
OVERZICHTSTABEL BEDIENINGSELEMENTEN OP HET STUURWIEL
Knop Interactie
Inkomend gesprek aannemen
Een tweede inkomend gesprek aannemen en het lopende gesprek in de wacht zetten
Spraakherkenning inschakelen voor de Telefoonfunctie
Spraakbericht onderbreken om nieuwe spraakopdracht te kunnen geven
Spraakherkenning onderbreken
Inkomend gesprek weigeren
Lopend telefoongesprek beëindigen
Microfoon tijdens een telefoongesprek uitschakelen/inschakelen
In-/uitschakelen van de Pauze van de bron SD (voor bepaalde versies/markten), USB,Bluetooth®
Inschakelen/uitschakelen van de Mute-functie van de radio
+/-Regelen van het geluidsvolume: handsfree, tekstberichtenlezer, spraakberichten en muziekbronnen
Spraakherkenning inschakelen
Spraakbericht onderbreken om nieuwe spraakopdracht te kunnen geven
Spraakherkenning onderbreken
Kort indrukken: (Radiomodus): selectie van volgende/vorige radiostation
Lang indrukken (Radiomodus): scannen van hogere/lagere frequenties tot de knop wordt losgelaten
Kort indrukken (SD, voor bepaalde versies/markten, USB,Bluetooth®-modus): selectie van
vorige/volgende nummer
Ingedrukt houden (SD, voor bepaalde versies/markten, USB,Bluetooth®-modus): snel vooruit-/
terugspoelen tot de knop wordt losgelaten
203

Als op een radiostation is afgestemd dat
opgeslagen moet worden, druk dan op de
betreffende voorkeuzetoets en houd
deze ingedrukt totdat ter bevestiging
een geluidssignaal wordt afgegeven.
Het systeem kan maximaal
12 radiostations in elke modus opslaan:
er worden 4 radiostations in de bovenste
zone weergegeven.
Druk op de toets "bladeren" op het
display om alle radiostations die in de
gekozen golfband zijn opgeslagen te
tonen.
Audio
Druk op de toets "audio" op het display
om het "Audio" menu te openen.
Via het menu "Audio" kunnen de volgende
regelingen worden gemaakt:
"Balance/Fade" (om audiobalans
rechts/links en voor/achter te regelen);
"Equalizer" (voor bepaalde
versies/markten): om de bas, en de
instellingen voor lage, middelhoge en
hoge tonen aan te passen;
"Volume/Snelheid" (uitgezonderd
versies met hifi-systeem) automatische
snelheidsafhankelijke volumeregeling;
"Loudness" (voor bepaalde
versies/markten): verbetert de
audiokwaliteit bij lage volumes;
"Auto-On Radio": de opties van radio
aan, radio uit of herstel de toestand toen
de contactsleutel de laatste keer naar
STOP werd gedraaid.
MEDIA-MODUS
In dit hoofdstuk worden de manieren van
interactie beschreven voor de werking
met SD-card (voor bepaalde
versies/markten) en de
Bluetooth®
,AUX
en USB.
Druk op de toets "Selecteer bron" om de
gewenste audiobron uit de beschikbare
bronnen te selecteren.
Nummer wijzigen (volgende/vorige)
Druk kort op de toets
of draai de
toets/knop BROWSE ENTER rechtsom
om het volgende nummer af te spelen of
druk kort op de toets
of draai de
toets/knop BROWSE ENTER linksom om
terug te keren na het begin van het
gekozen nummer of naar het begin van
het vorige nummer als het huidige
nummer minder dan 8 seconden is
afgespeeld.
Nummers snel vooruit-/terugspoelen
Houd de knop
ingedrukt om het
gekozen nummer snel vooruit te spoelen
of de knop
om het nummer snel
achteruit te spoelen.Nummer kiezen (Browse)
OPMERKING
Bluetooth®
apparaten
bieden niet de mogelijkheid van bladeren
door de nummers met gebruik van
bovenstaande categorieën.
OPMERKING Deze toets kan voor
bepaalde
Apple®
apparaten
uitgeschakeld zijn.
