
211
308_nl_Chap06_securite_ed01-2015
Maak er een gewoonte van om normaal
rechtop in de voorstoelen te zitten.
Draag altijd een correct afgestelde
veiligheidsgordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten...). Dit kan de goede
werking van de airbag belemmeren en/of
de inzittende bij het opblazen van de airbag
verwonden.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw
auto de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemen
mogen uitsluitend door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats worden uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriften
worden nageleefd, blijft de kans bestaan
op letsel of lichte brandwonden aan het
hoofd, de borst of de armen als de airbag
wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk
zeer snel opgeblazen (binnen enkele
milliseconden) en loopt vervolgens even
snel leeg, waarbij de warme gassen via de
daarvoor bestemde openingen naar buiten
stromen.Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor
goedgekeurde stoelhoezen, die in combinatie
met actieve zijairbags gebruikt kunnen
worden. Voor informatie over de stoelhoezen
die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich
wenden tot het PEUGEOT-netwerk.
Raadpleeg de rubriek "Accessoires".
Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de
stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van
de airbags kunnen leiden tot verwondingen
aan armen of borstkas.
Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel
zitten.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken
vast en laat uw handen niet op het
stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn voeten niet op
het dashboard laten rusten.
Rook niet in de auto. Als de airbag wordt
opgeblazen, kunnen brandende sigaretten
of een pijp brandwonden of ander letsel
veroorzaken.
Ver wijder het stuur wiel nooit, maak geen
gaten in de stuur wielbekleding en sla er niet
op.
Bevestig geen voor werpen of stickers op
het stuur wiel of op het dashboard. Deze
kunnen bij het afgaan van de airbags letsel
veroorzaken.
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:Window-airbags
Bevestig nooit iets op de hemelbekleding;
dit zou bij het afgaan van de window-airbags
kunnen leiden tot hoofdletsel.
Demonteer nooit de handgrepen van het dak
(indien aanwezig); deze maken deel uit van
de bevestiging van de window-airbags.
6
Veiligheid

235
308_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
Wiel verwisselen
Het gereedschap bevindt zich onder de vloer
Toegang tot het gereedschap
Beschikbaar gereedschap
Dit gereedschap is specifiek voor uw auto
en kan, afhankelijk van de uitvoering van uw
auto, verschillen. Gebruik het niet voor andere
doeleinden.
1.
Wielsleutel.
H
iermee kan de wieldop worden verwijderd
en kunnen de wielbouten worden losgedraaid.
2.
K
rik met geïntegreerde slinger.
H
iermee kan de auto worden opgekrikt. 3.
G
ereedschap voor het ver wijderen van
sierdoppen.
H
iermee kunnen bij lichtmetalen velgen
de sierdoppen van de wielbouten worden
verwijderd.
4.
D
op voor het verwijderen van slotbouten
(in het dashboardkastje).
H
iermee kunnen met behulp van de
wielsleutel de speciale slotbouten worden
verwijderd.
5.
Sleepoog.
Z
ie de paragraaf "Slepen van de auto".
In het geval van een lekke band kunt u het wiel met het bij de auto geleverde gereedschap ver wisselen volgens de onderstaande procedure.
7
Praktische informatie

253
308_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
F Trek het deksel eerst linksboven en dan rechtsboven los,
F
V
erwijder het deksel en keer het om,
Toegang tot het gereedschap
Voordat u een zekering vervangt, dient u
F d e oorzaak van de storing te achterhalen
om deze te verhelpen,
F
s
troomverbruikers uit te schakelen,
F
d
e auto stil te zetten met het contact uit,
F
d
e defecte zekering te achterhalen
met behulp van de zekeringtabel en de
schema's op de volgende bladzijden.
Vervangen van een zekering
Goed Defect
Het vervangen van een zekering door
een andere dan in de volgende tabellen
genoemd, kan tot ernstige storingen
leiden. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats. Tang
Zekering vervangen
Voor ingrepen aan een zekering geldt:
F
g ebruik een speciale tang om de zekering
uit de zekeringkast te ver wijderen en te
controleren of het smeltdraadje van de
zekering intact is,
F
v
ervang een defecte zekering altijd door een
zekering met dezelfde stroomsterkte (zelfde
kleur): een afwijkende stroomsterkte kan
storingen veroorzaken (brand).
Mocht de storing kort na het vervangen van de
zekering terugkeren, laat dan de elektrische
uitrusting controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
F
H
aal de tang van de achterzijde van het
deksel waarop hij is bevestigd.
De tang voor het verwijderen van zekeringen
is bevestigd aan de binnenzijde van het deksel
van de zekeringkast in het dashboard.
7
Praktische informatie

