Page 234 of 710

4135
Kenmerken van uw auto
Energiebesparingsfunctie
• Deze functie voorkomt dat de accuontladen raakt. Het systeem schakelt
automatisch de parkeerlichten uit
wanneer de contactsleutel verwijderd
wordt en wanneer het portier aan
bestuurderszijde wordt geopend.
De parkeerlichten worden automatisch uitgeschakeld als de auto in het donker
langs de kant van de weg geparkeerd
wordt.
Volg onderstaande procedure als de
parkeerlichten moeten blijven branden
wanneer de contactsleutel is
verwijderd:
1) Open het portier aan
bestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de
stuurkolom. Follow me home-koplampen
(indien van toepassing)
De koplampen (en/of achterlichten)
blijven ongeveer 5 minuten branden
nadat de contactsleutel is verwijderd of
het contact in stand ACC of LOCK is
gezet. De koplampen worden echter 15
seconden nadat het bestuurdersportier is
geopend of gesloten uitgeschakeld.
De koplampen kunnen worden
uitgeschakeld door tweemaal op de
vergrendeltoets van de
afstandsbediening of Smart Key te
drukken of door de stand AUTO of
dimlichten uit te schakelen.
VERLICHTINGOPMERKING
Wanneer de bestuurder het voertuig
via een ander portier dan het
bestuurdersportier verlaat, werkt deenergiebesparingsfunctie niet.
Hierdoor kan de accu ontladenraken. Schakel in dit geval de
lampen uit voordat u het voertuig verlaat.
Page 249 of 710
Kenmerken van uw auto
150
4
Automatisch uitschakelen
interieurverlichting
Wanneer alle portieren en de
achterklep zijn gesloten en u de auto
vergrendelt met de afstandsbediening
of de Smart Key, dooft binnen 5
seconden alle interieurverlichting.
Als u na het uitschakelen van de motor de niets in de auto bedient, dooft de
verlichting na 20 minuten. Leeslampje
INTERIEURVERLICHTINGOPMERKING
Laat de interieurverlichting niet te
lang branden als de motor niet
draait.
Hierdoor kan de accu ontladenraken.
WAARSCHUWING
Gebruik de interieurverlichting niet wanneer u in het donker rijdt.
Doordat de interieurverlichting het
zicht kan beperken, kunnen
ongevallen ontstaanODM042258
ODM042259
■ Type A
■Type B
ONCDCO3048
■Type C
Page 250 of 710

4151
Kenmerken van uw auto
Druk op het lampglas (1) om het
leeslampje in of uit te schakelen
ON (2) : De leeslampjes en de
interieurverlichting blijven
continu branden.
OFF (3) : De ver lichting gaat niet
branden, ook niet als een
portier wordt geopend (3).
ROOM (4): De leeslampjes en de
interieurverlichting blijven
continu branden. DOOR (5):
- Het leeslampje en de
interieurverlichting gaan branden
wanneer de portieren worden
ontgrendeld met een
afstandsbediening of Smart Key en
zolang de portieren niet wordengeopend.
De verlichting dooft na ongeveer 30seconden.
- De leeslampjes en de
interieurverlichting blijven gedurende
ongeveer 20 minuten branden als
een portier wordt geopend en het
contact in stand ACC of LOCK/OFFstaat.
- De leeslampjes en de
interieurverlichting blijven continu
branden als een portier wordtgeopend en het contact in stand ONstaat.
- De leeslampjes en de
interieurverlichting gaan direct uit alshet contact in stand ON staat en alle
portieren worden vergrendeld.✽✽ AANWIJZING
Wanneer de verlichting wordt
ingeschakeld door op het lampglas (1) te
drukken, zal zelfs wanneer de
schakelaar (3) in stand OFF staat de
verlichting niet doven.
Page 253 of 710

