
Controleren en bijvullen
Winterdiesel
Z omer
die
sel wordt dik in de winter, hetgeen
ertoe leidt dat uw wagen moeilijker start.
Daarom wordt in de winter bij de tankstations
diesel met betere visco-elasticiteit bij kou
(winterdiesel) aangeboden. VOORZICHTIG
● De w ag
en is niet geconstrueerd voor het
gebruik van FAME-brandstof (biodiesel). Het
brandstofsysteem wordt beschadigd, indien
op deze brandstof wordt gereden.
● Brandstoftoevoegingen, zogenaamde
"vloeist
ofverbeteraars", benzine of dergelij-
ke middelen mogen niet aan de dieselolie
worden toegevoegd.
● Bij slechte kwaliteit van de diesel kan het
noodzakelijk
zijn om uit het brandstoffilter
ook tussen de in het Serviceplan vermelde in-
tervallen water af te tappen. Geadviseerd
wordt om dit in een gespecialiseerde werk-
plaats te laten uitvoeren. Een ophoping van
water in het filter kan tot motorstoringen lei-
den. AdBlue
®
Inf orm
atie o
ver AdBlue®Het verbruik van AdBlue
®
h an
g
t af van de
persoonlijke rijstijl, de bedrijfstemperatuur van het systeem en de omgevingstempera-
tuur wanneer de w
agen wordt gebruikt.
AdBlue ®
bevriest vanaf -11°C (+13°F). Het
systeem bevat verwarmingselementen die
ook de werking bij lage temperaturen garan-
deren.
De inhoud van de AdBlue ®
-tank is ca. 10,4 li-
ter.
De AdBlue ®
-tank mag nooit leeg zijn. Vanaf
een actieradius van minder dan 2400 km ver-
schijnt op het scherm van het instrumenten-
paneel een indicatie dat AdBlue ®
moet wor-
den bijgevuld ››› pag. 283. Wordt deze indi-
catie genegeerd, dan zal het later niet meer
mogelijk zijn om de motor te starten. Ver-
schijnt deze indicatie niet, dan hoeft geen
AdBlue ®
te worden toegevoegd.
AdBlue ®
is een gedeponeerd handelsmerk
van de Duitse vereniging van autofabrikan-
ten (VDA) en staat ook bekend als AUS32 of
DEF (Diesel Exhaust Fluid). VOORZICHTIG
Wordt te veel AdBlue ®
bij g
evuld, dan kan het
tanksysteem beschadigd raken. AdBlue
®
b ijvullen Afb. 236
Dop van de vulopening van de Ad-
Blue-t ank. Handelingen vóór het bijvullen
P
ark
eer de w
agen op een effen oppervlak.
Als de wagen niet op een effen oppervlak
staat maar bijvoorbeeld op een helling of aan
een kant op een stoeprand, kan de meter mo-
gelijk het vullen niet correct detecteren.
Indien een bericht over het AdBlue ®
-peil
werd getoond op het scherm van het instru-
mentenpaneel, vul dan minstens de mini-
maal vereiste hoeveelheid bij (ca. 5 liter) . En-
kel wanneer u deze hoeveelheid tankt, detec-
teert het systeem dat AdBlue ®
werd bijge-
vuld en kunt u de motor opnieuw starten. De
maximale hoeveelheid die u kunt tanken is
11 liter.
Contact uitschakelen. Als het contact niet is
uitgeschakeld tijdens het vullen, verschijnt
op het scherm van het instrumentenpaneel »
283
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Aanwijzingen
Motorolie A l
g
emene aanwijzingen De motor wordt af fabriek voorzien van een
spec
i
ale multigrade-olie geschikt voor elk
jaargetijde.
Omdat het gebruik van een hoogwaardige
olie een voorwaarde is voor het correct functi-
oneren en de duurzaamheid van de motor,
dient uitsluitend olie volgens de VW-normen
gebruikt te worden als u olie bijvult of ver-
verst.
De specificaties die op de volgende bladzijde
staan (VW-normen) moeten op de verpakking
vermeld staan; indien op de verpakking van
de olie zowel de normen voor zowel benzine-
als voor dieselmotoren vermeld staan, mag
de olie zonder onderscheid voor beide soor-
ten motoren gebruikt worden.
