Page 84 of 540
2-68
Veiligheidssysteem van uw auto
Waarschuwingslabels airbags
De waarschuwingslabels van de airbags zijn bedoeld om de
passagiers te waarschuwen voor de
mogelijke gevaren van hetairbagsysteem.
Lees alle informatie over de airbags
van uw auto in dit instructieboekje.
OOS037079L
Page 102 of 540

3-18
Kenmerken van uw auto
Supervergrendeling
(indien van toepassing)
Sommige auto's zijn uitgerust met
supervergrendeling.
Supervergrendeling voorkomt dat
een portier vanaf de binnen- of
buitenkant geopend wordt en dient
als extra beveiliging.
Om de auto te vergrendelen met
behulp van de
supervergrendelingsfunctie, moeten
de portieren worden vergrendeld met
de afstandsbediening of de Smart
Key. Gebruik nogmaals de
afstandsbediening of de Smart Key
om de auto te ontgrendelen.
Kenmerken van de
automatische
portiervergrendeling/-ontgrendeling
Portierontgrendelsysteem (indien van toepassing)
Wanneer bij een aanrijding de
airbags worden geactiveerd, worden
alle portieren automatisch
ontgrendeld.
Snelheidsafhankelijk portiervergrendelsysteem
(indien van toepassing)
Alle portieren worden automatisch
vergrendeld bij een rijsnelheid vanmeer dan 15 km/h.
U kunt de automatische vergrendel-
/ontgrendelfunctie van de portieren
activeren of deactiveren met de
modus Gebruikersinstellingen op het
LCD-display. Zie "LCD-display" in
dit hoofdstuk voor meer
informatie.
Vergrendel de portieren nietmet de afstandsbediening of de
Smart Key als zich nog iemand
in de auto bevindt. Degene die
in de auto zit, kan de portierenniet ontgrendelen met de
vergrendelknop in het portier.
Als de portieren bijvoorbeeld
zijn vergrendeld met de
afstandsbediening, kan de
persoon in de auto de portierenalleen ontgrendelen met deafstandsbediening.
WAARSCHUWING
Page 108 of 540

3-24
SPIEGELS
Kenmerken van uw auto
Binnenspiegel
Stel voor het rijden de binnenspiegel
zo af dat u in het midden van de
spiegel het midden van de achterruitziet.Gebruik voor het reinigen van de
spiegel een papieren doekje of
vergelijkbaar materiaal dat
vochtig is gemaakt met
glasreiniger. Spuit niet direct
glasreiniger op de spiegel, anders
kan er glasreiniger in het
spiegelhuis komen.
Binnenspiegel met dag-/nachtstand (indien van toepassing)
[A]: Hendel dag-/nachtstand, [B]: Dagstand,
[C]: Nachtstand
Stel de spiegel af voordat u wegrijdt
en terwijl deze in de dagstand staat.
Trek de hendel onder aan de spiegel naar u toe om de spiegel in de
nachtstand te zetten om verblinding
door de koplampen van achterop-
komend verkeer te voorkomen.
Houd er rekening mee dat het beeldin de spiegel in de nachtstand minder duidelijk is dan in dedagstand.
AANWIJZING
OOS047009
Zorg ervoor dat uw zicht niet
wordt gehinderd. Plaats geen
voorwerpen op de achter-
stoelen, in de bagageruimte of
achter de hoofdsteunen van de
achterstoelen die het zicht door
de achterruit zouden kunnenbelemmeren.
WAARSCHUWING
Wijzig de binnenspiegel niet en
monteer geen grotere spiegel,om ernstig letsel bij een
ongeval of het activeren van de
airbag te voorkomen.
WAARSCHUWING
Verstel de spiegel NOOIT
tijdens het rijden. Hierdoor kunt
u de controle over de auto
verliezen, waardoor er een
ongeval kan ontstaan.
WAARSCHUWING
Page 138 of 540

