Page 86 of 251
84Instrumenten en bedieningsorganenInstrumenten en
bedieningsorganenBedieningsorganen ......................84
Waarschuwingslampen, meters
en controlelampen .......................91
Informatiedisplays ......................103
Boordinformatie ......................... 109
Tripcomputer .............................. 112
Persoonlijke instellingen ............115Bedieningsorganen
Stuurwielverstelling
Hendel omlaagbewegen, stuurwiel
instellen, hendel omhoogbewegen en
vergrendelen.
Stuurwiel uitsluitend bij stilstaande
auto en ontgrendeld stuurslot verstel‐ len.
Stuurbedieningsknoppen
U kunt het infotainment-systeem, de
cruise control en een gekoppelde mo‐ biele telefoon bedienen met de knop‐
pen op het stuurwiel.
Nadere informatie vindt u in de
infotainment-handleiding.
Cruise control 3 155.
Page 108 of 251

106Instrumenten en bedieningsorganen
Informatiemenu dagteller/brandst.
Druk op de knop MENU om de
Informatiemenu dagteller/brandst. te
selecteren, of selecteer W op het
Uplevel-Combi-display.
Draai aan het stelwiel om een sub‐
menu te selecteren. Druk ter bevesti‐ ging op de toets SET/CLR.
■ Dagteller 1
■ Dagteller 2
■ Digitale snelheid
Dagteller 2 en digitale snelheid zijn alleen beschikbaar bij auto’s met een Uplevel- of Uplevel-Combi-display.
Zet de dagteller terug door gedu‐
rende enkele seconden op de knop
SET/CLR op de richtingaanwijzer‐
hendel te drukken of door met inge‐ schakeld contact op de terugzetknop
tussen de snelheidsmeter en het Dri‐
ver Information Center te drukken.
Bij auto’s met een boordcomputer zijn
meer submenu’s beschikbaar.
Selectie en aanduiding kunnen afwij‐
ken in Midlevel-, Uplevel-, en Uplevel-
Combi-display.
Informatiemenu dagteller/brandstof,
tripcomputer 3 112.
Graphic-Info-Display,
Color-Info-Display Afhankelijk van de configuratie is de
auto uitgevoerd met een
■ Graphic-Info-Display
of
■ Colour-Info-DisplayHet Info-Display bevindt zich in het in‐
strumentenbord boven het "Infotain‐
ment"-systeem.
Graphic-Info-Display
Afhankelijk van het
infotainment-systeem, is het
Graphic-Info-Display in twee versies
leverbaar.
Page 114 of 251

112Instrumenten en bedieningsorganen
■ Na het inschakelen van de achter‐uitversnelling en het uittrekken van
de achterdrager.
■ Bij een storing in de automatische vergrendeling.
■ Als het roetfilter het maximale vul‐ niveau bereikt.
Bij het parkeren van de auto en/ of het openen van hetbestuurdersportier ■ Als de contactsleutel nog in het contactslot steekt.
■ Bij ingeschakelde rijverlichting.
Tijdens een Autostop ■ Als het bestuurdersportier geopend
is.
Batterijspanning
Wanneer de accuspanning laag is,
verschijnt er een waarschuwingsbe‐
richt of waarschuwings code 174 op
het Driver Information Center.
1. Schakel onmiddellijk alle elektri‐ sche verbruikers uit die niet nodigzijn voor een veilige rit, bijv. destoelverwarming, achterruitver‐
warming of andere hoofdverbrui‐ kers.
2. Laad de accu op door een tijdje te
rijden of door een oplaadapparaat
te gebruiken.
Het waarschuwingsbericht of de
waarschuwingscode verdwijnen na‐
dat de motor twee keer na elkaar is
gestart zonder een spanningsval.
Als de accu niet kan worden opgela‐
den, moet u de oorzaak van de sto‐
ring in een werkplaats laten verhel‐
pen.Tripcomputer
U selecteert de menu's en functies
met de toetsen op de richtingaanwij‐
zerhendel 3 103.
Druk op MENU om de
Informatiemenu dagteller/brandst. te
selecteren, of selecteer W op het
Uplevel-Combi-display.
Page 250 of 251

248
Te laag brandstofpeil .................101
Toerenteller ................................. 92
Top-Tether-bevestigingsogen ......62
Traction Control .........................153
Traction Control-systeem UIT .... 100
Trekhaak .................................... 169
Trekken............................... 168, 218
Trekken van een aanhanger ......169
Trekstang.................................... 168
Tripcomputer ............................. 112
Tunneldetectie ............................ 121
Typeplaatje ................................ 228
U
Uitlaatgassen .............................. 145
Uitrol-brandstofafsluiter .............142
Uitstapverlichting .......................127
Ultrasoonparkeerhulp ........100, 156
Uw autogegevens ..........................3
V Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 204
Variabele stuurbekrachtiging ......100
Vaste luchtroosters ....................137
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................46
Veiligheidsnet .............................. 79
Velgen en banden .....................199
Ventilatie ..................................... 129Ventilatieopeningen....................137
Verbanddoos ............................... 81
Vergrendelingssysteem ...............28
Verlichting middenconsole ........127
Verlichtingsfuncties..................... 127
Verlichting zonneklep ................127
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ..............147
Verstelbare luchtroosters ........... 137
Verwarmde spiegels ....................30
Verwarmd stuurwiel .....................85
Verwarming ................................. 42
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 129
Verwerking van sloopauto .........174
Verzorging .................................. 220
Verzorging exterieur ..................220
Verzorging interieur ...................222
Vloerafdekking bagageruimte ......78
Voertuiggewicht .........................236
Voertuigidentificatienummer ......227
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorruit ......................................... 31
Voorstoelen .................................. 38
Voorverwarming ........................101
W
Waarschuwing ............................ 111
Waarschuwingslichten ..................91
Welkomstverlichting.................... 127Werkzaamheden uitvoeren .......174
Wieldoppen ................................ 204
Wiel verwisselen ........................211
Winterbanden ............................ 199
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie achterruit .......87
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........86
Wisserblad vervangen ...............181
Z
Zekeringen ................................. 192 Zekeringenkast ........................... 193
Zekeringenkast in bagageruimte 196
Zekeringenkast in motorruimte ..193
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............195
Zitplaatsen achterin ......................43
Zonnekleppen .............................. 34
Zijdelings airbagsysteem .............54
Zijmarkeringslichten.................... 120
Zijrichtingaanwijzers ..................190