Geadviseerd wordt het verversen van de olie
uit te laten voeren door een Technische
Dienst of een gespecialiseerde werkplaats,
volgens het Onderhoudsprogramma.
De voor de motor in uw wagen geldende olie-
specificaties staan in ›››
pag. 59.
Onderhoudsintervallen
De onderhoudsintervallen kunnen flexibel
(service-interval met lange duur) of vast (af-
hankelijk van de tijd of het gereden aantal ki-
lometers). Als op de binnenkant van de omslag van het
boekj
e Onderhoud
sprogramma de aandui-
ding PR QI6 voorkomt, betekent dit dat voor
de wagen een service-interval met lange duur
van toepassing is, terwijl de aanduidingen
QI1, QI2, QI3, QI4 of QI7 staan voor een on-
derhoudsinterval op basis van tijd of kilome-
ters.
Variabele onderhoudsintervallen (Service-In-
tervallen met Lange Duur*)
Er zijn speciale oliën en controles ontwikkeld
die, afhankelijk van de rijomstandigheden en
rijstijl van de bestuurder, de verversingsinter-
vallen kunnen verlengen (service-intervallen
met lange duur).
Het gebruik van deze oliën is een voorwaarde
voor het verlengen van deze onderhoudsin-
tervallen, neem daarbij altijd het volgende in
acht:
● Vermeng de olie niet met de voor vaste on-
derhoudsint
ervallen voorgeschreven olie.
● Alleen bij uitzondering, als het motorolie-
peil t
e laag is ››› pag. 289 en LongLife-olie
niet beschikbaar is, mag met oliesoorten
voor vaste onderhoudsintervallen
››› pag. 59 maximaal 0,5 liter eenmalig
worden bijgevuld.
Vaste service-intervallen*
Als er voor de wagen geen "Service-interval
met lange duur" van toepassing is of dit in- terval op verzoek niet wordt toegepast, ge-
bruik dan o
lie voor vaste onderhoudsinter-
vallen die wordt vermeld in ›››
pag. 59. In
dit geval geldt voor uw wagen een vast on-
derhoudsinterval van 1 jaar of 15.000 km
(wat het eerst wordt bereikt) ››› brochure On-
derhoudsprogramma.
● Alleen bij uitzondering, als het motorolie-
peil t
e laag is ››› pag. 289 en de voor uw wa-
gen voorgeschreven olie niet beschikbaar is,
mag met oliesoorten volgens specificatie
ACEA A2 of ACEA A3 (benzinemotoren) resp.
ACEA B3 of ACEA B4 (dieselmotoren) hoog-
stens 0,5 liter eenmalig worden bijgevuld.
Wagens met roetfilter voor dieselmotoren*
In het Onderhoudsprogramma staat of uw
wagen met een roetfilter voor dieselmotoren
is uitgerust.
Bij wagens die zijn uitgerust met een roetfil-
ter voor dieselmotoren mag uitsluitend mo-
torolie volgens specificatie VW 507 00 wor-
den bijgevuld. Dat is een low SAPS-motor-
olie. Het gebruik van andere typen motorolie
kan ertoe leiden dat het roetfilter eerder ver-
stopt raakt, waardoor de levensduur ervan
wordt verminderd. Daarom:
● Niet vermengen met andere oliesoorten.
● Alleen bij uitzondering, als het motorolie-
peil t
e laag is ››› pag. 289, Motoroliepeil
controleren en de voor uw wagen voorge-
schreven olie niet beschikbaar is, mag met
288

Controleren en bijvullen
werkzaamheden in de motorruimte" lezen en
dez e op
v
olgen.
De remvloeistof trekt vocht aan en neemt
daarom in de loop van de tijd water uit de
omringende lucht op. Een te hoog waterge-
halte van de vloeistof kan echter op den duur
corrosieschade in het remsysteem veroorza-
ken. Bovendien wordt het kookpunt van de
remvloeistof aanzienlijk lager. Daardoor
wordt bij sterke belasting van de remmen de
remwerking minder doordat er luchtbelvor-
ming in het remsysteem ontstaat.
Zorg ervoor dat u altijd de juiste remvloeistof
gebruikt. Gebruik uitsluitend remvloeistof die
uitdrukkelijk voldoet aan de norm VW 501
14.
