
205
F Zet de schakelaar A in de stand "Reparatie".
F
R
ol de witte slang G volledig uit.
F
S
luit de witte slang aan op het
ventiel van de gerepareerde
band.
F
S
luit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting van de auto.
F
S
tart de motor en laat de motor draaien.
Ga zo snel mogelijk naar het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Vergeet niet de technicus te vertellen dat u
de set hebt gebruikt. Na nadere inspectie
kan de technicus u vertellen of de band
gerepareerd kan worden of moet worden
vervangen.
F
B
reng de band met behulp van de
compressor op de voorgeschreven
spanning (spanning verhogen: schakelaar
B
in stand I ; spanning verlagen: schakelaar
B
in stand O en knop C indrukken), zoals
vermeld op de bandenspanningssticker in
de portieropening aan bestuurderszijde.
Als de bandenspanning sterk daalt, is
het lek niet goed gedicht; neem contact
op met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om u verder te
helpen.
F
V
erwijder de set en berg hem op. F
R ijd niet harder dan 80 km/h en niet
verder dan 200
km.
U kunt de compressor, zonder inspuiting
van het afdichtmiddel, ook gebruiken om
de bandenspanning te controleren of de
banden op spanning te brengen.
Als na 7 minuten deze bandenspanning
niet is bereikt, is de band niet te
repareren met de bandenreparatieset;
neem voor verdere hulp contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Rijd met een gerepareerde band niet
meer dan 200 km; neem contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om de band te
laten vervangen.
Als de spanning van één of meer
banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden
gereset.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem .Verwijderen van de slang
en de flacon
F Beweeg de slang 2 naar links tot deze
contact maakt met de behuizing.
F
M
aak aansluiting 1 van de flacon los door
hem een kwartslag linksom te draaien.
F
T
rek de middelste slang 2 voorzichtig
naar buiten en koppel aansluiting 3 van
de luchtinlaatslang los door deze een
kwartslag linksom te draaien.
8
In geval van pech

218
PEUGEOT is niet aansprakelijk voor
kosten die voortvloeien uit storingen
veroorzaakt door het monteren van extra
accessoires die door PEUGEOT noch
aanbevolen noch geleverd worden en die
bovendien niet volgens haar specificaties
zijn gemonteerd. Dit geldt met name
als het gezamenlijke stroomverbruik
van de extra accessoires meer dan 10
milliampère bedraagt.
Neem voor meer informatie over de
montage van een trekhaak of een taxi-
uitrusting contact op met het PEUGEOT-
netwerk.
Versie 1 (Eco)
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van
de auto.Zekering
N r.
Stroomsterkte (A)Functies
F4 15Claxon.
F5 20Ruitensproeierpomp
voor en achter.
F6 20Ruitensproeierpomp
voor en achter.
F7 1012V-aansluiting achter.
F8 20Ruitenwisser(s) achter.
F10/F11 30Interne/externe sloten,
voor en achter.
F14 5Inbraakalarm,
noodoproep en
pechhulpoproep.
F24 5Touchscreen,
achteruitrijcamera en
parkeerhulp.
F29 20Audiosysteem,
touchscreen, CD-speler,
navigatiesysteem.
F32 1512V-aansluiting vóórVersie 2 (Full)
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van de auto.
Zekering N r.
Stroomsterkte (A)Functies
F5 5Touchscreen,
achteruitrijcamera en
parkeerhulp.
F8 20Ruitenwisser(s) achter.
F10/F11 30Interne/externe sloten,
voor en achter.
F12 3Alarm.
F17 1012V-aansluiting achter.
F33 1512V-aansluiting vóór
F36 20Audiosysteem,
touchscreen, CD-speler,
navigatiesysteem.
In geval van pech

7
Volgsysteem DAB/FM
"DAB" dekt niet het hele land.
Als het digitale signaal niet goed is, kunt
u met " -Volgsysteem digitale zender
/
FM" dezelfde zender blijven beluisteren
doordat het systeem automatisch
overschakelt op de desbetreffende
analoge "FM"-zender (indien
beschikbaar).