Kenmerken van uw auto
154
4
WELCOME-SYSTEEM (INDIEN VAN TOEPASSING)
Welkomstfunctie koplampen
Als de koplampen aan zijn
(lichtschakelaar in stand koplampen of
AUTO) en alle portieren (en de
achterklep) gesloten en vergrendeld
worden, zullen de koplampen, parkeer-
lichten en achterlichten gedurende 15
seconden branden als aan een van de
onderstaande voorwaarden voldaan
wordt.
- Wanneer op de ontgrendeltoets van de afstandsbediening gedrukt wordt.
- Wanneer op de ontgrendeltoets van de Smart Key gedrukt wordt.
Als u nu op de vergrendeltoets van de
afstandsbediening of Smart Key drukt,
dooft de verlichting direct. Interieurverlichting
Als de schakelaar voor de interieur-
verlichting in de stand DOOR staat en
alle portieren (en de achterklep) gesloten
en vergrendeld worden, zal de interieur-
verlichting in de volgende gevallen
gedurende 30 seconden branden.
- Wanneer op de ontgrendeltoets van de afstandsbediening gedrukt wordt.
- Wanneer op de ontgrendeltoets van de Smart Key gedrukt wordt.
- Als de toets op de portiergreep aan de buitenzijde wordt ingedrukt.
Als u op dit moment op de vergrendel
-knop voor de portieren drukt, wordt de
verlichting direct uitgeschakeld. Uitstapverlichting
(indien van toepassing)
Wanneer alle portieren zijn gesloten en
vergrendeld, gaat de uitstapverlichting
15 seconden branden bij het uitvoeren
van de volgende handelingen.
- Wanneer op de ontgrendeltoets van de afstandsbediening gedrukt wordt.
- Wanneer op de ontgrendeltoets van de Smart Key gedrukt wordt.
- Wanneer de toets op de portiergreep aan de buitenzijde wordt ingedrukt.
- Wanneer u de auto nadert en de Smart Key bij u draagt.
Als u op dat moment op de vergrendel-
knop voor de portieren drukt, wordt de
verlichting direct uitgeschakeld.
✽✽ AANWIJZING
De uitstapverlichting werkt niet als de
schakelaar voor het inklappen van de
buitenspiegels in de stand "ingeklapt"
staat.
Page 421 of 710

Kenmerken van uw auto
322
4
Een draadloos apparaat met
Bluetooth®
Wireless Technology
koppelen
Wat is koppelen bij
Bluetooth®
Wireless Technology?
Koppelen verwijst naar het proces van
het synchroniseren van uw
Bluetooth®
Wireless Technology-telefoon of -
apparaat met het audiosysteem van de
auto voor een verbinding. Koppelen is
noodzakelijk om verbinding te maken ende
Bluetooth® Wireless Technology-
functie te gebruiken. Toets koppelen/toets op het stuurwiel
Wanneer er geen apparaten zijn
gekoppeld
1. Druk op de toets of op toets op het
stuurwiel. Het volgende scherm wordt
weergegeven.
2. Druk op de toets om het scherm voor het koppelen van de
telefoon te openen. 1) Device (apparaat): naam van het
apparaat die wordt weergegeven
wanneer u zoekt vanaf uw
Bluetooth®
Wireless Technology-apparaat
2) Passkey (wachtwoord): wachtwoord dat wordt gebruikt om het apparaat te
koppelen
3. Zoek en selecteer vanaf uw
Bluetooth®
Wireless Technology-apparaat (dat wil
zeggen mobiele telefoon) het
audiosysteem van uw auto.
4. Na een paar seconden wordt er een scherm weergegeven waarin u uw
wachtwoord kunt invoeren.
Voer in dit scherm het wachtwoord "0000" in om uw
Bluetooth® Wireless
Technology-apparaat te koppelen aan
het audiosysteem van de auto.
5. Als het koppelen is voltooid, wordt het volgende scherm weergegeven.
PHONE
PHONE
Page 429 of 710