Druk op de knop "Browse" om deze
functie te activeren voor de bron die
afgespeeld wordt.
Draai de toets/knop BROWSE ENTER om
de gewenste categorie te kiezen en druk
vervolgens op deze toets/knop om de
keuze te bevestigen.
Druk op de knop "X" om de functie te
annuleren.
Weergave nummerinformatie
Druk op de knop "Info" om de informatie
over het beluisterde nummer weer te
geven, voor apparaten die deze functie
ondersteunen.
Druk op knop "X" om het scherm af te
sluiten.
Willekeurige volgorde
Druk op de toets ">" en vervolgens op de
toets "Shuffle" om nummers op SD-kaart
(voor bepaalde versies/markten), USB of
op de
Bluetooth®
-apparaten in
willekeurige volgorde af te spelen.
Druk opnieuw op de knop "Shuffle" om de
functie uit te schakelen.
205

Herhaal
Druk op de knop ">" en vervolgens op de
knop "Herhaal" om de functie in te
schakelen.
Druk nogmaals op de knop "Herhaal" om
de functie uit te schakelen.
Bluetooth®BRON
EenBluetooth®
apparaat koppelen
schakel de functieBluetooth®
in op het
apparaat;
druk op de toets MEDIA op het
voorpaneel;
als de "Media" bron actief is, druk dan
op de toets "Bron selecteren"
selecteer deBluetooth®
Mediabron;
druk op de toets "Toestel toev.";
zoekUconnect™op hetBluetooth®
audio -apparaat.
voer, als het audioapparaat hierom
vraagt, de PIN-code in die wordt getoond
op het display van het systeem of
bevestig de op het apparaat getoonde
PIN;
kies “Ja” of “Nee” wanneer gevraagd
wordt of u het
Bluetooth®
audio-apparaat als favoriet wilt instellen.
een audioapparaat kan ook gekoppeld
worden door te drukken op de
toets
op het frontpaneel en "Phone/Bluetooth”
te selecteren.
USB-BRON
149)
Als een USB-apparaat bij ingeschakeld
systeem wordt ingebracht, zullen de
nummers die op het apparaat aanwezig
zijn, worden afgespeeld.
SD-kaarthouder
(voor bepaalde versies/markten)
Het systeem is uitgerust met een SD- en
SD-HC-kaartlezer waarmee kaarten met
SPI-technologie gelezen/beheerd kunnen
worden.
Om de SD-modus in te schakelen, een
SD-kaart in de speciale aansluiting in het
voertuig plaatsen.
AUX-bron
150)
Als een apparaat wordt ingebracht met
een AUX-stekker, dan begint het systeem
de aangesloten AUX-bron af te spelen als
deze reeds op weergave is ingesteld.
Stel het volume in met de toets/knop
op het voorpaneel of met de
volume-instelknop op het aangesloten
apparaat.
BELANGRIJK: de functies van het
apparaat dat is verbonden met de
AUX-aansluiting worden rechtstreeks
door het apparaat geregeld.
TELEFOONMODUS
Activering telefoonmodus
Druk op de toets PHONE op het
voorpaneel om de Telefoonmodus in te
schakelen.
Een bericht op het display bevestigt
aansluiting van de telefoon.
OPMERKING Als u de lijst met mobiele
telefoons en ondersteunde functies wilt
te raadplegen, gaat u naar de website
www.DriveUconnect.eu.
Belangrijkste functies
Met de toetsen op het display kan men:
het telefoonnummer kiezen (met
behulp van het grafische toetsenbord op
het display);
de contacten in het telefoonboek van
de mobiele telefoon weergeven en bellen;
de contacten uit de registers van
vorige gesprekken weergeven en bellen;
een maximum van 10 telefoons/
audioapparaten koppelen om de toegang
en de verbinding eenvoudiger en sneller
te maken;
gesprekken van het systeem naar de
mobiele telefoon en andersom
overzetten en het geluid van de
microfoon uitschakelen bij
privégesprekken.
206
MULTIMEDIA

Om de lijst met mobiele telefoons en
ondersteunde functies te raadplegen,
kunt u naar de website
www.driveuconnect.eu gaan of kunt u
met de klantenservice bellen (het
nummer kan per land verschillen:
raadpleeg de tabel in het hoofdstuk
"Overzicht nummers klantenservice").
