Page 92 of 272

Airbags
90
AIRBAGS
De airbags zijn speciaal ontworpen
voor een betere veiligheid van de
inzittenden bij ernstige aanrijdingen:
ze vormen een aanvulling op de
werking van de veiligheidsgordels met
gordelkrachtbegrenzers. De elektronische schoksensoren
registreren in dat geval de frontale en
zijdelingse aanrijdingen waaraan de
registratiezones voor een aanrijding
worden blootgesteld:
- bij een ernstige aanrijding worden
de airbags onmiddellijk opgeblazen
en zorgen voor een betere
bescherming van de inzittenden
van de auto. Direct na de aanrijding
ontsnapt het gas zodat noch het
zicht, noch het eventueel verlaten
van de auto door de inzittenden
wordt belemmerd,
- bij een minder ernstige aanrijding
of een aanrijding van achteren,
en in bepaalde gevallen waarin
de auto over de kop slaat, treden
de airbags niet in werking. De
veiligheidsgordels zorgen in deze
situaties voor uw bescherming.
De kracht van de aanrijding is
afhankelijk van het soort obstakel
en de snelheid van de auto op dat
moment.
Page 123 of 272

Sneeuwscherm
121
SNEL WEER OP WE
G
7
AFNEEMBAAR
SNEEUWSCHERM
Afhankelijk van het land van
bestemming wordt het afneembare
sneeuwscherm op het onderste
gedeelte van de voorbumper geplaatst
om een opeenhoping van sneeuw bij
de koelventilateur van de radiateur te
voorkomen.
Vergeet niet het sneeuwscherm te
verwijderen als de buitentemperatuur
hoger is dan 10°C (en er geen kans
op sneeuw meer is) of als de auto een
aanhanger trekt.
PLAATSEN
VERWIJDEREN
- Steek een schroevendraaier in de
opening ter hoogte van de clips.
- Wip de vier clips B
één voor één
los.
- Breng het afneembare
sneeuwscherm aan in de richting van
de centreerstift A
op de voorbumper.
- Zet het scherm vast door de vier
hoeken aan te drukken ter hoogte
van de clips B
.
6. MONTEREN VAN HET
GEREPAREERDE WIEL
Het wiel dient op dezelfde manier te
worden gemonteerd als bij stap 5. Vergeet
bovendien niet de sierdop te monteren.
Zie in de rubriek 8 het gedeelte
"Identifi catie" voor de plaats van de
sticker met informatie over de banden.
Zie in de rubriek 2 het
gedeelte "Cockpit", hoofdstuk
"Bandenspanningsdetectie" voor
aanbevelingen na het vervangen van
een wiel met bandenspanningssensor.
Het noodreservewiel is niet
geschikt voor het afl eggen van
lange afstanden. Laat zo snel
mogelijk het aanhaalmoment van de
wielbouten en de bandenspanning
van het noodreservewiel controleren
door het CITROËN-netwerk of
een gekwalifi ceerde werkplaats.
Laat bovendien de lekke band zo
spoedig mogelijk repareren en het
oorspronkelijke wiel in de plaats
van het reservewiel monteren
door het CITROËN-netwerk of een
gekwalifi ceerde werkplaats.
Page 131 of 272
Zekering vervangen
129
7
ZEKERINGEN DASHBOARD
Kantel het deksel om bij de zekeringen
te komen. Zekering
F
Ampère
A
Functies
1 15 Ruitenwisser achter
2 - Vrij
3 5 Airbags
4 10 Airconditioning, diagnoseaansluiting, bediening
buitenspiegel, hoogteverstelling koplampen
5 30 Ruitbediening
6 30 Sloten
7 5 Plafonnier achter, kaartleeslamp vóór, dakconsole
8 20 Autoradio, display, waarschuwing lage
bandenspanning, alarm en sirene
9 30 12V-aansluiting voor en achter
10 15 Middenkolom
11 15 Contactslot (zwakstroom)
12 15 Regen- en lichtsensor, airbags
13 5 Instrumentenpaneel
14 15 Parkeerhulp, bediening automatische airconditioning,
handsfree set
15 30 Sloten
16 - Vrij
17 40 Achterruit-/spiegelverwarming
Page 133 of 272
Zekering vervangen
131
7
ZEKERINGEN IN DE
MOTORRUIMTE
Maak, na het openen van de motorkap,
de klemmen los en kantel de kast om
bij de zekeringen te komen. Zekering
F
Ampère
A
Functies
1 20 Motormanagementcomputer
2 15 Claxon
3 10 Ruitensproeierpomp voor en achter
4 20 Koplampsproeierpomp of LED
5 15 Motorcomponenten
6 10 Hoeksensor stuurwiel, ESC
7 10 Remlichtschakelaar en schakelaar koppelingspedaal
8 25 Startmotor
9 10 Motor koplamphoogteverstelling, module
wagenparkbeheer
10 30 Motorcomponenten
11 40 Vrij
12 30 Ruitenwisser
13 40 BSI
14 30 Pomp
15 10 Grootlicht rechts
16 10 Grootlicht links
17 15 Dimlicht rechts
18 15 Dimlicht links
Page 266 of 272
28
ZEKERINGEN
De zekeringkast bevindt zich in het
onderste deel van het dashboard (aan
de linkerzijde).
In de tabellen staan alleen de
nummers van de zekeringen vermeld
die de gebruiker kan vervangen.
Raadpleeg voor alle andere
werkzaamheden het netwerk van
de fabrikant of een gekwalificeerde
werkplaats.
Zekering
Ampère
Functies
1 15 A Ruitenwisser achter.
3 5 A Airbags.
4 10 A Diagnoseaansluiting, buitenspiegelverstelling,
koplampverstelling.
5 30 A Ruitbediening.
6 30 A Slot van de achterdeuren.
7 5 A Plafonnier achter, dakconsole, dashboardkastje.
8 20 A Autoradio, display, alarm en sirene.
11 15 A Contactslot.
12 15 A Bedieningspaneel airconditioning, afstandssensoren
voor en achter.
13 5 A Instrumentenpaneel.
14 15 A Regen-/lichtsensor, airbags.
15 5 A Overige sloten.
17 40 A Achterruit- en buitenspiegelverwarming.