
Werking van de bed ienin gselementen en instrumenten
3-5
3
DAU12096
Zelf dia gnosesysteem Dit model is uitgerust met een zelfdiagno-
sesysteem voor diverse elektrische circuits.
Indien er in een van deze circuits een pro-
bleem wordt gedetecteerd, gaat het waar-
schuwingslampje voor motorstoring
branden of knipperen. Als dit zich voordoet,
vraag dan een Yamaha-dealer de machine
te controleren.LET OP
DCA11171
Neem als d it geb eurt direct contact op
met een Yamaha d ealer, om mogelijke
motorscha de te voorkomen.
DAUU1731
Multifunctionele meter
WAARSCHUWING
DWA12423
Zor g d at de machine stilstaat voor dat u
wijzi gin gen in d e instellin gen van de
multifunctionele meter gaat aan bren- g
en. Het aan bren gen van wijzi gin gen tij-
d ens het rij den kan u aflei den en
ver groot het risico op een on geval.
De multifunctionele meter biedt de volgen-
de voorzieningen:
een snelheidsmeter
een brandstofniveaumeter
een klok
een buitenluchttemperatuurdisplay
een kilometerteller
twee rittellers
een ritteller brandstofreserve
een ritteller olieverversing
een ritteller V-snaarvervanging
een indicator olieverversing
een indicator V-snaarvervangingOPMERKINGVergeet niet de sleutel naar “ON” te
draaien voordat u de “SELECT”- en
“RESET”-toets gebruikt.
Voor Verenigd Koninkrijk: Om te wis-
selen tussen de kilometer- en mijlen-
weergave van de snelheidsmeter en
de kilometertelle r/ritteller houdt u de
“SELECT”-toets een seconde lang in-
gedrukt.
Als het waarschuwingslampje koel-
vloeistoftemperatuur en het waar-
schuwingslampje mo torstoring in de
1. Klok
2. “SELECT”-toets
3. Waarschuwingsindicator
brandstofniveau “ ”
4. Brandstofniveaumeter
5. Snelheidsmeter
6. “RESET”-toets
7. Buitenluchttemperatuurdisplay
8. Kilometerteller/rittellers
9. Indicator olieverversing “OIL CHANGE”
10.Indicator V-snaarvervanging “V-BELT”12345 6
8
910 7
U2CMD2D0.book Page 5 Monday, August 24, 2015 3:11 PM

Werking van de bed ienin gselementen en instrumenten
3-6
3
eerste weergavemodus blijven bran-
den, laat dan de accu opladen door
een Yamaha dealer.
Snelhei dsmeter
De snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van
het voertuig aan. Bran
dstofniveaumeter
De brandstofniveaumeter geeft aan hoe-
veel brandstof in de tank aanwezig is. De
displaysegmenten van de brandstofniveau-
meter verdwijnen richting “E” (leeg) naar-
mate het brandstofniveau verder daalt. Ga
zo snel mogelijk tanken als het onderste
segment van de brandstofniveaumeter en
de waarschuwingsindicator
brandstofniveau “ ” gaan knipperen.
Wanneer de sleutel naar “ON” wordt ge-
draaid, lichten eerst alle displaysegmenten
van de brandstofniveaumeter kort op en
wordt daarna het huidige brandstofniveau
weergegeven.
OPMERKINGDeze brandstofniveaumeter is voorzien van
een zelfdiagnosesysteem. Als een storing
wordt gedetecteerd in een elektrisch cir-
cuit, gaan alle displaysegmenten en de
waarschuwingsindicator brandstofniveau
knipperen. Vraag in dat geval een Yamaha
dealer het elektrisch circuit te testen.Klok
De klok op tijd zetten:1. Houd de “SELECT”-toets en “RE- SET”-toets tegelijkertijd twee secon-
den lang ingedrukt, de
urenaanduiding zal gaan knipperen.
2. Druk op de “RESET”-toets om de uren in te stellen.
1. Snelheidsmeter
1
1. Waarschuwingsindicator brandstofniveau “ ”
2. Brandstofniveaumeter
1
2
1. Klok
1
U2CMD2D0.book Page 6 Monday, August 24, 2015 3:11 PM

Werking van de bed ienin gselementen en instrumenten
3-7
3
3. Druk op de “SELECT”-toets en de mi-
nutenaanduiding zal gaan knipperen.
