
Ik kom 5 (of 10, 15, 20, 25, 30, 45,
60)* minuten later.
Tot over 5 (of 10, 15, 20, 25, 30, 45,
60)* minuten.
* Gebruik alleen de kiesbare getallen,
anders neemt het systeem het bericht
niet aan.
"APPS"-MODUS
Druk op knop APPS op het frontpaneel
om de volgende werkinstellingen weer te
geven:
Buitentemperatuur
Trip Computer
Klok
Uconnect™LIVE
Uconnect™LIVE SERVICES
Druk op de APPS-knop om toegang te
krijgen tot deUconnect™LIVE
applicaties.
De beschikbare services hangen af van de
configuratie van de auto en de markt.
Om deUconnect ™LIVEservices te
gebruiken moet u deUconnect ™LIVE
app downloaden van Google Play of de
Apple Store en registreren met gebruik
van de app of op www.DriveUconnect.eu.Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u deUconnect™LIVEApp hebt
gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de
Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en de
autoradio uitvoeren, zoals beschreven in
het hoofdstuk "Mobiele telefoon
koppelen" om toegang te krijgen tot de
Uconnect™LIVEservices in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services kunt
gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®
koppeling uitvoeren, daarna de
activeringsprocedure voltooien door de
instructies op te volgen die verschijnen in
deUconnect™LIVEapp.
Instellingen van de Uconnect™ LIVE
services die via de autoradio kunnen
worden beheerd
Uit het speciale radiomenu voor
Uconnect™LIVE serviceskunt u toegang
krijgen tot de sectie "Instellingen" met
het pictogram
In deze sectie kunt u de
systeemopties controleren en deze
wijzigen naar uw eigen voorkeur.Systeemupdates
Als een update voor hetUconnect™LIVE
systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt de gebruiker hiervan
op de hoogte gebracht via een bericht op
het radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het voertuig
De Efficient Drive en my:Car applicaties
zijn ontwikkeld om de rijervaring van de
klant te verbeteren en daarom zijn ze
verkrijgbaar op alle markten waar
toegang tot deUconnect™LIVEservices
mogelijk is.
Als het navigatiesysteem in de autoradio
wordt geïnstalleerd, dan wordt bij
toegang tot deUconnect™LIVEservices
het gebruik van de "Live" services
geactiveerd.
Efficient Drive
Met de Efficient Drive-applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden weergeven,
zodat u uw rijstijl kunt verbeteren voor
wat betreft brandstofverbruik en
uitstoot.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de volgende
parameters controleren: acceleratie,
deceleratie, schakelen, snelheid
196
MULTIMEDIA

WAARSCHUWING De spraakopdrachten
moeten altijd uitgesproken worden onder
veilige rijomstandigheden, in
overeenstemming met de voorschriften
die in het land waar u rijdt gelden en door
de mobiele telefoon op correcte wijze te
gebruiken.
Multiple choice
In sommige specifieke gevallen kan het
systeem niet op eenduidige wijze de
uitgesproken spraakopdracht bepalen en
vraagt om uit een maximum van vier
alternatieven te kiezen.
Het systeem stelt een genummerde lijst
voor van de beschikbare alternatieven en
vraagt de gebruiker het bijbehorende
nummer te noemen.
Lijst van spraakopdrachten
ALGEMENE spraakopdrachten:
HELP
ANNULEER
HERHAAL
VOICE TUTORIAL
Spraakopdrachten TELEFOON
OPROEP
KIES
OPNIEUW BELLEN
BEL TERUG
DISPLAY THE RECENT CALLS
GEMAAKTE OPROEPEN
DISPLAY MISSED
ONTVANGEN OPROEPEN
TOON TELEFOONBOEK
ZOEKEN
TOON BERICHTEN
TEKSTBERICHT spraakopdrachten:
TEKSTBERICHT STUREN NAAR
TEKSTBERICHT STUREN NAAR
TOON BERICHTEN
HANDSFREE BELLEN
spraakopdrachten:
STUREN NAAR NUMMER
STUREN
HANDSFREE DEACTIVEREN
MOBIELE TELEFOON STIL AAN/UIT
Spraakopdrachten RADIO AM/FM/DAB:
AFSTEMMEN
AFSTEMMEN OP DAB KANAAL
Spraakopdrachten MEDIA:
NUMMER AFSPELEN