U kunt remvloeistof die voldoet aan norm VW
501 14 kopen bij een SEAT dealer of bij een
officiële SEAT werkplaats. Mocht deze niet
voorradig zijn, gebruik dan uitsluitend een
remvloeistof van hoge kwaliteit die voldoet
aan de DIN-norm ISO 4925 CLASS 4 of aan de
VS-norm FMVSS 116 DOT 4.
Indien u een remvloeistof van een ander type
of van lagere kwaliteit gebruikt, kan dat de
werking van het remsysteem negatief beïn-
vloeden. Als de verpakking niet vermeld dat
de remvloeistof voldoet aan de norm VW 501
14, DIN ISO 4925 CLASS 4 of de VS-norm
FMVSS 116 DOT 4, gebruik deze vloeistof dan
niet. ATTENTIE
Remvloeistof is giftig. De remwerking neemt
aanz ien
lijk af, aangezien de viscositeit met-
tertijd verloren gaat.
● Voordat u de motorkap opent en de rem-
vloeist
of controleert, eerst de waarschuwin-
gen lezen en deze opvolgen ››› pag. 285.
● Remvloeistof alleen in de gesloten origine-
le v
erpakking en buiten het bereik van kinde-
ren bewaren. Vergiftigingsgevaar!
● De remvloeistof vervangen volgens de aan-
wijzin
gen in het Onderhoudsprogramma. Bij
te oude remvloeistof kan het bij grote belas-
ting van de remmen tot luchtbelvorming in
het remsysteem komen. Hierdoor worden de
remwerking en bijgevolg de rijveiligheid ver-
minderd. Gevaar voor ongelukken. VOORZICHTIG
Remvloeistof tast de lak aan. Elke vloeistof-
re s
t in contact met de lak onmiddellijk afve-
gen. Milieu-aanwijzing
Met betrekking tot het opslaan en afvoeren
van r emb
lokken en remvloeistof gelden wet-
telijke voorschriften. Het servicenetwerk van
SEAT beschikt over de nodige vakkennis en is
erop ingesteld om deze afvalstoffen milieube-
wust op te slaan en af te voeren. Reservoir ruitensproeiervloei-
s
t
of
R
uitensproeiervloeistofpeil controle-
ren en sproeiervloeistof bijvullen Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 60
De ruitensproeier wordt via het ruitensproei-
erreservoir, dat zich in de motorruimte be-
vindt, van vloeistof voorzien. Het heeft een
inhoud van ca. 3 liter.
Het reservoir zit in de motorruimte.
Schoon water is niet voldoende om de ruiten
goed te reinigen. Daarom adviseren wij altijd
een ruitenreiniger aan het water toe te voe-
gen. Op de markt zijn ruitenreinigers verkrijg-
baar met een sterk reinigend vermogen die
vorstbestendig zijn en die dus het hele jaar
door gebruikt kunnen worden. Let op de
mengvoorschriften op de verpakking. ATTENTIE
Werkzaamheden aan de motor of in de motor-
ruimte dienen met de nodig
e voorzichtigheid
uitgevoerd te worden.
● Let vóór alle werkzaamheden in het motor-
compar
timent op de waarschuwingen ››› pag.
285. » 293
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Controleren en bijvullen
●
De ac c
u nooit langdurig aan direct daglicht
blootstellen, zodat de accubehuizing tegen
UV-stralen wordt beschermd.
● De accu bij langdurige stilstand van de wa-
gen te
gen vorst beschermen, zodat deze niet
"bevriest" en daardoor wordt beschadigd. Waarschuwingslampje
Springt aan
Storing in dynamo.
Het controlelampje
gaat
br
anden wanneer
u het contact inschakelt. Het lampje moet na
het aanslaan van de motor uitgaan.
Gaat het controlelampje tijdens het rijden
branden, dan wordt de wagenaccu niet meer
door de dynamo geladen. U moet direct de
dichtstbijzijnde gespecialiseerde werkplaats
opzoeken.
Omdat de accu zich geleidelijk ontlaadt, alle
niet noodzakelijke elektrische apparatuur uit-
schakelen.