Als het " Volgsysteem digitale zender /
FM"
is ingeschakeld, wordt automatisch de
DAB-zender geselecteerd.
Druk op de toets MENU .
Selecteer " Multimedia " en bevestig
uw keuze.
Selecteer " Volgsysteem digitale
zender /
FM" en bevestig uw keuze.
Als " Volgsysteem digitale zender /
FM"
is geactiveerd, kan er sprake zijn van
een vertraging van enkele seconden
als het systeem overschakelt op de
analoge "FM"-radiozender en kan het
geluidsvolume soms veranderen. Als de "DAB"-zender waarnaar u luistert
niet beschikbaar is als "FM"-zender
(optie "
DAB/FM " doorgestreept) of als
" Volgsysteem digitale zender / FM" niet is
geactiveerd, wordt het geluid onderbroken
als het digitale signaal te zwak wordt.
Media
USB-aansluiting
Gebruik geen USB-verdeelstekker
om beschadiging van het systeem te
voorkomen. Elk apparaat dat op het audiosysteem
wordt aangesloten, moet compatibel zijn
met het audiosysteem of voldoen aan
norm IEC 60950 -1.
Steek de USB-stick in de USB-aansluiting
of sluit het USB-apparaat via een kabel (niet
meegeleverd) op de USB-aansluiting aan.
Het systeem schakelt automatisch over op de
"USB"-bron. Het systeem maakt gebruik van afspeellijsten
(in het tijdelijke geheugen). Het aanmaken
van deze lijsten kan enkele seconden of soms
enkele minuten duren nadat het apparaat voor
de eerste keer is aangesloten.
Het beperken van het aantal niet-
muziekbestanden en het aantal mappen
zal het aanmaken van deze afspeellijsten
versnellen. Elke keer dat een nieuwe USB-stick
wordt aangesloten, worden de afspeellijsten
bijgewerkt.
Draagbare apparatuur die op de
USB-aansluiting is aangesloten, wordt
automatisch opgeladen.
Afspeelmethode
Er zijn verschillende afspeelmethodes:
- N ormaal : de nummers worden in de
normale volgorde volgens de afspeellijst
afgespeeld.
-
S
huffle : de nummers van een album of een
map worden in een willekeurige volgorde
afgespeeld.
-
W
illekeurig voor alle media : alle nummers
van alle mediaspelers worden in een
willekeurige volgorde afgespeeld.
.
Bluetooth®-autoradio

8
- Herhaling: alleen de nummers van dit
album of deze map worden afgespeeld.
Druk op deze toets om naar het
contextmenu van de functie Media
te gaan.
Druk op deze toets om de gekozen
afspeelmethode te selecteren.
Druk op deze toets om te
bevestigen.
De keuze wordt boven in het scherm getoond.
Een nummer selecteren voor
afspelen
Druk op een van deze toetsen om
naar het vorige/volgende nummer
te gaan.
Druk op een van deze toetsen om
naar de vorige/volgende map te
gaan.
Indelen van bestanden
Houd deze toets enige tijd
ingedrukt om de verschillende
indelingsmogelijkheden te bekijken. Kies per "
Map" / "Artiest " / "Genre "
/ " Afspeellijst ".
Afhankelijk van de beschikbaarheid
en het type randapparatuur.
Druk op OK om de gekozen indeling
te selecteren en vervolgens opnieuw
op OK om uw keuze te bevestigen.
Bestanden afspelen
Druk deze toets kort in om de
gekozen indeling weer te geven.
Scroll door de lijst met de toetsen
links/rechts en omhoog/omlaag.
Bevestig de selectie door op OK te
drukken.
Druk op een van deze toetsen om
naar het vorige/volgende nummer
te gaan.
Houd een van de toetsen ingedrukt
voor snel vooruit /achteruit zoeken.
