
159)Kom niet te dicht bij de koelventilator
van de radiateur: de elektrische ventilator
kan inschakelen; gevaar voor
verwondingen. Sjaals, dassen of andere
loszittende kleding kunnen door de
bewegende onderdelen worden
meegetrokken.
160)Verwijder alle metalen voorwerpen
(bijv. ringen, horloges, armbanden), die
zouden kunnen leiden tot een onbedoeld
elektrisch contact en daardoor ernstig
letsel.
161)De batterijen bevatten een zuur dat de
huid of de ogen kan verbranden. Accu's
produceren waterstof, dat uiterst
brandbaar en explosief is. Houd ze daarom
uit de buurt van vlammen of apparaten die
vonken kunnen afgeven.
BELANGRIJK
81)Gebruik nooit een accusnellader om de
motor te starten, aangezien deze de
elektronische systemen kan beschadigen,
met name de regeleenheden van de
ontsteking en de brandstoftoevoer.
82)Verbind de startkabel niet met de
minpool (–) van de lege accu. De
afgegeven vonk kan explosie van de accu
tot gevolg hebben en ernstige schade
veroorzaken. Gebruik alleen het specifieke
massapunt; gebruik geen andere
blootgestelde metalen onderdelen.
AFSLUITSYSTEEM
BRANDS-
TOFTOEVOER
BESCHRIJVING
Deze grijpt bij een botsing in en
veroorzaakt het volgende:
onderbreking van de
brandstoftoevoer met uitschakeling van
de motor als gevolg;
automatische ontgrendeling van de
portieren;
inschakeling van de
interieurverlichting;
uitschakeling van de ventilatie van de
klimaatregeling;
inschakeling van de
alarmknipperlichten (om de lichten uit te
schakelen op de knop op het
dashboard drukken).
Wanneer het systeem wordt
ingeschakeld, verschijnt er bij sommige
versies een bericht op het display. Op
dezelfde manier wordt de bestuurder
met een speciaal bericht op het display
gewaarschuwd als het systeem niet
correct werkt.
BELANGRIJK Controleer het voertuig
zorgvuldig op brandstoflekkage,
bijvoorbeeld in de motorruimte, onder
het voertuig of in de buurt van de tank.Draai na een botsing de contactsleutel
naar STOP om te voorkomen dat de
accu leegloopt.
RESET AFSLUITER VAN
DE BRANDSTOFTOEVOER
162)
Om de correcte werking van het
voertuig te herstellen, moet de
volgende procedure worden uitgevoerd
(deze procedure moet binnen minder
dan 1 minuut gestart en voltooid
worden):
draai, met de hendel van de
richtingaanwijzer in neutrale stand, de
startinrichting naar STOP;
draai de startinrichting naar MAR;
activeer de rechterrichtingaanwijzer
en vervolgens de
linkerrichtingaanwijzer;
activeer nogmaals eerst de
rechterrichtingaanwijzer en vervolgens
de linkerrichtingaanwijzer;
deactiveer de linkerrichtingaanwijzer;
draai de startinrichting naar STOP en
dan naar MAR.
BELANGRIJK
162)Als na een botsing een brandstoflucht
wordt geroken of brandstoflekkage wordt
geconstateerd, dan mag het systeem niet
opnieuw ingeschakeld worden om brand te
voorkomen.
183

ONDERHOUDSSCHEMA (Versies 1.4 Turbo Multi Air, 1.4 T-Jet LPG en
2.4 Tigershark)
WAARSCHUWING: Wanneer u de laatste reparatie uit de tabel hebt uitgevoerd, moet u verder gaan met het geprogrammeerde
onderhoud. Volg daarbij de in het schema vermelde termijnen en plaats bij elke reparatie een punt of een opmerking.
Waarschuwing: als het onderhoud gewoon vanaf het begin wordt hervat, kan de voor sommige werkzaamheden geldende
interval verstrijken!
km x 100015 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren12345678910
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op
spanning brengen. Vervaldatum/toestand lading snelle
bandenreparatiekit controleren (indien aanwezig)
●●●●●●●●●●
Controleer de werking van het verlichtingssysteem
(koplampen, richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
bagageruimte, interieurverlichting, controlelampjes
instrumentenpaneel, enz.)
