126VerlichtingVerlichtingRijverlichting.............................. 126
Lichtschakelaar .......................126
Automatische verlichting .........127
Grootlicht ................................. 127
Grootlichtassistentie ................127
Lichtsignaal ............................. 128
Koplampverstelling ..................129
Koplampinstelling in het buitenland ............................... 129
Dagrijlicht ................................. 129
Bochtverlichting .......................129
Alarmknipperlichten .................129
Richtingaanwijzers ..................130
Mistlampen voor ......................130
Mistachterlicht ......................... 131
Parkeerlichten ......................... 131
Achteruitrijlichten .....................131
Beslagen lampglazen ..............131
Binnenverlichting .......................132
Regelbare instrumentenverlichting .........132
Leeslampen ............................. 132
Verlichting zonneklep ..............133
Verlichtingsfuncties ....................133
Verlichting middenconsole ......133Instapverlichting ......................133
Uitstapverlichting .....................133
Autozoekverlichting .................134
Wegverlichting ......................... 134
Ontlaadbeveiliging accu ..........134Rijverlichting
Lichtschakelaar
Lichtschakelaar draaien:
AUTO:automatische verlichting
schakelt automatisch
tussen dagrijlicht en
koplamp8:zijmarkeringslichten9:dimlicht of grootlicht
Wanneer u de ontsteking inschakelt,
is de automatische verlichting actief.
Controlelamp 8 3 110.
Verlichting131Mistachterlicht
Om in te schakelen r indrukken.
Lichtschakelaar in stand AUTO: bij
inschakelen van het mistachterlicht
worden de koplampen automatisch ingeschakeld.
Lichtschakelaar in stand 8: mistach‐
terlicht kan alleen in combinatie met
voorste mistlampen worden inge‐
schakeld.
Het mistachterlicht is gedeactiveerd
wanneer er een aanhanger of een
stekker is aangesloten op het contact, bijv. wanneer een fietsdrager is
geplaatst.
Parkeerlichten
Bij het parkeren kunnen de parkeer‐
lichten aan één kant worden inge‐
schakeld:
1. Contact uitschakelen.
2. Richtingaanwijzerhendel volledig omhoog- (parkeerlichten rechts)
of omlaaghalen (parkeerlichten links).
Bevestiging door een geluidssignaal
en het bijbehorende controlelampje
van de richtingaanwijzer.
Achteruitrijlichten
Het achteruitrijlicht gaat branden
wanneer het contact aanstaat en de auto in de achteruitversnelling staat.
Beslagen lampglazen De binnenkant van de lampenglazen
kan bij koud en vochtig weer, bij
hevige regen of na een wasbeurt
korte tijd beslaan. De condens
verdwijnt na korte tijd vanzelf, om dit
te versnellen de verlichting inschake‐
len.
285Bandenspanning .......................240
Bandenspanningswaarden ........274
Bedieningsorganen ......................93
Bekerhouders .............................. 73
Bekleding .................................... 258
Belading ........................... 50, 53, 55
Beladingsinformatie .....................90
Beslagen lampglazen ................131
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 173
Beveiliging van de auto ................36
Binnenspiegels ............................. 41
Binnenverlichting ...............132, 235
Blindehoeksysteem ....................199
BlueInjection ............................... 158
Bochtverlichting .......................... 129
Bolle vorm .................................... 39
Boordgereedschap .....................238
Boordinformatie .........................119
Brandstof .................................... 211
Brandstofmeter .......................... 102
Brandstof voor benzinemotoren 211
Brandstof voor dieselmotoren ...211
Buitenspiegels .............................. 39
Buitentemperatuur .......................96
Buitenverlichting .........................126
C Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 94Colour-Info-Display.....................120
Conformiteitsverklaring ...............276
Contactslotstanden ....................149
Controlelampen ..................101, 104
Controle over de auto ................149
Controles .................................... 221
Cruise control ....................111, 173
D Dagrijlicht ................................... 129
Dagteller .................................... 101
Dak ............................................... 46
Dakbelasting ................................. 90
Dakconsole .................................. 75
Dakdrager .................................... 89
DEF ............................................ 158
Diefstalalarmsysteem ..................36
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 227
Dieseluitlaatvloeistof ...................158
Dimlicht ....................................... 110
Dimlicht of grootlicht ...................126
Dodehoeksysteem ......................111
Doorlaadklep ................................ 78
Driepuntsgordel ........................... 58
Driver Information Center ...........112
Drukverliesdetectiesysteem 109, 241
E Eco-modus ................................. 164
EHBO ........................................... 89Elektrisch bediende ruiten ...........43
Elektrische aansluitingen .............97
Elektrische handrem ...................107
Elektrische handrem defect ........107
Elektrische parkeerrem....... 165, 166
Elektrische verstelling ..................39
Elektrisch systeem...................... 235
Elektronische rijprogramma's ....163
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ..
........................................ 108, 169
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............139
Elektronisch sleutelsysteem .........23
Event Data Recorders (EDR) .....280
F
FlexOrganizer .............................. 82
Frontaal airbagsysteem ...............64
Frontaanrijdingswaarschuwing ...185
G
Geavanceerde parkeerhulp ........194
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..279
Geluidssignalen .........................119
Gereedschap ............................. 238
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................88
Gloeilamp vervangen ................228