
168Verzorging van de autoVoorzichtig
Het bandenspanningscontrole‐
systeem waarschuwt alleen bij
een te lage bandenspanning en
treedt niet in de plaats van regulier onderhoud van de banden door de bestuurder.
Alle wielen moeten zijn voorzien van
een druksensor en de banden moe‐
ten de voorgeschreven bandenspan‐
ning hebben.
Let op
In landen waar het bandenspan‐
ningscontrolesysteem wettelijk ver‐
eist is, wordt de typegoedkeuring
van het voertuig bij het gebruik van
wielen zonder druksensoren nietig.
De sensoren van het TPMS controle‐ ren de spanningswaarden van de
banden en verzenden de meetwaar‐
den naar een ontvanger in de auto.
Bandenspanningswaarden op
display U kunt de actuele bandenspannings‐
waarden bekijken op het Driver Infor‐
mation Center 3 89.
Druk bij een stilstaande auto meer‐
dere malen op de knop op het uit‐
einde van de wisserhendel totdat het
menu Bandenspanningswaarden
verschijnt.
Bandenspanning te laag
Een te lage bandenspanning wordt
aangegeven door het oplichten van
controlelamp w 3 87 en een bijbeho‐
rend bericht op het Driver Information Center.
Als w oplicht, stop dan bij de eerst‐
volgende gelegenheid en breng de banden op de aanbevolen spannings‐
waarden 3 210.
Na het op spanning brengen moet u
wellicht een stukje rijden om de ban‐
denspanningswaarden op het Driver
Information Center bij te werken.
Hierbij kan w oplichten.

Verzorging van de auto185
OnderstelSommige delen van de bodemplaat
zijn voorzien van een beschermende
pvc-laag, terwijl er op andere delen
een duurzame beschermende was‐
laag is aangebracht.
De bodemplaat na het schoonspuiten
controleren en zo nodig een nieuwe
waslaag laten aanbrengen.
Bitumineuze/rubber materialen kun‐
nen de pvc-laag aantasten. Werk‐
zaamheden aan de bodemplaat door
een werkplaats laten uitvoeren.
De bodemplaat vóór en ná de winter
schoonspuiten en daarna de be‐
schermende waslaag laten controle‐
ren.
Trekhaak Kogelstang niet met een stoom- ofhogedrukreiniger reinigen.Verzorging interieur
Interieur en bekleding Interieur van de auto inclusief instru‐
mentenpaneel en bekleding alleen
met een droge doek of interieurreini‐
ger schoonmaken.
Reinig lederen bekleding met zuiver
water en een zachte doek. Gebruik
een reinigingsmiddel voor leder als
de bekleding erg vuil is.
De instrumentengroep en de displays
alleen met een vochtige doek reini‐
gen. Gebruik zo nodig water en milde
zeep.
Stoffen bekleding met een stofzuiger
en een borstel reinigen. Vlekken met een bekledingreiniger verwijderen.
Het weefsel van de stof is wellicht niet kleurvast. Dit kan zichtbare verkleu‐
ringen veroorzaken, met name op lichtgekleurde bekleding. Reinig ver‐
wijderbare vlekken en verkleuringen
zo spoedig mogelijk.
Veiligheidsgordels met lauw water of
een interieurreiniger schoonmaken.Voorzichtig
Klittenbandsluitingen sluiten om‐
dat geopende klittenbandsluitin‐
gen schade aan de stoelbekleding kunnen toebrengen.
Hetzelfde geldt voor kledingstuk‐
ken met scherpe voorwerpen
zoals ritssluitingen, riemen of spij‐ kerbroeken met metalen accen‐
ten.
Kunststof en rubber onderdelen
Kunststof en rubberen onderdelen
mogen met dezelfde middelen wor‐
den gereinigd als de carrosserie. Zo nodig een interieurreiniger gebruiken.
Geen andere middelen gebruiken.
Vooral geen oplosmiddelen of brand‐ stof. Niet schoonmaken met hoge‐
drukreinigers.

