
85
Airbags vóór
De airbags vóór beschermen de bestuurder
en voorpassagier bij een ernstige frontale
aanrijding om de kans op hoofd- en borstletsel
te verkleinen.
De bestuurdersairbag is geïntegreerd in
het stuur wiel en de passagiersairbag in het
dashboard boven het dashboardkastje.
Activering
De airbags worden opgeblazen, behalve de
airbag aan passagierszijde wanneer deze is
uitgeschakeld, bij een ernstige frontale aanrijding
binnen (een gedeelte van) de impactzone vóór (A),
waarbij de krachten in de lengterichting van de
auto en vanaf de voorzijde richting de achterzijde
van de auto, die zich op een horizontale
ondergrond moet bevinden, worden uitgeoefend.
De airbag vóór wordt opgeblazen tussen de
bestuurder en het stuur of tussen de voorpassagier
en het dashboard om te verhinderen dat deze naar
voren wordt geslingerd.
Deactiveren
Alleen de airbag aan passagierszijde kan
worden uitgeschakeld.
F
Steek, bij afgezet contact , de sleutel in de
schakelaar voor uitschakelen van de airbag
aan passagierszijde.
F
D
raai deze in de stand OFF.
F
H
oud de schakelaar in deze stand en
verwijder de sleutel.
Dit waarschuwingslampje brandt
bij aangezet contact op het
instrumentenpaneel zolang de airbag
is uitgeschakeld.
Schakel voor de veiligheid van uw kind
de airbag aan passagierszijde altijd uit
als u een kinderzitje met de rug in de
rijrichting op de voorstoel plaatst. Het kind
kan anders bij het afgaan van de airbag
levensgevaarlijk gewond raken.
Opnieuw inschakelen
Als u het kinderzitje "met de rug in de
rijrichting" hebt ver wijderd, zet dan met
afgezet contact de schakelaar weer op "ON"
om de airbag opnieuw in te schakelen en zo de
veiligheid van uw voorpassagier te garanderen.
Storing
Als dit lampje op het
instrumentenpaneel gaat branden,
moet u het systeem laten
controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats. De kans bestaat dat de
airbags bij een ernstige aanrijding
niet worden geactiveerd.
5
Veiligheid

87
Advies
Houd u aan de onderstaande
veiligheidsvoorschriften voor een
maximale effectiviteit van de airbags.
Ga normaal en rechtop zitten.
Draag altijd een correct afgestelde
veiligheidsgordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten...) en bevestig niets in de
buurt van de airbags of in het gebied waar de
airbags afgaan. Dit kan de inzittende bij het
afgaan van de airbag ver wonden.
Wijzig niets aan het oorspronkelijke ontwerp
van uw auto, vooral niet in de directe
omgeving van de airbags.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto
de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemen mogen
uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of
door een gekwalificeerde werkplaats worden
uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriften
worden nageleefd, blijft de kans bestaan
op letsel of lichte brandwonden aan het
hoofd, de borst of de armen als de airbag
wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk
zeer snel opgeblazen (binnen enkele
milliseconden) en loopt vervolgens even
snel leeg, waarbij de warme gassen via de
daarvoor bestemde openingen naar buiten
stromen.Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken
vast en laat uw handen niet op het
stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn of haar voeten niet
op het dashboard laten rusten.
Rook niet in de auto. Als de airbag wordt
opgeblazen, kunnen brandende sigaretten
of een pijp brandwonden of ander letsel
veroorzaken.
Ver wijder het stuur wiel nooit, maak geen
gaten in de stuur wielbekleding en sla er niet
op.
Bevestig geen voor werpen of stickers op
het stuur wiel of op het dashboard. Deze
kunnen bij het afgaan van de airbags letsel
veroorzaken.
Window-airbags
Bevestig nooit iets op of aan de
hemelbekleding; dit zou bij het afgaan van de
window-airbags kunnen leiden tot hoofdletsel.
Demonteer nooit de handgrepen van het dak
(indien aanwezig); deze maken deel uit van
de bevestiging van de window-airbags.
Zijairbags
Breng uitsluitend goedgekeurde stoelhoezen
aan die compatibel zijn met zijairbags. Voor
informatie over de stoelhoezen die geschikt
zijn voor uw auto kunt u zich wenden tot het
PEUGEOT-netwerk.
Bevestig nooit iets aan en hang nooit iets
over de rugleuning van de stoelen (kleding
enz.): dit zou bij het afgaan van de zijairbags
kunnen leiden tot verwondingen aan armen
of borstkas.
Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel
zitten.
De portierpanelen van de voorportieren
bevatten de zijdelingse schoksensoren van
de auto.
Schade aan het portier of het uitvoeren van
werkzaamheden (wijzigingen of reparaties)
die niet aan de voorschriften voldoen, kan
ertoe leiden dat deze sensoren niet meer
goed werken – In dat geval werken de
zijairbags mogelijk niet!
Laat werkzaamheden aan de voorportieren
uitsluitend uitvoeren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
5
Veiligheid

149
Motorolie bijvullen
De plaats van de vulopening voor de motorolie
is aangegeven op de desbetreffende
afbeelding van de motorruimte.
F
D
raai de dop van de vulopening.
F
G
iet de olie voorzichtig in de opening om
morsen op motoronderdelen te voorkomen
(dit kan brand veroorzaken).
F
W
acht enkele minuten en controleer
ver volgens nogmaals het oliepeil met de
peilstok.
F
V
ul indien nodig nog olie bij.
F
D
raai nadat u het oliepeil nogmaals hebt
gecontroleerd de dop zorgvuldig op de
vulopening en steek de peilstok weer in de
schacht.
Na het bijvullen zal de olieniveaumeter op
het dashboard bij het aanzetten van het
contact na 30
minuten de juiste waarde
aangeven.
Olie ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van de
fabrikant voor het ver versingsinter val voor uw
auto.
Gebruik om een verminderde betrouwbaarheid
van de motor en de emissieregeling te
voorkomen, nooit additieven in de motorolie.
Remvloeistofniveau
Het remvloeistofniveau dient zich
zo dicht mogelijk bij het merkteken
"MA X" te bevinden. Controleer
indien dit niet het geval is of de
remblokken van uw auto zijn
versleten.
Aftappen van het systeem
Raadpleeg het onderhoudsschema van de
fabrikant voor het ver versingsinter val voor uw
auto.
Type koelvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
koelvloeistof.
Koelvloeistofniveau
Controleer het koelvloeistofniveau
regelmatig.
Het is normaal dat tussen
twee onderhoudsbeurten door
koelvloeistof moet worden bijgevuld. De motor moet koud zijn als u het niveau
controleert en koelvloeistof bijvult.
De motor van uw auto kan door een te laag
koelvloeistofniveau zwaar beschadigd raken.
Het koelvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA X" te bevinden,
maar mag beslist niet hoger zijn.
Als het niveau zich dicht bij of onder het
merkteken "MIN" bevindt, moet u koelvloeistof
bijvullen.
Als de motor warm is, wordt de temperatuur
van de koelvloeistof geregeld door de
koelventilator.
Bovendien staat het koelsysteem onder druk.
Wacht na het afzetten van de motor daarom ten
minste één uur alvorens werkzaamheden aan
het koelsysteem uit te voeren.
Wanneer u met spoed werkzaamheden moet
uitvoeren, neem dan, om brandwonden te
voorkomen, een doek en draai de dop twee
omwentelingen los om de druk te laten dalen.
Ver wijder, als de druk eenmaal gedaald is, de
dop en vul koelvloeistof bij.
De koelventilator kan ook gaan draaien
nadat de motor is afgezet: houd
daarom voor werpen en kleding uit de
buurt van de ventilator.Type koelvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
koelvloeistof.
Eigenschappen van de olie
Controleer voordat u olie bijvult of ver verst of
de motorolie die u wilt gebruiken overeenkomt
met de door de fabrikant aanbevolen motorolie
voor uw auto en motoruitvoering.
7
Praktische informatie

172
Kentekenplaatverlichting
Open de achterklep tot halver wege om het
vervangen te vergemakkelijken.
F
S
teek een kleine schroevendraaier in
de opening aan de buitenzijde van het
lampglas.
F
D
uw de schroevendraaier naar buiten.
F
V
erwijder het lampglas.
F
V
er vang de defecte lamp.
Druk het glaasje vast in de houder.
Mistlamp
Steek uw hand onder de bumper (voor
toegang).
F
D
raai de lamphouder een kwartslag en
verwijder deze.
F
N
eem de stekker van de lampunit los.
F
V
er wijder de lamp en ver vang deze.
Voer voor de montage dezelfde handelingen in
omgekeerde volgorde uit.
Voor het ver vangen van dit type lampen
kunt u ook het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats raadplegen.
