vertrektijd ingeschakeld.
De auto bevindt zich in de inactieve
modus of de standby-modus en niet
in de Drive Ready-modus.
De laadtoestand van de accu is vol-
doende.
Als de onafhankelijke vent ilatie is ingescha-
keld, wordt deze gevoed door de accu van
de auto. Daarom wordt de functie na een
bepaalde tijd uitgeschakeld om de accu te
beschermen. Nadat de motor is gestart of
nadat even met de auto is gereden, is het
systeem weer beschikbaar.
Zorg ervoor dat de datum en tijd cor-
rect in de auto zijn ingesteld.
Zet de uitstroomopeningen open om
lucht in het interieur te laten stro-
men.
Het systeem kan op verschillende
manieren worden in- of uitgeschakeld.
Het systeem wordt na enige tijd auto-
matisch uitgeschakeld. Het blijft nadat
het is uitgeschakeld nog korte tijd wer-
ken.
■Algemeen
Als de auto in de standby-modus is,
kan de onafhankelijke ventilatie worden
in- of uitgeschakeld via de toetsen van
de automatische airconditioning.
Onafhankelijke ventilatie
Principe
Algemeen
Voorwaarden voor werking
Direct in-/uitschakelen
Algemeen
Met de toets
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 272 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

273
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
■Inschakelen
Druk op een willekeurige toets,
behalve:
Achterruitverwarming.
Onderste deel van de luchtcirculatie-
toets.
Stoelverwarming.
■Uitschakelen
Het systeem wordt ui tgeschakeld nadat
u de auto hebt verlaten en vergrendeld.
Houd de schakelaar DOWN
ingedrukt.
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Climate comfort” (klimaatregeling)
4 “Auxiliary ventilation” (extra ventila-
tie)
5 “Activate now” (nu inschakelen)
Het symbool op de automatische
airconditioning geeft aan dat het sys-
teem is ingeschakeld.
Op het airconditioningsysteem wordt
REST weergegeven. De restwarmte
van de motor wordt gebruikt.
Om ervoor te zorgen dat de tempera-
tuur in de auto al vóór vertrek op een
aangenaam niveau is, kunnen verschil-
lende vertrektijden worden ingesteld.
Eenmalige vertrektijd: stel de tijd in.
Het systeem wordt één keer ingeschakeld.
Vertrektijd met dag van de week: de
tijd en dag(en) van de week kunnen
worden ingesteld.
Het systeem wordt op de geselecteerde
dagen van de week tijdig vóór de ingestelde
vertrektijd ingeschakeld.
De voorselectie v an de vertrektijd
gebeurt in twee fasen:
Ingestelde vertrektijden.
Vertrektijd activeren.
Er moeten ten minste 10 minuten ver-
strijken tussen het aanpassen/activeren
van de vertrektijd en de geplande ver-
trektijd, zodat de klimaatregeling vol-
doende tijd heeft om te werken.
■Via Toyota Supra Command
1 “My vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Climate comfort” (klimaatregeling)
4 “Auxiliary ventilation” (extra ventila-
tie)
5 Selecteer de gewenste vertrektijd.
6 Stel de vertrektijd in.
7 Selecteer de dag van de week,
indien gewenst.
■Voorwaarden voor werking
Voor een geprogrammeerde werking
van de onafhankelijke ventilatie moet
de ingestelde vertrektijd eerst worden
geactiveerd.
Via Toyota Supra Command
Display
Vertrektijd
Principe
Vertrektijd instellen
Vertrektijd activeren
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 273 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

2743-1. BEDIENING
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
■Via Toyota Supra Command
1 “My vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Climate comfort” (klimaatregeling)
4 “Auxiliary ventilation” (extra ventila-
tie)
5 “For departure time” (voor vertrek-
tijd)
6 Activeer de gewenste vertrektijd.
Het symbool op de automatische
airconditioning geeft aan dat een ver-
trektijd is geactiveerd. Dit hoofdstuk beschrijft alle standaard,
landspecifieke en speciale uitrusting
die beschikbaar is voor de modelserie.
Daardoor worden mogelijk uitrusting en
functies beschreven die niet in uw auto
aanwezig zijn, bijvoorbeeld als gevolg
van de geselecteerde optionele uitrus-
ting of de landenspecificatie. Dit geldt
ook voor functies en systemen met
betrekking tot veiligheid. Houd u bij het
gebruik van de bijbehorende functies
en systemen aan de
desbetreffende
wet- en regelgeving.
Klap de zonneklep omlaag of omhoog.
De zonneklep is voorzien van een
make-upspiegel achter een klepje. Als
het klepje wordt geopend, wordt de
make-upspiegelverlichting ingescha-
keld.
DisplayInterieur
Uitrusting
Zonneklep
Antiverblinding
Make-upspiegel
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 274 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM

289
4
4-1. AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
Handleiding Supra_NL (vanaf productiedatum nov. 2020)
Schakel het dimlicht in om uw auto
beter zichtbaar te maken voor andere
weggebruikers als het zicht slecht is
door mist, zelfs overdag. Rijd voorzich-
tig met een lage snelheid en gebruik de
rijstrookmarkering in het midden van de
weg, de vangrails, de achterlichten van
een voorligger, enz. ter oriëntatie.
Verlaag uw snelheid en houd het stuur-
wiel steviger vast dan normaal als de
auto uit koers raakt door zijwind.
De auto is met name gevoelig voor zij-
wind bij het verlaten van een tunnel of
onderdoorgang, bij het rijden op een
brug of dijk en bij het passeren van of
gepasseerd worden door een vrachtwa-
gen of een ander groot voertuig.
Tijdens een regenbui of als het weg-
dek nat is, kan de weg glad zijn en
kan het zicht beperkt zijn. Schakel in
dergelijke gevallen het dimlicht in om
uw auto beter zichtbaar te maken
voor andere weggebruikers. Ver-
groot de afstand tussen uw auto en
voorliggers, rijd veilig met een lagere
snelheid dan normaal en vermijd
abrupt accelereren, remmen en stu-
ren.
Gebruik de achterruitverwarming en
de airconditioning om te voorkomen
dat de ruiten beslaan.
Aquaplaning zal zi ch sneller voor-
doen bij spoorvorming en bij het rij-
den door grote plassen.
Op natte wegen en wegen met smel-
tende sneeuw kan zich een dun laagje
water vormen tussen de banden en het
wegdek.
Bij dit verschijnsel, dat bekendstaat als
aquaplaning, kunnen de banden het
contact met het wegdek geheel verlie-
zen, waardoor de auto onbestuurbaar
wordt en niet meer goed reageert op
remmen.
Rijden bij slecht weer
Als het zicht slecht is door mist
Bij harde wind
Als het regent
Aquaplaning
Supra_OM_General_OM99X84E_1_2011.book Page 289 Thursday, October 8, 2020 9:53 AM