186Service en onderhoudService en onderhoudAlgemene informatie..................186
Aanbevolen vloeistoffen, smeer‐
middelen en onderdelen ............188Algemene informatie
Service-informatie
Het is voor de bedrijfs- en verkeers‐
veiligheid en voor het behoud van de waarde van uw auto belangrijk dat
alle servicewerkzaamheden met de
voorgeschreven intervallen worden
uitgevoerd.
Het uitgebreide bijgewerkte service‐
schema voor uw auto is beschikbaar
in de werkplaats.
Servicedisplay 3 81.
Motoraanduiding 3 191.
Europese service-intervallen - uitgezonderd Bus
Onderhoud van uw auto is nodig om de 40.000 km of na 2 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Bij een zwaardere belasting, bijv. bij
taxi's en politievoertuigen, geldt wel‐
licht een korter onderhoudsinterval.Europese service-intervallen -
alleen Bus Onderhoud van uw auto is nodig omde 30.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
De Europese service-intervallen gel‐ den voor de volgende landen:
Andorra, België, Denemarken, Duits‐
land, Estland, Finland, Frankrijk,
Griekenland, Hongarije, Ierland, IJs‐
land, Italië, Kroatië, Letland, Liech‐
tenstein, Litouwen, Luxemburg, Ne‐
derland, Noorwegen, Oostenrijk, Po‐ len, Portugal, Slovenië, Slowakije,
Spanje, Tsjechische Republiek, Ver‐
enigd Koninkrijk, Zweden, Zwitser‐
land.

Service en onderhoud187
Internationale service-
intervallen
Israël:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 40.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij anders aangegeven op het service-
display.
Roemenië, Bulgarije:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 30.000 km of na 2 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Australië:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 30.000 km of na 2 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.Turkije:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 20.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Rusland, Oekraïne, Belarus,
Kazachstan:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 15.000 km of na 1 jaar, afhankelijk
van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Internationaal:
Onderhoud van uw auto is nodig om
de 15.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Tot de andere landen behoren:
Albanië, Bosnië-Herzegovina, Cy‐
prus, Kosovo, Macedonië, Malta,
Montenegro, Nieuw-Zeeland, Servië,
Singapore.Internationaal +:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 10.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Tot de + landen behoren: Moldavië.
Internationaal ++:
Onderhoud van uw auto is nodig om de 8.000 km of na 1 jaar, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet, tenzij
anders aangegeven op het service-
display.
Tot de ++ landen behoren: Hong‐
kong.
Registraties
Uitgevoerde service wordt geregi‐
streerd op de daarvoor bestemde
plaatsen in het Service- en garantie‐
boekje. De datum en afgelezen kilo‐
meterstand worden bevestigd met
stempel en handtekening van de uit‐
voerende werkplaats.

188Service en onderhoud
Zorg ervoor dat het Service- en ga‐
rantieboekje correct wordt ingevuld,
omdat een sluitend bewijs van ser‐
vice essentieel is bij aanspraken op
garantie of goodwill en tevens een
pluspunt is bij verkoop van de auto.
Servicedisplay De service-interval is gebaseerd op
diverse parameters afhankelijk van
het gebruik.
De Service-display, in het Driver In‐
formation Center, geeft de volgende
onderhoudsbeurt aan. De hulp van
een werkplaats inroepen.
Servicedisplay 3 81.
Peilsensor motorolie 3 80.Aanbevolen
vloeistoffen,
smeermiddelen en
onderdelen
Aanbevolen vloeistoffen
en smeermiddelen Gebruik alleen producten die voldoenaan de aanbevolen specificaties.Schade als gevolg van het gebruik
van producten die niet voldoen aan
deze specificaties, wordt niet gedekt
door de garantie.9 Waarschuwing
Bedrijfsvloeistoffen zijn gevaarlijk
en mogelijk giftig. Voorzichtig han‐ teren. Informatie op de verpakking in acht nemen.
Motorolie
Motorolie wordt ingedeeld op basis
van de kwaliteit en de viscositeit. Bij
de keuze van motorolie is kwaliteit be‐
langrijker dan viscositeit. Door de
oliekwaliteit blijft o.a. de motor
schoon, is de slijtage minimaal en
veroudert de olie minder snel. De vis‐
cositeit geeft informatie over de dikte
van de olie bij diverse temperaturen.
Dexos is de nieuwste kwaliteit motor‐ olie, en biedt optimale bescherming
voor dieselmotoren. Indien deze niet
voorhanden is, moet motorolie van
een andere gerenommeerde kwaliteit worden gebruikt.
Kies de juiste motorolie op basis van
zijn kwaliteit en de minimale omge‐
vingstemperatuur 3 193.
Motorolie bijvullen
Motoroliesoorten van verschillende
fabrikanten en merken kunnen wor‐
den gemengd zolang ze voldoen aan de vereiste motoroliecriteria kwaliteit
en viscositeit.
Het gebruik van motorolie met alleen
de kwaliteit ACEA A1/B1 of alleen
A5/B5 is verboden, omdat deze onder
bepaalde omstandigheden langdu‐
rige motorschade kan veroorzaken.