Druk op een van deze toetsen
om naar volgende/vorige " Map" /
" Artiest " / "Genre " / "Afspeellijst ”
te gaan*
AUX-aansluiting
(afhankelijk van uitvoering en uitrusting)
*
A
fhankelijk van de beschikbaarheid
en het type randapparatuur. Sluit het externe apparaat (MP3 -speler enz.)
met een audiokabel (niet meegeleverd) aan op
de jack-aansluiting.
Elk apparaat dat op het audiosysteem
wordt aangesloten moet compatibel zijn
met de norm van het audiosysteem of
voldoen aan norm IEC 60950 -1.
Druk herhaaldelijk op de toets
SOURCE om "AUX" te selecteren.
Stel eerst het volume van het externe apparaat
af (hoog geluidsniveau). Stel ver volgens het
volume van het audiosysteem af. De bediening
gebeurt via het externe apparaat. Sluit niet tegelijkertijd een extern apparaat
aan via de jack-aansluiting en de USB-
aansluiting.
Bluetooth®-autoradio

9
CD-speler
Gebruik alleen ronde CD's.
Bepaalde systemen voor kopieerbeveiliging op
de originele CD of zelfgebrande CD's kunnen
storingen veroorzaken die niets te maken
hebben met de kwaliteit van de oorspronkelijke
CD-speler.
Bij het invoeren van een CD start het afspelen
automatisch.Het systeem herkent geen externe CD-
spelers die op de USB-aansluiting worden
aangesloten. Als er al een CD in het apparaat
zit die u wilt beluisteren, druk dan
herhaaldelijk op de toets SOURCE
om de functie " CD" te selecteren.
Druk op een van de toetsen voor
het selecteren van een nummer op
de CD.
Druk op de toets LIJST voor een
lijst van de beschikbare nummers
op de CD.
Houd een van de toetsen ingedrukt
voor snel vooruit /achteruit zoeken.
Een MP3-compilatie
afspelen
Plaats een MP3 - CD in de CD-speler.
Het audiosysteem scant de CD tot alle
nummers zijn gevonden, hierdoor kan het
enkele tot enkele tientallen seconden duren
voordat het afspelen begint.
Op een enkele disc kan de CD-speler tot
255 MP3 -bestanden lezen, verspreid over
8 niveaus.
Het is echter raadzaam het aantal
afspeellijsten tot twee te beperken om een
lange laadtijd van de CD te voorkomen.
Bij het afspelen wordt geen rekening
gehouden met de mappenstructuur.
Alle bestanden worden op hetzelfde
niveau weergegeven. Als er al een CD in het apparaat
zit die u wilt beluisteren, druk dan
herhaaldelijk op de toets SOURCE
om de functie " CD" te selecteren.
Druk op een van de toetsen voor het
selecteren van een map op de CD.
Druk op een van de toetsen voor
het selecteren van een nummer op
de CD. Druk op de toets LIJST
voor een lijst
van de beschikbare bestanden op
de MP3-compilatie.
Houd een van de toetsen ingedrukt
voor snel vooruit /achteruit zoeken.
Bluetooth® streaming audio
Streaming audio biedt de mogelijkheid om
muziekbestanden op de telefoon via de audio-
installatie in de auto af te spelen.
Koppel de telefoon.
(Zie de rubriek " Koppelen van een telefoon ").
Activeer de bron Streaming door op
de toets SOURCE te drukken.
In sommige gevallen moet het
afspelen van audiobestanden via het
toetspaneel worden geactiveerd.
U kunt audiobestanden selecteren via de
toetsen op het bedieningspaneel van het
audiosysteem en de stuurwieltoetsen.
De informatie over de audiobestanden kan
op het scherm worden weergegeven, als
de telefoon deze functie ondersteunt. De
weergavekwaliteit hangt af van de kwaliteit van
het signaal van de telefoon.
.
Bluetooth®-autoradio

10
Apple®-speler aansluiten
Sluit de Apple®-speler met een geschikte kabel
(niet bijgeleverd) aan op de USB-aansluiting.
Het afspelen begint automatisch.
De bediening gebeurt via de audio-installatie
in de auto.
De beschikbare indeling is die van het
aangesloten apparaat (artiesten / albums /
genres / afspeellijsten).
De softwareversie van het audiosysteem kan
incompatibel zijn met de softwareversie van uw
Apple
®-speler.
Informatie en tips
De CD-speler speelt audiobestanden af met
de extensie .mp3, .wma, .wav en .aac met een
bitrate tussen 32 kbps en 320 kbps.
De CD-speler is ook compatibel met de modus
TAG (ID3 tag, WMA TAG).
Andere typen audiobestanden (.mp4, enz...)
kunnen niet worden afgespeeld.
Bestanden met de extensie .wma moeten van
het type WMA 9 Standaard zijn.
De bemonsteringsfrequenties (sampling rates)
zijn 11, 22, 44 en 48 kHz. Andere typen audiobestanden (.mp4, enz...)
kunnen niet worden afgespeeld.
Bestanden met de extensie .wma moeten van
het type WMA 9 Standaard zijn.
De bemonsteringsfrequenties (sampling rates)
zijn 11, 22, 44 en 48 kHz.
Geadviseerd wordt om voor bestandsnamen
maximaal 20 karakters te gebruiken; vermijd
daarbij speciale tekens (bijv.
: « ? ; ù) om
problemen met het afspelen of de weergave te
voorkomen.
Om een gebrande CDR of CDRW te kunnen
afspelen moet bij het branden bij voorkeur de
standaard ISO 9660 niveau 1, 2 of Joliet zijn
geselecteerd.
Als de disc met een andere standaard is
gebrand, kan deze mogelijk niet correct worden
afgespeeld.
Gebruik bij één disc altijd dezelfde standaard
voor het branden en selecteer bij het branden
altijd de laagste snelheid (maximaal 4x) voor
een optimale geluidskwaliteit.
Gebruik bij een multisessie- CD altijd de
standaard Joliet.
Gebruik geen USB-verdeelstekker, om
beschadiging van het systeem te voorkomen.
Gebruik uitsluitend USB-sticks die
geformatteerd zijn naar FAT32 (File
Allocation Table).
Via de USB-aansluiting speelt het systeem
audiobestanden af met de extensie ".mp3,
.wma, .wav, .cbr, .vbr" met een bitrate van 32
tot 320 Kbps. Gebruik voor een correcte werking de
originele USB-kabels van Apple
®.
Telefoon
Koppelen van een
Bluetooth®-telefoon
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder
handelingen die de volle aandacht vragen,
zoals het koppelen van een Bluetooth-
telefoon aan het Bluetooth-handsfree
systeem van het audiosysteem, uitsluitend
uitvoeren bij stilstaande auto en
ingeschakeld contact.
Activeer de Bluetooth-functie van
uw telefoon en zorg er voor dat deze
"zichtbaar is voor iedereen" (configuratie
van de telefoon).
Welke diensten beschikbaar zijn, is
afhankelijk van het netwerk, de simkaart
en de compatibiliteit van het gebruikte
Bluetooth-toestel.
Controleer de handleiding van uw telefoon
en de informatie van uw provider om te
kijken tot welke diensten u toegang hebt.
Bluetooth®-autoradio

17
Media
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
De Bluetooth-verbinding wordt onderbroken. De batterijspanning van de randapparatuur is
misschien te laag.Laad de batterij van de randapparatuur op.
Het scherm toont de melding "Storing USB-
randapparatuur". De USB-stick wordt niet herkend.
De USB-stick is mogelijk defect.Formateer de USB-stick opnieuw.
De CD wordt steeds uitgeworpen of wordt niet
afgespeeld. De CD is ondersteboven in de speler
geplaatst, kan niet worden gelezen, bevat geen
audiobestanden of bevat audiobestanden die
niet door het audiosysteem worden herkend.