Mobiele telefoon koppelen
Ga als volgt te werk voor het koppelen
van de mobiele telefoon:
schakel de functieBluetooth®
in op de
mobiele telefoon;
druk op de toets PHONE op het
frontpaneel;
als er nog geen telefoon aan het
systeem gekoppeld is, toont het display
een speciaal scherm;
selecteer "Ja" om het koppelen te
starten, zoek dan hetUconnect™-
apparaat op de mobiele telefoon;
voer, als de mobiele telefoon hierom
vraagt, de PIN-code getoond op het
display van het systeem in op het
toetsenbord van uw telefoon of bevestig
de op de mobiele telefoon getoonde PIN;
vanuit het scherm "Telefoon" kan de
mobiele telefoon altijd gekoppeld
worden door op de knop "Instelling." te
drukken: druk op de knop "Toestel toev."
en ga verder zoals hierboven beschreven;
selecteer "Ja" of "Nee" bij het verzoek
de mobiele telefoon te koppelen als
favoriet apparaat;
OPMERKING Na het updaten van de
telefoonsoftware voor eigen bediening
wordt het aanbevolen de telefoon te
verwijderen uit de lijst apparaten gelinkt
aan de radio, verwijder de koppeling van
het vorige systeem uit de lijst met
Bluetooth-apparaten op de telefoon en
maak een nieuwe koppeling.
Telefoongegevens overzetten
(telefoonboek en recente oproepen)
Als de mobiele telefoon over de functie
beschikt om het telefoonboek via
Bluetooth®
technologie te verzenden.
Antwoord "Ja" wanneer gevraagd wordt
om het telefoonboek naar het systeem te
kopiëren.
Antwoord "Nee" als u deze handeling
later wilt uitvoeren.
Een nummer bellen
De hieronder beschreven procedures zijn
alleen toegankelijk indien ze door de
gebruikte mobiele telefoon worden
ondersteund.
Een nummer kan op de volgende
manieren gebeld worden:
selectie van het pictogram
(telefoonboek van mobiele
telefoon);
selectie van "Recente oproep.";
selectie van het pictogram
(Toetsenbord);
drukken op de toets "Opnieuw bellen".
Een inkomend gesprek beheren
Met de knoppen op het display kunnen de
volgende gesprekfuncties beheerd
worden:
Om een oproep te beantwoorden: druk
op de toets "Antwoord" of op de toets
op het stuurwiel om te antwoorden;
Om een oproep te beëindigen: druk op
de toets "Negeren" of op de toets
op het stuurwiel om te
antwoorden.
Negeren;
In de wacht zetten/uit de wacht halen;
De microfoon in-/uitschakelen;
Het gesprek doorschakelen;
Van het ene naar het andere gesprek
overschakelen;
Conferentie/twee actieve gesprekken
verenigen.
SMS-lezer
Om deze functie te gebruiken, moet de
mobiele telefoon de uitwisseling van
SMS viaBluetooth™ondersteunen.
Als deze functie niet door de telefoon
wordt ondersteund, is de betreffende
knop
niet geactiveerd (grijs).
207

Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u deUconnect™LIVEApp hebt
gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth
koppeling tussen uw smartphone en de
autoradio uitvoeren, zoals beschreven in
het hoofdstuk "Mobiele telefoon
koppelen" om toegang te krijgen tot de
Uconnect™LIVEservices in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services kunt
gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®
koppeling uitvoeren, daarna de
activeringsprocedure voltooien door de
instructies op te volgen die verschijnen in
deUconnect™LIVEapp.
Instellingen van de Uconnect™ LIVE
services die via de autoradio kunnen
worden beheerd
Uit het speciale radiomenu voor
Uconnect™LIVE serviceskunt u toegang
krijgen tot de sectie "Instellingen" met
het pictogram
In deze sectie kunt u de
systeemopties controleren en deze
wijzigen naar uw eigen voorkeur.Systeemupdates
Als een update voor hetUconnect™LIVE
systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt de gebruiker hiervan
op de hoogte gebracht via een bericht op
het radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het voertuig
De Efficient Drive, Performance en
my:Car applicaties zijn ontwikkeld om de
rijervaring van de klant te verbeteren en
daarom zijn ze verkrijgbaar op alle
markten waar toegang tot de
Uconnect™LIVEservices mogelijk is.
