3
1
8 6 5
4
3
2
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
9
7
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
Stuurwiel ............................174
Binnenspiegel ....................176
Buitenspiegels ..................179
3-5. Openen en sluiten van de ruiten
Elektrisch bedienbare ruiten................................182
4-1. Voordat u gaat rijden Rijden met de auto.............186
Lading en bagage ..............198
Rijden met een aanhangwagen ................200
4-2. Rijprocedures Contactslot (auto's zonder Smart entry-systeem
en startknop)....................209
Startknop (auto's met Smart entry-systeem
en startknop)....................212
Multidrive CVT ...................219
Handgeschakelde transmissie ......................225
Richtingaanwijzer- schakelaar .......................228
Parkeerrem ........................229
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Lichtschakelaar ..................232
Schakelaar mistlampen .....240
Ruitenwissers en -sproeiers.........................242
Achterruitenwisser en -sproeier ..........................246 4-4. Tanken
Openen van de tankdop ... 247
4-5. Toyota Safety Sense Toyota Safety Sense ......... 251
PCS (Pre-Crash Safety-systeem) ............. 255
LDA (Lane Departure Alert) ............................... 263
Automatic High Beam-systeem ................ 269
RSA (Road Sign Assist) .... 275
4-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
Cruise control .................... 280
Snelheidsbegrenzer .......... 283
Stop & Start-systeem ........ 286
Ondersteunende systemen......................... 297
4-7. Rijtips Rijden in de winter............. 303
4Rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 3 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
185
4Rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden met de auto ............ 186
Lading en bagage .............. 198
Rijden met een aanhangwagen ................ 200
4-2. Rijprocedures Contactslot (auto's zonder
Smart entry-systeem en
startknop) ........................ 209
Startknop (auto's met
Smart entry-systeem
en startknop) ................... 212
Multidrive CVT ................... 219
Handgeschakelde transmissie ...................... 225
Richtingaanwijzer-| schakelaar ....................... 228
Parkeerrem ........................ 229
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Lichtschakelaar.................. 232
Schakelaar mistlampen ..... 240
Ruitenwissers en -sproeiers......................... 242
Achterruitenwisser en -sproeier .......................... 246 4-4. Tanken
Openen van de tankdop ... 247
4-5. Toyota Safety Sense Toyota Safety Sense ......... 251
PCS (Pre-Crash Safety-systeem) .............. 255
LDA (Lane Departure Alert) ................................ 263
Automatic High Beam-systeem ........ 269
RSA (Road Sign Assist)..... 275
4-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
Cruise control..................... 280
Snelheidsbegrenzer ........... 283
Stop & Start-systeem ......... 286
Ondersteunende systemen ......................... 297
4-7. Rijtips Rijden in de winter ............. 303
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 18 5 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
1884-1. Voordat u gaat rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
Multidrive CVT
Activeer de parkeerrem en zet de selectiehendel in stand D of M.
Trap het gaspedaal geleidelijk in.
Deactiveer de parkeerrem.
Handgeschakelde transmissie
Activeer de parkeerrem, trap het koppelingspedaal volledig in en
zet de selectiehendel in de 1e versnelling.
Trap het gaspedaal een beetje in en laat tegelijkertijd het koppe-
lingspedaal geleidelijk opkomen.
De parkeerrem wordt automatisch gedeactiveerd. (Blz. 229)
■Als u wegrijdt op een helling omhoog
De Hill Start Assist Control is beschikbaar. ( Blz. 297)
■ Rijden in de regen
●Rijd voorzichtig als het regent, omdat het zicht dan minder is, de ruiten
beslagen kunnen zijn en de weg glad kan zijn.
● Rijd extra voorzichtig wanneer het begint te regenen, de weg kan dan
immers bijzonder glad zijn.
● Matig uw snelheid bij het rijden in de regen, tussen band en wegdek kan er
zich dan immers een waterfilm vormen die het sturen en remmen kan
bemoeilijken.
■ Motortoerental tijdens het rijden (auto's met Multidrive CVT)
In de volgende gevallen kan het motortoerental tijdens het rijden te hoog
oplopen. Dit is het gevolg van automatisch op- of terugschakelen, al naar
gelang de rijomstandigheden. Het duidt niet op plotseling accelereren.
●Het systeem signaleert dat de auto een helling op of af rijdt
● Als het gaspedaal wordt losgelaten
● Als het rempedaal is ingetrapt en de sportmodus is geselecteerd.
● Als de auto plotseling decelereert doordat het rempedaal wordt ingetrapt.
Wegrijden op een helling
1
2
3
1
2
3
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 18 8 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
2604-5. Toyota Safety Sense
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)Wanneer een zeer fel licht, bijvoorbeeld de zon of de koplampen van
tegemoetkomend verkeer, rechtstreeks in de sensor voor schijnt
Bij het rijden onder barre weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij zware
regenval, mist, sneeuw of een zandstorm
Wanneer de omgeving donker is, zoals in een tunnel of 's nachts
■ Als het waarschuwingslampje PCS kn ippert en er een waarschuwings-
melding wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
Het Pre-Crash Safety-systeem is mogelijk tijdelijk niet beschikbaar of er is
mogelijk een storing aanwezig in het systeem.
