
2-65
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Waarom werd de airbag bij een
aanrijding niet geactiveerd?
Er zijn bepaalde soorten ongevallen
waarbij de airbag geen aanvullende
bescherming biedt. Voorbeelden
hiervoor zijn aanrijdingen van
achteren, tweede en volgende stoten
bij een kettingbotsing en aanrijdingen
bij lage snelheid. Schade aan de auto
duidt op het absorberen van
botsingsenergie, maar het is geen
indicator of een airbag opgeblazen
had moeten worden.
Airbagsensoren
Beperk de kans op ernstig letsel
door een zich onverwacht
opblazende airbag:
Let op dat u niet tegen plaatsen aanstoot waar de
airbags of airbagsensoren
zijn ingebouwd en voorkom
dat deze plaatsen door een
voorwerp worden geraakt.
Voer geen reparaties uit aan
of in de buurt van de
airbagsensoren. Als de
inbouwpositie of -hoek van de
airbagsensoren wordt
gewijzigd, kan dit ertoe leiden
dat de airbags worden
geactiveerd in situaties
waarin dit niet nodig is, of dat
de airbags niet worden
geactiveerd in situatieswaarin het wel nodig is.(Vervolg)
WAARSCHUWING
(Vervolg)
Monteer geen
bumperbeschermers en
vervang de bumpers niet door
niet-originele onderdelen. Dit
kan een nadelige invloed
hebben op de bescherming bijeen aanrijding en de
prestaties van de airbags.
Zet, als de auto moet worden
gesleept, het contact in stand
LOCK/OFF of ACC om te
voorkomen dat de airbag
onnodig wordt geactiveerd.
Laat alle reparaties aan
airbags door een officiële
HYUNDAI-dealer uitvoeren.

3-12
Handige voorzieningen in uw auto
Vervangen van de batterij
Als de Smart Key niet goed werkt,
vervang de batterij dan door een
nieuw exemplaar.
Type batterij : CR2032
Vervangen van de batterij :
1. Wrik het deksel aan de achterzijdevan de Smart Key los.
2. Verwijder de oude batterij en plaats de nieuwe batterij. Let op
de polariteit van de batterij.
3. Plaats het deksel aan de achterzijde van de Smart Key. Als u vermoedt dat de Smart Keybeschadigd is of als u denkt dat de
Smart Key niet goed werkt,
adviseren we u contact op te nemen
met een officiële HYUNDAI-dealer.
InformatieEen onjuist afgevoerdebatterij kan schadelijk zijn
voor het milieu en voor de
gezondheid. Zorg ervoor dat
de batterij volgens de
wettelijke voorschriften wordt
afgevoerd.
Startblokkeersysteem
(indien van toepassing)
Het startblokkeersysteem beschermt
uw auto tegen diefstal. Als eenonjuist gecodeerde sleutel (of ander
apparaat) wordt gebruikt, wordt het
brandstofsysteem van de motor
uitgeschakeld.
Als het contact in stand ON wordt
gezet, moet het controlelampje van
het startblokkeersysteem kort gaan
branden en vervolgens uitgaan. Alshet controlelampje gaat knipperen,
herkent het systeem de code van desleutel niet. Zet het contact in stand LOCK/OFF
en vervolgens weer in stand ON.
Het systeem herkent de code van de sleutel mogelijk niet als zich een
andere sleutel van een
startblokkering of een metalen
voorwerp (bijvoorbeeld een
sleutelhanger) in de buurt van de
sleutel bevindt. De motor kan
mogelijk niet worden gestart, omdat
het metaal het normaal versturen
van het transpondersignaal kanstoren.
i
OLF044008

3-18
Handige voorzieningen in uw auto
De portieren moeten tijdens het
rijden altijd volledig gesloten en
vergrendeld zijn. Als de
portieren ontgrendeld zijn,neemt de kans toe dat
inzittenden bij een ongeval uit
de auto geslingerd worden.
WAARSCHUWING
Het openen van een portier als
iemand of iets de auto nadert,
kan schade of letsel
veroorzaken. Let bij het openen
van portieren goed op of er
geen ander verkeer aankomt.
WAARSCHUWING
Laat kinderen en huisdieren
nooit zonder toezicht achter in
de auto. Een afgesloten auto
kan binnenin erg warm worden,
waardoor achtergelatenkinderen of huisdieren die niet
uit de auto kunnen komen,ernstig letsel kunnen oplopen.
Kinderen kunnen gewond raken
door het bedienen van bepaalde
systemen in de auto of gevaar
lopen als iemand zich
bijvoorbeeld toegang tot de
auto verschaft.
WAARSCHUWING
Laat uw auto altijd beveiligd
achter.
Als u de auto niet vergrendeld
achterlaat, kan iemand zich in
uw auto verstoppen en u of
anderen in gevaar brengen.
Doe om de auto veilig achter te
laten het volgende: zet, terwijl u
het rempedaal intrapt, deselectiehendel in stand P
(parkeren), activeer de
parkeerrem, zet het contact in
stand LOCK/OFF, sluit alle
ruiten, vergrendel alle portieren
en neem altijd de sleutel mee.
WAARSCHUWING