216
GGeautomatiseerde versnellingsbak .................16, 124
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen ........................... 91
Gereedschap ............................. 165
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................70
Geveerde stoel ............................. 41
Gloeilamp vervangen ................154
Gordels ......................................... 47
Gordelverklikker ........................... 84
Groothoekspiegel ...................34, 37
Grootlicht ............................... 89, 95
H Handbediende ruiten ...................35
Handgeschakelde modus ..........126
Handgeschakelde versnellingsbak .................16, 123
Handmatige dimfunctie ................34
Handmatig verstellen ...................32
Handrem .................................... 129
Handschoenenkastje ...................65
Handzender .................................. 19
Hellingrem ................................. 130
Hoofdsteunen .............................. 39
Hoofdsteunverstelling ....................8Hoogte van veringssysteem .......120
Hulpverwarming.......................... 108
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 57
Info-Displays ................................. 89
Inhouden ................................... 209
Inklapbare spiegels .....................33
Inleiding ......................................... 3
Instrumentengroep ......................78
Instrumentenverlichting .............162
Interieurverlichting ........................98
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........63
K Katalysator ................................. 123Kentekenverlichting ...................160
Keuzehendel ............................. 124
Kilometerteller .............................. 79
Kindersloten ................................. 25 Kinderveiligheids-systemen ..........56
Klimaatregeling ............................ 14
Klimaatregelsystemen ................101
Klok .............................................. 76
Knoppen op stuurkolom ...............74
Koeling handschoenenkastje ....113
Koelvloeistof .............................. 148
Koelvloeistof en antivries ............188Koelvloeistoftemperatuur .............87
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...80
Koelvloeistofverwarming............. 108
Kogelstang.................................. 143
Koplampinstelling in het buitenland ................................ 95
Koplampverstelling ......................95
Krik ............................................. 165
L Laadsysteem ............................... 85
Lampenkappen, beslagen ............97
Leeslampen ................................. 99
Lekke band ......................... 172, 175
Lichtschakelaar ............................ 94
Lichtsignaal .................................. 95
Luchtinlaat ................................. 113
Luchtvering ................................ 120
Luchtveringssysteem ..................182
M Meldingen ..................................... 90
Meters........................................... 78
Mistachterlicht ........................ 89, 94
Mistachterlichten .......................... 97
Mistlamp ...................................... 89
Mistlampen ..................... 94, 97, 157
Mistlampen voor .......................... 97
Modus ECO ................................ 114
Motoraanduiding .........................191

