
GRAFISCHE INDEX
.
KOPLAMPEN
❒Soorten gloeilampen ...........................219
❒Dagverlichting ..................................... 48
❒Stadslicht en dimlicht .......................... 48
❒Grootlicht ............................................ 49
❒Lamp vervangen .................................221
WIELEN
❒Velgen en banden ...............................278
❒Bandenspanning .................................279
❒Een wiel verwisselen ...........................207
❒Fix&Go bandenreparatiekit ..................213
BUITENSPIEGELS
❒Afstelling ............................................. 25
❒Inklappen ............................................ 25
PORTIEREN
❒Gecentraliseerd openen/sluiten ........... 71
RUITENWISSERS
❒Werking .............................................. 52
❒Wisserblad vervangen .........................262
MOTOR
❒Niveaus controleren ............................249❒Technische gegevens ..........................272
1F1A5000
5

WEGWIJS IN UW AUTO
Grondige kennis van uw nieuwe
voertuig begint hier.
In dit boekje is op eenvoudige en
rechtstreekse wijze beschreven hoe uw
voertuig gemaakt is en hoe het werkt.
Daarom adviseren u het comfortabel
zittend in uw voertuig te lezen, dan kunt
u met eigen ogen zien wat hier
beschreven is.SYMBOLEN .................................... 10
FIAT CODE SYSTEEM..................... 10
DE SLEUTELS ................................ 11
DIEFSTALALARM ............................ 13
CONTACTSLOT .............................. 14
STOELEN........................................ 15
HOOFDSTEUNEN ........................... 23
STUURWIEL ................................... 24
ACHTERUITKIJKSPIEGELS ............ 25
VERWARMING EN VENTILATIE ...... 28
LUCHTROOSTERS ......................... 29
BEDIENINGSELEMENTEN
VERWARMING EN VENTILATIE ...... 29
HANDBEDIENDE
KLIMAATREGELING........................ 32
AUTOMATISCHE
KLIMAATREGELING........................ 35
EXTRA VERWARMING .................... 41
ONAFHANKELIJKE EXTRA
VERWARMING................................ 42
BUITENVERLICHTING .................... 48
RUITEN REINIGEN .......................... 52
CRUISE-CONTROL ........................ 54
PLAFONDVERLICHTING................. 58
BEDIENINGSELEMENTEN .............. 60
AFSLUITER
BRANDSTOFTOEVOER ................. 62
INTERIEURUITRUSTING ................. 63
TACHOGRAAF ................................ 69
SPEED BLOCK ............................... 69AUTOMATISCHE
NIVEAUREGELING
LUCHTVERING ............................... 70
PORTIEREN .................................... 71
ELEKTRISCHE RUITBEDIENING ..... 77
MOTORKAP.................................... 78
IMPERIAAL/SKIDRAGER ................ 79
KOPLAMPEN .................................. 80
ABS ................................................ 81
ESC-SYSTEEM (ELECTRONIC
STABILITY CONTROL) .................... 82
TRACTION PLUS SYSTEEM ........... 87
TPMS (TYRE PRESSURE
MONITORING SYSTEM) ................. 88
DRIVING ADVISOR ......................... 91
CAMERA ACHTER (PARKVIEW®
ACHTERUITRIJCAMERA)................ 96
TRAFFIC SIGN RECOGNITION ....... 98
EOBD-SYSTEEM ............................100
PARKEERSENSOREN.....................100
START&STOP SYSTEEM ................103
ADDITIEF VOOR DIESELEMISSIES
ADBLUE (UREUM) ..........................106
AUTORADIO ...................................107
OPTIONELE ACCESSORIES ...........108
TANKEN..........................................110
MILIEUBESCHERMING...................115
9

