
172
Praktische informatie
zonder dat de prestaties veranderen of het
brandstofverbruik toeneemt.
SCR-systeem
Met behulp van een vloeistof die AdBlue® wordt
genoemd en ureum bevat, kan een katalysator
tot 85% van de stikstofoxide (NOx) omzetten in
stikstof en water (deze stoffen zijn niet schadelijk
voor de gezondheid en het milieu).
De AdBlue® bevindt zich in een specifiek
reservoir van ongeveer 15 liter.
Met deze inhoud kan de auto ongeveer 9.000 km
rijden, waarbij uw rijstijl ook een grote invloed
op deze afstand heeft.
Wanneer u met de resterende hoeveelheid
nog maximaal ongeveer 2.400 km kunt rijden totdat het reservoir helemaal leeg is en de auto
niet meer kan worden gestart, wordt er een
waarschuwingssysteem geactiveerd.
Zie de betreffende hoofdstukken voor
meer informatie over de
waarschuwings- en controlelampjes en
bijbehorende waarschuwingen of de lampjes.
Als het AdBlue®-reservoir leeg is, zorgt
een wettelijk verplicht systeem ervoor dat
de motor niet meer kan worden gestart.
Als het SCR-systeem niet goed werkt,
stoot de auto te veel schadelijke stoffen
uit, waardoor hij niet meer aan de Euro
6-emissienorm voldoet.
Wanneer er een storing in het SCR-systeem
wordt geconstateerd, is het essentieel om
contact op te nemen met een PEUGEOT-
dealer of gekwalificeerde werkplaats.
Na 1.100 km wordt er automatisch een
voorziening geactiveerd die voorkomt dat de
motor kan starten.
In beide gevallen geeft een
actieradiusindicator aan hoever u nog kunt
rijden voordat de auto wordt stilgezet.
Bevriezing van AdBlue®
AdBlue® bevriest bij temperaturen lager
dan ongeveer -11 °C.
Het SCR-systeem is voorzien van een
verwarmingssysteem voor het AdBlue
®-
reservoir waardoor u ook in zeer koude
omstandigheden kunt blijven rijden.
Verkrijgbaarheid van
AdBlue
®
Het is raadzaam om zo snel mogelijk AdBlue® bij
te vullen zodra de eerste waarschuwing wordt
gegeven dat het minimumniveau is bereikt.
Om ervoor te zorgen dat het SCR-
systeem correct werkt:
– Gebruik uitsluitend AdBlue® die aan de
norm ISO 22241 voldoet.
– Als de AdBlue® niet in de originele
verpakking wordt bewaard, verliest het zijn
zuiverheid.
– Verdun de AdBlue® nooit met water.
AdBlue
® is verkrijgbaar bij het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Voorschriften voor opslag
AdBlue® bevriest bij temperaturen lager dan
ongeveer -11°C en verliest zijn kwaliteit bij
temperaturen vanaf +25°C. Het is raadzaam
de flacons en jerrycans koel en buiten direct
zonlicht te bewaren.
Onder deze omstandigheden is de vloeistof ten
minste één jaar houdbaar.
Als de vloeistof bevroren is geweest, kan
deze weer worden gebruikt nadat deze bij
kamertemperatuur volledig is ontdooid.
Bewaar de flacons of jerrycans AdBlue®
niet in uw auto.
Gebruiksvoorschriften
AdBlue® is een oplossing op ureumbasis.
Deze vloeistof is niet ontvlambaar, kleurloos
en geurloos (indien de vloeistof koel wordt
bewaard).
Als de vloeistof in contact komt met de huid,
moet u de huid wassen met kraanwater en zeep.
Als de vloeistof in de ogen komt, spoel de ogen
dan onmiddellijk en grondig gedurende ten
minste 15 minuten met kraanwater of met een
oogspoelmiddel. Raadpleeg een arts bij een
blijvend branderig gevoel of blijvende irritatie.
Als AdBlue wordt ingeslikt, spoel de mond dan met schoon water en drink vervolgens een ruime
hoeveelheid water.
Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld
bij een hoge omgevingstemperatuur) kan het
risico van het vrijkomen van ammoniakdampen
niet worden uitgesloten: adem deze niet in.
Dampen met ammoniak werken irriterend op de
slijmvliezen (ogen, neus en keel).
Bewaar AdBlue® buiten het bereik van
kinderen, in de originele flacon.
Procedure
Controleer voordat u gaat bijvullen of de auto op
een vlakke en horizontale ondergrond staat.
Controleer 's winters of de
omgevingstemperatuur van de auto hoger is dan
-11°C. Als het kouder is, bevriest de AdBlue
®
waardoor u het niet in het reservoir kunt gieten.
Laat de auto enkele uren op een warmere plaats
staan en vul vervolgens het reservoir bij.
Giet nooit AdBlue® in de brandstoftank.
Als er AdBlue® op de carrosserie of op
een andere plaats is gemorst, spoel het
dan onmiddellijk weg met koud water of veeg
het weg met een vochtige doek.
Gekristalliseerde vloeistof moet worden
verwijderd met een spons en warm water.

173
Praktische informatie
7Als AdBlue wordt ingeslikt, spoel de mond dan
met schoon water en drink vervolgens een ruime
hoeveelheid water.
Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld
bij een hoge omgevingstemperatuur) kan het
risico van het vrijkomen van ammoniakdampen
niet worden uitgesloten: adem deze niet in.
Dampen met ammoniak werken irriterend op de
slijmvliezen (ogen, neus en keel).
Bewaar AdBlue® buiten het bereik van
kinderen, in de originele flacon.
Procedure
Controleer voordat u gaat bijvullen of de auto op
een vlakke en horizontale ondergrond staat.
Controleer 's winters of de
omgevingstemperatuur van de auto hoger is dan
-11°C. Als het kouder is, bevriest de AdBlue
®
waardoor u het niet in het reservoir kunt gieten.
Laat de auto enkele uren op een warmere plaats
staan en vul vervolgens het reservoir bij.
Giet nooit AdBlue® in de brandstoftank.
Als er AdBlue® op de carrosserie of op
een andere plaats is gemorst, spoel het
dan onmiddellijk weg met koud water of veeg
het weg met een vochtige doek.
Gekristalliseerde vloeistof moet worden
verwijderd met een spons en warm water.
Belangrijk: als u AdBlue hebt bijgevuld
nadat het reservoir leeg is geraakt,
moet u ongeveer 5 minuten wachten voordat
u het contact weer inschakelt, zonder de
deur aan bestuurderszijde te openen, de
auto te vergrendelen, de sleutel in het
contactslot te steken of de sleutel van het
Keyless entry and start-systeem in het
interieur te brengen.
Zet vervolgens het contact aan en start na 10
seconden de motor.
► Zet het contact af en verwijder de sleutel uit het contactslot om de motor af te zetten.
of
► Druk bij uitvoeringen met Keyless entry and start op de knop "START/STOP" om de motor af
te zetten.
► Draai de blauwe dop van het AdBlue®-
reservoir een 6e slag linksom en verwijder de
dop.
► Bij een verpakking AdBlue®: wanneer
u de uiterste houdbaarheidsdatum hebt
gecontroleerd, moet u de instructies op het etiket
zorgvuldig lezen voordat u de inhoud van de
verpakking in het AdBlue-reservoir van de auto
giet.
► Bij een AdBlue®-pomp: steek het vulpistool in
het reservoir en blijf tanken totdat het vulpistool
afslaat.
Giet het AdBlue® reservoir niet te vol:– Vul 10 tot 13 liter bij met behulp van AdBlue®-verpakkingen.– Stop met bijvullen als het vulpistool voor het eerst afslaat als u bij een tankstation
tankt.
Het systeem kan alleen hoeveelheden van 5
liter AdBlue
® of meer registreren.
Als het AdBlue®-reservoir helemaal leeg
is, wat wordt bevestigd met de melding
“Bijvullen AdBlue: Starten niet mogelijk”, dan moet u minimaal 5 liter bijvullen.
