
122VerlichtingInterieurverlichting voorin met
leeslampjes
Bij het openen van een portier gaat de
interieurverlichting automatisch aan
en dan uit na een bepaalde tijd.
Als u op c drukt, gaat de interieur‐
verlichting handmatig aan of uit.
Als het contact wordt ingeschakeld,
gaat de interieurverlichting uit.
Wanneer de rijverlichting tevoren aan is geweest, gaat de interieurverlich‐
ting aan wanneer het contact wordt
uitgeschakeld.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden, gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
Achterste interieurverlichting
De lampen rechts en links werken
apart.
Bedien de tuimelschakelaars:
middelste
stand:automatisch inscha‐
kelen bij openen van
een portier. Gaat na
enige tijd uitdruk op I:permanent aandruk op 0:permanent uitPlafondverlichting
De spot in de binnenspiegelbehuizing gaat aan wanneer de koplampenworden ingeschakeld.
De plafondverlichting verlicht de
schakelconsole indirect.
Leeslampen
Werken door links en rechts op 2 te
drukken.

142Rijden en bedieningverdraaien totdat het stuurslot
merkbaar vergrendelt.
Bij auto's met automatische
versnellingsbak kan de sleutel
alleen worden verwijderd met de keuzehendel in stand P.
Voor auto's met geautomati‐
seerde versnellingsbak kan de
sleutel alleen uit het contactslot worden verwijderd wanneer de
handrem is aangetrokken.
● Vergrendel de auto.
● Diefstalalarmsysteem inschake‐ len.
● Koelventilatoren kunnen ook na het afzetten van de motor in
werking treden 3 196.
Voorzichtig
Na een rit waarbij met hoge motor‐
toerentallen of met hoge motorbe‐
lasting werd gereden, de motor
vóór het afzetten gedurende een
korte tijd met lage belasting laten
draaien of gedurende ca.
30 seconden stationair laten
draaien om de turbolader te
beschermen.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags
worden geactiveerd, wordt de motor automatisch uitgeschakeld als de
auto binnen een bepaalde tijd tot stil‐
stand komt.
Uitlaatgassen9 Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij
inademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de
passagiersruimte dringen, de
ruiten openen. Oorzaak van de
storing door een werkplaats laten
verhelpen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte
binnen kunnen dringen.

Verzorging van de auto215Nr.Stroomkring1–2–3Elektrische ruitbediening4Spanningsomvormer5Carrosserieregelmodule 16Carrosserieregelmodule 27Carrosserieregelmodule 38Carrosserieregelmodule 49Carrosserieregelmodule 510Carrosserieregelmodule 611Carrosserieregelmodule 712Carrosserieregelmodule 813–14Achterklep15Airbagsysteem16Datalinkverbinding17Ontsteking18Airconditioning19ZonnedakNr.Stroomkring20Parkeerhulp/regensensor/front‐
camera21Remschakelaar22Audiosysteem23Display24–25Hulpkrik26Instrumentenpaneel27–28–29–30–31Claxon32–33Verwarmd stuurwiel34–35Bandenreparatieset36–37Achterruitenwisser38AanstekerNr.Stroomkring39Elektrisch bediende ruiten/
zonnedak/automatische
versnellingsbakdisplay40–

Klantinformatie269●Reacties van de auto in bepaalde
rijsituaties (bijv. afgaan van
airbag, activering van stabiliteits‐ regeling).
● Omgevingsomstandigheden (bijv. temperatuur).
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen fouten identificeren
en corrigeren alsook de functies van
de auto optimaliseren.
Bewegingsprofielen die afgelegde
routes aangeven, kunnen niet met
deze gegevens worden gemaakt.
Als diensten worden gebruikt (bijv.
reparaties, serviceprocessen, garan‐
tiegevallen, kwaliteitsborging)
kunnen medewerkers van het servi‐
cenetwerk (met inbegrip van de fabri‐ kant) deze technische informatie
lezen in de gebeurtenis- en foutgege‐ vensopslagmodules waarbij speciale
diagnostische apparaten worden
gebruikt. Zo nodig ontvangt u verdere
informatie bij deze werkplaatsen.
Nadat een fout gecorrigeerd is,
worden de gegevens uit de foutop‐
slagmodule verwijderd of worden ze
constant overschreven.Bij gebruik van de auto kunnen zich
situaties voordoen waarin deze tech‐
nische gegevens die samenhangen
met andere informatie (rapport over
aanrijding, schade aan de auto,
verklaring van getuigen enz.) in
verband kunnen worden gebracht
met een specifieke persoon - mogelijk met de hulp van een expert.
Extra functies die contractueel zijn overeengekomen met de klant (bijv.
locatie van auto in noodgevallen)
maken de overdracht van bepaalde
autogegevens uit de auto mogelijk.Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
voertuigen gebruikt voor functies
zoals de controle van de banden‐
spanning en beveiliging van het
ontstekingssysteem. Het wordt ook
samen gebruikt met apparaten zoals
radiogestuurde afstandsbedieningen
voor het vergrendelen/ontgrendelen
van de deuren en starten en zenders
in de auto voor het openen van gara‐ gedeuren. RFID-technologie in Opel-
voertuigen gebruikt geen persoonlijke
informatie, houdt ze niet bij of koppelt deze niet aan andere Opel-systemen
die persoonlijke informatie bevatten.

270TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............243, 248
Aanduidingen op banden ..........217
Aanhangerkoppeling ..................188
Aanhangerstabilisatie ................193
Aanhanger trekken ....................189
Aansteker .................................... 83
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 195
Accu ........................................... 200
Achterlichten .............................. 207
Achterruitverwarming ................... 32
Achteruitkijkcamera ...................175
Achteruitrijlichten .......................121
Afmetingen auto ........................257
Afslagverlichting ......................... 118
Airbag deactiveren ....................... 49 Airbag-deactivering ...................... 92
Airbag en gordelspanners ...........91
Airbaglabel.................................... 43
Airbagsysteem ............................. 43
Airconditioning ........................... 126
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 134
Alarmknipperlichten ...................119
Algemene informatie .................. 188
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 136
Andere auto slepen ...................237Antiblokkeersysteem .................152
Antiblokkeersysteem (ABS) .........93
Asbakken ..................................... 83
Autogegevens ............................ 248
Autokrik....................................... 216
Automatische dimfunctie .............30
Automatische verlichting ............ 116
Automatische versnellingsbak ...144
Automatisch vergrendelen ...........24
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 236 Auto stallen ................................. 195
Autostop ............................... 96, 138
B Bagageruimte ........................ 25, 67
Bagageruimte-afdekking .............68
Bandenreparatieset ...................225
Bandenspanning .......................217
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 95, 219
Bandenspanningswaarden ........259
Batterijspanning .........................106
Bedieningsorganen ......................76
Bekerhouders .............................. 56
Bekleding .................................... 241
Beladingsinformatie .....................73
Beslagen lampglazen ................121
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 157

271Beveiliging van de auto................26
Binnenspiegels ............................. 29
Binnenverlichting ...............121, 210
Blindehoeksysteem ....................174
Bolle vorm .................................... 28
Boordgereedschap .....................216
Boordinformatie .........................103
Brandstof .................................... 182
Brandstofkeuzeschakelaar ..........86
Brandstofmeter ............................ 85
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 187
Brandstof voor benzinemotoren 182
Brandstof voor dieselmotoren ...183
Brandstof voor rijden op LPG .....184
Buitenspiegels .............................. 28
Buitentemperatuur .......................79
Buitenverlichting .........................115
C Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 13, 77
Code ........................................... 103
Colour-Info-Display .....................102
Conformiteitsverklaring ...............261
Contactslotstanden ....................136
Controlelampen ......................84, 88
Controle over de auto ................136
Controles .................................... 196
Cruise control ...................... 96, 157D
Dagrijlicht ................................... 117
Dagteller ...................................... 84
Dak ............................................... 33
Dakbelasting ................................. 73
Dakdrager .................................... 72
Derde remlicht ........................... 210
Diefstalalarmsysteem ..................26
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 201
Dimlicht of grootlicht ...................115
Draagsysteem achterzijde ............58
Driepuntsgordel ........................... 41
Driver Information Center .............97
E Eerste hulp ................................... 72
Elektrisch bediende ruiten ...........30
Elektrische aansluitingen .............81
Elektrische verstelling ..................28
Elektrisch systeem...................... 211
Elektronische rijprogramma's ...
........................................ 146, 151
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....94
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 155
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............94Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............128
Erkenning van software ..............264
Event Data Recorders (EDR) .....268
F Fietsendrager ............................... 58
Flex-Fix-systeem .......................... 58
Frontaal airbagsysteem ...............47
Frontaanrijdingswaarschuwing ...161
G Geautomatiseerde versnellingsbak .......................148
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..268
Geluidssignalen .........................105
Gemakkelijk instappen .................38
Gereedschap ............................. 216
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................71
Gloeilamp vervangen ................202
Gordels ......................................... 40
Gordelverklikker ........................... 91
Gordijnairbagsysteem .................. 48
Graphic-Info-Display ...................102
Grootlicht ............................. 96, 116
Grootlichtassistentie .............96, 118

274Velgen en banden .....................217
Ventilatie ..................................... 125
Ventilatieopeningen ....................133
Verbanddoos ............................... 72
Vergrendelingssysteem ...............26
Verkeersbordherkenning ......97, 177
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ......144, 149
Verstelbare luchtroosters ........... 133
Vertraagde uitschakeling stroom 137
Verwarmde spiegels ....................29
Verwarmd stuurwiel .....................76
Verwarming ................................. 40
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 125
Verwerking van sloopauto .........196
Verzorging .................................. 238
Verzorging exterieur ..................238
Verzorging interieur ...................241
Vloerafdekking bagageruimte ......70
Voertuiggewicht .........................255
Voertuigidentificatienummer ......246
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorligger gedetecteerd ...............96
Voorruit ......................................... 30
Voorruitverwarming ......................32
Voorstoelen .................................. 36
Voorverwarming .......................... 94W
Waarschuwingslichten ..................84
Werkzaamheden uitvoeren .......196
Wieldoppen ................................ 224
Wiel verwisselen ........................230
Winterbanden ............................ 217
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie achterruit .......78
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........77
Wisserblad vervangen ...............202
X
Xenonkoplampen ......................205
Xenon verlichtingssysteem .........118
Z
Zekeringen ................................. 211 Zekeringenkast in motorruimte ..212
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............214
Zonnedak ..................................... 33
Zonnekleppen .............................. 32
Zijdelings airbagsysteem .............48
Zijmarkeringslichten.................... 115
Zijrichtingaanwijzers ..................209