Zekering vervangen
Toegang tot het gereedschap
De tang voor het verwijderen van zekeringen
is bevestigd aan de binnenzijde van het deksel
van de zekeringkast in het dashboard of in het
dashboardkastje.
Dashboard
F Trek het deksel eerst linksboven en dan rechtsboven los.
F
M
aak het deksel volledig los en keer het om.
F
V
er wijder de steun waarop de tang is
bevestigd.
Storingen verhelpen

173
Dashboardkastje
F Open het dashboardkastje.
F T rek het deksel van de zekeringkast
rechtsboven los.
F
M
aak het deksel volledig los en keer het om.
F
V
er wijder de steun waarop de tang is
bevestigd. Voordat u een zekering ver vangt, dient u:
F
d
e auto stil te zetten en het contact uit te
zetten,
F
a
lle stroomverbruikers uit te schakelen,
F
d
e defecte zekering te identificeren aan
de hand van de toewijzingstabellen en
-schema's op de volgende pagina's.
Bij het werken aan een zekering moet u:
F
d
e speciale tang gebruiken om de zekering
uit de zekeringkast te ver wijderen en moet
u controleren of het smeltdraadje van de
zekering intact is,
F
e
en defecte zekering altijd vervangen door
een zekering met dezelfde stroomsterkte
(dezelfde kleur); een afwijkende
stroomsterkte kan storingen veroorzaken
(kans op brand).
Als de storing zich kort na het ver vangen
van de zekering opnieuw voordoet, laat
dan het elektrische systeem controleren
door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
De zekeringtabellen en de bijbehorende
schema's zijn te vinden op de website:
http://public.servicebox.peugeot.com/ddb/
Dit kunt u laten uitvoeren door het
PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.OK
Defect
Ta n g
Informatie voor professionele reparateurs:
raadpleeg het schema van de "Methoden"
voor uitgebreide informatie over de
zekeringen en relais. Dit schema kunt u
opvragen bij het PEUGEOT-netwerk.
Het vervangen van een zekering door
een andere dan in de volgende tabellen
genoemd, kan tot ernstige storingen
leiden. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
8
Storingen verhelpen

192
Bedrijfsuitvoering
Aantal zitplaatsen: 2 personen.
Belading in de bagageruimte: 1,062 m3
Effectieve lengte van de laadvloer: 1,335 m
E ffectieve breedte voor wielkasten: 1,042 m
Effectieve breedte in het midden: 1,061
m
Effectieve hoogte in het midden: 0,857
m
Identificatie
De auto is voorzien van verschillende zichtbare
merktekens voor de identificatie en registratie
van de auto.
A.Voertuigidentificatienummer (VIN)
onder de motorkap.
Dit nummer is ingeslagen in de
carrosserie, bij de schokdempersteun.
B. Voertuigidentificatienummer (VIN) op
het dashboard.
Dit nummer staat op een sticker en is
zichtbaar door de voorruit.
3-deurs 5-deurs
C.
Constructeursplaatje.
Dit is een eenmalige sticker die op de
voorstijl aan de bestuurderszijde is
aangebracht.
Technische gegevens

195
AAanhanger...................................... 10 6 -107, 142
Aanhangergewichten .................................... 18 4
Aansluiten MirrorLink
...........................19, 12-14
Aansluiting 12V
............................................... 64
ABS
........
......................................................... 78
Accessoires ..................................................... 75
Accu
............................... 143, 15 0 , 178, 18 0 -181
Accu laden
............................................. 179 -18 0
Achterbank
...............................
.......................53
Achterruitverwarming
..................................... 61
Achteruitrijcamera
......................................... 13 0
Achteruitrijlicht
...................................... 170, 171
Actieradius
...................................................... 32
Actieradius AdBlue
.................................... 27-2 9
Actieradius AdBlue
® ........................................ 2 7
Active City Brake
............................... .....127-128
AdBlue
® ...................................... 17, 27, 152-15 4
Additief AdBlue .............................. .................17
Afmetingen
.................................................... 191
Afstandsbediening
.............................. 3
6 -37, 39
AFU
................................................................. 78
Afzetten van de motor
........................... 108 -109
Afzonderlijk massapunt
................................ 147
Airbags
...............................
.................15, 84 , 89
Airbags vóór
........................................ 85, 87 , 90
Airconditioning
.............................................. 104
Airconditioning (handbediend)
...........55-57, 60
Airconditioning met gescheiden regeling ......57- 6 0Alarmknipperlichten ................................ 76, 157
Alarmsysteem ........................................... 41
- 4 3
Allesdragers
...............................