Uconnect™ 6.5” Radio Nav LIVE
BEDIENINGSELEMENTEN OP HET FRONTPANEEL
126A0K0928C
200
MULTIMEDIA

BEDIENINGSTOETSEN OP STUURWIEL
Beschrijving
De bedieningstoetsen voor de belangrijkste functies van het systeem bevinden zich op het stuurwiel, fig. 127om het systeem
gemakkelijker te kunnen bedienen.
De inschakeling van de gekozen functie is in sommige gevallen afhankelijk van hoelang de knop wordt ingedrukt (kort indrukken of
ingedrukt houden) zoals in onderstaande tabel is aangegeven.
127A0K0365C
202
MULTIMEDIA

SYSTEEM IN-/UITSCHAKELEN
Het systeem wordt in-/uitgeschakeld
door het indrukken van de
(ON/OFF)
toets/knop.
Draai de toets/knop respectievelijk
rechtsom/linksom om het radiovolume te
verhogen/verlagen.
RADIO (TUNER) MODUS
Druk op de RADIO-toets op het
voorpaneel om de radio in te schakelen.
Keuze golfband
De verschillende afstemmodi kunnen
worden geselecteerd door het aanraken
van de “AM”, “FM” en “DAB” (voor
bepaalde versies/markten) op het
display.
Aanwijzingen op het display
Nadat het gewenste radiostation is
gekozen, wordt de volgende informatie
op het display weergegeven:
Bovenaan: weergave van opgeslagen
(vooringestelde) lijst. Het station dat
momenteel beluisterd wordt, is
gemarkeerd.
In het midden: weergave van de naam
van het huidige radiostation en de
toetsen om de golfband te selecteren.
Onderaan:radiostationselectie,
afstemming en audio-instellingen.Selectie van het volgende/vorige
radiostation
Om het gewenste radiostation te zoeken,
draai aan de BROWSE ENTER knop, druk
op de
ofknoppen of gebruik
de stuurwielknoppen
.
Snel vorige/volgende radiostation
zoeken
Houd de toetsen
ofingedrukt
om het snel zoeken te starten: wanneer
de toets wordt losgelaten, hoort men het
eerste radiostation waarop afgestemd
kan worden.
De radio afstemmen (AM/FM)
Druk op de "Afstem." toets op het display
en geef de frequentie van het
radiostation in met het toetsenbord op
het display.
In deze modus kunnen de toetsen
en
gebruikt worden voor de fijnafstelling
van de frequentie.
Om een onjuist nummer te wissen (en het
correcte nummer van het station in te
voeren) op de toets
(Wissen)
drukken.
Nadat het laatste cijfer is ingevoerd,
wordt het scherm uitgeschakeld en stemt
het systeem automatisch af op het
gekozen station.
Het scherm verdwijnt automatisch na
5 seconden of handmatig, door op de
toets "OK" of "X" (Wissen) te drukken.Afsluiten van het scherm "Direct
afstem."
Druk op de toets "Exit" of "Radio" op het
display om naar het hoofdscherm van het
systeem terug te keren.
DAB-Radio
(voor bepaalde versies/markten)
Zodra de DAB-radiomodus is
geselecteerd, wordt op het display
informatie over het beluisterde station
getoond.
Gebruik de toets "ABC" binnen elke lijst
om naar de gewenste letter in de lijst te
springen.
De toets "Browse" wordt gebruikt om
het volgende te tonen:
de lijst van alle DAB-stations;
de lijst van de stations gefilterd op
"Genres";
de lijst van de stations gefilterd op
"Ensembles" (broadcastgroep).
Gebruik de toets "ABC" binnen elke lijst
om naar de gewenste letter in de lijst te
springen.
Instelling van de voorkeuzes
De voorkeuzes zijn bij alle systeemmodi
beschikbaar en worden geactiveerd door
een van de voorkeuzetoetsen op het
bovenste gedeelte van het display aan te
raken.
204
MULTIMEDIA

