
176
ON
Weergave van meting op het
instrumentenpaneel
Als het gewicht van de lading het
maximaal toegestane gewicht
overschrijdt, gaat dit lampje
branden.
Storing
Weergave van een storing van
het systeem in de laadruimte
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Weergave op het instrumentenpaneel
Na het activeren van de meting in de
laadruimte, gaan de leds van de 3 knoppen
ongeveer 3
seconden tegelijkertijd knipperen
en gaan daarna uit. Deze lampjes gaan branden in combinatie met
een melding.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Eco-mode
De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, interieurverlichting, enz. maximaal
veertig minuten gebruiken.
Eco-mode inschakelen
Een melding op het display van het
instrumentenpaneel geeft aan dat de eco-mode
is ingeschakeld en de actieve functies worden
in de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10
minuten
worden voortgezet via het Bluetooth-systeem
van het audiosysteem in uw auto.
Eco-mode afsluiten
De door de eco-mode uitgeschakelde functies
worden automatisch weer ingeschakeld als de
motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
-
m
inder dan tien minuten om de functies
ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,
-
m
eer dan tien minuten om de functies
ongeveer dertig minuten te kunnen
gebruiken.
Neem de tijd die nodig is voor het laten draaien
van de motor in acht om een juiste lading van
de accu te garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de motor niet
gestart worden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de 12V-accu .
Praktische informatie

189
De elektrische installatie van de auto biedt
de mogelijkheid een compressor aan te
sluiten en te gebruiken voor de duur die
nodig is om een gerepareerde lekke band
op spanning te brengen.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset.
Reparatiemethode
F Parkeer het voertuig zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af.
F
R
ol de slang uit die onder de compressor is
opgeborgen.
Ver wijder niet het voor werp dat de
lekkage heeft veroorzaakt uit de band.
Met deze reparatieset kunnen de meeste
lekke banden worden gerepareerd, als het
lek zich in het loopvlak of de hiel van de
band bevindt.
F
H
aal het dopje van het ventiel van de lekke
band en bewaar het op een schone plaats.
F
S
luit de slang van de compressor aan op de
flacon met afdichtmiddel. F
K
eer de flacon met afdichtmiddel om en
bevestig deze aan de desbetreffende
uitsparing van de compressor.
F
S
luit de slang van de flacon met
afdichtmiddel aan op het ventiel van de
lekke band en zet hem stevig vast.
Bandenreparatieset
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
De bandenreparatieset bestaat uit een
compressor en een flacon met afdichtmiddel.
Hiermee kunt u de band tijdelijk repareren ,
zodat u de dichtstbijzijnde garage kunt
bereiken.
F
C
ontroleer of de schakelaar van de
compressor in de stand " O" staat.
8
In geval van pech

192
Toegang tot het reservewiel
F Het reser vewiel is bereikbaar vanaf de achterzijde van de auto.
F
A
ls uw auto is uitgerust met een trekhaak,
krik de auto dan aan de achterzijde op
(uitsluitend bij punt B ) tot er voldoende
ruimte is om het reser vewiel te kunnen
verwijderen.
Het reservewiel verwijderen uit
de houder
F Open de achterklep of achterdeuren (afhankelijk van de uitvoering).
F
O
pen de achterdeuren (of achterklep) om
bij de in de dorpel geplaatste bout van de
reservewielhouder te komen.
F
D
raai de bout los met behulp van de
wielsleutel, tot de reservewielhouder
laag genoeg hangt om de haak van de
reservewielhouder los te maken. F
H
aal de reser vewielhouder los van de haak
en plaats het reser vewiel in de nabijheid
van het te ver vangen wiel.
Het reservewiel aanbrengen in de
houder
F Plaats het wiel voor de reservewielhouder.
F B eweeg het reser vewiel geleidelijk in de
reservewielhouder door hem heen en weer
(van links naar rechts) te bewegen tot het
bevestigingsgedeelte van de haak vrij komt.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset
.
F
P
arkeer de auto zonder het verkeer te
belemmeren en trek de parkeerrem aan.
F
V
olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
dragen van een reflecterend veiligheidsvest,
enz.) conform de regels die gelden in het
land waar u zich bevindt.
F
Z
et het contact af.
In geval van pech