Activeren van de vrijloop
In bepaalde situaties moet de vrijloop van de
auto worden geactiveerd (bijvoorbeeld bij het
slepen, op een rollenbank, in een automatische
wasstraat of bij vervoer over het spoor of op een
veerboot).
De procedure hiervoor is afhankelijk van het type
transmissie en parkeerrem.

246
Trefwoordenregister
3D digitaal instrumentenpaneel 1012V-accu 165, 169, 191–192, 191–194
A
Aanhanger 75, 159Aanhangergewichten 198–199, 201Aanraakgevoelige leeslampjes 58
Aansluiten MirrorLink 211–212, 232Aansluiting 12 V 56ABS 73Accessoires 70Accu laden 193–194Achterbank 48Achterlichten 186Achterruitverwarming 54Achteruitrijcamera 113, 140–141Actief dodehoekbewakingssysteem 132Actieradius AdBlue 21, 169Actieradius AdBlue® 21Active Safety Brake 134–136Adaptieve cruise control met Stop-functie 116–117Adaptieve snelheidsregelaar 121–122AdBlue® 21, 171AdBlue® bijvullen 173AdBlue®-reservoir 173Advanced Grip Control 75Afmetingen 203Afstandsbediening 30–35Afstellen van de koplamphoogte 63
Afzetten van de motor 94, 96Airbags 79–82, 84Airbags vóór 80, 82, 85Airconditioning 50, 52–53Airconditioning (handbediend) 50Alarmknipperlichten 70, 177Alarmsysteem 38–39Algemeen menu 27Allesdragers 163
Android Auto verbinding 232Antiblokkeersysteem (ABS) 73–74Antidiefstalsysteem/Startblokkering 32Antispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling 74Apple®-speler 210, 237Apple CarPlay verbinding 212, 231Apps 233Audiokabel 236Audioversterker 56Automatische airconditioning ~ Airconditioning, automatische 51, 53Automatische ruitenwissers 69Automatische transmissie ~ Versnellingsbak, automatische 101, 103–106, 108, 110–111, 170, 193Automatisch inschakelen verlichting 63–64Automatisch noodremsysteem 134–136AUX-aansluiting 210, 236
B
Bagageruimte 38, 60
Banden 171, 203Banden oppompen 171, 203Bandenreparatieset 178–179Bandenspanning 171, 181, 203Bandenspanningscontrole (met set) 179, 181Bandenspanning te laag (detectie) 111Batterij afstandsbediening ~ Afstandsbediening, batterij 36–37Batterij afstandsbediening vervangen ~
Afstandsbediening, batterij vervangen 36Bediening autoradio aan stuurkolom ~
Autoradio, bedieningen
aan stuurkolom 205, 220Beladen 163Benzinemotor 167, 199Bijvullen AdBlue® 169, 173Binnenspiegel 47BlueHDi 21, 169, 177Bluetooth (handsfree set) 213–214, 237–238Bluetooth (telefoon) 213–214, 237–239Bluetooth-verbinding 213–214, 233, 237–239Bochtverlichting, statisch 66Boordcomputer 25–26Boordgereedschap 59, 177–179Brandstof 7, 151Brandstofadditief 170Brandstofniveaumeter 151Brandstoftank 151–152Brandstof tanken 151–152Brandstoftank leeg (diesel) 177Brandstofverbruik 7Brandstofvuldop ~ Brandstoftankdop 151

247
Trefwoordenregister
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep 151–152Buitenspiegels 47, 54, 132
C
Carrosserie 175Carrosserie-onderhoud 175
Centrale vergrendeling 34CHECK 24Claxon 71Configuratie van de auto 27Connectiviteit 231Contact 97, 239Contact aangezet 97Controlelampjes 12–13Controle motorolieniveau ~ Motorolieniveau, controle 20Controlepaneel 154, 156Controles 167, 169–171
D
DAB (Digital Audio Broadcasting) - Digitale radio 209, 235Dagteller 24Dashboardkastje 55Datum (instellen) 216, 241Datum instellen 216, 241Detectie obstakels 138