● In de volgende situaties dooft het controlelampje, verdwijnt de melding en
treedt het systeem weer in werki ng wanneer de normale werkingsvoorwaar-
den terugkeren:
• Wanneer het gebied rondom de sensor voor heet is, bijvoorbeeld nadat de auto in de zon geparkeerd heeft gestaan
• Wanneer de voorruit is beslagen of wanneer er damp of ijs op de voorruit zit
• Als het gebied vóór de sensor voor wordt geblokkeerd, bijvoorbeeld wan-
neer de motorkap is geopend
● Als het waarschuwingslampje PCS blijft knipperen of de waarschuwings-
melding niet verdwijnt, is er mogelijk een storing aanwezig in het systeem.
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
■ Als de TRC en VSC zijn uitgeschakeld
●Als de TRC en VSC zijn uitgeschakeld ( Blz. 299), worden ook het Pre-
Crash Brake Assist en het Pre-Crash Brake-systeem uitgeschakeld. De
Pre-Crash-waarschuwingsfunctie werkt echter nog.
● Het waarschuwingslampje PCS gaat branden en er wordt een waarschu-
wingsmelding weergegeven op het multi-informatiedisplay. ( Blz. 534)
9
10
11
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 260 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
3004-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)■
Gereduceerde bekrachtiging doo r elektrische stuurbekrachtiging
De mate van bekrachtiging door de elektrische stuurbekrachtiging wordt
gereduceerd om het systeem tegen oververhitting te beschermen als er
gedurende langere tijd frequent wordt gestuurd. Hierdoor kan de besturing
zwaar aanvoelen. Probeer als dat het geval is minder frequent te sturen of
breng de auto tot stilstand en zet de motor UIT. Het EPS-systeem moet bin-
nen 10 minuten weer normaal werken.
■ Voorwaarden voor werking Hill Start Assist Control
Als aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan, werkt de Hill Start
Assist Control:
● Multidrive CVT: De selectiehendel staat in een andere stand dan N of P (bij
het vooruit/achteruit bergop wegrijden).
● Handgeschakelde transmissie: De selectiehendel staat in een andere stand
dan R wanneer vooruit bergop wordt weggereden of in stand R wanneer
achteruit bergop wordt weggereden.
● De auto staat stil.
● Het gaspedaal wordt niet ingetrapt.
● De parkeerrem is niet geactiveerd.
■ Automatisch uitschakelen van Hill Start Assist Control
De Hill Start Assist Control wordt in de volgende situaties uitgeschakeld:
●Multidrive CVT: De selectiehendel wordt in stand N of P gezet.
● Handgeschakelde transmissie: De selectiehendel wordt in stand R gezet
wanneer vooruit bergop wordt weggereden of in een andere stand dan R
gezet wanneer achteruit bergop wordt weggereden.
● Het gaspedaal wordt ingetrapt.
● De parkeerrem wordt geactiveerd.
● Er zijn ongeveer 2 seconden verstreken nadat het rempedaal is losgelaten\
.
■ Voorwaarden voor werking noodstopsignaal
Als aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan, werkt het noodstopsig-
naal:
●De alarmknipperlichten zijn uit.
● De werkelijke rijsnelheid is hoger dan 55 km/h.
● Het rempedaal wordt op zo'n manier ingetrapt dat het systeem op basis van
de deceleratie van de auto oordeelt dat het om een noodstop gaat.
■ Automatisch uitschakelen van noodstopsignaal
Het noodstopsignaal wordt in de volgende situaties uitgeschakeld:
●De alarmknipperlichten worden ingeschakeld.
● Het rempedaal wordt losgelaten.
● Het systeem oordeelt op basis van de deceleratie van de auto dat het niet
om een noodstop gaat.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 30 0 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
3014-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
4
Rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
WAARSCHUWING
De volgende omstandigheden kunnen leiden tot een ongeval waarbij ernstig
letsel kan ontstaan.
■Het antiblokkeersysteem werkt niet effectief als
● De maximale grip van de banden overschreden wordt (bijvoorbeeld ver-
sleten banden op een weg die bedekt is met sneeuw).
● Er sprake is van aquaplaning bij hoge snelheid op een nat of glad wegdek.
■ De remweg met ABS in werking kan langer zijn dan onder normale
omstandigheden
Het ABS is niet ontworpen om de remweg van de auto te verkorten. Houd
altijd voldoende afstand tot uw voorligger, met name in de volgende geval-
len:
● Als wordt gereden op wegen met grind, zand en dergelijke, of op
besneeuwde wegen
● Als wordt gereden met sneeuwkettingen
● Als wordt gereden op slechte wegen
● Als wordt gereden over wegen met diepe gaten of andere grote oneffen-
heden
■ De Traction Control werkt niet effectief als
Het insturen van de juiste richting en het overbrengen van de aandrijfkracht
op de weg niet onder alle omstandigheden gerealiseerd kan worden, zelfs
niet als de TRC in werking is.