Zuurpeil van de accu controleren De zuurtegraad van de accu moet bij veel ge-
r
eden k
i
lometers, in landen met een warm
klimaat en bij oudere accu's regelmatig wor-
den gecontroleerd. –
Motorkap openen en de
voorzijde van de
accu-afdekking omhoogklappen ››› in
V ei
ligheid
saanwijzingen voor werkzaam-
heden in de motorruimte op pag. 285 ››› in Gebruikte symbolen en waarschuwingen
met
betr
ekk
ing tot werkzaamheden aan de
accu van de wagen op pag. 294. In wagens
met accu onder het reservewiel achterklep
openen en tapijt van de bodem oplichten.
Daar bevindt zich, naast het reservewiel, de
accu.
– Kleurweergave in het ronde kijkglas aan de
boven
zijde van de accu controleren.
– Als er luchtbelletjes in het kijkglas zitten,
deze v
erwijderen door voorzichtig op het
kijkglas te tikken.
De plaats van de accu is in de betreffende af-
beelding van de motorruimte in ››› pag. 287
weergegeven.
Het "kijkglas" dat aan de bovenkant van de
accu zit, verandert van kleur afhankelijk van
de ladingstoestand of de zuurtegraad van de
accu.
Twee kleuren worden onderscheiden:
● Zwart: correcte ladingstoestand.
● Transparant/lichtgeel: de accu moet ver-
vang
en worden. Raadpleeg een gespeciali-
seerde werkplaats. Accu laden of vervangen De accu is onderhoudsvrij en wordt in het ka-
der v
an ser
vicewerkzaamheden regelmatig
gecontroleerd. Alle werkzaamheden aan de
accu vereisen speciale deskundigheid en ge-
reedschap.
Wanneer veelvuldig korte afstanden worden
gereden en bij langdurige stilstand moet u
de accu vaker dan in het kader van de norma-
le service-intervallen door een gespeciali-
seerde werkplaats laten controleren.
Bij startproblemen vanwege te weinig accula-
ding kan dit op een defecte accu wijzen. In
dit geval adviseren wij u om de accu bij een
Technische Dienst te laten controleren en res-
pectievelijk op te laden of te vervangen.
Opladen van de accu
Het laden van de accu dient door een specia-
list te gebeuren aangezien accu's met een
speciale technologie worden toegepast waar-
voor laden met spanningsbegrenzing vereist
is.
Accu vervangen
De accu is overeenkomstig de inbouwplaats
ontwikkeld en met veiligheidssystemen uit-
gerust.
Originele SEAT-accu's voldoen aan alle on-
derhouds-, vermogens- en veiligheidseisen
van de wagen. »
295
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Aanwijzingen
van de pijl en met de aanduiding "FRONT"
n aar
v
oren.
● Sluit de kabel van de luidspreker opnieuw
aan en draai het w
ieltje krachtig in wijzerzin
om het geheel van subwoofer en wiel stevig
te bevestigen.
Verwijdering van het reservewiel van 16”
(zonder subwoofer)
● Verwijder de verstelbare bodem van de ba-
gageruimt
e om toegang te krijgen tot het
wiel en wagengereedschap ››› pag. 165.
● Maak de band die de doos vasthoudt los
door te drukken op de g
esp.
● Haal de doos met wagengereedschap eruit.
● Draai het bevestigingswieltje linksom en
verw
ijder.
● Druk en draai de schroefdraad 90° links- of
rechtsom en
verwijder.
● Haal het reservewiel weg door te trekken
aan de voor
zijde. ATTENTIE
● Na montag e
van het noodreservewiel moet
u de bandenspanning zo snel mogelijk con-
troleren - gevaar voor ongelukken! U vindt de
bandenspanning aan de achterzijde op de
portierstijl rechtsvoor.
● Rij met het noodreservewiel niet harder
dan 80 km/u (50 mph): gev
aar op ongeluk-
ken! ●
Ac c
eleraties, stevig remmen en snel door
bochten rijden vermijden - gevaar op onge-
lukken!
● Nooit met meer dan één noodreservewiel
rijden - gevaar
voor ongelukken!
● Om de velg van het noodreservewiel mag
geen norma
le of winterband worden gelegd. Winterservice
Wint erb
anden In de winter worden de rij-eigenschappen van
de w
ag
en door w
interbanden beduidend be-
ter. Zomerbanden hebben wegens hun con-
structie (breedte, rubbersamenstelling, pro-
fielvorming) op ijs en sneeuw minder grip.
