
120Externe apparatenTelefoonweergave activeren in
het instellingenmenu
Druk op ; om het Startscherm weer
te geven en selecteer vervolgens
INSTELLINGEN .
Blader door de lijst naar
Apple CarPlay of Android Auto .
Zorg ervoor dat de desbetreffende applicatie is geactiveerd.
Let op
Als de telefoonweergave gedeacti‐
veerd is, kunt u de USB-poort alleen gebruiken om uw mobiele apparaat
op te laden.
Mobiele telefoon verbinden
Sluit de smartphone aan op de USB-
poort 3 113.
Let op
Als USB automatisch starten 3 113
in het instellingenmenu is geacti‐ veerd, kan de toepassing automa‐
tisch worden gestart zodra de ver‐
binding tot stand is gebracht.Telefoonweergave starten
Druk op ; en selecteer vervolgens
PROJECTIE om de telefoonweerga‐
vefunctie te starten.
Let op
Als de toepassing door het infotain‐
mentsysteem wordt herkend, kan
het toepassingspictogram wijzigen
in Apple CarPlay of Android Auto .
U kunt ook enkele seconden ; inge‐
drukt houden om de functie te starten.
Het getoonde telefoonweergave‐
scherm is afhankelijk van uw smart‐
phone en de softwareversie.
Teruggaan naar het
infotainmentscherm
Druk op ;.

Spraakherkenning121SpraakherkenningAlgemene informatie..................121
Gebruik ...................................... 121Algemene informatie
Via de spraakdoorschakel-toepas‐ sing van het infotainmentsysteem
hebt u toegang tot de spraakherken‐
ningscommando's op uw smart‐
phone. Zie de gebruikershandleiding
van uw smartphone om te controleren of uw smartphone deze functie on‐
dersteunt.
Om de spraakdoorschakel-toepas‐
sing te kunnen gebruiken, moet de
smartphone met een USB-kabel
3 113 of via Bluetooth 3 123 op het
infotainmentsysteem zijn aangeslo‐
ten.
Gebruik Spraakherkenning activeren
Houd g op het bedieningspaneel of
7w op het stuurwiel ingedrukt om een
spraakherkenningssessie te starten.
Er verschijnt een spraakbesturings‐
bericht op het scherm.Na de pieptoon kunt u direct een com‐ mando geven. Raadpleeg voor infor‐
matie over ondersteunde comman‐
do's de gebruiksaanwijzing van uw
smartphone.
Volume van gesproken instructies
aanpassen
Draai aan m op het bedieningspaneel
of druk op + / - rechts op het stuurwiel
om het volume van de gesproken in‐
structies hoger of lager te zetten.
Spraakherkenning deactiveren Druk op xn op het stuurwiel. Het
spraakbesturingsbericht verdwijnt, de
spraakherkenningssessie wordt be‐
eindigd.

Telefoon123telefoneren verboden is, als demobiele telefoon interferentie ver‐
oorzaakt of als er zich gevaarlijke
situaties kunnen voordoen.
Bluetooth
De telefoonportal is gecertificeerd
door de Bluetooth Special Interest Group (SIG).
Meer informatie over de specificatie
kunt u op internet op http://www.blue‐
tooth.com vinden
Bluetooth-verbinding Bluetooth is een standaard voor het
draadloos verbinden van bijv. mo‐
biele telefoons, smartphones, iPod/
iPhone-modellen en andere appara‐
ten.
Via het menu Bluetooth worden Blue‐
tooth-apparaten met het infotain‐ mentsysteem gekoppeld (uitwisselen
van pincode tussen Bluetooth-appa‐
raat en infotainmentsysteem) en ver‐
bonden.
Menu Bluetooth
Druk op ; en selecteer vervolgens
INSTELLINGEN .
Selecteer Bluetooth om het Blue‐
tooth-menu weer te geven.
Een apparaat koppelen
Opmerkingen ● Aan het systeem kunnen maxi‐ maal vijf apparaten worden ge‐
koppeld.
● Er kan slechts één gekoppeld ap‐
paraat tegelijk met het infotain‐
mentsysteem worden verbon‐
den.
● Koppelen is in de regel slechts één keer noodzakelijk, tenzij het
apparaat uit de lijst met gekop‐
pelde apparaten wordt verwij‐
derd. Als het apparaat eerder
verbonden was, brengt het info‐
tainmentsysteem de verbinding
automatisch tot stand.
● Bij gebruik van Bluetooth wordt de accu van het apparaat aan‐
zienlijk belast. Sluit het apparaat
daarom aan op een USB-poort
om het op te laden.
Een nieuw apparaat koppelen 1. Activeer de Bluetooth-functie van het Bluetooth-apparaat. Raad‐
pleeg voor meer informatie de ge‐
bruiksaanwijzing van het Blue‐
tooth-apparaat.
2. Druk op ; en selecteer vervol‐
gens INSTELLINGEN op het info‐
display.
Selecteer Bluetooth en vervol‐
gens Apparaatbeheer om het be‐
treffende menu weer te geven.

