Page 88 of 129

88Huidige locatie........................... 46
Kaartupdate .............................. 45
Kaartvenster .............................. 46
Lijst met afslagen ......................59
Persoonlijke NP's ......................46
Recente bestemmingen ............53
Reis met viapunten ...................53
Routebegeleiding ......................59
Routebegeleidingsmenu ...........59
Routelijst ................................... 59
Schermtoets OVERZICHT ........46
TMC-stations (verkeersinfor‐
matiekanalen) ..................... 45, 59
Verkeersincidenten ...................59
Werken met de kaart .................46
Noodoproep .................................. 74
Nuttige plaatsen............................ 53
O
Omgekeerde bladerrichting ..........28
Overzicht bedieningselementen .....8
P
Persoonlijke NP's .........................46
PIN vergeten................................. 28
R Radio Categorielijst ............................. 32
DAB ........................................... 35
DAB-berichten ........................... 35DAB-menu................................. 35
Digital Audio Broadcasting ........35
Favorieten ................................. 18
FM menu ................................... 33
Frequentielijst ............................ 32
Golfband.................................... 32
Intellitext .................................... 35
L-Band....................................... 35
Radio Data System ...................33
RDS........................................... 33
Regio ......................................... 33
Regio-instelling.......................... 33
TP.............................................. 33
Verkeersinformatie ....................33
Zender zoeken .......................... 32
Zenderlijst.................................. 32
Radio activeren............................. 32
Radio Data System (RDS) ........... 33
Regio ............................................ 33
Regio-instelling ............................. 33
Reis met viapunten .......................53
Routebegeleiding .........................59
Routelijst ....................................... 59
Routevoorkeur .............................. 59
S Schermtoets OVERZICHT............ 46Schermtoets RESET ....................46
Selectie van frequentiebereik .......32Smartphone
Telefoonweergave ....................43
Smartphone-applicaties gebruiken .................................. 43
Spraakherkenning ........................65
Startscherm .................................. 16
Stemherkenning ........................... 65
Streaming audio via Bluetooth activeren.................................... 42
Systeeminstellingen...................... 28 Beeldscherm ............................. 28
Fabrieksinstellingen terugzetten 28
Taal ........................................... 28
Tijd en datum ............................ 28
Valetmodus ............................... 28
T
TA ................................................. 33
Taal............................................... 28
Tekstberichten .............................. 78
Telefoon Beltoon ...................................... 75
Bluetooth ................................... 71
Bluetooth-verbinding .................72
Contacten .................................. 23
Favorieten ................................. 18
Handsfree-modus...................... 75
Noodoproepen .......................... 74
Recente oproepen ....................75
Page 114 of 129

114Externe apparatenExterne apparatenAlgemene informatie..................114
Audio afspelen ........................... 115Algemene informatie
Onder de armsteun in de middencon‐
sole bevinden zich een AUX- en USB-
poort voor het aansluiten van externe apparatuur. Een gedetailleerde
beschrijving over het omhoog zetten
van de armsteun vindt u in de Gebrui‐ kershandleiding.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
AUX-ingang
U kunt op de AUX-ingang extra appa‐ raten aansluiten.
Na het aansluiten op de AUX-ingang
wordt het audiosignaal van het rand‐
apparaat via de luidsprekers van het
Infotainmentsysteem verzonden.
Het volume en de geluidsinstellingen
kunnen via het Infotainmentsysteem
worden aangepast. Alle andere
bedieningsfuncties werken via het
randapparaat zelf. Het Infotainment‐
systeem kan muziekbestanden op
randapparatuur weergeven.Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Gebruik de volgende kabel om het randapparaat op de AUX-ingang van
het Infotainmentsysteem aan te slui‐
ten:
3-polig voor audiobron.
Ontkoppel het AUX-apparaat door
een andere functie te selecteren en
dan het AUX-apparaat te verwijderen.
USB-poort
Op de USB-poort kunt u een MP3- speler, USB-apparaat of smartphone
aansluiten.
Na het aansluiten op de USB-poort
werken de bovenvermelde apparaten via de knoppen en menu's van hetInfotainmentsysteem. Het Infotain‐mentsysteem kan muziekbestanden
op USB-opslagapparatuur weerge‐
ven.
Let op
Niet alle aanvullende apparaten
worden ondersteund door het Info‐
tainmentsysteem.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Sluit het USB-apparaat aan op de
USB-poort.
Page 119 of 129

Telefoon119Vergelijk de pincode (indien
vereist) en bevestig de
meldingen op het Infotain‐ mentsysteem en het Blue‐
tooth-apparaat.
● Als SSP (secure simple pairing) niet wordt onder‐
steund:
Voer de pincode van het Info‐
tainmentsysteem op het
Bluetooth-apparaat in en
bevestig uw invoer.
6. Het Infotainmentsysteem en het apparaat zijn gekoppeld.
7. Indien aanwezig op het Bluetooth-
apparaat, worden het telefoon‐
boek en de bellijsten naar het Info‐
tainmentsysteem gedownload.
Bevestig indien nodig de melding
op uw smartphone.
Let op
Om de contacten door het infotain‐
mentsysteem te laten lezen, moeten
ze zijn opgeslagen in het telefoon‐
geheugen van de mobiele telefoon.
Wordt deze functie niet door het
Bluetooth-apparaat ondersteund,
dan verschijnt er een bijbehorendbericht op het Infotainmentsys‐
teem.
8. Als het koppelen van het apparaat
voltooid is, wordt de apparatenlijstopnieuw weergegeven.
Let op
Bij problemen met de Bluetooth-
verbinding verschijnt er een
storingsmelding op het scherm van
het Infotainmentsysteem.
Koppelen via de Telefoon-toepassing 1. Druk op ; en selecteer dan
TEL. . Het hoofdmenu van de tele‐
foon verschijnt.
2. Selecteer Bluetooth-apparaten
om de apparaatlijst weer te
geven.
3. Selecteer KOPP;.
4. Ga verder met stap 3 van "Koppe‐
len via de toepassing instellingen"
(zie bovenstaand).
5. Als het koppelen van het apparaat
voltooid is, wordt het telefoon‐
menu weergegeven.Let op
Bij problemen met de Bluetooth-
verbinding verschijnt er een
storingsmelding op het scherm van
het Infotainmentsysteem.
Koppelen via de toepassing Audio Let op
Het Bluetooth audiohoofdmenu is
alleen beschikbaar als er al een
Bluetooth-muziekapparaat aan het
Infotainmentsysteem is gekoppeld.
1. Druk herhaaldelijk op MEDIA om
het Bluetooth-muziekhoofdmenu
weer te geven en druk vervolgens op MENU .
2. Selecteer Bluetooth-apparaten
om de apparaatlijst weer te
geven.
3. Selecteer voor het koppelen van een nieuw apparaat KOPP;.
4. Ga verder met stap 3 van "Koppe‐
len via de toepassing instellingen" (zie bovenstaand).
5. Als het koppelen van het apparaat
voltooid is, wordt de apparatenlijst opnieuw weergegeven.