175
308_nl_Chap04_conduite_ed01-2015
F Druk zodra u een vrij parkeervak hebt gevonden op deze toets op
het stuurwiel,
Hulp bij haaks inparkeren
F Selecteer " Park Assist " in het
menu " Rijhulpsysteem " de
touchscreen om de functie te
activeren. F
S
chakel de richtingaanwijzer in aan de
zijde van het gekozen parkeervak om de
meetfunctie te activeren. Zorg er daarbij
voor dat u een afstand van 0,5
t
ot 1,5 meter
tussen de geparkeerde auto's en uw auto
aanhoudt.
F
R
ijd langzaam en volg de instructies tot het
systeem een vrij parkeervak vindt. F
R
ijd langzaam vooruit tot er in
combinatie met een geluidssignaal een
melding verschijnt die u verzoekt de
achteruitversnelling in te schakelen.
of
F
R
ijd niet sneller dan 20 km/h en
selecteer " Vakparkeren " op het
touchscreen. Als er meerdere parkeervakken naast
elkaar worden gedetecteerd, wordt uw
auto naar het laatste parkeervak geleid.
4
Rijden
176
308_nl_Chap04_conduite_ed01-2015
F Schakel de achteruitversnelling in, laat het stuur wiel los en laat de auto rijden met een
snelheid van maximaal 8
km/h.
F
D
e geassisteerde parkeermanoeuvre is
bezig.
R
ijd niet sneller dan 8 km/h en volg de
instructies op het instrumentenpaneel en
de waarschuwingen van de "Parkeerhulp"
tot wordt aangegeven dat de manoeuvre is
voltooid. Als de manoeuvre is voltooid, gaat het
verklikkerlampje van de functie op het
instrumentenpaneel uit en wordt een
melding weergegeven in combinatie met een
geluidssignaal.
De assistentie wordt gedeactiveerd: u kunt het
stuur weer overnemen.
Tijdens het inparkeren of het uitrijden
van een parkeervak kan de functie
achteruitrijcamera in werking treden.
Deze functie zorgt ervoor dat u een
beter overzicht hebt van de directe
omgeving van de auto door aanvullende
informatie op het instrumentenpaneel
weer te geven (zie de desbetreffende
rubriek). Tijdens het haaks inparkeren wordt
de functie Park Assist automatisch
gedeactiveerd zodra de achterzijde van
de auto een obstakel tot minder dan
50
cm is genaderd.
Rijden
177
308_nl_Chap04_conduite_ed01-2015
Het systeem kan worden gedeactiveerd door
op de toets te drukken.
Het systeem wordt automatisch gedeactiveerd:
-
a
ls het contact wordt afgezet,
-
a
ls de motor afslaat,
-
a
ls er binnen 5 minuten na het selecteren
van het type manoeuvre niet wordt gestart
met een manoeuvre,
-
a
ls de auto tijdens de manoeuvre langdurig
blijft stilstaan,
-
a
ls de antispinregeling (ASR) in werking
treedt,
-
a
ls de maximale wagensnelheid wordt
overschreden,
-
a
ls de bestuurder het stuur wiel tegenhoudt,
-
n
a meer dan 4 parkeercycli,
-
a
ls het bestuurdersportier wordt geopend,
-
a
ls één van de voor wielen op een obstakel
stuit.
Het verklikkerlampje van de functie op het
instrumentenpaneel gaat uit en er wordt een
melding weergegeven in combinatie met een
geluidssignaal.
De bestuurder moet nu het stuur weer
overnemen.
Deactiveren
Als het systeem tijdens een manoeuvre
wordt gedeactiveerd, moet de bestuurder het
systeem weer activeren om de meting voort te
zetten. Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld:
-
b
ij het trekken van een aanhangwagen,
-
a
ls het bestuurdersportier wordt geopend,
-
b
ij een wagensnelheid van meer dan
70
km/h.
Raadpleeg om het systeem voor langere duur
te laten uitschakelen het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
-
d
it verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel gaat
branden en er wordt een
melding weergegeven,
in combinatie met een
geluidssignaal,
Storing
In het geval van een storing in
de stuurbekrachtiging wordt dit
pictogram weergegeven op het
instrumentenpaneel in combinatie
met een waarschuwingsmelding.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Uitschakelen
Controleer bij slecht weer en bij
winterse omstandigheden of de
sensoren niet worden bedekt met vuil,
rijp of sneeuw.
Laat in het geval van een storing
het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
-
d
it pictogram schakelt over op
de waarschuwingsmodus, het
verklikkerlampje knippert enige
tijd waarna het dooft. Als de ruimte tussen uw auto en de
parkeerplek te groot is, kan het systeem
mogelijk de beschikbare ruimte niet meten.