De bandenspanning voor winterbanden moet
0,2 bar (2,9 psi / 20 kPa) hoger zijn dan voor
zomerbanden (zie sticker aan de achterzijde
van de portierstijl linksvoor).
Gebruik winterbanden op alle vier de wielen.
De toegelaten winterbandenmaten zijn in uw
wagenpapieren aangegeven. Alleen winterra-
diaalbanden gebruiken. Alle in de wagenpa-
pieren aangegeven banden kunnen ook als
winterbanden worden gebruikt.
Winterbanden verliezen grotendeels hun win-
tereigenschappen, als het profiel tot op 4
mm is afgesleten. Voor winterbanden gelden afhankelijk van de
snelheids
code ››› pag. 298, Nieuwe banden
en velgen de volgende snelheidsbeperkin-
gen: ››› max. 160 km/u (99 mph)
m
ax. 180 km/u (112 mph)
m ax. 190 km/u (118 mph)
m
ax. 210 km/u (130 mph)
Bij wagens die de betreffende topsnelheid
van de winterbanden kunnen overschrijden,
moet een sticker in het blikveld van de be-
stuurder zijn aangebracht. Deze stickers zijn
bij de Technische Dienst verkrijgbaar. Houd u
aan de wettelijke bepalingen van elk land.
Op tijd de winterbanden verwijderen, want
op sneeuw- en ijsvrije straten zijn de rij-ei-
genschappen met zomerbanden beter.
Let bij bandenpech op de aanwijzing voor het
reservewiel ››› pag. 298, Nieuwe banden en
velgen. ATTENTIE
De toegestane maximumsnelheid voor win-
terb anden m
ag niet overschreden worden.
Anders raken de banden beschadigd – gevaar
voor ongelukken. Milieu-aanwijzing
Op tijd weer de zomerbanden plaatsen. Op
deze m anier i
s er minder lawaai onder het Q
S
T
H
302

Trefwoordenlijst
Easy Connect-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
ED S
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
zi
e ook Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . . 190
Een lampje vervangen achterlicht in de achterklep . . . . . . . . . . . . . . . 112
achterlicht in zijpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
derde remlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
DRL-/stadslicht (daglicht) . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
interieurverlichting en leeslampje . . . . . . . . . 113
kentekenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
knipperlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
mistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Een wiel verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 afsluitende werkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . 69
wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Efficiency-programma besparingstips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
extra verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . 18, 144 comfortopenen en -sluiten . . . . . . . . . . . . . . . 146
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel (XDS) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Elektronische Stabiliseringscontrole (ESC) . . .187, 189
Elektronische startblokkering . . . . . . . . . . . 15, 180
Elektronisch sperdifferentieel . . . . . . 187, 189, 190 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190, 191
Emissiegegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187 elektronische stabiliseringscontrole . . . . . . . . 187
rem voor meervoudige aanrijdingen . . . . . . . . 192
Sport-modus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 189
Ethanol (brandstof) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Event Data Recorder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Extra verbruikers (efficiency-programma) . . . . . . . 42 F
Filter t egen schadelijke stoffen . . . . . . . . . . . . . . 169
Frontairbag aan bijrijderszijde Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Frontairbag aan bijrijderszijde buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Frontale botsingen en natuurkundige wetten . . . 84
Front Assist aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . 217
zie ook Noodremhulpsysteem . . . . . . . . . . . . . 217
Functie Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Functie Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Functiestoringen automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 223
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 241
katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
koppeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Noodremhulpsysteem (Front Assist) . . . . . . . . 219
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
G
Geluiden automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 223
banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Geluidssignaal veiligheidsgordel niet vastgegespt . . . . . . . . . . 82
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 123
Gevarendriehoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99, 151
Gewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Gordel spannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 86 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
GRA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Grote Onderhoud Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288 H
Handbediende airconditionin
g . . . . . . . . . . . . . . 174
Handrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
HBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . 31, 178
Hoedenplank opbergen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Hoofdairbags beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
regeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Hoofdsteunen regelen hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Hoofdsteunen uit- en inbouwen . . . . . . . . . . . . . 157
Hulpsystemen ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 222
dodehoekhulp (BSD) met uitparkeerhulp(RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 241
noodremmen (Front Assist) . . . . . . . . . . . . . . . 217
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 251
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
Snelheidsregelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 239
Hydraulische remkrachtassistent automatisch oplichten van de alarmlichten . . 190
318

Trefwoordenlijst
I
Inbr aak
bev
eiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Indicatie van de versnellingen . . . . . . . . . . . . . . . 42
Inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Infotainmentsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . . . 241 automatische remingreep . . . . . . . . . . . . . . . . 249
automatisch onderbreken . . . . . . . . . . . . . . . . 242
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
recht parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
schuin parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
uitparkeren (enkel rechte parkeerplaatsen) . . 248
voortijdig beëindigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 242
voorwaarden om te parkeren . . . . . . . . . . . . . . 246
voorwaarden om uit te parkeren . . . . . . . . . . . 248
Inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296 banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
Inspectiebeurt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
instellen CAR-menu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34, 125
hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . 80, 157
hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . 79, 156
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119 display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119, 120
instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 123
Interieurbewaking en wegsleepbeveiliging . . . . 143 Activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
Interieur verwarmen of koelen . . . . . . . . . . . . . . . 174 ISOFIX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 29