197
Verlichting vóór
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het vervangen van
lampen en in het bijzonder de typen lampen.
Uitvoering A Zijknipperlicht
Ty p e A
, W Y5W-5W (amberkleurig)
-
D
ruk het zijknipperlicht naar achteren en
trek het los.
-
S
teek bij het aanbrengen het zijknipperlicht
er aan de voorzijde in en beweeg het
vervolgens naar achteren.
De amberkleurige lampen (richtingaanwijzers
en zijknipperlichten) moeten worden
ver vangen door lampen met dezelfde kleur en
eigenschappen.
Dimlicht
Ty p e C , H7
F
T
rek aan de lip om de beschermkap te
verwijderen.
F
D
raai het geheel ten opzichte van de steun.
F
T
rek de lamphouder los.
F
V
ervang de lamp.
Voer voor de montage van de lamp dezelfde
handelingen in omgekeerde volgorde uit.
Breng de beschermkap op zo'n manier
aan dat de lip bereikbaar blijft.
1.
Parkeerlichten/dagrijverlichting.
Ty p e
A , W21/5W of LED (afhankelijk van
de uitvoering)
2. Grootlicht.
Ty p e
C , H1
3. Dimlicht.
Ty p e
C , H7
4. Richtingaanwijzer.
Ty p e
B , PY21W
5. Mistlamp.
Ty p e
D , H11
8
In geval van pech

198
Parkeerlichten/dagrijverlichting
Ty p e A, W21/5W
F
D
raai de stekker een kwart omwenteling
rechtsom.
F
T
rek de lamphouder los.
F
V
ervang de lamp.
Voer voor de montage dezelfde handelingen in
omgekeerde volgorde uit.
Grootlicht
Ty p e C , H1
F
T
rek aan de lip om de beschermkap te
verwijderen.
F
M
aak het geheel los van de steun.
F
T
rek de lamphouder los.
F
V
ervang de lamp.
Voer voor de montage van de lamp dezelfde
handelingen in omgekeerde volgorde uit.
Breng de beschermkap op zo'n manier
aan dat de lip bereikbaar blijft.
Richtingaanwijzers
Ty p e B, PY21W
Sneller knipperen van de
richtingaanwijzerlamp (links of rechts)
betekent dat één of meerdere lampen aan
die zijde defect zijn.
F
D
raai de stekker een kwartslag linksom.
F
T
rek aan het geheel ten opzichte van de
steun.
F
V
ervang de lamp.
Voer voor de montage dezelfde handelingen in
omgekeerde volgorde uit.
In geval van pech

207
Auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak: zet de versnellingshendel
in de neutraalstand.
Selecteer bij een auto met automatische
transmissie de stand N.
Als u dit niet doet, is het mogelijk
dat bepaalde onderdelen van het
remsysteem beschadigd raken en dat de
rembekrachtiger na het starten niet meer
werkt.
Slepen van uw auto Slepen van een andere auto
F Beweeg uw vinger vanuit het midden van
het klepje in de voorbumper naar een
bovenhoek (zoals hierboven aangegeven)
om het los te maken.
F
D
raai het sleepoog vast tot de aanslag.
F
Be
vestig de sleepstang. F
S
chakel de alarmknipperlichten van de te
slepen auto in.
F
R
ijd voorzichtig weg en houd zowel de
snelheid als de af te leggen afstand
beperkt. Algemene aanwijzingen
Volg de huidige wetgeving in uw land op.
Controleer of het gewicht van de
trekkende auto hoger is dan van de auto
die wordt gesleept.
Er moet iemand achter het stuur wiel van
de gesleepte auto blijven zitten. Deze
persoon moet beschikken over een geldig
rijbewijs.
Gebruik bij het slepen met 4 wielen op de
grond altijd een goedgekeurde sleepstang;
touwen en riemen zijn verboden.
De bestuurder van de slepende auto moet
voorzichtig wegrijden.
Als de auto wordt gesleept met
uitgeschakelde motor, werken ook de rem-
en stuurbekrachtiging niet.
Schakel in de volgende gevallen een
professioneel bergingsbedrijf in:
-
a
ls de auto is gestrand op de
autosnelweg of autoweg,
-
b
ij auto's met vier wielaandrijving,
-
a
ls het niet mogelijk is de
versnellingsbak in de neutraalstand te
zetten, het stuurslot te ontgrendelen of
de parkeerrem vrij te zetten,
-
b
ij het slepen met slechts twee wielen
op de grond,
- b ij het ontbreken van een
goedgekeurde sleepstang.
F
P
laats op de achterbumper de sleutel in de
inkeping onder het klepje.
F
D
raai de sleutel en open het klepje.
F
D
raai het sleepoog vast tot de aanslag.
F
Be
vestig de sleepstang.
F
S
chakel de alarmknipperlichten van de te
slepen auto in.
F R ijd voorzichtig weg en houd zowel de
snelheid als de af te leggen afstand
beperkt.
8
In geval van pech

219
AAanhangergewichten ............................................ 210
Aanhanger ....................................... 10 0, 115 -11 6 , 173
Aansluiten MirrorLink
.................................... 11 -12, 19
Aansluiting 220 V
.................................................... 66
Aansluiting 12 V
..................................
...............64-65
ABS
..................................
.......................................98
Accessoires ..................................................... 95, 120
Accu laden
............................................................ 205
Accu
............................................... 176, 181 , 203-206
Achterbank
..................................
............................63
Achterdeuren
..................................................... 42
- 43
Achterklep
......................................................... 42, 45
Achterlichten
..................................
.......................19 9
Achterportierruiten
.................................................. 5
6
Achterruitverwarming
........................................ 57, 79
Achteruitrijcamera
................................................. 163
Achteruitrijlicht
...................................................... 19 9
Actieradius AdBlue
® ................................................ 31
Ac
tieradius AdBlue
............................................ 31- 32
Active Safety Brake............................. 18 -19, 15 0 -152
Adaptieve cruise control met Stop- functie
.......................................... 13 6, 142-145 , 148
Adaptieve snelheidsregelaar
................................ 14
4
AdBlue
® bijvullen ................................... ................185
AdBlue®-reservoir ................................................. 185
AdBlue® .............................................. 23, 31, 183 -18 4
Advanced Grip Control .................................. 101-102
Afmetingen
............................................................ 208
Afstandsbediening
.............. 3
7- 3 9, 42, 44 , 47- 4 8 , 120
Afstellen van de koplamphoogte
............................91
Afzetten van de motor
.................................... 11 6, 11 9
Afzonderlijk massapunt
......................................... 178
Airbags vóór
.......................................... 10 6, 108 , 11 0
Airbags
.................
........................... 19, 10 6 , 108, 11 0
Airconditioning met gescheiden regeling
...............78
Airconditioning (handbediend)
...................75, 78 , 83
Airconditioning
........................................................ 75
Alarmknipperlichten
................................................ 97
A
larmsysteem
................................................... 53,
55
Algemeen menu
........................................................ 4
Allesdragers .......................................................... 17 7
Antiblokkeersysteem (ABS) ...............................97- 9 8
Antidiefstalsysteem/Startblokkering
..................... 12
0
Antispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling
...........................20, 97- 9 9 , 101-102
Apple CarPlay verbinding
..................................12, 18
Apple
®-speler ................................................ 10, 9 , 26
Armsteun vóór ......................................................... 64
A
rmsteun
................................................................. 60
Audiokabel
.............................................................. 25
Automatische airconditioning met gescheiden regeling
........................................ 75 -76
Automatische airconditioning ~ Airconditioning, automatische ..............................83
Automatische ruitenwissers
........................26, 92 , 94
Automatische transmissie ~ Versnellingsbak, automatische
...11 6 , 125-132 , 182
Automatisch inschakelen alarmknipperlichten
....... 97
A
utomatisch inschakelen verlichting
.................86-88
Automatisch noodremsysteem
...........18 -19, 15 0 -152
AUX-aansluiting
.............................................. 8, 9 , 25
BBanden oppompen ............................................... 183
Bandenspanningscontrole (met set) ............. 18
9, 191
Bandenspanning te laag (detectie)
.......................167
Bandenspanning
............................ 183, 191 , 195 , 217
Banden
.................
................................................. 183
Batterij afstandsbediening vervangen ~ Afstandsbediening, batterij vervangen
................45
Batterij afstandsbediening ~ Afstandsbediening, batterij
....................... 4
5 - 47, 82
Bediening autoradio aan stuurkolom ~ Autoradio, bedieningen aan stuurkolom
..... 2-
3, 3 , 3
Bekerhouder
........................................................... 64
B
eladen
........................................................... 68, 17 7
Benzinemotor
.................................. 170, 178 , 211-212
Benzine .................................. .........................211-212
Bijvullen AdBlue® .................................................. 18 5
Binnenspiegel
......................................................... 58
BlueHDi
............................................................ 31, 187
Bluetooth-telefoon met spraakherkenning
.............14
Bluetooth-verbinding
.............. 11, 13 -15 , 21-22 , 27-2 8
Bluetooth (handsfree set)
............1 0 -11, 13 -14 , 27-2 8
Bluetooth (telefoon)
................................. 13 -15, 27-2 8
Bochtverlichting, statisch
................................... 90 -91
Bochtverlichting
...................................................... 90
Boordcomputer
.................................................. 33-35
Boordgereedschap
......................................... 187-188
Brandstofadditief
..................................
............21, 182
Brandstofniveaumeter
..................................... 171-172
Brandstof tanken
............................................ 170 -172
Brandstoftank leeg (diesel)
................................... 187
Brandstoftank
.......................................... 171, 171-172
Brandstofvuldop ~ Brandstoftankdop
............. 17
1-172
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep
...........171-172
Brandstof
................................................................ 170
Buitenlandse reizen
................................................ 86
Buitenspiegels ............................... 57- 5 8, 79, 157-15 8
CCD-/MP3 speler .................................................. 9, 25
CD MP3 ........................................................... 9, 9 , 25
CD
................................................................... 9, 9 , 25
Centrale vergrendeling
.....................................38, 42
Claxon
..................................................................... 97
Configuratie van de auto
........................................ 29
C
ontact aangezet
.................................................. 120
Contact
..................................................... 11 9 -12 0, 29
Controlelampjes
...................................................... 14
Controle motorolieniveau ~ Motorolieniveau, controle
.....................................30
Controles
.................
................................178, 181-183
.
Trefwoordenregister

223
TMC (verkeersinformatie) .......................................15
T oegang tot het reservewiel .................................192
Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer (bediening)
....................................................... 75 -77
Touchscreen
......................................................... 1, 1
Trailer Stability Management (TSM)
.....................10 0
Trekhaak
.......................... 10 0, 115 -11 6 , 173 -174 , 174
Tweepersoons voorbank
..........................61, 63 , 104
Tweezitsbank vóór
............................................. 61- 63
UUitgebreide verkeersbordherkenning ...................13 6
Uitneembaar luik ................................................ 70 -71
Uitschakelen airbag passagier ~ Passagiersairbag uitschakelen
...................10 6, 11 0
Uitschakelen ASR /DSC (ESP)
...............................99
USB-aansluiting
..................................
......65, 7, 9 , 25
USB-poort
........................................................ 7, 9 , 25
USB
.................................................................. 7, 9 , 25
VVeiligheidsgordels .............................15, 103 -105 , 111
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~ Kinderen (veiligheidsvoorzieningen)
...10 6 , 1 0 9 -113
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen .....10 6 , 1 0 9 -113Ventilatie .......................................... 75, 77 , 79 , 81, 83
Vergrendelen ............................................... 37, 42 , 47
Vergrendeling van binnenuit
.............................. 4
8-49
Verkeersinformatie (TA)
............................................ 5
Verkeersinformatie (TMC)
......................................15
Lampje airbags ~ Airbaglampjes
............................ 19
L
ampje handrem ~ Handremlampje
.......................14
Lampje laag brandstofniveau ~ Brandstofreservelampje
........................................ 17
L
ampje remsysteem ~ Remlampje .........................14
Lampje service ........................................................ 24
Lampjes ~ Controlelampjes .....................................13
Lampjes ~ Lampjes
...................................
.........13, 15
Lampjes (status) ~ Controlelampjes (status)
.......... 15
L
ampjes
.................
....................................... 15 -16, 85
Lampje veiligheidsgordel bestuurder niet vastgemaakt ~ Gordellampje
.............................104
Lampje veiligheidsgordels ~ Gordel (lampje)
....... 10
4
Lampje voorgloeien (diesel)
................................... 18
V
erlichting overdag ~ Dagrijverlichting
..... 85,
87, 198
Verlichting
............................................................... 85
Verversen
....................................................... 179 -18 0
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
......................182
Verwarming
............................................ 75, 79 - 81 , 83
Volledig ontgrendeld
.......................................... 38-40
Voorgloeien (dieselmotor)
.......................................18
Voorruitverwarming
........................................... 78 -79
Voor stoelen
........................................................ 59-63
WWaarschuwing kans op aanrijding ...........18, 15 0 -151
Waarschuwing oplettendheid bestuurder .............159
Waarschuwingssignaal sleutel in contact
.............11 9
Waarschuwing vergeten verlichting
.......................86
Webbrowser
..................................
..........................21
Wiel demonteren
............................................ 193 -195
Wiel monteren
................................................ 193 -195
Wiel verwisselen
.................................... 188, 191-192
WiFi-netwerkverbinding
.......................................... 22
Window-airbags
..................................
....107-108 , 11 0
ZZekeringen vervangen ...................................201-203
Zekeringen ..................................................... 201-203
Zekeringkast motorruimte
.....................................203
Zij-airbags
...................................................... 10
7-108
Zijknipperlicht
........................................................ 197
12V- ac c u
............................................................... 203
.
Trefwoordenregister