De CD is voorzien van een systeem voor
kopieerbeveiliging dat niet door de audio-
installatie wordt herkend.-
C
ontroleer of de CD op correcte wijze in de
speler is geplaatst.
-
C
ontroleer de staat van de CD: de CD kan
niet worden gelezen als deze te veel is
beschadigd.
-
C
ontroleer de inhoud in het geval van een
opgenomen CD: raadpleeg het advies in het
hoofdstuk "Audio".
-
D
oor een te slechte kwaliteit, kunnen
bepaalde gebrande CD's niet door het
audiosysteem worden afgespeeld.
Het geluid van de CD is slecht. De gebruikte CD is bekrast of van slechte
kwaliteit.Gebruik alleen CD's van goede kwaliteit en
berg ze zorgvuldig op.
De audio-instellingen (bassen, hoge tonen,
klankkleur) zijn niet op de CD-speler
afgestemd. Zet het niveau van de bassen en de hoge tonen
op 0, zonder een geluidseffect te selecteren.
De op een smartphone opgeslagen muziek kan
niet worden afgespeeld via de USB-aansluiting. Afhankelijk van het type smartphone moet
het audiosysteem toestemming krijgen
van de smartphone voor toegang tot de
muziekbestanden.Activeer het MTP-profiel op de smartphone
handmatig (menu USB-instellingen).
.
Bluetooth®-autoradio

2
Het touchscreen is een capacitief scherm.
Voor het schoonmaken van het scherm
is het raadzaam gebruik te maken
van een niet schurende zachte doek
(bijvoorbeeld een brillendoekje), zonder
schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet aan met scherpe
voorwerpen.
Raak het scherm niet aan met natte
handen.
Bepaalde informatie wordt permanent
weergegeven in de bovenste balk van het
touchscreen:
-
B
asisinformatie van de airconditioning
(afhankelijk van de uitvoering)
en rechtstreekse toegang tot het
desbetreffende menu.
-
I
nformatie over de menu's Radio Media en
Telefoon.
-
I
nformatie over de privégegevens.
-
T
oegang tot de instellingen van
het touchscreen en het digitale
instrumentenpaneel.
Selecteren van de geluidsbron (afhankelijk van
de uitrusting):
-
F
M/DAB/AM-radiozenders (afhankelijk van
de uitrusting).
-
T
elefoon verbonden via Bluetooth
en multimedia-uitzending Bluetooth
(streaming).
-
USB-stick.
-
V
ia de AUX-aansluiting aangesloten
mediaspeler (afhankelijk van de uitrusting).
-
C
D-speler (afhankelijk van de uitrusting). Via het menu "Instellingen" kan een
profiel voor één persoon of voor een
groep personen met gemeenschappelijke
interesses worden aangemaakt,
waarbij vele instellingen mogelijk
zijn (voorkeuzezenders radio, audio-
instellingen, geluidssfeer enz.). De
instellingen worden automatisch
aangepast.
Als het zeer warm is in het interieur, kan
het geluidsvolume worden beperkt om het
systeem te beschermen. Het systeem kan
gedurende ten minste 5 minuten stand-by
(scherm en geluid uitgeschakeld) worden
gezet.
Zodra de temperatuur in het interieur is
gezakt, zal de oorspronkelijke instelling
weer worden gebruikt.
Druk op de zwarte pijl om een niveau lager te
gaan of om uw keuze te bevestigen.
Stuurkolomschakelaars
Bedieningsfuncties op het
stuurwiel - Type 1
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Radio:
Kort indrukken: zenderlijst
weergeven.
Lang indrukken: zenderlijst
bijwerken.
Media:
Kort indrukken: bestandsoverzicht
weergeven.
Lang indrukken:
sorteermogelijkheden weergeven.
Geluidsbron wijzigen (radio,
USB-uitgang, AUX-uitgang (indien
draagbaar apparaat is aangesloten),
CD-speler, audiostreaming).
Een selectie bevestigen.
PEUGEOT Connect Radio