ACHTERUITKIJK-
SPIEGELS
BINNENSPIEGEL
Met hendeltje A fig. 39 kan de spiegel in
twee standen gezet worden: normaal
of anti-verblindingsstand.
BUITENSPIEGELS
Spiegels met
handbediende
verstelling
Beide spiegelglazen kunnen met de
hand versteld worden.
19)
Spiegels met
elektrische verstelling
De elektrische verstelling kan alleen
uitgevoerd worden met de
contactsleutel in de stand MAR.
Om de spiegels te verstellen, knop B
fig. 40 in een van de vier standen
zetten: 1 spiegel links, 2 spiegel rechts,
3 groothoekspiegel links, 4
groothoekspiegel rechts.
Na de knop B in een stand te hebben
gezet, kan de gekozen spiegel worden
versteld door de knop in de richting
van de pijlen te bewegen.Spiegels met de hand
inklappen
Indien nodig (bijvoorbeeld in smalle
doorgangen of in wastunnels) kunnen
de spiegels met de hand ingeklapt
worden door ze van stand 1 in stand 2
te zetten fig. 41.
Als de spiegel per ongeluk naar voren is
geklapt (stand 3), bijvoorbeeld door
een botsing, dan moet hij met de hand
teruggezet worden in stand 1.
20)
Spiegels elektrisch
in-/uitklappen
(voor bepaalde versies/markten)
Indien nodig (bijvoorbeeld in smalle
doorgangen of in wastunnels) kunnen
de spiegels zowel met de hand als
elektrisch ingeklapt worden door ze van
stand 1 in stand 2 te zetten. fig. 41.
39F1A0353
40F1A0042
41F1A0043
25

Elektrisch inklappen
Om de spiegel elektrisch in te klappen,
op punt 2 van de tuimelschakelaar A
fig. 42 drukken. Druk op punt 1 op de
schakelaar om de spiegels weer in
geopende stand te zetten.
BELANGRIJK Als de spiegels elektrisch
is ingeklapt, dan moet hij ook weer
elektrisch worden uitgeklapt: probeer
de spiegels niet met de hand open
te klappen.Handmatig inklappen
Om de spiegels handmatig in te
klappen, ze van stand 1 fig. 41 in stand
2 zetten. Als de spiegels handmatig
zijn ingeklapt, dan kunnen ze zowel
handmatig als elektrisch weer worden
uitgeklapt.
BELANGRIJK Om de spiegels
elektrisch uit te klappen, op punt 2 op
de tuimelschakelaar A fig. 42 drukken
tot een vergrendeling (klik) hoorbaar
is, vervolgens nogmaals op punt 1 van
de schakelaar drukken.
Naar voren klappen
De spiegels kunnen met de hand naar
voren worden geklapt (stand 3 fig.
41) of met de hand in stand 2 worden
gezet als ze per ongeluk naar voren zijn
geklapt (bijvoorbeeld door een botsing).
Als de spiegels handmatig of door
een botsing naar voren zijn geklapt, dan
kunnen ze zowel handmatig als
elektrisch opnieuw worden uitgeklapt.Om de spiegels elektrisch uit te
klappen, op punt 2 op de
tuimelschakelaar A fig. 42 drukken tot
een vergrendeling (klik) hoorbaar is,
vervolgens nogmaals op punt 1 van de
schakelaar drukken.
BELANGRIJK Als de spiegels per
ongeluk handmatig in de stand 3 fig. 41
zijn gezet, dan wordt de spiegel naar
een tussenstand gebracht. Zet in dat
geval de spiegel handmatig in de stand
1, druk vervolgens op punt 2 op de
tuimelschakelaar A fig. 42 om de
spiegel weer in de stand 2 te zetten tot
een “klik” hoorbaar is en druk
vervolgens op punt 1 op de
tuimelschakelaar om de spiegel weer in
stand 1 te brengen.
42F1A0044
26
WEGWIJS IN UW AUTO

Ontdooien/ontwasemen
(voor bepaalde versies/markten)
De spiegels zijn voorzien van
verwarmingselementen die in werking
treden als de achterruitverwarming
ingeschakeld wordt (door het indrukken
van de knop
).
BELANGRIJK Dit is een tijdgeregelde
functie die na enkele minuten
automatisch wordt uitgeschakeld.
BELANGRIJK
19) De buitenspiegel aan
bestuurderszijde is bolvormig;
hierdoor wordt de
afstandswaarneming ietwat
vertekend. Bovendien is het
spiegelglas van de onderste
spiegel bolvormig, waardoor het
zichtveld wordt vergroot. Hierdoor
lijkt de omvang van de
weerspiegelde objecten kleiner en
wordt de indruk gegeven dat
deze zich op grotere afstand
bevinden dan werkelijk het geval
is.
20) Tijdens het rijden moeten de
spiegels altijd in stand 1 staan.
27