Rijd voorzichtig met de auto onder omstandigheden waarbij de stabiliteit en
de aandrijfkracht verloren kunnen gaan.
■ Hill Start Assist Control werkt niet effectief als
● Ga er niet vanuit dat de Hill Start Assist Control de auto altijd op zijn plaats
kan houden. De Hill Start Assist Control werkt niet altijd effectief op steile
hellingen en op met ijs bedekte wegen.
● In tegenstelling tot de parkeerrem is de Hill Start Assist Control niet
bedoeld om de auto gedurende langere tijd op zijn plaats te houden.
Gebruik de Hill Start Assist Control niet om de auto op een helling op zijn
plaats te houden omdat dat kan leiden tot een ongeval.
■ Als het Vehicle Stability Cont rol-systeem (VSC) geactiveerd is
Het controlelampje Traction Control knippert. Rijd altijd voorzichtig.
Roekeloos rijgedrag kan leiden tot ongevallen. Wees bijzonder voorzichtig
als het controlelampje knippert.
■ Als het TRC/VSC-systeem is uitgeschakeld
Wees zeer voorzichtig en pas uw snelheid aan de conditie van het wegdek
aan. Schakel de TRC en de VSC alleen in geval van nood uit, aangezien
deze systemen zorgdragen voor de voertuigstabiliteit en de aandrijfkracht.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 30 1 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
5218-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
8
Bij problemen
Waarschuwingslampje ABSGeeft aan dat er een storing is in:
• Het ABS; of
• Het Brake Assist-systeem
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje remsysteem (geel)
Geeft aan dat er een storing is in de elektrisch bedienbare
parkeerrem
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische
stuurbekrachtiging
Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbekrachti-
ging.
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje PCS (indien aanwezig)
Wanneer het waarschuwingslampje knippert (en een zoemer
klinkt):
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het PCS-systeem
(Pre-Crash Safety-systeem).
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer het waarschuwingslampje knippert (en er geen zoe-
mer klinkt):
Geeft aan dat het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) tijdelijk niet
beschikbaar is, mogelijk als gevolg van een van de onder-
staande zaken:
• Het deel van de voorruit rondom de sensor voor is vuil, besla- gen of bedekt door damp, ijs, stickers, e.d.
Verwijder het vuil, de damp, het ijs, de stickers, e.d.
( Blz. 253)
• De temperatuur van de sensor voor is buiten het werkingsbe-
reik
Wacht een tijdje totdat het gebied rondom de sensor voor
voldoende is afgekoeld.
Wanneer het waarschuwingslampje brandt:
Het VSC (Vehicle Stability Control-systeem) of het PCS (Pre-
Crash Safety-systeem) is uitgeschakeld of beide systemen zijn
uitgeschakeld.
Schakel zowel het VSC-systeem als het PCS in om het
PCS in te schakelen. ( Blz. 256, 299)
Waarschuwings
lampjeWaarschuwingslampje/details/handelingen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 52 1 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
5228-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
(Knippert)
Controlelampje AFS OFF (indien aanwezig)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Adaptive Front
Lighting-systeem.
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
(Knippert)
Controlelampje uitgeschakeld Stop & Start-systeem (indien
aanwezig) Geeft aan dat er een storing aanwezig is het Stop & Start-sys-
teem.
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Controlelampje Tr action Control
Geeft aan dat er een storing is in:
• Het VSC-systeem;
• De TRC; of
• Het Hill Start Assist Control-systeem;
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Het lampje gaat knipperen wanneer het VSC- of TRC-systeem
in werking is.
Waarschuwingslampje l aag brandstofniveau
Geeft aan dat er nog maximaal ongeveer 9,0 liter brandstof in
de tank zit
Vul de brandstoftank.
Controlelampje (waa rschuwingszoemer) veiligheidsgordel*1
Waarschuwt de bestuurder en/of voorpassagier dat de veilig-
heidsgordel vastgemaakt dient te worden.
Doe de veiligheidsgordel om.
Als er iemand op de voorpassagiersstoel zit, moet ook de
veiligheidsgordel voor de v oorpassagier worden vastge-
maakt, waarna het waarschu wingslampje (de waarschu-
wingszoemer) uitgaat.
(In het centrale paneel)
Controlelampjes (waa rschuwingszoemer) veiligheidsgordel
achterpassagiers*1
Waarschuwt de achterpassagiers om de veiligheidsgordel om
te doen
Doe de veiligheidsgordel om.
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) parkeerrem*2
Herinnert de bestuurder eraan om de parkeerrem vrij te zetten.
Deactiveer de parkeerrem.
Waarschuwings
lampjeWaarschuwingslampje/details/handelingen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 52 2 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM