126Rijden en bediening
Om minder kracht te hoeven uitoefe‐nen bij het aantrekken van de hand‐
rem, tegelijkertijd het rempedaal be‐
dienen.
Controlelamp R 3 81.
Parkeren 3 116.
Uittrekbare handrem
Afhankelijk van het model is de hand‐
rem intrekbaar naar de horizontale
stand, zelfs als de handrem is be‐
krachtigd.
Om de handrem te lossen, moet u de handremhendel iets oplichten, de ont‐
grendelingsknop indrukken en de hendel terugzetten in de horizontale
stand.
Trek de hendel omhoog en laat hem
los om de handrem aan te trekken. In
horizontale stand is de hendel in rust.
RemassistentieBij het snel en krachtig intrappen van
het rempedaal wordt automatisch met
de maximale remkracht (noodstop)
geremd.De druk op het rempedaal niet ver‐
minderen, zolang er maximaal ge‐
remd moet worden. Bij het loslaten
van het rempedaal wordt de rem‐
kracht automatisch verminderd.
Hellingrem Het systeem helpt ongewilde bewe‐
ging te voorkomen wanneer u vanop
een helling vertrekt.
Wanneer u de voetrem loslaat nadat
u op een helling bent gestopt, blijft de rem nog gedurende 2 seconden in‐
geschakeld. Bij het optrekken van de
auto worden de remmen automatisch gelost.
De hellingrem is niet actief tijdens een Autostop.
Stop-startsysteem 3 113.Rijregelsystemen
Traction ControlTraction Control (TC) is een onder‐
deel van het elektronische stabiliteits‐
programma (ESP® Plus
) dat helpt bij
het behoud van de rijstabiliteit, onge‐ acht het wegdek en de grip van de
banden, en voorkomt dat de wielen gaan doorslippen.
Zodra de aangedreven wielen begin‐
nen door te slaan, wordt het motor‐
vermogen verminderd en wordt het
wiel met de meeste slip afzonderlijk
afgeremd. Daardoor wordt de rijstabi‐
liteit van de auto op een glad wegdek aanmerkelijk verbeterd.
TC is bedrijfsklaar zodra het contact
wordt ingeschakeld en de controle‐
lamp b op de instrumentengroep
dooft.
Wanneer TC ingrijpt, knippert b.
211
Oliedruk........................................ 83
Olie, motor .......................... 182, 187
Oliepeil.......................................... 77
Opbergruimte................................ 61
Opbergruimte plafond ..................64
Opbergruimte voor ....................... 62
Opbergvakken .............................. 61
Opbergvakken instrumentenpaneel .................61
Opbergvak onder passagiersstoel 63
Opschakelen................................. 82 Overzicht instrumentenpaneel .....10
P
Panne ......................................... 176
Panoramadak .............................. 35
Parkeerhulp ............................... 131
Parkeerrem - zie Handrem .........125
Parkeren .............................. 17, 116
Park pilot met ultrasoonsensoren 131
Partikelfilter ................................. 118
Peilsensor motorolie .....................77
Plafondconsole ............................ 63
Pollenfilter .................................. 108
Portieren ....................................... 24
Portier open ................................. 85
Profieldiepte ............................... 165R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 207
Regeling stationair toerental ......113
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 206
Remassistentie .......................... 126
Remmen ............................ 124, 145
Remsysteem ................................ 81
Remvloeistof ...................... 145, 182
Reservewiel ............................... 171
Richtingaanwijzer ........................80
Richtingaanwijzers ....................... 92
Richtingaanwijzers vooraan ......151
Roetfilter ............................... 83, 118
Ruiten ........................................... 33
Rijgedrag en aanhangertips ......136
Rijregelsystemen ........................126
Rijverlichting .......................... 12, 84
S Schakel motor uit ..........................81
Schuifdeur ................................... 24
Service ............................... 109, 180
Service-display ............................ 77
Service-indicatie .......................... 81
Service-informatie ...................... 180
Sjorogen ...................................... 64
Sleepoog .................................... 176Sleutels ........................................ 18
Sleutels, sloten ............................. 18
Slijtage van remblokken ...............82
Sneeuwkettingen .......................166
Snelheidsmeter ............................ 75
Snelheidsregelaar ........................75
Spiegels .................................. 30, 32
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................144
Startbeveiliging ............................ 30
Starten en bedienen ...................111
Starthulp gebruiken ...................174
Stoelpositie .................................. 37
Stoelverstelling ........................7, 38
Stoelverwarming ........................... 41
Stop/Start-systeem .....................113
Stop-startsysteem......................... 84
Storing ....................................... 124
Storingsindicatielamp ..................81
Stroomonderbreking ..................124
Sturen ......................................... 111
Stuurbedieningsknoppen .............70
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......143
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 70
Symbolen ....................................... 4
T Tachograaf ............................. 85, 89
Tanken ....................................... 135