ISOFIX-sy
steem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 29
J
Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76 bestuurder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
Bijrijder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
passagiers achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
K Katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207 functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Keuzehendelvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
Keuzehendel (automatische versnellingsbak) functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
standen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
Keyless-Entry zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Keyless-Exit zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Keyless Access bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
de motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
de wagen ontgrendelen en vergrendelen . . . . 138
Keyless-Entry . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Keyless-Exit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Press & Drive . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181
Kickdown automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 198
Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
Kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122 gedeeltelijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Resetknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Kinderslot elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 Kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23, 95
beves tiging met de veiligheidsgordel . . . . . . . 25
Indeling in klassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Top Tether-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 30
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . 24, 94
Kleine Onderhoud Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Knipperlichten Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32, 149
Koelsysteem koelvloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . 290, 291
koelvloeistof controleren . . . . . . . . . . . . 290, 291
koelvloeistoftemperatuurmeter . . . . . . . . . . . . 122
Koelvloeistof het peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
Koelvloeistofpeil Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Koelvloeistoftemperatuur Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
Koplampen Mistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Koppeling (lampje) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Krik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 steunpunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Kunststofdelen: schoonmaken . . . . . . . . . 274, 278
L Lampjes een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Lampjes interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . 113
Lamp van mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Launch-control (automatische versnellingsbak) 198
Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
319

Trefwoordenlijst
Lekke band handelin
g
en . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Licht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31, 147 automatische rijlichtregeling . . . . . . . . . . . . . . 147
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
derde remlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
een lampje vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
het parkeerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
Instappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
instrumentenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
interieurverlichting en leeslampjes voorin . . . 113
kentekenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
lichtbundel-hoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . 151
lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
mistlampen met cornering-functie . . . . . . . . . 150
mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
snelwegverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Uitstappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 147
Lichtbundelhoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . . . 151
Licht inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Lichtmetalen velgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Licht uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Looprichting banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
Luchtrecirculatiestand airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170 M
Make-up spiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
MFA zie Bestuurdersinformatiesysteem . . . . . . . . . . 37
Middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Milieu milieubewust rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
milieuvriendelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
Milieu-advies tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
mobiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Mobiele telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Motor geluiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
Inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
Start-stopsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 180
Motorcode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Motor en contact contact automatisch uitschakelen . . . . . . . . . 181
de motor in werking stellen met Press & Drive 183
de motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
de motor voorverwarmen . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
motor afzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
My Beat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Motorgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 285, 287 openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Motorkoelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 G12 plus-plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
G13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
het peil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 Motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58, 288
bijv ullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
inspectieservice . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
olie-eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
oliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
oliepeilstok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59, 288
temperatuurmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
verbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288, 290
Motoroliedruk Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
Motorregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206 Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 285, 287 accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
koelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290, 291
motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288, 289, 290
openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
ruitensproeiervloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
Motor starten Benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Motor starten door slepen . . . . . . . . . . . . . 102, 103
Motorstoring Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208
Multifunctie-indicatie (MFA) . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Multimedia . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
My Beat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
N Nieuwe sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
320