............14 4 -145
Antiblokkeersysteem (ABS)
............................78
Antispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling
................................. 15, 78- 80
Apple
®-speler ............................................ 27, 11
Armleuning ...................................................... 63
Armleuning vóór
.............................................. 52
ASR
........
......................................................... 78
Audio-aansluitingen
.................................... 64, 5
Audiokabel
................................................ 26, 10
Automatische airconditioning ~ Airconditioning, automatische
.......55, 57- 6 0
Automatische ruitenwissers
............................73
Automatische transmissie ~
Versnellingsbak, automatische ...... 10
4, 114 -115 , 151
Automatisch inschakelen
alarmknipperlichten ...................................... 76
Automatisch inschakelen verlichting
........67, 69
Automatisch noodremsysteem
..............127-128
AUX-aansluiting
........................................ 26, 10
Aux-aansluitingen
............................................. 5
Aux-ingang
...................................... 26-27, 1 0 -11
BBagageruimte ............................................ 4 0 - 41
Banden ................ .................................. 104, 193
Bandenspanning
............104, 161 , 192 , 192-193
Bandenspanningscontrole (met set)
..... 1
5 8 -16 0
Bandenspanning te laag (detectie)
...............13 5
Batterij afstandsbediening vervangen ~
Afstandsbediening, batterij vervangen ....... 3
8-39
Batterij afstandsbediening ~ Afstandsbediening, batterij ....................38-39
Bediening autoradio aan stuurkolom ~ Autoradio,
bedieningen aan stuurkolom
...................... 3,
3
Bekerhouder
..............................
.....................63
Beladen
................................................. 104, 14 4
Benzinemotor
........................................ 140, 147
Binnenspiegel
............................................ 47- 4 8
BlueHDi
........................................... 27, 152 , 157
Bluetooth (handsfree set)
..........28-29, 15 -16 , 8
Bluetooth (telefoon)
........................28-30, 15 -17
Bluetooth-verbinding
...........21-22, 28-30 , 15 -17
Bochtverlichting, statisch
...........................71-72
Boordcomputer
......................................... 30-33
Brandstof
............................................... 104, 140
Brandstofniveaumeter
............................13 8 -13 9
Brandstoftank
......................................... 13 8 -13 9
Brandstof tanken
.................................... 13 8 -14 0
Brandstoftank leeg (diesel)
...........................157
Brandstofverbruik
................................... 32, 104
Brandstofvuldop ~ Brandstoftankdop
........... 13
9
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep ......13 8 -13 9Buitenspiegels ........................................... 46 - 47
CCarPlay verbinding ...................................18, 13
CD ........................................................ 26-27, 11
CD MP3
......................................... 26-27, 11, 5 -7
CD-/MP3 -speler
..................................... 26,
5 -7
Centrale vergrendeling
.............................37, 40
Contact
.................................................... 109, 31
Controle motorolieniveau ~ Motorolieniveau, controle
.............................26
Controles
................................ 11
0, 147 , 15 0 -152
DDAB (Digital Audio
Broadcasting) – Digitale radio ..................25, 9
Dagrijverlichting
...............................
......167-169
Datum (instellen)
...............................
.33 , 36 , 20
Datum instellen
.................................. 33, 36 , 20
Derde remlicht
............................................... 171
Detectie te lage bandenspanning ~
Bandenspanning, detectie .......15, 13 5 -13 6 , 161
Dieselfilter ..................................................... 147
Dieselmotor ..................................... 21,
140, 157
Digitale radio – DAB (Digital Audio Broadcasting)
.................................25, 9
Dimlicht
...................................... 22, 67 , 167-169
Dimmer dashboardverlichting ~ Dashboardverlichting (dimmer)
...........34-35
Display instrumentenpaneel
......7- 8, 3 0 - 31 , 11 6
EEco-mode ~ Eco-modus ...............................143
Eco-rijden (adviezen) .................................... 104
Electronic Stability Program (ESC)
....15, 78- 80
.