Als het navigatiesysteem in de autoradio
wordt geïnstalleerd, dan wordt bij
toegang tot deUconnect™LIVEservices
het gebruik van de TomTom "Live"
services geactiveerd.
Prestaties
De prestatie-applicatie creëert
zelfvertrouwen bij het rijden en maakt
bestuurders meer bewust van de
mogelijkheden van hun auto. Gebruikers
zijn in staat om hun eigen prestatie te
meten, dankzij een timer en indicatoren
op de radio. Bovendien kan de bestuurder
met de applicatie Prestatie rijadviezen in
realtime krijgen, hun routebeschrijvingen
opnemen en ontvangt badges gebaseerd
op hun gedrag achter het stuur.Het biedt gebruikers ook de mogelijkheid
op de smartphone toegang te krijgen tot
hun prestatie dankzij de app
Uconnect™LIVEen, als zij hiervoor
toestemming geven, hun prestatie te
delen met de community van
Uconnect™LIVEvia de website:
www.driveuconnect.eu.
Door op de toetsenUconnect™te
drukken, kunnen gebruikers toegang
krijgen tot de volgende onderdelen:
Indicatoren: toont enkele
statuswaarden: batterijoplaadstatus en
niveau, oliedruk, etc.
Dynamische indicators: toont enkele
dynamische indicators: G-kracht,
pedaalstand (rem, gaspedaal) enz.
Badge: het onderdeel Badge verzamelt
de successen van de gebruiker. Iedere
badge, brons, zilver of goud worden,
afhankelijk van de prestaties van de
gebruiker, vergrendeld/ontgrendeld.
Timer: geeft reistijden,
gemiddelde km-tijden, afstanden, enz.
weer.
Routes: selecteert een van de
diverse routebeschrijvingen selecteren
en om de rijervaring te starten, de
routebeschrijving weergeven en toegang
krijgen tot de verkregen prestaties.
210
MULTIMEDIA

ABMijn routebeschrijvingen: creëert
een aangepaste routebeschrijving of
selecteert er een uit de eerder
gecreëerde routebeschrijvingen en slaat
de GPS-opsporing van beginpunt“A“tot
de bestemming“B“.
Instellingen: selecteert de
meeteenheden en maakt back-ups.
Opnemen en overzetten van
reisgegevens
De reisgegevens kunnen in het
systeemgeheugen worden opgeslagen en
buiten de auto beschikbaar worden
gemaakt dankzij de appUconnect™LIVE.
Dit biedt gebruikers de mogelijkheid om
de verzamelde gegevens later te bekijken
en de analyse van de volledige
reisgegevens. Ga voor meer informatie
naar www.DriveUconnect.eu.
Om volledige toegang te krijgen tot de
servicefunctionaliteit, moeten
gebruikers het toestaan hun gegevens
onboard op de auto op te nemen. Het
volgende pictogram
is de indicator
van de geolocatie van de gebruiker. Via
Uconnect™LIVEkunnen gebruikers
kiezen de detectie van hun locatie en het
delen van hun gegevens met de
community uit te schakelen.Efficient Drive
Met de Efficient Drive-applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden weergeven,
zodat u uw rijstijl kunt verbeteren voor
wat betreft brandstofverbruik en
uitstoot.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de volgende
parameters controleren: acceleratie,
deceleratie, schakelen, snelheid
Weergave van de Efficient Drive
Druk op de knop Efficient Drive om van
deze functie gebruik te maken.
Er wordt een scherm weergegeven op de
radio met de 4 indexen: Acceleratie,
deceleratie, snelheid en schakelen. Deze
indexen zijn grijs totdat het systeem
genoeg gegevens heeft om de rijstijl te
analyseren. Zodra voldoende gegevens
beschikbaar zijn, nemen de indexen op
basis van de beoordeling 5 kleuren aan:
donkergroen (zeer goed), lichtgroen, geel,
oranje en rood (zeer slecht).
