
.
Audio en telematica
21
VRAAG
ANTWOORD
OPLOSSING
De CD wordt steeds
uitgeworpen of kan niet
worden afgespeeld door
de CD-speler. De CD is ondersteboven in de speler geplaatst, kan niet worden
gelezen, bevat geen audiobestanden of bevat audiobestanden die
niet door de autoradio gelezen kunnen worden.
De CD is voorzien van een beveiligingssysteem dat niet door de
autoradio wordt herkend.
- Controleer of de CD met de juiste zijde
boven in de speler is geplaatst.
- Controleer de staat van de CD: de CD kan
niet worden gelezen als deze te veel is
beschadigd.
- Controleer de inhoud van de CD als deze
zelf is gebrand: raadpleeg de tips in het
hoofdstuk Audio.
- De CD-speler van de autoradio kan geen
DVD's afspelen.
- De kwaliteit van sommige zelfgebrande CD's
is onvoldoende om deze door de autoradio te
laten afspelen.
De CD-speler levert een
slechte geluidskwaliteit. De gebruikte CD is gekrast of van slechte kwaliteit. Gebruik alleen CD's van goede kwaliteit en berg
ze zorgvuldig op.
De audio-instellingen (bassen, hoge tonen, klankkleur) zijn niet op
de CD-speler afgestemd. Zet het niveau van de bassen of de hoge tonen
op 0, zonder een klankkleurte selecteren.
De Bluetooth-verbinding
wordt onderbroken. De batterijspanning van de randapparatuur is misschien te laag. Laad de batterij van de randapparatuur op.
Op het display wordt
de melding "Storing
USB-randapparatuur"
of "Randapparatuur niet
herkend" weergegeven. De USB-stick wordt niet herkend. Gebruik uitsluitend USB-sticks met het formaat
FAT32 (Files Allocation Table 28 bits).
Een telefoon wordt
automatisch aangesloten
als een verbinding met
een andere telefoon wordt
verbroken. Automatisch verbinding maken heeft voorrang op handmatig
verbinding maken. Verander de instellingen van de telefoon om het
automatisch verbinding maken uit te schakelen.

Audio en telematica
22
VRAAG
ANTWOORD
OPLOSSING
De iPod wordt bij het
aansluiten op de USB-
aansluiting niet herkend. De iPod is niet compatibel met de USB-aansluiting.
De harde schijf of andere
randapparatuur wordt bij
het aansluiten op de USB-
aansluiting niet herkend. Sommige schijven en randapparatuur hebben meer stroom nodig
dan de voeding die de radio levert. Sluit de randapparatuur op het 230 V-
stopcontact, de 12 V-aansluiting of een externe
voedingsbron aan.
Let op:
controleer of de randapparatuur zelf
geen signaal van meer dan 5 V afgeeft (kans op
schade).
Tijdens streaming audio
wordt het geluid tijdelijk
onderbroken. Sommige telefoons geven voorrang aan de handsfree-
signaalverbinding. Schakel de "handsfree"-verbinding uit voor een
betere weergave van de streaming-audio.
Bij het afspelen tijdens
"Alles random" worden
sommige nummers
overgeslagen. De functie "Alles random" kan maximaal 999 nummers lezen.
Na het afzetten
van de motor wordt
de radio na enkele
minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft de radio nog werken zolang de
laadtoestand van de accu dat toestaat.
Het automatisch uitschakelen duidt erop dat de eco-modus van de
autoradio is geactiveerd om te voorkomen dat de accu van de auto
ontladen raakt. Start de motor om de accu op te laden.
De melding "het
audiosysteem is
over verhit" verschijnt op
het display. Om het audiosysteem te beschermen tegen een te hoge
omgevingstemperatuur, activeert de autoradio automatisch een
thermische beveiliging die het geluidsvolume verlaagt of de
CD-speler uitschakelt. Schakel het audiosysteem enkele minuten uit om
het systeem te laten afkoelen.