Trefwoordenregister

198
Selectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak ~ Schakelen
elektronisch bediende versnellingsbak
......111
Serienummer auto
........................................ 192
Set voor tijdelijke bandenreparatie ~ Bandreparatieset
.15 8 -16 0
Sfeerverlichting
............................................... 62
S
jorogen
.......................................................... 65
Slepen van een auto
..............................181-183
Sleutel
....................................................... 36 -37
Sleutel met afstandsbediening
...............39, 109
SMS
................................................................. 32
Sneeuwkettingen
.......................................... 1
41
Snelheidsbegrenzer
....................... 12
1-123, 126
Snelheidsregelaar
.................................. 123 -126
Spaarfase
...................................................... 143
Starten ........................................................... 178
Starten dieselmotor ~ Dieselmotor starten
.. 14
0
Starten van de auto................ 105, 108 , 112 -115
Starten van de motor
............................10
8 -109
Stilzetten van de auto
...........................105, 108
Stoelen achter ~ Achterbank
....................53
-54
Stoelen verstellen
............................... 48
, 50-52
Stoelverwarming
...............................
..............51
Stop
................................................................. 11
Stop (verklikkerlampje)
................................... 11Stop & Start .................................
21 , 33 , 55 , 60, 11 8 -12 1 , 131, 13 8 , 145, 15 0, 181
Streaming audio Bluetooth ...................27, 11 , 7
Stuurkolomschakelaars .................................... 2
St
uurslot
........................................................ 109
Stuurwiel (verstellen)
...................................... 46
S
upervergrendeling
........................................ 38
Synchroniseren afstandsbediening
..........38-39
Synchroniseren van de afstandsbediening ~
Afstandsbediening synchroniseren
........38-39
TTankbeveiliging ............................................. 13 9
Te laag brandstofniveau ~ Brandstofniveau
................................... 13 8 -13 9
Telefoon
......................................... 28-33, 15 -18
Temperatuurregeling .................................57- 6 0
Textuurlak
...................................................... 15 6
Tijdelijke bandenspanning (met set) ~ Banden, noodreparatie
....15 8 -16 0
Tijd instellen
.................................. 33-34, 36, 20
TMC (verkeersinformatie)
............................... 14
T
oegang tot de achterbank ~ Achterbank (toegang)
.............................50-52
Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer (bediening)
........................57- 6 0
Touchscreen
......................................... 13 6, 1, 1
Trekhaak
........................................ 10 6 -107, 142
UUitschakelen airbag passagier
~ Passagiersairbag uitschakelen .....85, 89-90
USB
......................................... 26-27, 1 0 -11 , 5, 5
USB-aansluiting
...................... 64,
26, 10 , 5, 7, 5
USB-poort
......................................... 26, 10 , 5, 5
VVeiligheidsgordels ............................... 81- 83, 94
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
................... 85,
88-90, 93, 95 , 97-10 0
Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen ~ Kinderen
(veiligheidsvoorzieningen)
.....85, 88-90 , 93, 95 , 97-10 0
Ventilatie ..................................... 55-57, 60, 104
Vergrendeling kofferdeksel ~ Koffer vergrendelen
................................ 4
0 - 41
Vergrendeling van binnenuit
........................... 40
V
erkeersinformatie (TA)
....................................4
Verkeersinformatie (TMC)
..............................14
Verklikkerlampje remsysteem ~ Remlampje ..11
V erklikkerlampjes ............................................ 10
Verklikkerlampje service
.................................20
Verklikkerlampje stop
...................................... 11
V
erklikkerlampjes ~ Controlelampjes
.............10
Verklikkerlampjes ~ Waarschuwingslampjes .......10Verklikkerlampje voorgloeien (diesel) ............21
Verlichting overdag ~ Dagrijverlichting
............................. 71,
167-169
Versnellingshendel
....................................... 104
Verversen
............................................... 148 -149
Verwarming
....................................... 56-57, 104
Voorgloeien (dieselmotor)
...............................21
Voor stoelen
......................................... 48, 50-52
WWaarschuwingssignaal sleutel in contact ....109
Waarschuwing vergeten verlichting ...............68
Webbrowser
.................................................... 18
W
iel demonteren
................................... 16 4 -166
Wiel monteren
....................................... 16 4 -166
Wiel verwisselen
.................................... 162-163
Wifi-netwerkverbinding
...................................22
Window-airbags
...............................
.........86 - 87
ZZekeringen ............................. 172, 174 , 176 -17 7
Zekeringen vervangen ...........172, 174 , 176 -17 7
Zekeringkast dashboard
........172, 174 , 176 -17 7
Zekeringkast motorruimte
......172, 174 , 176 -17 7
Zij-airbags
...............................
..................86 - 87
Zijknipperlicht
................................................ 170
Zonnescherm (panoramadak)
........................63
Zuinig rijden
.................................................. 104
Trefwoordenregister