●●●●●●●●●●
De vloeistofpeilen controleren en eventueel bijvullen(1)●●●●●●●●●●
Visueel de conditie controleren van: LPG-leidingen en
stekkers, montage LPG-tank (Versies 1.4 T-Jet LPG)●●●●●
Uitlaatgasemissie controleren●●●●●●●●●●
Gebruik de diagnoseaansluiting om de werking van de
motormanagementsystemen, emissies en, voor bepaalde
versies/markten, de verslechtering van de motorolie te
controleren
●●●●●●●●●●
(1) Gebruik voor het bijvullen altijd uitsluitend de in het instructieboek vermelde vloeistoffen en controleer het systeem eerst op schade.
192
ONDERHOUD EN ZORG

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA (1.6 E.Torq-versies)
WAARSCHUWING: Wanneer u de laatste reparatie uit de tabel hebt uitgevoerd, moet u verder gaan met het geprogrammeerde
onderhoud. Volg daarbij de in het schema vermelde termijnen en plaats bij elke reparatie een punt of een opmerking.
Waarschuwing: als het onderhoud gewoon vanaf het begin wordt hervat, kan de voor sommige werkzaamheden geldende
interval verstrijken!
km x 100015 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren12345678910
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op
spanning brengen. Vervaldatum/toestand lading snelle
bandenreparatiekit controleren (indien aanwezig)
●●●●●●●●●●
Controleer de werking van het verlichtingssysteem
(koplampen, richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
bagageruimte, interieurverlichting, controlelampjes
instrumentenpaneel, enz.)
●●●●●●●●●●
De vloeistofpeilen controleren en eventueel bijvullen(1)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie controleren●●●●●●●●●●
Gebruik de diagnoseaansluiting om de werking van de
motormanagementsystemen, emissies en, voor bepaalde
versies/markten, de verslechtering van de motorolie te
controleren
●●●●●●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van
carrosserie, bodemplaatbescherming, slangen en
leidingen (uitlaat, brandstof- en remsysteem) en rubber
elementen (hoezen, slangen, bussen enz.)
●●●●●
Stand/conditie van wisrubbers van ruitenwissers
voor/achter controleren●●●●●
(1) Gebruik voor het bijvullen altijd uitsluitend de in het instructieboek vermelde vloeistoffen en controleer het systeem eerst op schade.
196
ONDERHOUD EN ZORG

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA (Dieselversies)
WAARSCHUWING: Wanneer u de laatste reparatie uit de tabel hebt uitgevoerd, moet u verder gaan met het geprogrammeerde
onderhoud. Volg daarbij de in het schema vermelde termijnen en plaats bij elke reparatie een punt of een opmerking.
Waarschuwing: als het onderhoud gewoon vanaf het begin wordt hervat, kan de voor sommige werkzaamheden geldende
interval verstrijken!
km x 100020 40 60 80 100 120 140 160 180 200
Jaren12345678910
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op
spanning brengen. Vervaldatum/toestand lading snelle
bandenreparatiekit controleren (indien aanwezig)
●●●●●●●●●●
Controleer de werking van het verlichtingssysteem
(koplampen, richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
bagageruimte, interieurverlichting, controlelampjes
instrumentenpaneel, enz.)
●●●●●●●●●●
De vloeistofpeilen controleren en eventueel bijvullen(1)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie controleren●●●●●●●●●●
De diagnosestekker gebruiken om de werking van het
brandstoftoevoer-/motormanagementsysteem en de
emissie te controleren; en voor bepaalde versies/markten,
de verslechtering van de motorolie
●●●●●●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van
carrosserie, bodemplaatbescherming, slangen en
leidingen (uitlaat, brandstof- en remsysteem) en rubber
elementen (hoezen, slangen, bussen enz.)