Na langdurige stilstand toont het display
de gemiddelde van de indexen tot dat
moment (de "Gemiddelde index"), waarna
de indexen in realtime opnieuw kleuren
zodra het voertuig opnieuw gestart
wordt.
my:Car
met my:Car kunt altijd u de "gezondheid"
van uw voertuig bewaken.my:Car kan storingen in realtime
detecteren en de gebruiker informeren
wanneer het onderhoudsinterval
verlopen is. Druk op de knop "my:Car" om
van deze toepassing gebruik te maken.
Op het display verschijnt een scherm met
de "care:Index" sectie, waarin alle
gedetailleerde informatie over de status
van het voertuig wordt getoond. Druk op
de knop "Actieve waarschuwingen" om de
informatie (indien aanwezig) over de
storingen van het voertuig te tonen die
het branden van een
waarschuwingslampje tot gevolg hadden.
INSTELLINGEN
Druk op de toetsop het voorpaneel
voor de weergave van het menu
"Instellingen"
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Display;
DNA-berichten;
Klok
Veiligheid & Hulp
Lichten;
Portieren & Vergrendelingen;
Voertuig uitschakelen Voertuig;
Audio;
Telefoon/Bluetooth;
Configur. Radio;
Systeeminformatie.
Terug naar Stand.inst.;
Persoonl. gegevens wissen;
211

ALFABETISCH REGISTER
ABS.....................62
Accu ....................151
Advies voor verlengen levensduur .151
Vervangen...............151
Accu (opladen)..............148
Achterruitsproeier
Vloeistofniveau
achterruitsproeier..........147
Achterruitwisser/-sproeier........22
Achteruitkijkspiegels...........17
Buitenspiegels.............17
Actieve veiligheidssystemen.......62
Afmetingen................168
AFS adaptieve lichten (Adaptive
Frontlight System)...........20
Afsluiter van de brandstoftoevoer . .127
Alarmknipperlichten...........106
Alarmsysteem...............11
Alfa DNA-systeem.............33
Alfa Romeo code systeem........11
ALFATCT..................92
Contactsleutel verwijderen.....128
ASR (AntiSlip Regulation) systeem . . .62
Automatische dual-zone
klimaatregeling.............25
AUX-bron..............194 ,206
Bagageruimte...............31Achterklep openen in geval van
nood...................32
Bagagehaken..............32
Bagagenet................32
Bagageruimte sluiten.........32
Bagageruimte uitbreiden.......32
De kofferbak openen.........31
Initialisatie bagageruimte.......32
Banden
bandenspanning...........167
Fix&Go (kit)..............123
Bedieningselementen
Overzichtstabel
bedieningselementen frontpaneel .201
Bedieningsknoppen............39
Bedieningspaneel en
boordinstrumenten...........38
Herconfigureerbaar
multifunctioneel display........38
Bedieningstoetsen op stuurwiel.189 ,202
Bluetooth®..............193 ,206
Brandstofverbruik............180
Buitenverlichting..............18
Carrosserie
Onderhoud...............153
CBC (Cornering Brake Control)
systeem.................63
CO2-emissie...............182
Contactslot.................10
Stuurslot.................10Cruise-control . . .............98
Dagrijverlichting (DRL)..........18
De auto parkeren
Handrem.................91
De motor starten..............90
Rollend starten............126
Starten met hulpaccu........126
De sleutels..................8
Mechanische sleutel...........8
Derde remlicht
Lamp vervangen . ..........112
Dieselfilter................150
Dimlicht
Lamp vervangen . ..........110
Display....................39
DST systeem (Dynamic Steering
Torque)..................62
EBD-systeem...............63
Een aanhanger trekken .........101
Montage van de trekhaak......102
Een lamp vervangen...........106
Algemene instructies........106
Buitenverlichting...........110
Een wiel vervangen............119
Electronic Q2 (“E-Q2”)...........63
Elektrisch schuifdak . . ..........29
Elektrische ruitbediening.........27
Bedieningselementen . ........27