SNEL ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VAN DE
VOORRUIT EN DE
VOORSTE ZIJRUITEN
Ga als volgt te werk:
❒draai schakelaar A naar het blauwe
gebied;
❒schakel de interne luchtrecirculatie uit
door de draaiknop D in de stand
te zetten;
❒draai de schakelaar C naar de stand
;
❒draai knop B naar 4
(maximum
ventilatorsnelheid).
BELANGRIJK Voor het snel
ontwasemen/ontdooien moet, wanneer
er een extra verwarming aanwezig is
(onder de voorstoel of achterstoel
bij Panorama- en Combi-versies), deze
verwarming, indien ingeschakeld,
worden uitgeschakeld door te drukken
op knop F (led gedoofd) op het
bedieningspaneel fig. 47.
Nadat de ruiten ontwasemd/ontdooid
zijn, kan een stand worden gekozen om
de gewenste comfortsituatie te
herstellen.Ruiten ontwasemen
Wanneer het buiten uiterst vochtig is
en/of bij regen en/of bij grote verschillen
tussen de binnen- en
buitentemperatuur, de volgende
procedure uitvoeren om te voorkomen
dat de ruiten beslaan:
❒draai schakelaar A naar het blauwe
gebied;
❒schakel de interne luchtrecirculatie uit
door de draaiknop D in de stand
te zetten;
❒draai schakelaar C in de stand
en
eventueel in de stand
als de ruiten
niet beslaan;
❒zet knop B op de 2e snelheid.ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VAN
VERWARMDE
ACHTERRUIT EN
BUITENSPIEGELS
(voor bepaalde versies/markten)
Druk op knop A fig. 48 om deze functie
in te schakelen; zodra dat gebeurd is,
gaat het lampje op de knop branden.
Dit is een tijdgeregelde functie die na 20
minuten automatisch wordt
uitgeschakeld. Druk opnieuw op de
knop A om de functie uit te schakelen.
BELANGRIJK Plak geen stickers op
de elektrische weerstandsdraden aan
de binnenzijde van de achterruit, om
beschadiging te voorkomen.
MODEF
47F1A0305
48F1A0330
31

BELANGRIJK Bij koude motor moet
enkele minuten gewacht worden tot de
vloeistof van het systeem de optimale
bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
SNEL ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VAN DE
VOORRUIT EN DE
VOORSTE ZIJRUITEN
Ga als volgt te werk:
❒draai schakelaar A naar het blauwe
gebied;
❒draai knop B naar 4
(maximum
ventilatorsnelheid).
❒draai de schakelaar C naar de stand
;
❒schakel de interne luchtrecirculatie uit
door de draaiknop D in de stand
te zetten;
BELANGRIJK Voor het snel
ontwasemen/ontdooien moet, wanneer
er een extra verwarming/klimaatregeling
aanwezig is (onder de voorstoel of
achterstoel bij Panorama- en
Combi-versies), deze verwarming,
indien ingeschakeld, worden
uitgeschakeld door te drukken op de
knop F fig. 50 (led gedoofd) op het
bedieningspaneel.Nadat de ruiten ontwasemd/ontdooid
zijn, kan een stand worden gekozen om
de gewenste comfortsituatie te
herstellen.
BELANGRIJK De klimaatregeling is erg
nuttig om het ontwasemen te
versnellen, aangezien de lucht wordt
ontvochtigd. Zet de knoppen dus zoals
hierboven is beschreven en druk op
knop E om de klimaatregeling in te
schakelen (de led op de knop gaat
branden).
Ruiten ontwasemen
Wanneer het buiten uiterst vochtig is
en/of bij regen en/of bij grote verschillen
tussen de binnen- en
buitentemperatuur, de volgende
procedure uitvoeren om te voorkomen
dat de ruiten beslaan:
❒draai schakelaar A naar het blauwe
gebied;❒schakel de interne luchtrecirculatie uit
door de draaiknop D in de stand
te zetten;
❒draai schakelaar C in de stand
en
eventueel in de stand
als de ruiten
niet beslaan;
❒zet knop B op de 2e snelheid.
BELANGRIJK De klimaatregeling is erg
nuttig om het beslaan van de ruiten
te voorkomen bij grote
luchtvochtigheid, aangezien het
systeem de lucht die in het interieur
wordt gevoerd ontvochtigt.
ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN VAN
VERWARMDE
ACHTERRUIT EN
BUITENSPIEGELS
(voor bepaalde versies/markten)
Druk op knop A fig. 51 om deze functie
in te schakelen; zodra dat gebeurd is,
gaat het lampje op de knop branden.
Dit is een tijdgeregelde functie die na 20
minuten automatisch wordt
uitgeschakeld. Druk opnieuw op de
knop A om de functie uit te schakelen.
MODEF
50F1A0305
34
WEGWIJS IN UW AUTO