3-19
Handige voorzieningen in uw auto
Kenmerken van de
automatische
portiervergrendeling/-ontgrendeling
Portierontgrendelsysteem(indien van toepassing)
Wanneer bij een aanrijding de
airbags worden geactiveerd, worden
alle portieren automatisch
ontgrendeld.
Snelheidsafhankelijk
portiervergrendelsysteem(indien van toepassing)
Alle portieren worden automatisch
vergrendeld bij een rijsnelheid vanmeer dan 15 km/h.
U kunt de automatische vergrendel-
/ontgrendelfunctie van de portieren
activeren of deactiveren met de
modus Gebruikersinstellingen op het
LCD-display. Zie "LCD-display" in
dit hoofdstuk voor meer
informatie.
Kindersloten achterportieren
Het kinderslot zorgt ervoor dat
kinderen die achterin zitten de
achterportieren niet per ongeluk
kunnen openen. Schakel het
kinderslot altijd in als u gaat rijdenmet kinderen.
Het kinderslot bevindt zich aan de
rand van elk achterportier. Als hetkinderslot in stand LOCK staat, kan
het achterportier niet van binnenuit
worden geopend. Steek een sleutel (of een
schroevendraaier) (1) in de opening
en draai het kinderslot in de stand
vergrendeld om het slot te
vergrendelen.
Ontgrendel het kinderslot om ervoor
te zorgen dat een achterportier van
binnenuit kan worden geopend.
3
Als kinderen tijdens het rijden
per ongeluk de achterportieren
openen, kunnen ze uit de auto
vallen. Schakel het kinderslot
van de achterportieren altijd inals er kinderen in de autoaanwezig zijn.
WAARSCHUWING
OAE046006L

3-24
Handige voorzieningen in uw autoS
S TT UU UURRWW IIEE LL
Elektrische stuurbekrachtiging (EPS)
Het systeem ondersteunt u tijdens
het sturen. Bij een niet-draaiende
motor of bij een defecte
stuurbekrachtiging blijft de auto
bestuurbaar, maar is de benodigde
stuurkracht veel groter.
Zo wordt het sturen zwaarder
wanneer de rijsnelheid toeneemt en
lichter wanneer de snelheid afneemt.Hierdoor hebt u een betere controle
over het stuurwiel.
Indien u merkt dat onder normale
omstandigheden het sturen van de
auto zwaarder gaat dan normaal,dan adviseren wij u de
stuurbekrachtiging te latencontroleren door een officiële
HYUNDAI-dealer. Als de elektrische
stuurbekrachtiging niet goed
werkt, gaat het
waarschuwingslampje ( ) ophet instrumentenpaneel
branden of knipperen. Mogelijk
wordt het stuurwiel moeilijk te
draaien of onder controle te
houden. Breng uw auto naar een
officiële HYUNDAI-dealer en laat
het systeem zo snel mogelijk
controleren.
Als een storing wordt gesignaleerd in de elektrische
stuurbekrachtiging wordt de
stuurassistentie uitgeschakeld
om een ongeval te voorkomen.Op dat moment gaat het
waarschuwingslampje in hetinstrumentenpaneel branden of
knipperen. Mogelijk wordt hetstuurwiel moeilijk te draaien of
onder controle te houden. Laat
uw auto onmiddellijk
controleren nadat u uw auto op
een veilige plaats tot stilstand
hebt gebracht. Informatie
De volgende symptomen kunnen zich
tijdens normaal gebruik voordoen :
De benodigde stuurkracht kan direct nadat het contact in stand ON
is gezet, hoog zijn.
Dit gebeurt als het systeem de EPS-
diagnose uitvoert. Als de
zelfdiagnose is voltooid, werkt het
stuurwiel weer normaal.
Er kan een klikkend geluid hoorbaar zijn van het EPS-relais na
het in stand ON of LOCK/OFF
zetten van het contact.
Het geluid van de elektromotor kan hoorbaar zijn als de auto stilstaat of
met lage snelheid rijdt.
(vervolg)
iAANWIJZING