132TrefwoordenlijstAAfbeeldingen weergeven ............117
Afbeeldingsbestanden ................113
Afbeelding via USB activeren .....117
Algemene aanwijzingen .............122
AUX ......................................... 113
Bluetooth ................................. 113
DAB ......................................... 110
Infotainmentsysteem .................92
Smartphone-applicaties ..........113
Telefoon .................................. 122
USB ......................................... 113
Algemene informatie ..........113, 121
Antidiefstalfunctie ........................93
Audio afspelen ............................ 115
Audiobedieningsknoppen aan stuurwiel .................................... 94
Audiobestanden ......................... 113
Audio via AUX activeren .............115
Audio via iPod activeren .............115
Audio via USB activeren .............115
Automatisch volume ...................103
AUX Algemene aanwijzingen ..........113
Apparaat aansluiten ................113
Audiomenu AUX .....................115
B
Basisbediening ............................. 99
Bediening.................................... 126Externe apparaten ..................113
Menu ......................................... 99
Radio ....................................... 106
Telefoon .................................. 126
Bedieningselementen Infotainmentsysteem .................94
Stuurwiel ................................... 94
Bedieningspaneel Infotainment ....94
Bel Beltoon .................................... 126
Functies tijdens het gesprek ...126
Inkomend gesprek ..................126
Telefoongesprek starten .........126
Belhistorie ................................... 126
Beltoon Beltoon wijzigen ......................126
Beltoonvolume ........................ 103
Bestandsindelingen Afbeeldingsbestanden ............113
Audiobestanden ......................113
Filmbestanden......................... 113
Bluetooth Algemene aanwijzingen ..........113
Apparaat aansluiten ................113
Bluetooth-verbinding ...............123
Koppelen ................................. 123
Menu Streaming audio via
Bluetooth ................................. 115
Telefoon .................................. 126
Bluetooth-verbinding ..................123

133DDAB ............................................ 110
Digital Audio Broadcasting .........110
Display-instellingen ............117, 118
F Favorietenlijst ............................. 108
Favorietenlijsten Zenders ophalen .....................108
Zenders opslaan .....................108
Filmbestanden ............................ 113
Films afspelen ............................ 118
Film via USB activeren ...............118
G Gebruik ......................... 97, 106, 121
AUX ......................................... 113
Bluetooth ................................. 113
iPod ......................................... 113
Menu ......................................... 99
Radio ....................................... 106
Telefoon .................................. 126
USB ......................................... 113
Geluidsinstellingen .....................102
I
Infotainmentsysteem inschakelen 97
Intellitext ..................................... 110
iPod ............................................ 113
Apparaat aansluiten ................113
iPod-audiomenu ......................115K
Koppelen .................................... 123
M
Maximaal inschakelvolume......... 103
Menubediening ............................. 99
Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur .................130
Mute.............................................. 97
N
Noodoproep ................................ 125
O Overzicht bedieningselementen ...94
R Radio Afstemmen op zender .............106
Configureren van RDS ............109
DAB configureren ....................110
DAB-berichten ......................... 110
Digital audio broadcasting
(DAB) ...................................... 110
Favorietenlijsten ......................108
Gebruik.................................... 106
Golfband selecteren ................106
Inschakelen ............................. 106
Intellitext .................................. 110
Radio Data System (RDS) ......109
Regio-instelling........................ 109Regionaal ................................ 109
Zender zoeken ........................ 106
Zenders ophalen .....................108
Zenders opslaan .....................108
Radio activeren........................... 106
Radio Data System (RDS) ......... 109
RDS ............................................ 109
Regio-instelling ........................... 109
Regionaal ................................... 109
S Selectie van golfband .................106
Smartphone ................................ 113
Telefoonweergave ..................119
Smartphone-applicaties gebruiken ................................ 119
Snelkiesnummers .......................126
Spraakherkenning ......................121
Startmenu ..................................... 99
Stemherkenning ......................... 121
Streaming audio via Bluetooth activeren.................................. 115
Systeeminstellingen.................... 103
T Telefoon Algemene aanwijzingen ..........122
Belhistorie ............................... 126
Beltoon selecteren ..................126
Bluetooth ................................. 122
Bluetooth-verbinding ...............123

Inleiding1391X......................................... 141
Indien uitgeschakeld: kort
indrukken: inschakelen
Indien ingeschakeld: kort
indrukken: systeem
onderdrukken; lang
indrukken: uitschakelen
Draaien: volume aanpassen
2 RADIO
Radio inschakelen of van
golfband wisselen ...............147
3 MEDIA
Media activeren of naar
andere mediabron gaan ......154
4 t v
Radio: kort indrukken:
naar vorige of volgende
station; indrukken en
vasthouden: omlaag of
omhoog zoeken ..................147
Externe apparaten: kort
indrukken: naar vorige of
volgende nummer;
indrukken en vasthouden:
snel terug of vooruit ............1545PHONE
Kort indrukken:
telefoonmenu openen .........157
Lang indrukken:
spraakherkenning
activeren ............................. 156
6 BACK
Menu: een niveau terug ......143
Invoer: laatste teken of complete invoer wissen ......143
7 MENU ................................. 143
Draaien: schermtoetsen of
menuopties markeren;
numerieke waarden instellen
Druk op: een gemarkeerde
schermtoets of menuoptie
selecteren/activeren;
ingestelde waarde
bevestigen; schakel naar
andere insteloptie; open
toepassingsspecifiek
menu (indien beschikbaar)8 Softkeys
Favorieten: druk op:
selecteer favorieten;
indrukken en vasthouden:
zenders als favoriet
opslaan ............................... 148
Menu: indrukken:
desbetreffende
schermtoets selecteren .......143
9 FAV
Indrukken: favorietenbalk
weergeven .......................... 148

Inleiding141GebruikBedieningselementen
Het infotainmentsysteem wordt be‐
diend met behulp van functietoetsen,
een knop MENU en menu's op het
display.
Invoer kan naar keuze plaatsvinden
via:
● het bedieningspaneel op het in‐ fotainmentsysteem 3 138
● audioknoppen op het stuurwiel 3 138
● de spraakherkenning 3 156
Het infotainmentsysteem in- of
uitschakelen
Druk kortstondig op X. Na het inscha‐
kelen wordt de laatst geselecteerde
Infotainmentbron actief.
Druk op X en houd deze ingedrukt
om het systeem uit te schakelen.Automatisch uitschakelen
Als het infotainmentsysteem wordt in‐
geschakeld met X terwijl het contact
is uitgeschakeld, schakelt het na 10 minuten automatisch weer uit.
Volume instellen Draai aan m; de actuele instelling ver‐
schijnt op het display.
Bij het inschakelen van het infotain‐ mentsysteem wordt automatisch het
laatst geselecteerde volume inge‐ steld, mits dit het maximale inscha‐
kelvolume niet overschrijdt 3 144.
Voor snelheid gecompenseerd
volume
Na inschakeling van het voor snel‐
heid gecompenseerd volume 3 144
wordt het volume automatisch zoda‐ nig aangepast dat er geen geluid van het wegdek of van de wind hoorbaar
is.
Stiltefunctie
Druk op m voor het dempen van de
audiobronnen.
Draai aan m om de mute-functie te
annuleren.Bedieningsstanden
Radio
Druk op RADIO om het radiohoofd‐
menu te openen of tussen de ver‐
schillende golfbanden te wisselen.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de radiofuncties 3 147.
Externe apparaten
Druk meerdere malen op MEDIA om
de afspeelmodus van een verbonden
extern apparaat (bijv. USB-apparaat
of Bluetooth-apparaat) te activeren.
Voor een gedetailleerde beschrijving
over het aansluiten en bedienen van
externe apparaten 3 152.
Telefoon
Druk op PHONE om een Bluetooth-
verbinding tussen het infotainment‐
systeem en een mobiele telefoon tot
stand te brengen.
Bij het tot stand brengen van een ver‐ binding verschijnt het hoofdmenu van
de telefoonmodus.

152Externe apparatenExterne apparatenAlgemene informatie..................152
Audio afspelen ........................... 154Algemene informatie
De AUX- en USB-aansluiting voor ex‐ terne apparaten bevindt zich op de
middenconsole.
Aan de achterkant van de midden‐
console bevinden zich twee USB-
aansluitingen die speciaal zijn be‐ stemd voor oplaadapparaten.
Let op
Houd de aansluitingen altijd schoon en droog.
AUX-ingang
U kunt bijvoorbeeld een iPod, smart‐
phone of een ander extern apparaat
op de AUX-ingang aansluiten.
Na het aansluiten op de AUX-ingang
wordt het audiosignaal van het ex‐
terne apparaat via de luidsprekers
van het infotainmentsysteem verzon‐
den.
Het volume en de geluidsinstellingen
kunnen via het infotainmentsysteem
worden aangepast. Alle andere be‐ dieningsfuncties werken via het ex‐
terne apparaat zelf.Het infotainmentsysteem kan de mu‐
ziekbestanden afspelen die op ex‐
terne apparaten staan, bijv. op een
iPod of smartphone.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Gebruik de volgende kabel om het externe apparaat op de AUX-ingang
van het infotainmentsysteem aan te sluiten:
3-polig voor audiobron.
Ontkoppel het AUX-apparaat door
een andere functie te selecteren en
dan het AUX-apparaat te verwijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het af‐
spelen niet los. Hierdoor kan het
toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
USB-poort
Op de USB-poort kunt u een MP3-
speler, USB-opslagstation, iPod of
smartphone aansluiten.