
363
Veiligheidssysteem van uw auto
ON/OFF-schakelaar airbagvoorpassagier (indien van toepassing)
De airbag voorpassagier kan worden
gedeactiveerd met behulp van de
ON/OFF-schakelaar voor het geval ereen kinderzitje op de
voorpassagiersstoel wordt gemonteerd
of voor het geval de voorstoel niet
gebruikt wordt.
Om de veiligheid voor uw kind te
garanderen, moet de airbag
voorpassagier worden uitgeschakeld
wanneer u een naar achteren gericht
kinderzitje op de voorstoel monteert. In- en uitschakelen van de airbag
voorpassagier:
Steek om de airbag voorpassagier uit te
schakelen de mechanische sleutel in de
ON/OFF-schakelaar voor de airbag
voorpassagier en zet deze in de stand
OFF.Het controlelampje airbag voorpassagier
UIT ( ) zal gaan branden en blijven
branden totdat de airbag weer wordt
ingeschakeld.
Steek om de airbag voorpassagier in te
schakelen de mechanische sleutel in de
ON/OFF-schakelaar voor de airbag en
zet deze in de stand ON. Het controle-
lampje airbag voorpassagier UIT gaat uit
en het controlelampje airbag voor-
passagier AAN ( ) gaat gedurende
ongeveer 60 s branden.
WAARSCHUWING
Bij sommige modellen kan de
ON/OFF-schakelaar van de voor
-passagiersairbag worden bediend
met een vergelijkbaar klein en
stevig voorwerp. Controleer altijd
de stand van de ON/OFF-
schakelaar van de airbag voor
-passagier en het controlelampje
airbag voorpassagier AAN/UIT.
ODMESA2008
ODMESA2006
ODMESA2005

Veiligheidssysteem van uw auto
64
3
✽✽
AANWIJZING
Als de ON/OFF schakelaar voor de airbag voorpassagier in stand ON
staat, kan de airbag worden
geactiveerd en mag er op de
voorpassagiersstoel geen baby- of
kinderzitje worden geplaatst.
Als de ON/OFF schakelaar voor de airbag voorpassagier in stand OFF
staat, is de airbag uitgeschakeld.WAARSCHUWING
De bestuurder is verant
-woordelijk voor de juiste stand
van de ON/OFF-schakelaar van
de airbag voorpassagier.
Schakel de airbag voorpassagier alleen maar uit als het contact in
stand OFF staat omdat er anders
een defect kan ontstaan in de
airbagmodule.
Verder kan het hierdoor
voorkomen dat de airbag
bestuurder en/of de voorpassa
-gier en/of de zijairbag en curtain
airbag niet of niet op de juiste
manier worden geactiveerd in
geval van een aanrijding.
Plaats nooit een naar achteren gericht kinderzitje op de
passagiersstoel, tenzij de airbag
voorpassagier is uitgeschakeld.Het kind kan ernstig letsel
oplopen als de airbag bij een
aanrijding wordt geactiveerd. (Vervolg)
OPMERKING
Als de ON/OFF-schakelaar van de
airbag voorpassagier niet goedwerkt, zal het waarschuwings
-lampje AIRBAG () op het
instrumentenpaneel gaan branden.
Het controlelampje airbag voor
-passagier OFF () zal echter niet
gaan branden (Het controle-lampje airbag voorpassagier ON gaat branden en gaat weer uit naongeveer 60 s). In dit gevalactiveert de airbagmodule de
airbag voor de voorpassagier, waardoor deze geactiveerd zalworden bij een frontale aanrijding,
ook al staat de ON/OFF-schakelaar voor de airbag in de stand OFF.
(Vervolg)
(Vervolg)Als het waarschuwingslampjevan het airbagsysteem tijdens hetrijden gaat branden, we adviserenu het systeem te laten
controleren door een officiëleHYUNDAI-dealer.
Als het waarschuwingslampje van het airbagsysteem gaat
knipperen of niet gaat brandenals het contact in stand ON wordtgezet of als het waarschuwings
-lampje tijdens het rijden gaat branden, we adviseren u hetsysteem te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.