255
308_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).Zekering
n r. Ampère
(A) Functies
F15 1512V-aansluiting.
F16 15A a n s t e ke r.
F27 15Autoradio.
F18 20Autoradio (+ accu).
Toegang tot de zekeringen
F Maak het deksel los door het aan de
bovenzijde eerst links en vervolgens rechts
los te trekken.
Versie 1 (FULL)
7
Praktische informatie

01ALGEMENE WERKING
* Volgens uitvoering.
" Airconditioning
"
hiermee kunnen de
temperatuur en de
aanjagersnelheid worden
ingesteld.
" Rijhulpsysteem "
hiermee kan de
boordcomputer
worden weergegeven
en kunnen bepaalde
functies van de auto
worden ingeschakeld,
uitgeschakeld of
geconfigureerd.
" Media "
hiermee kunnen de
radio en de andere
geluidsbronnen van
het audiosysteem
worden geselecteerd en
kunnen foto's worden
weergegeven. " Navigatie "*
hiermee kan de navigatie
worden ingesteld en de
bestemming worden
gekozen. " Configuratie
"
hiermee kunnen de
geluidssignalen, de
grafische
thema's
en
de lichtsterkte van de
dashboardverlichting
worden ingesteld en
hebt u toegang tot
een interactieve hulp
met betrekking tot de
belangrijkste uitrusting
en verklikkerlampjes
van de auto.
"
Internetdiensten "*
hiermee kan verbinding
worden gemaakt
met een portail
met applicaties om
eenvoudig, veilig en op
een persoonlijke manier
te surfen via een dongel
die met abonnement
verkrijgbaar is bij het
PEUGEOT-netwerk.
" Telefoon "
hiermee kan een
telefoon via Bluetooth
worden verbonden.
302

02
304
BASISFUNCTIES
Bij draaiende motor wordt het geluid
onderbroken door de toets in te drukken.
Bij afgezet contact wordt het systeem
ingeschakeld door de toets in te drukken. Volumeregeling (voor elke bron
afzonderlijk, ook voor "Verkeersinformatie
(TA)" en navigatieaanwijzingen).
Selecteren van de geluidsbron (volgens uitvoering):
-
Radio "FM"/"AM"/"DAB"*.
-
"USB"-stick.
-
CD-speler (in het dashboardkastje)*.
-
Jukebox*, na audiobestanden te hebben gekopieerd op het interne geheugen\
van het touchscreen.
-
T
elefoon aangesloten via Bluetooth en streaming-verzending Bluetooth.
-
Mediaspeler aangesloten via de
AUX-aansluiting (Jack, kabel niet meegeleverd).
Het is een "resistief" scherm dat voelbaar aangeraakt moet worden, met n\
ame bij bewegingen (door een lijst bladeren, scrollen over de kaart, en\
z.).
Lichtjes aanraken is niet voldoende. Als het scherm met meerdere vingers wordt aangeraakt, worden de commando\
's niet opgevolgd.
Het scherm kan ook worden bediend als u handschoenen draagt. Dankzij dez\
e technologie kan het scherm bij elke temperatuur worden gebruikt.
Gebruik voor het schoonmaken van het display een zacht, niet-schurend do\
ekje (bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet met een puntig voorwerp aan.
Raak het scherm niet met vochtige handen aan.
Als de auto langdurig in de zon heeft
gestaan, kan het geluidsvolume worden
beperkt om het systeem te beschermen.
Zodra de temperatuur in het interieur is
gezakt, zal de oorspronkelijke instelling
weer worden gebruikt.
Sneltoetsen: met behulp van de toetsen in de bovenste balk van het touch\
screen, is het mogelijk
direct de geluidsbron, de lijst met zenders (of titels afhankelijk van \
de geluidsbron) of de
temperatuurregeling te kiezen.
* Volgens uitrusting.