3
5
Rijden
Parkeerhulp achter
Deze functie is een hulpsysteem: de
bestuurder dient altijd alert te blijven.
De functie wordt automatisch
uitgeschakeld zodra een aanhanger
wordt aangekoppeld of een
fietsendrager wordt gemonteerd (auto's
voorzien van een door het netwerk
aanbevolen trekhaak of fietsendrager).
Controleer bij slecht weer of in winterse
omstandigheden of de sensoren
soms bedekt zijn met modder, ijs
of sneeuw. Bij het inschakelen van
de achteruitversnelling geeft een
geluidssignaal (lange pieptoon) aan dat
de sensoren vuil kunnen zijn.
De parkeerhulp kan geluidssignalen
geven als reactie op bepaalde
omgevingsgeluiden (motoren,
vrachtwagens, drilboren, enz.).
Deze functie signaleert met behulp van
sensoren in de bumper obstakels in de
nabijheid van de auto (personen, auto's,
bomen, slagbomen, enz.) die binnen het
detectiebereik vallen.
Bepaalde obstakels (paaltjes, pionnen, enz.)
die aanvankelijk wel worden gedetecteerd,
worden door dode hoeken in het detectiebereik
mogelijk niet meer gedetecteerd als ze zich
vlak bij de auto bevinden.
De functie wordt geactiveerd zodra de
achteruitversnelling wordt ingeschakeld. Hierbij
klinkt een geluidssignaal.
Zodra de achteruitversnelling wordt
uitgeschakeld, is de functie niet meer actief.
Geluidssignalen
De bestuurder wordt via een onderbroken
geluidssignaal gewaarschuwd bij het
naderen van obstakels. De frequentie van het
geluidssignaal neemt toe naarmate de auto het
obstakel nadert.
Aan de weergave van het geluidssignaal via
de luidspreker (rechts of links) is te herkennen
aan welke zijde van de auto het obstakel zich
bevindt.
Zodra de afstand tussen de auto en het
obstakel kleiner wordt dan dertig centimeter,
klinkt het geluidssignaal ononderbroken.
Storing
Als er een storing optreedt,
gaat bij het inschakelen van de
achteruitversnelling dit verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel branden
in combinatie met een geluidssignaal
(korte pieptoon).
Raadpleeg het netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Onderstaande informatie heeft betrekking op de aanwezigheid van de autoradio / Bluetooth
®
met geïntegreerd scherm in de auto.

3
5
Rijden
Parkeerhulp achter
Deze functie is een hulpsysteem: de
bestuurder dient altijd alert te blijven.
De functie wordt automatisch
uitgeschakeld zodra een aanhanger
wordt aangekoppeld of een
fietsendrager wordt gemonteerd (auto's
voorzien van een door het netwerk
aanbevolen trekhaak of fietsendrager).
Controleer bij slecht weer of in winterse
omstandigheden of de sensoren
soms bedekt zijn met modder, ijs
of sneeuw. Bij het inschakelen van
de achteruitversnelling geeft een
geluidssignaal (lange pieptoon) aan dat
de sensoren vuil kunnen zijn.
De parkeerhulp kan geluidssignalen
geven als reactie op bepaalde
omgevingsgeluiden (motoren,
vrachtwagens, drilboren, enz.).
Deze functie signaleert met behulp van
sensoren in de bumper obstakels in de
nabijheid van de auto (personen, auto's,
bomen, slagbomen, enz.) die binnen het
detectiebereik vallen.
Bepaalde obstakels (paaltjes, pionnen, enz.)
die aanvankelijk wel worden gedetecteerd,
worden door dode hoeken in het detectiebereik
mogelijk niet meer gedetecteerd als ze zich
vlak bij de auto bevinden.
De functie wordt geactiveerd zodra de
achteruitversnelling wordt ingeschakeld. Hierbij
klinkt een geluidssignaal.
Zodra de achteruitversnelling wordt
uitgeschakeld, is de functie niet meer actief.
Geluidssignalen
De bestuurder wordt via een onderbroken
geluidssignaal gewaarschuwd bij het
naderen van obstakels. De frequentie van het
geluidssignaal neemt toe naarmate de auto het
obstakel nadert.
Aan de weergave van het geluidssignaal via
de luidspreker (rechts of links) is te herkennen
aan welke zijde van de auto het obstakel zich
bevindt.
Zodra de afstand tussen de auto en het
obstakel kleiner wordt dan dertig centimeter,
klinkt het geluidssignaal ononderbroken.
Storing
Als er een storing optreedt,
gaat bij het inschakelen van de
achteruitversnelling dit verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel branden
in combinatie met een geluidssignaal
(korte pieptoon).
Raadpleeg het netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Onderstaande informatie heeft betrekking op de aanwezigheid van de autoradio / Bluetooth
®
met geïntegreerd scherm in de auto.

Audio en telematica
4
Autoradio / Bluetooth® met geïntegreerd display
Inhoudsopgave
Basisfuncties 5
Stuurkolomschakelaars 6
Radio 7
Media 9
Te l e f o o n 13
Audio-instellingen 16
Confi guratie 17
Menustructuur/menustructuren display(s) 18
Veelgestelde vragen 19
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingen die zijn
volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren bij stilstaande
auto.
Als de motor is afgezet schakelt het systeem zichzelf, na het
inschakelen van de eco-mode, uit om te voorkomen dat de accu
ontladen raakt.