4. Druk op de “RESET”-toets om de mi- nuten in te stellen.
5. Druk op de “SELECT”-toets en laat
deze dan los om de klok te starten.
Buitenluchttemperatuurweer gave “OUT
TEMP”
Dit display toont de buitenluchttempera-
tuur van –10 °C tot 40 °C in stappen van 1
°C. De weergegeven temperatuur kan af-
wijken van de werkel ijke buitenluchttempe-
ratuur.OPMERKING Als de buitenluchttemperatuur daalt
tot onder –10 °C, wordt er geen lagere
temperatuur dan –10 °C weergege-
ven.
Als de buitenluchttemperatuur stijgt
tot boven 40 °C, wordt er geen hogere
temperatuur dan 40 °C weergegeven.
De nauwkeurigheid van de tempera-
tuuraflezing kan worden beïnvloed
door langzaam rijden (onder 20 km/h
[13 mi/h]) of door het oponthoud bij
verkeerslichten, spoorwegovergan-
gen etc.
Kilometerteller- en rittellermo dus
De kilometerteller toont de totale afstand
die door de machine is afgelegd.
De rittellers tonen de afstand afgelegd
sinds de tellers het laatst werden terugge-
steld op nul.
Druk op de toets “SELECT” om de weerga-
ve te wisselen tussen de kilometerteller
“ODO”, de rittellers “TRIP 1” en “TRIP 2”, de ritteller voor olieverversing “OIL TRIP”
en de ritteller voor V-snaarvervanging
“BELT TRIP”, in de onderstaande volgorde:
ODO
→ TRIP 1 → TRIP 2 → OIL TRIP →
BELT TRIP → ODO
Als er nog maar ongeveer 1.6 L (0.42 US
gal, 0.35 Imp.gal) brandstof in de brand-
stoftank over is, beginnen het onderste
segment van de brandstofniveaumeter en
de waarschuwingsindicator voor brand-
stofniveau te knipperen. De weergave in
het display wisselt automatisch naar de rit-
teller voor brandstofreserve “F” die de af-
stand begint te tellen die vanaf dat punt
wordt afgelegd. Druk in dat geval op de
“SELECT”-toets om de weergave te wisse-
len in de onderstaande volgorde:
F → TRIP 1 → TRIP 2 → OIL TRIP → BELT
TRIP → ODO → F
Om ritteller 1, 2 of de brandstofreserve-rit-
teller terug te stellen, selecteert u deze door
op de “SELECT”-toets te drukken en houdt
u vervolgens de “RESET”-toets een secon-
de lang ingedrukt. Wanneer u de brandstof-
reserve-ritteller niet zelf met de hand op nul
terugstelt, wordt deze automatisch terug-
gesteld zodra na het tanken 5 km (3 mi) is
gereden en verschijnt de vorige weergave-
modus weer.
1. Buitenluchttemperatuurdisplay
1
1. Kilometerteller/rittellers
1
U2CMD2D0.book Page 7 Monday, August 24, 2015 3:11 PM

Werking van de bed ienin gselementen en instrumenten
3-8
3
Als u de ritteller voor o lieverversing of de rit-
teller voor V-snaarvervanging wilt terugstel-
len, selecteert u deze door op de toets
“SELECT” te drukken en vervolgens de
toets “RESET” gedurende drie tot vier se-
conden ingedrukt te houden.OPMERKING De kilometerteller wordt vergrendeld
bij 999999.
De rittellers word en teruggesteld en
blijven tellen nadat 9999.9 is bereikt.In dicator olieverversin g “OIL CHANGE”
Deze indicator gaat branden zodra de eer-
ste 1000 km (600 mi) zijn afgelegd en na
4000 km (2500 mi). Vervolgens gaat de in- dicator na elke 4000 km (2500 mi) branden
om aan te geven dat de motorolie moet
worden ververst.
Nadat de motorolie is ververst, moeten de
indicator olieverversing en de ritteller voor
olieverversing worden teruggesteld. Om
beide terug te stellen, selecteert u de rittel-
ler voor olieverversing en houdt u de toets
“RESET” een seconde lang ingedrukt.
Houd terwijl “OIL CHANGE” knippert de
toets “RESET” drie seconden ingedrukt. De
ritteller voor olieverversing wordt terugge-
steld en de indicator olieverversing gaat uit.
Als de motorolie wordt ververst voordat de
indicator olieverversing gaat branden (dus
voordat de intervalperiode voor olieverver-
sing is verstreken), moet de ritteller voor
olieverversing na de olieverversing worden
teruggesteld zodat het eerstvolgende tijd-
stip voor olieverversing weer correct wordt
aangegeven.