365
Veiligheidssysteem van uw auto
Zijairbag (indien van toepassing)
Beide voorstoelen van uw auto zijn
uitgerust met een zijairbag. Het doel vande airbag is om de bestuurder en/of de
voorpassagier een aanvullende bescher-
ming te bieden naast de bescherming
geboden door de veiligheidsgordel.De zijairbags zijn ontworpen om alleen
tijdens bepaalde aanrijdingen van opzij
geactiveerd te worden, afhankelijk van
de ernst, de hoek, de snelheid en de
plaats van de aanrijding. De zijairbags
zijn niet ontworpen om bij alle
aanrijdingen van opzij opgeblazen te
worden.
De zijairbag worden niet alleen
geactiveerd aan de kant van de
aanrijding, maar ook aan detegengestelde kant.
WAARSCHUWING
Laat passagiers niet met het hoofd
of andere delen van het lichaam
tegen het portier leunen, steek dearmen niet uit het raam en plaats
geen voorwerpen tussen de
passagier en de portieren als de
auto is uitgerust met zijairbags
en/of curtain airbags.
(Vervolg)
Ook al is uw auto voorzien van een ON/OFF-schakelaar voor de
airbag voorpassagier, monteer
geen kinderzitje op de
passagiersstoel. Een kinderzitje
dient op de achterbank geplaatst
te worden. Kinderen die te groot
zijn voor een kinderzitje moeten
plaatsnemen op de achterbank
en gebruik maken van de
aanwezige driepuntsgordels. Bijeen aanrijding zitten kinderen het
veiligst op de achterbank als ze
op de juiste manier gebruik
maken van de veiligheidsgordels.
Zodra het niet meer nodig is een kind te vervoeren op de
voorpassagiersstoel, moet de
airbag voorpassagier weer
worden ingeschakeld.
ODM032043
OHM032071
❈ Het aantal daadwerkelijke airbags kan
afwijken van de afbeelding.

Veiligheidssysteem van uw auto
66
3
Curtain airbag
(indien van toepassing)
De curtain airbags bevinden zich langs
de rand van het dak boven de voor- en
achterportieren.
ODM032056
OHM032072
WAARSCHUWING
De zijairbag vormt een aanvulling op de gordelsystemen voor de
bestuurder en de voorpassagier
en geen vervanging voor deze
systemen. Draag daarom tijdenshet rijden altijd een
veiligheidsgordel. De airbags
worden alleen geactiveerd bij een
aanrijding van opzij of een
rolbeweging* die krachtig genoegis om letsel bij de inzittenden te
veroorzaken.
Voor de beste bescherming van de zijairbags en om letsel te
voorkomen, dienen de
bestuurder en de voorpassagier
rechtop te zitten en de
veiligheidsgordel op de juiste
manier vast te maken. De
bestuurder moet zijn handen in
de tien voor twee stand op het
stuurwiel plaatsen. De passagier
moet zijn handen op de schoothouden.
Gebruik geen stoelhoezen. (Vervolg)
* : Alleen auto's uitgerust met een rolsensor.
(Vervolg)
Alleen auto's uitgerust met eenrolsensor.
Plaats geen accessoires op of in de buurt van de zijairbag.
Plaats geen voorwerpen op de airbag of tussen de airbag en
uzelf.
Plaats geen voorwerpen (paraplu, tas, enz.) tussen het voorportier
en de voorstoel. Dergelijke
voorwerpen kunnen gevaarlijke
projectielen worden en letsel
veroorzaken wanneer de zijairbag
geactiveerd wordt.
Sla niet op de zijairbagsensor wanneer het contact in stand ON
staat. Hierdoor kan de airbag
onverwacht geactiveerd worden,
waardoor persoonlijk letsel kanontstaan.
Als de stoel of de stoelbekleding beschadigd zijn, adviseren u hetsysteem te laten repareren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
❈ Het aantal daadwerkelijke airbags kan
afwijken van de afbeelding.

367
Veiligheidssysteem van uw auto
Ze zijn ontworpen om bij bepaalde
aanrijdingen van opzij de hoofden van de
voorste inzittenden en de passagiers op
de buitenste zitplaatsen achter te
beschermen.
De curtain airbags zijn ontworpen om
alleen tijdens bepaalde aanrijdingen van
opzij geactiveerd te worden, afhankelijk
van de ernst van de aanrijding, de hoek,
de snelheid en de plaats van impact.
De curtain airbags worden niet alleen
geactiveerd aan de kant van de
aanrijding, maar ook aan detegengestelde kant.
✽✽AANWIJZING - indien
uitgerust met
rolsensor
Ook worden de zijairbag en curtain
airbags aan beide kanten geactiveerd bij
bepaalde situaties waarin de auto over
de kop slaat.
De curtain airbags zijn niet ontworpen om bij alle aanrijdingen van opzij.
WAARSCHUWING
De zijairbags en curtain airbags bieden een optimale bescher
-ming als de inzittenden zo ver
mogelijk rechtop zitten en hun
gordel op de juiste manier
dragen. Vooral voor kinderen is
het belangrijk dat ze in een
geschikt kinderzitje op de
achterbank plaatsnemen.
Als kinderen plaatsnemen op een van de buitenste zitplaatsen
achterin, moeten ze in een
geschikt kinderzitje plaatsnemen.Plaats het kinderzitje zo ver
mogelijk weg van het portier en
zet het goed vast.
(Vervolg)
(Vervolg)
Laat passagiers niet met hethoofd of andere delen van het
lichaam tegen het portier leunen,steek de armen niet uit het raam
en plaats geen voorwerpen
tussen de passagier en de
portieren als de auto is uitgerust
met zijairbags en/of curtain
airbags.
Probeer nooit de onderdelen van de zijairbags en curtain airbags
te openen of te repareren. We
adviseren u het systeem te latenrepareren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Het niet in acht nemen van deze
voorzorgsmaatregelen kan ertoeleiden dat de inzittenden bij eenaanrijding letsel oplopen.