.
Audio en telematica
5
Basisfuncties
Aan/uit, volumeregeling.
Selecteren van de geluidsbron: - Lang
indrukken: -toegang tot het logboek
gesprekken van de gekoppelde telefoon. -of
beëindigen van het telefoongesprek.
Radio: FM1, FM2, AM, CD, USB, AUX,
Streaming.
Telefoon: een binnenkomend gesprek
aannemen.
Telefoon, ingedrukt houden: beëindigen
van het telefoongesprek, toegang tot het
gesprekkenlogboek van de gekoppelde
telefoon.
Weergave van de lijst met
radiozenders, de nummers van een
CD/USB.
Ingedrukt houden: lijst met
voorkeuzezenders wijzigen.
Automatisch zoeken naar zenders in
aflopende volgorde.
Selecteren van het vorige nummer
van de CD, USB.
Zoeken in een lijst.
Ingedrukt houden: versneld
terugspoelen.
Automatisch zoeken naar zenders in
oplopende volgorde.
Selecteren van het volgende nummer van
de CD, USB.
Zoeken in een lijst.
Ingedrukt houden: versneld vooruitspoelen.
Instellen van de geluidsweergave :
klankkleur, hoge tonen, bassen,
loudness, balans, fader,
automatische volumeregeling.
Huidige bewerking annuleren.
Omhoog in de menustructuur
(menu of afspeellijst).
Selecteren van een opgeslagen
voorkeuzezender.
Radio, ingedrukt houden: opslaan
van een zender als voorkeuzezender.
Andere geluidsbron: zie de
desbetreffende hoofdstukken.
Uitwerpen van de CD.
Toegang tot het algemene menu.

Audio en telematica
6
Stuurkolomschakelaars
Radio: selecteren van de vorige/
volgende voorkeuzezender.
CD/USB : selecteren van het genre/
de artiest/de index/de map in het
overzicht van de mappenstructuur.
Selecteren van het vorige/volgende
onderdeel van een menu.
Volume verlagen.
Radio: automatisch zoeken naar
zenders in oplopende volgorde.
CD/MP3/USB: selecteren van het
volgende nummer.
CD/USB: continu indrukken: versneld
vooruitspoelen.
Mute: geluid onderbreken door
gelijktijdig indrukken van de
volumetoetsen.
Geluid weer inschakelen: indrukken
van een van de twee volumetoetsen.
Radio: automatisch zoeken naar
zenders in aflopende volgorde.
CD/MP3/USB: selecteren van het
vorige nummer.
CD/USB: ingedrukt houden: versneld
terugspoelen.
Wijzigen van de geluidsbron.
Bevestigen van een selectie.
Telefoon opnemen/ophangen.
Ingedrukt houden: toegang tot het
gesprekkenlogboek.
Volume verhogen.

.
Audio en telematica
7
Radio
Opslaan van een radiozender
Selecteren van een
radiozender
LIST-functie
Invoeren van een frequentie
Druk een paar keer achter elkaar op
SRC/TEL
om het golfbereik FM1,
FM2 of AM te selecteren.
Houd de gewenste toets ingedrukt
om de zender waarnaar u luistert
onder deze toets op te slaan.
De naam van de zender wordt
weergegeven en er klinkt een
geluidssignaal om te bevestigen dat
de zender is opgeslagen.
Druk op een toets om de
desbetreffende opgeslagen zender te
beluisteren.
Selecteer "Radio"
.
Selecteer "Invoer freq."
.
Druk op +
,
of
druk op -
om de gewenste frequentie
te selecteren.
Druk kort op een van de toetsen om
naar de volgende of vorige letter te
gaan.
Houd LIST
even ingedrukt om de lijst
met zenders samen te stellen of bij
te werken; de radio-ontvangst wordt
dan tijdelijk onderbroken.
Druk op LIST
voor een overzicht
van de opgeslagen zenders in
alfabetische volgorde.
Selecteer met een van de toetsen de
gewenste zender.
Bevestig met "OK"
.
Bevestig met "OK"
.
De omgeving waarin u rijdt (bergen,
hoge gebouwen, bruggen, tunnels
enz.) kan leiden tot een slechte
ontvangst, ook als de RDS-functie
is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en heeft niets te maken
met een storing in de radio.
Druk op MENU
.