In
dicator V-snaarvervan gin g “V-BELT”
Deze indicator gaat na elke 20000 km
(12500 mi) branden om aan te geven dat de
V-snaar moet worden vervangen.
Nadat de V-snaar is vervangen, moeten de
indicator V-snaarvervanging en de ritteller
voor V-snaarvervanging worden terugge-
steld. Om beide terug te stellen, selecteert
u de ritteller voor V-snaarvervanging en
houdt u de toets “RESET” een seconde
lang ingedrukt. Houd terwijl “V-BELT” knip-
pert de toets “RESET” gedurende drie tot
vier seconden ingedrukt. De ritteller voor V-
snaarvervanging wordt teruggesteld en de
indicator V-snaarvervanging gaat uit.
Als de V-snaar wordt vervangen voordat de
indicator V-snaarvervanging gaat branden
(d.w.z. voordat de intervalperiode voor V-
snaarvervanging is verstreken), moet de rit-1. Indicator olieverversing “OIL CHANGE”
2. Olieverversingskilometerteller
12
1. Indicator V-snaarvervanging “V-BELT”
2. Kilometerteller V-snaarvervanging
12
U2CMD2D0.book Page 8 Monday, August 24, 2015 3:11 PM

Periodiek on derhoud en afstelling
6-11
6
4. Reinig de motorolie-aanzuigzeef in
oplosmiddel, controleer hem op scha-
de en vervang indien nodig.
5. Bevestig de motorolie-aanzuigzeef, compressieveer, nieuwe O-ring en
olieaftapplug B.OPMERKINGZorg dat de O-ring correct aanligt.6. Bevestig olieaftapplug A met eennieuwe pakking en zet beide aftap-
pluggen vast met het voorgeschreven
aanhaalmoment.
7. Vul bij met de voorgeschreven hoe- veelheid van de aanbevolen motor-
olie, breng dan de olievuldop aan en
zet deze vast.
OPMERKINGVeeg enige gemorste olie af nadat de motor
en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld.LET OP
DCA11621
Om het slippen van de koppelin g te
voorkomen ( de motorolie smeert
immers ook de koppelin g) mo gen
g een chemische a dditieven worden
toe gevoe gd. Ge bruik geen oliën
met een “CD” dieselspecificatie of
oliën met een ho gere kwaliteit d an
g especificeer d. Ge bruik ook g een
oliën met een “ENERGY CONSER-
VING II” of ho gere aan dui din g.
Zor g d at er g een verontreini gin gen
in het carter terecht komen.8. Start de motor, laat deze een paar mi- nuten stationair draaien en controleer
daarbij op olielekkage. Als er sprake is
van olielekkage, zet de motor dan di-
rect af en zoek de oorzaak.
9. Zet de motor af, controleer dan het olieniveau en corrigeer indien nodig.
10. Reset de olieverversingsritteller en het
controlelampje olieverversingstermijn
“OIL CHANGE”. (Zie pagina 3-7 voor
het terugstellen.)
DAU60660
Eind overb rengin gsolieHet eindoverbrengingshuis moet voor elke
rit worden gecontroleerd op olielekkage. In
geval van lekkage dient u de machine door
een Yamaha dealer te laten nakijken en re-
pareren. Bovendien dient de eindoverbren-
gingsolie als volgt te worden ververst op de
tijdstippen vermeld in het periodieke onder-
houds- en smeerschema.
1. Start de motor, warm de eindover-
brengingsolie op door enkele minuten
met de machine te rijden en zet de
motor vervolgens af.
2. Zet de machine op de middenbok.
3. Plaats een olieopvangbak onder het eindoverbrengingshuis om de ge-
bruikte olie op te vangen.
4. Verwijder de vuldop van de eindover- brengingsolie met de o-ring uit het
eindoverbrengingshuis.
Aanhaalmoment:
Olieaftapplug A:22 Nm (2.2 m·kgf, 16 ft·lbf)
Olieaftapplug B: 20 Nm (2.0 m·kgf, 14 ft·lbf)
Aan bevolen motorolie:
Zie pagina 8-1.
Oliehoeveelhei d:
0.80 L (0.85 US qt, 0.70 Imp.qt)
U2CMD2D0.book Page 11 Monday, August 24, 2015 3:11 PM