Veiligheidssysteem van uw auto
68
3
Waarom werd de airbag bij een
aanrijding niet opgeblazen?
(Voorwaarden voor wel of niet
activeren van de airbags)
Er zijn veel soorten ongevallen
waarbij de airbag geen aanvullende
bescherming biedt.
Voorbeelden hiervoor zijn
aanrijdingen van achter, tweede en
volgende stoten bij een
kettingbotsing en aanrijdingen bij
lage snelheid.Airbagsensoren
(1) Airbagmodule / Koprolsensor
(indien van toepassing)
(2) Airbagsensor vóór (3)
Zijairbagsensor (indien van toepassing)
(4) Zijairbagsensor (indien van toepassing)
ODM035044L/ODM032045/ODM036046L/ODM032047/ODM032048
1234

369
Veiligheidssysteem van uw auto
WAARSCHUWING
- indien uitgerust metrolsensor
Zet het contact in de stand OFF of
ACC wanneer de auto gesleept
wordt als de auto voorzien is van
zij- en gordijnairbags.
De zij- en gordijnairbags kunnen
worden geactiveerd wanneer hetcontact in de stand ON staat en de
koprolsensor de situatie
interpreteert alsof de auto over de
kop slaat.WAARSCHUWING
Let op dat u niet tegen plaatsen aanstoot waar de airbags of
airbagsensoren zijn ingebouwd.
Anders kan de airbag onverwacht
geactiveerd worden waardoor
ernstig persoonlijk letsel op kantreden.
Als de inbouwpositie van de airbagsensoren wordt gewijzigd,
kan dit ertoe leiden dat de airbags
worden geactiveerd in situaties
waarin dit niet nodig is, of dat de
airbags niet worden geactiveerdin situaties waar het wel nodig is.
Voer daarom geen reparaties uit
aan of in de buurt van de
airbagsensoren. We adviseren uhet systeem te laten repareren
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
Er kunnen problemen ontstaan als de hoek waaronder de
sensoren zijn ingebouwd wordt
gewijzigd als gevolg van
vervorming van de carrosserie
-delen waar de airbagsensoren
zijn ingebouwd: de voorbumper,
de carrosserie, voorportier of deB-stijl en de C-stijl.
(Vervolg)
(Vervolg)We adviseren u het systeem te laten repareren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Uw auto is ontworpen om de botsenergie zoveel mogelijk teabsorberen en in bepaalde
gevallen de airbag(s) te activeren.
Het monteren van niet-originele
bumpers of accessoires op de
bumper kan een nadelige invloed
hebben op de bescherming bijeen aanrijding.

Veiligheidssysteem van uw auto
70
3
Voorwaarden voor activeren airbags
Airbags vóór
De airbags vóór worden geactiveerd bij
frontale aanrijdingen, waarbij rekening
wordt gehouden met de botskracht, de
rijsnelheid of hoek waaronder de
aanrijding plaatsvindt.
Zijairbags (indien van toepassing)
De airbags opzij (zijairbags en/of curtain
airbags) worden geactiveerd bij een
aanrijding van opzij, waarbij rekening
wordt gehouden met de kracht van debotsing, de botshoek en de zijdelingsesnelheid.Ofschoon de airbags vóór (voor
bestuurder en voorpassagier) ontworpen
zijn voor frontale aanrijdingen, kunnen ze
ook bij andere aanrijdingen, waarbij een
bepaalde vertraging in de lengterichting
optreedt, worden geactiveerd. Ofschoon
de airbags opzij (zijairbags en curtain
airbags) ontworpen zijn voor zijdelingse
aanrijdingen, kunnen ze ook bij andere
aanrijdingen, waarbij een bepaalde
vertraging in de dwarsrichting optreedt,
worden geactiveerd.
De airbags kunnen ook worden
geactiveerd als de auto zware stoten
ondervindt bij het rijden op zeer slechte
wegen. Rijd daarom voorzichtig op
slechte wegen.
✽✽
AANWIJZING - indien
uitgerust met
rolsensor
De zijairbags en curtain airbags zijn zo
ontworpen dat ze worden geactiveerd
wanneer een koprol wordt
waargenomen door een koprolsensor.
OVQ036018N
OHM032072
❈ Het aantal daadwerkelijke airbags kan
afwijken van de afbeelding.
1VQA2084