❒luchtrecirculatie, om de functie
altijd uit- of ingeschakeld te houden;
❒
voor het snel ontwasemen/
ontdooien van de voorruit, de
achterruit en de achteruitkijkspiegels.
Tijdens de volledig automatische
werking van het systeem, kan te allen
tijd de ingestelde temperatuur, de
luchtverdeling en de ventilatorsnelheid
gewijzigd worden met de betreffende
knoppen: het systeem past
automatisch de eigen instellingen aan
de nieuwe instellingen aan. Wanneer
tijdens de volledige automatische
werking (FULL AUTO) de luchtverdeling
en/of de luchtopbrengst gewijzigd
worden en/of de inschakeling van de
compressor en/of de recirculatie, dan
verdwijnt het woord FULL. Zo worden
de functies niet langer automatisch
geregeld en moeten ze handmatig
worden bediend, totdat opnieuw de
knop AUTO wordt ingedrukt. Als een of
meer functies handmatig zijn
ingeschakeld, dan blijft de regeling van
de luchttemperatuur automatisch,
behalve als de compressor is
uitgeschakeld: in dat geval kan er geen
lucht in het interieur worden gevoerd
met een lagere temperatuur dan de
buitenlucht.BEDIENINGSELEMENTEN
Knop voor het instellen
van de luchttemperatuur
(I)
Draai de knop naar rechts of links om
de in het interieur gewenste
temperatuur te verhogen of te verlagen.
De ingestelde temperatuur wordt op
het display weergegeven.
Draai de knop helemaal naar rechts of
helemaal naar links tot de uiterste
waarden HI of LO om respectievelijk de
functie van maximale verwarming of
maximale koeling in te schakelen:
❒Functie HI (maximale verwarming):
inschakelen door de
temperatuurknop naar rechts te
draaien, voorbij de maximale waarde
(32 °C).
Deze functie kan worden gebruikt om
het interieur te verwarmen, waarbij
het vermogen van het systeem
maximaal wordt benut. Wanneer deze
functie wordt ingeschakeld, is de
temperatuurregeling niet meer
automatisch en wordt de lucht
maximaal verwarmd. De
ventilatorsnelheid en de luchtverdeling
worden door het systeem geregeld.Als de motorkoelvloeistof niet
voldoende warm is, schakelt het
systeem niet onmiddellijk de
maximumsnelheid van de ventilator in,
zodat de toevoer van te koude lucht
in het interieur wordt beperkt.
Wanneer deze functie is ingeschakeld,
mogen alle handmatige instellingen
worden verricht.
Om de functie uit te schakelen, volstaat
het om de temperatuurknop naar links
te draaien en de gewenste temperatuur
in te stellen.
❒Functie LO (maximale koeling):
inschakelen door de
temperatuurknop naar links te
draaien, voorbij de maximale waarde
(16 °C).
Deze functie kan worden gebruikt om
het interieur te koelen, waarbij het
vermogen van het systeem maximaal
wordt benut. Wanneer deze functie
wordt ingeschakeld, is de
temperatuurregeling niet meer
automatisch en wordt de lucht
maximaal gekoeld. De
ventilatorsnelheid en de luchtverdeling
worden door het systeem geregeld.
Wanneer deze functie is ingeschakeld,
mogen alle handmatige instellingen
worden verricht.
37