●●●●●
Stand/conditie van wisrubbers van ruitenwissers
voor/achter controleren●●●●●
(1) Gebruik voor het bijvullen altijd uitsluitend de in het instructieboek vermelde vloeistoffen en controleer het systeem eerst op schade.
198
ONDERHOUD EN ZORG

PERIODIEKE
CONTROLES
Elke1000km of vóór een lange reis
controleren en eventueel bijvullen:
niveau motorkoelvloeistof;
remvloeistofniveau;
vloeistofniveau ruitensproeier;
conditie en spanning banden;
werking verlichting (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
enz..);
werking ruitenwissers/-sproeiers en
stand/slijtage wisserbladen voor/achter.
Elke3.000km controleren en eventueel
bijvullen: motorolieniveau.
ZWAAR GEBRUIK VAN DE
AUTO
Als vooral een intensief gebruik van de
auto wordt gemaakt, zoals:
wetshandhaving (of beveiliging),
taxidiensten;
het trekken van aanhangers of
caravans;
het rijden op stoffige wegen;
talrijke korte ritten (minder dan
7-8 km) en bij buitentemperaturen
onder het vriespunt;
de motor vaak stationair draait of
lange afstanden worden gereden bij
lage snelheden of als de auto lang niet
wordt gebruikt;dienen de volgende controles vaker te
worden uitgevoerd dan aangegeven in
het Geprogrammeerd
onderhoudsschema:
remblokken van schijfremmen voor
op conditie en slijtage controleren;
sloten van motorkap en achterklep
op aanwezigheid van vuil controleren,
mechanismen reinigen en smeren;
visueel de toestand controleren van:
motor, versnellingsbak, transmissie,
slangen en leidingen (uitlaat/brandstof-
en remsysteem) en rubber elementen
(hoezen/slangen /bussen enz.);
laadtoestand accu en niveau
accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
conditie van aandrijfriemen van
hulporganen visueel controleren;
motorolie en oliefilter controleren en
zo nodig vervangen;
pollenfilter controleren en zo nodig
vervangen;
luchtfilter controleren en zo nodig
vervangen.
201

OLIE AANDRIJFSYSTEEM
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK /
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK MET
DUBBELE KOPPELING
4)
Het olieniveau van de versnellingsbak
mag uitsluitend gecontroleerd worden
bij een werkplaats van het Fiat
Servicenetwerk.
ACCU
174) 175) 176)
90)
5)
Het elektrolyt van de accu hoeft niet te
worden bijgevuld met gedestilleerd
water.
Een periodieke controle bij het Fiat
Servicenetwerk is echter noodzakelijk
om de efficiëntie te verifiëren.
De accu vervangen
Vervang indien nodig de accu door een
andere originele accu met dezelfde
specificaties. Volg de aanwijzingen van
de fabrikant van de accu voor het
onderhoud.
NUTTIG ADVIES OM DE
LEVENSDUUR VAN DE
ACCU TE VERLENGEN
Nuttig advies om de levensduur van
de accu te verlengen
Neem de volgende aanwijzingen in acht
om het snel ontladen van de accu te
voorkomen en de levensduur te
verlengen:
wanneer het voertuig geparkeerd
wordt, controleer dan of de portieren,
de motorkap en de achterklep goed
gesloten zijn. Hiermee wordt
voorkomen dat de interieurverlichting
blijft branden.
schakel de interieurverlichting uit: het
voertuig is in ieder geval uitgerust met
een systeem voor automatische
uitschakeling van de interieurverlichting;
houd accessoires (bijv. autoradio,
alarmknipperlichten, enz..) niet te lang
ingeschakeld wanneer de motor is
uitgezet;
maak voordat werkzaamheden aan
de elektrische installatie worden
uitgevoerd, de kabel van de minpool op
de accu los.
Als men na aanschaf van het voertuig
elektrische accessoires wil monteren
die constante voeding vereisen (alarm
enz.), of accessoires die de elektrische
installatie zwaar belasten, wordt
geadviseerd contact op te nemen met
het Fiat Servicenetwerk; hetgekwalificeerde personeel zal dan het
totale stroomverbruik beoordelen.