3-36
Handige voorzieningen in uw auto
Als de blokkeerschakelaar van de
ruitbediening ingedrukt is :
De hoofdschakelaar van deelektrisch bedienbare ruiten voor
de bestuurder werkt alleen voor de
elektrisch bedienbare ruit van de
bestuurder.
Kan de elektrisch bedienbare ruit in het voorpassagiersportier
worden bediend met de schakelaar
in het voorpassagiersportier.
Met de schakelaars voor de ruitbediening van de portierruiten
achter kunnen de elektrisch
bedienbare ruiten voor de
achterpassagiers niet wordenbediend. Open of sluit telkens maar één
ruit tegelijk. Anders kan de
elektrische ruitbediening
beschadigd raken. Hierdoor zal
bovendien de zekering langermeegaan.
Probeer nooit tegelijkertijd de hoofdschakelaar voor deruitbediening in het
bestuurdersportier en de
afzonderlijke schakelaar voor de
ruitbediening in tegengestelde
richtingen in te drukken. In dat
geval stopt de ruit en kan deze
niet meer worden geopend of
gesloten.AANWIJZING
Laat kinderen niet met de
ruitbediening spelen. Laat de
blokkeerschakelaar voor de
ruitbediening van het
bestuurdersportier in de stand
LOCK staan. Het onbedoeldbedienen door een kind kan toternstig letsel leiden.
WAARSCHUWING

3-38
Handige voorzieningen in uw auto
Indien uw auto is uitgerust met een
schuifdak, kunt u dit met behulp van
de schakelaar in de dakconsole
open- en dichtschuiven of kantelen.
Het schuifdak kan elektrisch geopend, gesloten en gekanteld
worden wanneer het contact in standON staat.
Het schuifdak kan worden bediend
tot ongeveer 30 seconden nadat het
contact in stand ACC of LOCK (of
OFF) is gezet of de contactsleutel is
verwijderd. Wanneer het voorportier
echter geopend wordt, kan het
schuifdak niet bediend worden, zelfs
niet binnen de periode van 30seconden.
Schuifdak openen en sluiten
Openen :
Druk de schakelaar van het schuifdak naar achteren in de eerste
stand. Laat de schakelaar los als uwilt dat het schuifdak stopt. Sluiten :
Druk de schakelaar van het schuifdak naar achteren in de eerste
stand. Laat de schakelaar los als uwilt dat het schuifdak stopt.
Schuifdak open-/dichtschuiven
Door de schakelaar voor het schuifdak naar achteren of naar
voren tot de tweede positie te
drukken opent of sluit het schuifdak
volledig, ook als de schakelaar wordt
losgelaten. Om het schuifdak in de
gewenste positie te stoppen terwijl
het in beweging is, drukt u de
schakelaar naar achteren of naar
voren en laat u hem vervolgens weer
los.Informatie
Om het windgeruis tijdens het rijden
te beperken, adviseren wij u te rijden
met het schuifdak iets gesloten
(ongeveer 7 cm voor de stand
maximaal open).
Houd de schakelaar niet langer
ingedrukt als het schuifdak
volledig is geopend, gesloten of
gekanteld, om beschadiging aan
het schuifdak en de motor te
voorkomen.
AANWIJZING
i
SS CC HH UU IIFF DD AA KK (( IINN DDIIEE NN VV AA NN TT OO EEPP AA SSSSIINN GG))
OAD045022
OAD045023

3-47
Handige voorzieningen in uw auto
3
(vervolg)
Maak tijdens het tanken geen
gebruik van een mobiele
telefoon. Elektrische stroom
en/of elektronische storing
van mobiele telefoons kunnenbrandstofdampen doenontbranden en brand
veroorzaken.
Stap niet terug in de auto
tijdens het tanken. U kunt
statisch geladen raken door
het aanraken van of wrijven
tegen een voorwerp of stof
dat/die statische elektriciteit
kan produceren. Een
ontlading van statischeelektriciteit kanbrandstofdampen doenontbranden en brand
veroorzaken.(vervolg)
(vervolg)
Als u tijdens het tanken toch terug in de auto moet
stappen, raak ook dan met de
blote hand even een metalen
deel van de auto aan, op
voldoende afstand van de
vulopening, het vulpistool of
een andere brandbare stof,
om mogelijk gevaarlijke
statische elektriciteit af te
voeren.
Zet bij het tanken altijd de selectiehendel in stand P
(parkeren) in, activeer de
parkeerrem en zet het contact
in stand LOCK/OFF. De
elektrische onderdelen van de
motor kunnen vonken
produceren diebrandstofdampen kunnendoen ontbranden. (vervolg)
(vervolg)
Als u een voor brandstof
goedgekeurde jerrycan wilt
vullen, plaats deze dan op de
grond. Een met statische
elektriciteit geladen jerrycankan brandstofdampen doen
ontbranden. Zodra u begint te
tanken, dient u met de blotehand contact te houden metde auto tot het tanken is
voltooid.
Gebruik alleen goedgekeurde
plastic jerrycans die geschikt
zijn voor brandstof.
Gebruik geen lucifers of
aansteker en rook niet. Laat
ook geen brandende sigaret
achter in de auto als u bij een
tankstation bent, vooral niettijdens het tanken.
Doe de tank niet te vol, omdat
dit kan leiden tot verspilling
van benzine.
(vervolg)