Herhaal
Druk op de knop ">" en vervolgens op de
knop "Herhaal" om de functie in te
schakelen.
Druk nogmaals op de knop "Herhaal" om
de functie uit te schakelen.
Bluetooth®BRON
EenBluetooth®
apparaat koppelen
schakel de functieBluetooth®
in op het
apparaat;
druk op de toets MEDIA op het
voorpaneel;
als de "Media" bron actief is, druk dan
op de toets "Bron selecteren"
selecteer deBluetooth®
Mediabron;
druk op de toets "Toestel toev.";
zoekUconnect™op hetBluetooth®
audio -apparaat.
voer, als het audioapparaat hierom
vraagt, de PIN-code in die wordt getoond
op het display van het systeem of
bevestig de op het apparaat getoonde
PIN;
kies “Ja” of “Nee” wanneer gevraagd
wordt of u het
Bluetooth®
audio-apparaat als favoriet wilt instellen.
een audioapparaat kan ook gekoppeld
worden door te drukken op de
toets
op het frontpaneel en "Phone/Bluetooth”
te selecteren.
USB-BRON
149)
Als een USB-apparaat bij ingeschakeld
systeem wordt ingebracht, zullen de
nummers die op het apparaat aanwezig
zijn, worden afgespeeld.
SD-kaarthouder
(voor bepaalde versies/markten)
Het systeem is uitgerust met een SD- en
SD-HC-kaartlezer waarmee kaarten met
SPI-technologie gelezen/beheerd kunnen
worden.
Om de SD-modus in te schakelen, een
SD-kaart in de speciale aansluiting in het
voertuig plaatsen.
AUX-bron
150)
Als een apparaat wordt ingebracht met
een AUX-stekker, dan begint het systeem
de aangesloten AUX-bron af te spelen als
deze reeds op weergave is ingesteld.
Stel het volume in met de toets/knop
op het voorpaneel of met de
volume-instelknop op het aangesloten
apparaat.
BELANGRIJK: de functies van het
apparaat dat is verbonden met de
AUX-aansluiting worden rechtstreeks
door het apparaat geregeld.
TELEFOONMODUS
Activering telefoonmodus
Druk op de toets PHONE op het
voorpaneel om de Telefoonmodus in te
schakelen.
Een bericht op het display bevestigt
aansluiting van de telefoon.
OPMERKING Als u de lijst met mobiele
telefoons en ondersteunde functies wilt
te raadplegen, gaat u naar de website
www.DriveUconnect.eu.
Belangrijkste functies
Met de toetsen op het display kan men:
het telefoonnummer kiezen (met
behulp van het grafische toetsenbord op
het display);
de contacten in het telefoonboek van
de mobiele telefoon weergeven en bellen;
de contacten uit de registers van
vorige gesprekken weergeven en bellen;
een maximum van 10 telefoons/
audioapparaten koppelen om de toegang
en de verbinding eenvoudiger en sneller
te maken;
gesprekken van het systeem naar de
mobiele telefoon en andersom
overzetten en het geluid van de
microfoon uitschakelen bij
privégesprekken.
206
MULTIMEDIA

Bij ontvangst van een tekstbericht, toont
het display een scherm waarop de opties
"Luisteren", "Bellen" of "Negeer" gekozen
kunnen worden.
Toegang tot de lijst SMS-berichten die
ontvangen is van de mobiele telefoon kan
worden verkregen door het indrukken
van de knop
.
OPMERKING Sommige mobiele
telefoons houden geen rekening met de
instellingen van de SMS-bevestiging bij
het koppelen metUconnect™. Als een
SMS-bericht wordt verstuurd via
Uconnect™, kan het zijn dat de gebruiker
extra kosten moet betalen, zonder enige
waarschuwing, doordat de telefoon een
SMS-bevestigingsverzoek verstuurt.
Voor problemen met het bovenstaande,
dient u contact op te nemen met de
telefoonprovider.
Siri Ogen Vrij
Met Siri kunt u uw stem gebruiken om
een bericht te sturen, mediabronnen en
telefoonoproepen te beheren en nog veel
meer. U kunt uw ogen op de weg houden
en uw handen op het stuur, terwijl Siri
andere nuttige handelingen verricht.
Druk op de
knop op het stuur (lang
indrukken) om Siri in te schakelen.
Wanneer u een dubbele piep hoort, kunt u
beginnen met communiceren met Siri.OPMERKING het apparaat met Siri moet
worden gekoppeld aan het
Uconnect™-systeem met de
koppelingsprocedure (zie de betreffende
paragraaf).
Spreek duidelijk met een normaal ritme
en volume.
Siri is beschikbaar op iPhone 4S en latere
versies.
NAVIGATIEMODUS
Hoofdnavigatiemenu
BELANGRIJK Het volume van het
navigatiesysteem kan alleen worden
ingesteld terwijl de spraakopdrachten
worden weergegeven door het bedienen
van de toets/knop
(ON/OFF).
Om het hoofdmenu van het
navigatiesysteem in te schakelen, op de
NAV-toets op het voorpaneel drukken en
vervolgens op een van de volgende
knoppen op het scherm drukken:
"Waarheen?": zoek of navigeer naar
bestemming;
"Toon kaart": weergeven van de kaart;
"Info": alle navigatie-informatie
weergeven;
"Nood": zoeken naar Ziekenhuizen,
Politiebureaus, etc.
De volgende grafische knoppen zijn ook
aanwezig:
"Instellingen": kies de
systeeminstellingen;
"Stop": navigatie onderbreken;
"Herberekenen": mogelijke
omleidingen van de ingestelde route;
"Herhaal": herberekenen route in de
laatst geselecteerde richting.
Bestemming?
Druk, in het Hoofdmenu
Navigatiesysteem, op de toets
"Waarheen?" en kies vervolgens een van
de volgende opties om de bestemming te
bereiken:
"Adres": zoek een bestemming door
het ingeven van de straatnaam en
nummer;
"Recent": oproepen van een vorige
bestemming;
"Bezienswaardig": plan een reis naar
een (POI) gekozen uit een lijst plaatselijke
en openbare plekken;
"Favorieten": eerder opgeslaten
adressen en bestemmingen oproepen;
"Kruispunt": reizen naar een
knooppunt;
"Naar huis": bereken of bevestig een
reis naar uw huisadres;
"Reis": bereken een nieuwe reis of roep
een reis op die al is opgeslagen;
"Stadscentrum": reis naar het centrum
van de gespecificeerde stad;
"Nabije steden": reizen naar een nabije
plaats.
"Parcours": sla de route op die u rijdt,
zodat u deze later weer kunt oproepen.
208
MULTIMEDIA

Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u deUconnect™LIVEApp hebt
gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth
koppeling tussen uw smartphone en de
autoradio uitvoeren, zoals beschreven in
het hoofdstuk "Mobiele telefoon
koppelen" om toegang te krijgen tot de
Uconnect™LIVEservices in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services kunt
gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®
koppeling uitvoeren, daarna de
activeringsprocedure voltooien door de
instructies op te volgen die verschijnen in
deUconnect™LIVEapp.
Instellingen van de Uconnect™ LIVE
services die via de autoradio kunnen
worden beheerd
Uit het speciale radiomenu voor
Uconnect™LIVE serviceskunt u toegang
krijgen tot de sectie "Instellingen" met
het pictogram
In deze sectie kunt u de
systeemopties controleren en deze
wijzigen naar uw eigen voorkeur.Systeemupdates
Als een update voor hetUconnect™LIVE
systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt de gebruiker hiervan
op de hoogte gebracht via een bericht op
het radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het voertuig
De Efficient Drive, Performance en
my:Car applicaties zijn ontwikkeld om de
rijervaring van de klant te verbeteren en
daarom zijn ze verkrijgbaar op alle
markten waar toegang tot de
Uconnect™LIVEservices mogelijk is.
Als het navigatiesysteem in de autoradio
wordt geïnstalleerd, dan wordt bij
toegang tot deUconnect™LIVEservices
het gebruik van de TomTom "Live"
services geactiveerd.
Prestaties
De prestatie-applicatie creëert
zelfvertrouwen bij het rijden en maakt
bestuurders meer bewust van de
mogelijkheden van hun auto. Gebruikers
zijn in staat om hun eigen prestatie te
meten, dankzij een timer en indicatoren
op de radio. Bovendien kan de bestuurder
met de applicatie Prestatie rijadviezen in
realtime krijgen, hun routebeschrijvingen
opnemen en ontvangt badges gebaseerd
op hun gedrag achter het stuur.Het biedt gebruikers ook de mogelijkheid
op de smartphone toegang te krijgen tot
hun prestatie dankzij de app
Uconnect™LIVEen, als zij hiervoor
toestemming geven, hun prestatie te
delen met de community van
Uconnect™LIVEvia de website:
www.driveuconnect.eu.
Door op de toetsenUconnect™te
drukken, kunnen gebruikers toegang
krijgen tot de volgende onderdelen:
Indicatoren: toont enkele
statuswaarden: batterijoplaadstatus en
niveau, oliedruk, etc.
Dynamische indicators: toont enkele
dynamische indicators: G-kracht,
pedaalstand (rem, gaspedaal) enz.
Badge: het onderdeel Badge verzamelt
de successen van de gebruiker. Iedere
badge, brons, zilver of goud worden,
afhankelijk van de prestaties van de
gebruiker, vergrendeld/ontgrendeld.
Timer: geeft reistijden,
gemiddelde km-tijden, afstanden, enz.
weer.
Routes: selecteert een van de
diverse routebeschrijvingen selecteren
en om de rijervaring te starten, de
routebeschrijving weergeven en toegang
krijgen tot de verkregen prestaties.
210
MULTIMEDIA