91)
BELANGRIJK Als de accu werd
losgekoppeld moet de
stuurbekrachtiging worden
geïnitialiseerd. Het
waarschuwingslampje
op het
instrumentenpaneel gaat branden (of
het symbool verschijnt op het display)
om dit aan te geven. Ga hiervoor als
volgt te werk: draai het stuurwiel van
het ene uiteinde naar het andere terwijl
op een rechtlijnig traject van ongeveer
honderd meter wordt gereden.
BELANGRIJK Als het ladingsniveau
gedurende langere tijd onder 50% blijft,
raakt de accu door sulfatering
beschadigd. Hierdoor verminderen de
capaciteit en het startvermogen. De
accu is ook gevoeliger voor bevriezing
(dit kan reeds bij temperaturen van
-10°C gebeuren). Als het voertuig
langere tijd niet gebruikt wordt, zie dan
"Langdurige stilstand van het voertuig”
in het hoofdstuk "Starten en rijden".
210
ONDERHOUD EN ZORG

ALFABETISCH
REGISTER
Aandachtig lezen..............2
Aanhangers trekken...........155
ABS (systeem)...............81
Accu....................210
advies voor verlengen
levensduur...............210
vervangen..............210
Accu opladen...............212
Achterbank.................23
Achterlichtunit (lamp vervangen) . . .166
Achterruitsproeier
niveau vloeistof voor
ruitensproeiers/
achterruitsproeier..........209
Achterruitwisser/-sproeier........36
Achteruitkijkcamera...........153
Achteruitkijkspiegels...........26
Actieve veiligheidssystemen.......81
Adaptive Cruise Control........142
Afmetingen................230
Afsluitsysteem brandstoftoevoer . . .183
Airbags
Frontairbags.............116
Zijairbags...............121
Airbags (SRS aanvullend
veiligheidssysteem)..........116
Alarm.....................17Alarmknipperlichten...........162
noodremmen.............162
Automatische dual-zone
klimaatregeling.............39
Automatische inschakeling
grootlicht.................31
Automatische lichtregeling
(AUTO-functie).............29
Automatische versnellingsbak. . . .130
Automatische versnellingsbak -
contactsleutel verwijderen.....184
Automatische versnellingsbak -
versnellingspook ontgrendelen . .184
Automatische versnellingsbak met
dubbele koppeling..........134
Automatische versnellingsbak met
dubbele koppeling - sleutel
verwijderen...............186
Automatische versnellingsbak met
dubbele koppeling -
versnellingspook ontgrendelen . .186
Bagageruimte...............46
Bagageruimte (uitbreiding)........23
Banden (bandenspanning).......229
Bedieningsknoppen............55
Bedieningspaneel en
boordinstrumenten...........53
Belangrijke informatie en
aanbevelingen.............282
Beschermingssystemen
inzittenden................96
Blind-Spot Assist-Systeem.......85Brandstofverbruik............244
Buitenverlichting..............28
Carrosserie (reiniging en
onderhoud)..............218
CO2-emissie...............247
Daytime running lights (DRL)......29
De auto parkeren............126
De sleutels.................13
Dead Lock (systeem)...........20
Derde remlicht (lamp vervangen) . . .167
Dimlicht...................29
Display....................55
DST (systeem)...............83
DTC (systeem)...............81
Een lamp vervangen..........162
Een wiel vervangen...........174
Elektrisch schuifdak............43
Elektrisch verstelbare
voorstoelen...............22
Elektrische parkeerrem (EPB).....126
Elektrische ruitbediening.........42
Elektrische verwarming
voorstoelen...............23
Elektronische Cruise-Control.....140
EPB (Elektrische parkeerrem).....126
ERM (systeem)...............83
ESC (systeem)...............81
Fiat Code (systeem)...........16
Fix&Go Automatic kit..........179
Follow Me Home.............30