3-54
Kenmerken van uw auto
WaarschuwingslampjeAIRBAG
Dit waarschuwingslampje gaat
branden:
• Als het contact of de startknop in de stand ON wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 6seconden branden en gaat dan uit.
• In het geval van een storing in het aanvullend veiligheidssysteem.
In dat geval adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Waarschuwingslampje
veiligheidsgordel
Dit waarschuwingslampje attendeertde bestuurder erop dat de
veiligheidsgordel niet is
vastgemaakt.
Zie voor meer informatie
"Veiligheidsgordels" in hoofdstuk2.
Waarschuwingslampje
parkeerrem enremvloeistofniveau
Waarschuwingslampje parkeerrem
en remvloeistofniveau :
• Als het contact of de startknop in de stand ON wordt gezet.
- Het lampje blijft ongeveer 3seconden branden.
- Het lampje blijft branden als de parkeerrem is geactiveerd.
• Als de parkeerrem wordt geactiveerd.
• Als het remvloeistofniveau te laag is.
- Als het waarschuwingslampjeblijft branden terwijl de
parkeerrem niet geactiveerd is,kan dit duiden op een te laag
remvloeistofniveau in het
reservoir.
Als het remvloeistofniveau in het
reservoir te laag is :
1. Rijd voorzichtig naar de kant van de weg en breng de auto op een
veilige plaats tot stilstand.
2. Schakel de motor uit en controleer het remvloeistofniveau direct. Laatindien nodig remvloei stof bijvullen
(zie voor meer informatie"Remvloeistof" in hoofdstuk 7) .
Controleer na het bijvullen van
remvloeistof alle onderdelen van
het remsysteem op lekkage. Rijdniet met de auto als er een
lekkage is gevonden, als het
waarschuwingslampje blijft
branden of als de remmen niet
goed werken. We adviseren u de
auto te laten nakijken door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Diagonaal gescheiden remsysteem
Uw auto is uitgerust met een diagonaal gescheiden remsysteem.
Dat betekent dat als er in een van de
remcircuits een probleem optreedt, u
de auto met het overgeblevenremcircuit tot stilstand kunt brengen.
Page 238 of 540
3-154
Kenmerken van uw auto
Auto's met navigatiesysteem
Selecteer het instelmenu van het
navigatiesysteemSelecteer [Klok].
• Tijd via GPS: geeft de tijd weer die via GNSS wordt ontvangen.
• 24-u: schakelt tussen 12- uursweergave en 24-
uursweergave.
Zie voor meer informatie hetafzonderlijke instructieboekje dat
bij uw auto is geleverd.
Jashaak
(indien van toepassing)
Deze haken zijn niet ontworpen om
er grote of zware voorwerpen aan opte hangen. Hang hier geen andere
voorwerpen dan kleding aan.
Plaats ook geen zware, scherpe
of breekbare voorwerpen in dezakken.
Anders kan bij een ongeval of
bij het activeren van de curtain
airbag de auto beschadigd
raken of kan persoonlijk letselontstaan.
WAARSCHUWING
OOS047066
OOS047065
Page 445 of 540
6-46
Wat te doen in een noodgeval
Slepen in noodgevallen zonder dollies:
1. Zet het contact in stand ACC.
2. Zet de selectiehendel in stand N(neutraal).
3. Ontgrendel de parkeerrem.
Afneembare trekhaak
1. Open de achterklep en verwijder het sleepoog uit de gereedschapsset. 2. Verwijder het afdekkapje in de
bumper door op het onderste deel
van het kapje te drukken.
3. Plaats het sleepoog door het rechtsom te draaien totdat het
volledig vastzit.
4. Verwijder het sleepoog na gebruik en plaats het afdekkapje.
Als de selectiehendel niet in
stand N wordt gezet, kan dit
inwendige schade in de
transmissie tot gevolg hebben.
OPMERKING
Zet het contact in de stand OFF
of ACC wanneer de auto
gesleept wordt als de auto
voorzien is van zij- en gordijnai
bags.
De zij- en gordijnairbags
kunnen worden geactiveerdwanneer het contact in de stand
ON staat en de koprolsensor de
situatie interpreteert als over de
kop slaan.
WAARSCHUWING
OOS067023
OOS067041
■ Voor
■ Achter
Page 492 of 540
7-44
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
REMSCHAKELAARBRAKE
SWITCH7,5ARemlichtschakelaar, Smart Key-module
START7,5ATransmissiestandschakelaar (AT), Smart Key-regeling (met Smart Key),
relaiskast interieur (relais alarmsysteem), ECM
INSTR.PANEELCLUSTER7,5AHead-up display, instrumentenpaneel
PORTIERSLOT20ARelais vergrendelen portier, relais ontgrendelen portier,
ICM-relaiskast (relais supervergrendeling)
PDM227,5AStart/stoptoets, startblokkeringsmodule
FCA10AForward Collision-Avoidance Assist-unit
S/HTR20AModule voorstoelverwarming, module voorstoelventilatiesysteem
A/CON220AModule klimaatregeling
A/CON17,5AModule klimaatregeling, verbindingsblok motorruimte (RLY.10)
PDM1115ASmart Key-module
RESERVESpare10AReserve
A/BAG15AAirbagmodule
IG1IG125ARelaiskast PCB (zekering: F9, F10, F11, F12)