07PEUGEOT CONNECT APPS
De apps maken gebruik van
de gegevens van de auto,
zoals de huidige snelheid, de
kilometerstand, de actieradius
of de GPS-positie om relevante
informatie te kunnen verstrekken.
Sluit de dongel "PEUGEOT CONNECT APPS" aan op een van de
USB-aansluitingen.
Voor een betere ontvangst is het raadzaam de dongel "PEUGEOT
CONNECT APPS" aan te sluiten op de USB-aansluiting in het
dashboardkastje (volgens uitvoering).
De app "MyPeugeot" is een link
tussen de gebruiker, het merk en
het netwerk.
Hiermee kan de klant alles
te weten komen over zijn
auto: onderhoudsschema,
accessoire-aanbod, afgesloten
servicecontracten enz.
Ook is het mogelijk de
kilometerstand door te geven aan
de site "MyPeugeot" of een dealer
te zoeken.
"PEUGEOT CONNECT APPS" bestaat uit rijhulpapplicaties die de bestuurder in real time van \
nuttige informatie kunnen voorzien over o.a. de
situatie op de weg, risicozones, brandstofprijzen, parkeermogelijkheden,\
toeristische plaatsen, weersomstandigheden, leuke adresjes…
Deze service bevat de toegang tot het mobiele netwerk in combinatie met \
het gebruik van de apps. Om de service PEUGEOT CONNECT
APPS te kunnen gebruiken, moet u een contract afsluiten bij het PEUGEOT-netwerk. De beschikbaarheid is afhankelijk van het land van
bestemming
en
de
versie
van
het
touchscreen
tablet.
U
kunt
zich
ook
na
aflevering
van
de
auto
voor
de
dienst
aanmelden.
Uit veiligheidsoverwegingen zijn sommige functies alleen
beschikbaar als de auto stilstaat.
Druk op het menu "Internetdiensten" om de apps weer te geven.
355

396
Geheugen instellingen bestuurder .................82
Gekoeld dashboardkastje ...............................88
Gereedschap
............................... 2
29, 235, 236
Gevarendriehoek
............................................ 98
Gewichten
..................................................... 293
Grootlicht
............................... 181, 243, 245, 247
Halogeenlampen
................................... 243, 245
Handgeschakelde versnellingsbak
....10, 12, 15,
128, 129, 136, 292
Handrem
......................................... 15, 120, 292
Handsfree set
............................... 360, 361, 385
Het opslaan van de snelheid
........................13 9
Hill-Holder
..................................................... 12
8
Hoofdsteunen achter
................................ 8
6, 87
Hoofdsteunen verstellen
.................................83
Hoofdsteunen vóór .......................................... 83
Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel
...........79
Hulpoproep
................................... 1
96, 297, 298
Identificatie auto ............................................ 296
Identificatiegegevens
.................................... 296
Identificatieplaatjes constructeur
.................296
Identificatie (stickers)
.................................... 29
6
Indeling bagageruimte
.............................. 9
4, 95
Indeling interieur
............................................. 88
Inhoud brandstoftank
...................................... 76
Instapverlichting
............................................ 18
7
Instellen van de uitrustingen
...........................43
F
J
K
Eco-mode ...................................................... 263
Eco-rijden (adviezen) ...................................... 10
Electronic Stability Program (ESC)
.....17, 21, 203
Electronic Stability Program (ESP)
..............201
Elektrisch bediende handrem
.........20, 121, 126
Elektrisch verstelbare stoelen
........................81
Elektronische sleutel
..................... 5
0, 57- 60, 65
Elektronische startblokkering
...........54, 67, 119
Elektronisch gestuurde versnellingsbak .........10
ESP/ASR
....................................................... 201
Extra ingang
...............................
..........382, 384
Dimlicht
.........................................
1
81, 243, 245
Dimmer dashboardverlichting
.........................
34
Display instrumentenpaneel
...................
3 5, 13 0
Dodehoekdetectie
................................... 16
, 163
Dynamische noodrem
...........................
121, 126
E
G
H
I
Instellingen bestuurder (opslaan) ...................82
Instellingen van het systeem ........................3
52
Instrumentenpaneel
........................................ 12
I
ntelligente tractiecontrole
............................202
Interactieve hulp
.............................................. 43
Interieurfilter
.................................................. 291
Interieurfilter (vervangen)
.............................291
Interieurverlichting
................................ 193, 19 4
ISOFIX
.......................................................... 222
ISOFIX bevestigingen
...........................221, 222
ISOFIX kinderzitjes
.......................221, 223-225
Jack
........
....................................................... 322
JACK-aansluiting
............. 8
8, 91, 322, 382, 384
Jack-kabel
..................................................... 322
Jukebox (beluisteren)
.................................... 323
Kaartleeslampjes
.......................................... 193
Kentekenplaatverlichting
.............................. 2
52
Keyless entrée and start
......59 - 61, 67, 116, 119
Kilometerteller
................................................. 33
K
inderbeveiliging
.......................................... 228
Kinderen
........................................ 219, 223-225
Kinderen (veiligheid)
..................................... 228
Kinderzitjes
.................... 21
2-214, 218, 219, 227
Kinderzitjes (conventioneel)
.........................218
Kleurcode lak
................................................ 296
Kleurendisplay
..................................... 302, 303
Fietsendrager
................................................ 271
Flacon AdBlue
............................................... 287
Follow me home verlichting
............ 5
4, 185, 18 6
Follow-me-home verlichting
......................... 18
6
Frequentie (radio)
.................................. 313, 315
Functie snelweg (richtingaanwijzers)
........... 19
5
Index