Objecten die groter zijn dan de
afmetingen van de auto, worden bij een
manoeuvre niet gedetecteerd door het
Park Assist-systeem.
Afhankelijk van de uitvoering gebeurt het
volgende:
4
Rijden
398
Starten van de motor ....................................11 3
Stilzetten van de auto ....................11 6 , 118 , 131
Stoelen achter
........................................... 85, 86
Stoelen verstellen
..................................... 80, 81
Stoelverwarming
............................................. 83
Stop & Start
.................24, 38, 76, 110, 136, 137,
259, 275, 291
Streaming audio Bluetooth
...........318, 321, 387
Stuurslot
.................................................. 5 4 , 11 9
Stuurwiel (verstellen)
...................................... 79
Supervergrendeling
.................................. 5
3, 61
Synchroniseren afstandsbediening
..........56, 66
Synchroniseren van de afstandsbediening
.................................. 56, 66
Technische gegevens
...................................293
Te laag brandstofniveau
...........................22, 76
Telefoon
........................................ 360-363, 365
Temperatuurregeling ..................................... 105
Tijdelijke bandenspanning (met set)
.............229
Tijd instellen
........................................ 46, 47, 49
TMC (verkeersinformatie)
.............................338
Toevoer van buitenlucht
................................109
Touchscreen
.................... 3
7, 39, 41, 43, 44, 46, 139, 199, 301, 303
Touchscreen (Menu's)
..................................302
Trekhaak
....................................................... 268
T
Pack e-Motion ...............................................13 5
Panoramadak .................................................. 75
Park Assist
.................................... 170, 172 , 175
Parkeerhulp achter
....................................... 16
6
Parkeerhulp vóór
........................................... 167
Parkeerlichten
....... 1
81, 243, 244, 246 -248, 250
PEUGEOT CONNECT APPS
......................35
5
Peugeot Connect Assistance
.......................298
Peugeot Connect Plug
..................................382
Peugeot Connect SOS
.................................29
8
Plafonniers
.................................................... 193
Portieren sluiten
.................................. 52, 58 - 60
Radio
...................................... 312- 314, 318, 377
Radiozender
.......................... 312, 313, 315, 377
RDS
............................................................... 315
Regeling luchtopbrengst
............................... 10
5
Regeling luchtverdeling
................................105
Regelmatige controles
..........................291, 292
Regelmatig onderhoud
...................................10
Regeneratie roetfilter
.................................... 291
Remblokken
.................................................. 292
Remlichten
............................................ 248, 250
Remmen
............................................ 21, 24, 292
Remschijven .................................................. 292
Reservewiel
......................................... 235, 236
Reservoir koplampsproeiers
.........................290
Reservoir ruitensproeiers
............................. 29
0
Richtingaanwijzers
.......195, 243, 246, 248, 250
Riem
...............
........................................... 94, 95
Rijadviezen
................................................... 112
Risicozones (update)
.................................... 333Schakelaars stoelverwarming
........................
83
S
CR (Selective Catalytic Reduction)
............279
SCR-systeem
..........................................27, 279
Selectiehendel automatische transmissie
.... 13
1
Selectiehendel handgeschakelde versnellingsbak
...........................................129
Serienummer auto
..............................
..........296
Set voor tijdelijke bandenreparatie
............... 2
29
Sfeerverlichting
.............................................19 4
Sjorogen
....................................................94, 95
Skiluik
..............................................................93
Slepen van een auto
.....................................265
Sleutel
.........................50, 51, 57, 59, 60, 66, 67
Sleutel met afstandsbediening
.... 5
2, 54, 60, 119
Sneeuwkettingen
..........................................242
Sneeuwscherm
..................................... 26
7, 268
Snelheidsbegrenzer
..............................13 9, 14 0
Snelheidsregelaar
.........................13 9, 143, 147
Snelheidsregelaar actief
...............................146
Spaarfase
......................................................263
Spraaksynthese
............................................343
Starten ........................................................... 261
Starten van de auto........................ 11 6 , 118 , 131
P
R
S
Roetfilter ................................................ 290, 291
Ruitbediening .................................................. 73
Ruitensproeier achter
...................................19 0
Ruitensproeiers
............................................. 19
0
Ruitenwisser achter
...................................... 19 0
Ruitenwisserbladen vervangen
............ 19
2, 26 4
Ruitenwissers
.................................. 1
6, 189, 191
Ruitenwisserschakelaar
......................... 1
8 9 -191
Index