Kenmerken van uw auto
330
4
Bluetooth®
Wireless
Technology
(uitvoeringen met
Bluetooth®
Wireless Technology Een draadloos apparaat met
Bluetooth® Wireless Technology
koppelen
Wat is koppelen bij
Bluetooth®
Wireless Technology?
Koppelen verwijst naar het proces van
het synchroniseren van uw
Bluetooth®
Wireless Technology-telefoon of -
apparaat met het audiosysteem van de
auto voor een verbinding. Koppelen is
noodzakelijk om verbinding te maken ende
Bluetooth® Wireless Technology-
functie te gebruiken. Toets koppelen/toets op het stuurwiel
Wanneer er geen apparaten zijn
gekoppeld
1. Druk op de toets of op toets
op het stuurwiel. Het volgende
scherm wordt weergegeven.
2. Druk op de toets om het scherm voor het koppelen van de telefoon te openen. 1) Device (apparaat): naam van het
apparaat die wordt weergegeven
wanneer u zoekt vanaf uw
Bluetooth® Wireless Technology-
apparaat
2) Passkey (wachtwoord): wachtwoord dat wordt gebruikt om het apparaat
te koppelen
3. Zoek en selecteer vanaf uw
Bluetooth®
Wireless Technology-apparaat (dat wil
zeggen mobiele telefoon) het
audiosysteem van uw auto.
4. Na een paar seconden wordt er een scherm weergegeven waarin u uw
wachtwoord kunt invoeren.
Voer in dit scherm het wachtwoord "0000" in om uw
Bluetooth® Wireless
Technology-apparaat te koppelen aan
het audiosysteem van de auto.
5. Als het koppelen is voltooid, wordt het volgende scherm weergegeven.
PHONE
PHONE
Page 481 of 710

513
Rijden met uw auto
Starten van de motor✽✽
AANWIJZING
- Kickdown-mechanisme
(indien van toepassing)
Het kickdown-mechanisme in het
gaspedaal voorkomt dat er onbedoeld
met volgas wordt gereden door het
gaspedaal extra weerstand te geven. Als
het gaspedaal echter voor meer dan
80% wordt ingetrapt, wordt er mogelijk
al met volgas gereden en zal het
gemakkelijker zijn om het pedaal
verder in te trappen. Dit duidt niet op
een storing.Starten van de benzinemotor
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij u hebt of laat deze in de auto.
2. Controleer of de parkeerrem goed is geactiveerd.
3. Automatische transmissie - Zet de
selectiehendel in stand P. Trap het
rempedaal volledig in.
De motor kan ook worden gestart met de selectiehendel in stand N.
4. Druk de toets Engine Start/Stop in.
Hij dient gestart te worden zonder het
gaspedaal in te trappen.
5. Breng de motor niet op bedrijfstemperatuur door hem
stationair te laten draaien. Ga rijden
met gematigde motortoerentallen.
(Vermijd krachtig accelereren endecelereren.)
WAARSCHUWING
Draag altijd geschikte schoenen tijdens het rijden. Ongeschikte
schoenen (hoge hakken,
skischoenen, enz.) kunnen het
bedienen van het rempedaal, hetgaspedaal.
Start de auto niet terwijl het gaspedaal wordt ingetrapt. De
auto kan in beweging komen, wat
kan leiden tot een ongeval.
Wacht totdat het motortoerental normaal is. De auto kan
plotseling in beweging komen als
het rempedaal wordt losgelatenbij een hoog toerental.
Page 483 of 710

515
Rijden met uw auto
Zelfs als de Smart Key zich in de autobevindt, maar op enige afstand van u, zal de motor mogelijk niet aanslaan.
Wanneer de toets Engine Start/Stop in stand ACC of daarboven staat,
controleert het systeem of de Smart
Key aanwezig is wanneer een van de
portieren geopend wordt. Als de Smart
Key zich niet in de auto bevindt, gaathet controlelampje “”
branden en
verschijnt op het instrumentenpaneel
en het LCD-display de melding "Smart
Key niet in auto" (of "Key not in
vehicle"). En wanneer alle portieren
gesloten worden, zal de zoemer 5
seconden klinken. Het controlelampje
of de waarschuwing dooft wanneer de
auto rijdt. Zorg dat u altijd de Smart
Key bij u hebt.
OPMERKING
Probeer de selectiehendel niet in
stand P te zetten wanneer de motor tijdens het rijden afslaat. Als de verkeersomstandigheden hettoelaten kunt u de selectiehendel in
stand N (vrijstand) zetten terwijl deauto nog rijdt en vervolgens de toets Engine Start/Stop indrukkenom te proberen de motor opnieuw
te starten.WAARSCHUWING
De motor zal alleen aanslaan
wanneer de Smart Key zich in de
auto bevindt. Laat kinderen of anderen die niet
vertrouwd zijn met de auto nooit de
toets Engine Start/Stop of
aanverwante onderdelen aanraken.