Detectie te lage bandenspanning ~ Bandenspanning, detectie 111, 181De tractiebatterij laden 153, 156–159Dieselmotor 151, 167, 177, 201Digitaal instrumentenpaneel 10–11Digitale radio - DAB (Digital Audio Broadcasting) 209, 235Dimlicht 185–186Dimmer dashboardverlichting ~
Dashboardverlichting (dimmer) 24Display instrumentenpaneel 9Dodehoekbewaking 132Draadloze lader 57Drive Assist Plus 121Dynamische noodrem 99–100
E
Eco-mode ~ Eco-modus 165Eco-rijden (adviezen) 7ECO-stand 108Electronic Stability Program (ESC) 74Elektrisch bediende handrem ~ Handrem, elektrisch bediend 98–100, 170Elektrische ruitbediening 40Elektrisch verstelbare stoelen 45Elektromotor 5, 28, 96, 153, 202Elektronische remdrukregelaar (REF) 73Elektronische remdrukregelaar (REF) ~
Electronic Brake Force
Distribution (EBD) 73–74
Elektronische sleutel 33–34Elektronische startblokkering ~ Startblokkering, elektronische 94Elektronisch Stabiliteits Programma (ESP) 73–75Energiestromen 28ESP (Elektronisch Stabiliteits Programma) 73
F
Flacon AdBlue® 172Follow me home-verlichting 32, 64Follow me home verlichting ~ Follow-me-home-verlichting 32, 64Frequentie (radio) 235Full Park Assist 145
G
Gekoppeld navigatiesysteem 228–231Geluidssignaal voor voetgangers 71, 92Geprogrammeerd laden 28, 154, 157Gereedschap 177–179Gereedschapskist 59Gesproken commando's ~ Spraakcommando's 222–225Gevarendriehoek 177Gewichten 198–199, 201GPS 228Grootlicht 185–186

249
Trefwoordenregister
Lane Departure Warning System 129, 132Lane Keeping System 121, 125–127, 129LCD-instrumentenpaneel 9Leder (onderhoud) 175LED-verlichting 62, 185Leeslampjes 58Lekke band 179, 181Lendensteun 45–46Lendensteun, verstelling 45
Lichtschakelaar 61, 63Lokaliseren van de auto 31Luchtfilter 170Luchtfilter (vervangen) 170Luchtrecirculatie 53Luidsprekers 56
M
Make-upspiegel 55Massagefunctie 45–46Matrix-instrumentenpaneel 9Matten 57, 114Mat verwijderen 57Meldingen 240Menu 212Menu's (audio) 206–207, 221–222Menustructuren display 212Milieu 7, 37, 92Mistachterlicht 61, 187Mistlampen vóór 61, 66
Monteren allesdragers ~ Allesdragers monteren 163Motor 171Motoren 198–199, 201Motorkap 166Motorkapsteun 166Motorolie 168Motorolieniveaumeter 20
N
Navigatiesysteem 226–228Neerklappen stoelen achter 48–49Netaansluiting (standaardstekker) 154Niveau AdBlue® 169Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau 170Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau 21, 169Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau 168Niveau ruitensproeiervloeistof ~ Ruitensproeiervloeistofniveau 67, 169Niveaus controleren 167–169Niveaus en controles 167–169Noodbediening achterklep 38Noodbediening portieren 35–36Noodoproep ~ Urgence-oproep 71–72Noodprocedure afzetten van de motor 97Noodprocedure starten 97, 192
Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS) 74, 136Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist System (BAS) 74
O
Oliefilter 170
Oliefilter (vervangen) 170Olieniveau 20, 168Oliepeilstok 20, 168Olieverbruik 168Onder de motorkap ~ Motorruimte 167Onderhoud (adviezen) 153, 174Onderhoudsadviezen 153, 174Onderhoudscontroles 19, 169, 171Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator 19, 24Ontdooien 53Ontgrendelen 30, 33Ontgrendelen achterklep 33Ontgrendelen bagageruimte ~ Bagageruimte ontgrendelen 31, 33Ontgrendelen portieren ~ Portieren ontgrendelen 35Ontgrendelen van binnenuit ~ Interieur ontgrendelen 34Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten 177Ontwasemen 53Ontwasemen achter 53