217
Motorgegevens .......................... 194
Motor-ID...................................... 192
Motorkap .................................... 147
Motorolie .................... 147, 188, 193
Motorolieadditieven ....................188
Motoroliedruk ............................... 88
Motorolieviscositeitsindexen .......188
Motor starten ................16, 116, 124
N
Nieuwe auto inrijden ..................115
Nooduitgang ................................. 38
O
Obstakeldetectiesystemen .........136
Octaangetal ................................ 194
Olie ............................................. 147
Oliedruk ........................................ 88
Olie, motor .......................... 188, 193
Oliepeil.......................................... 80
Ontlaadbeveiliging accu ............100
Ontwasemen en ontdooien ..........14
Opbergruimte................................ 64
Opbergruimte onder achterbank ..66
Opbergruimte plafond ..................67
Opbergruimte voor ....................... 65
Opbergvakken .............................. 64
Opbergvakken instrumentenpaneel .................64
Opbergvak onder passagiersstoel 66Opschakelen................................. 86
Opwarmen van de turbomotor ....116
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P
Panne ......................................... 182
Panoramadak .............................. 38
Parkeerhulp ............................... 136
Parkeerrem - zie Handrem .........129
Parkeertickethouder .....................37
Parkeren .............................. 17, 120
Park pilot met ultrasoonsensoren 136
Partikelfilter ................................. 122
Peilsensor motorolie .....................80
Plafondconsole ............................ 66
Pollenfilter .................................. 113
Portieren ....................................... 26
Portier open ................................. 89
Portiersloten ................................. 20
Portiervergrendelknoppen ............21
Profieldiepte ............................... 170
PTO (krachtafnemer) ..................143
R Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 213
Regeling stationair toerental .......117
Regensensor ................................ 74
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 212Remassistentie .......................... 130
Remmen ............................ 128, 151
Remsysteem ................................ 86
Remvloeistof ...................... 151, 188
Reservewiel ............................... 177
Richtingaanwijzer ........................84
Richtingaanwijzers ....................... 96
Richtingaanwijzers vooraan ......157
Roetfilter .................................... 122
Ruiten ........................................... 35
Rijgedrag en aanhangertips ......142
Rijhoogte .................................... 120
Rijregelsystemen ........................130
Rijverlichting .......................... 12, 88
S
Schakel motor uit ..........................86
Schuifdeur ................................... 26
Service ............................... 113, 186
Service-display ......................81, 85
Service-indicatie .......................... 85
Service-informatie ...................... 186
Sjorogen ...................................... 67
Sleepoog .................................... 182
Sleutels ........................................ 19
Sleutels, sloten ............................. 19
Sneeuwkettingen .......................171
Snelheidsbegrenzer .............78, 136
Snelheidsmeter ............................ 78
Spiegels .................................. 32, 34

218
Spiegelverstelling ..........................8
Sproeiervloeistof ........................150
Startbeveiliging ............................ 32
Starten en bedienen ...................115
Starthulp gebruiken ...................179
Stoelpositie .................................. 40
Stoelverstelling ........................7, 41
Stoelverwarming ........................... 44
Stop/Start-systeem ...............16, 117
Stop-startsysteem......................... 88
Storing ....................................... 127
Storingsindicatielamp ..................85
Stroomonderbreking ..................128
Sturen ......................................... 115
Stuurbedieningsknoppen .............73
Stuurbekrachtigingsvloeistof ......149
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 73
Symbolen ....................................... 4
T Tachograaf ............................. 89, 93
Tanken ....................................... 140
Technische gegevens ................194
Te laag brandstofpeil ...................88
Toerenteller ................................. 79
Top-Tether-bevestigingsogen ......63
Traction Control .........................130
Trekhaak .................................... 143
Trekken....................................... 142Trekken van een aanhanger ......142
Trekstang.................................... 142
Tripcomputer ............................... 91
Triple-Info-Display .......................90
Typeplaatje ................................ 191
U Uitlaatgassen .............................. 122
Uitrol-brandstofafsluiter .............117
Uitstapverlichting .......................100
Uittrekbare handrem ...................129
Uw autogegevens ..........................3
V
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 170
Vaste luchtroosters ....................113
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................47
Veiligheidsnet .............................. 70
Velgen en banden .....................166
Ventilatie ..................................... 101
Ventilatieopeningen ....................112
Verbanddoos ............................... 70
Vergrendelingssysteem ...............30
Verlichting ..................................... 94
Verlichtingsfuncties..................... 100
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ........81, 124
Verstelbare luchtroosters ........... 112Verwarmbare achterruit ................14
Verwarmbare buitenspiegels ........14
Verwarmde spiegels ....................33
Verwarming ................................. 44
Verwarming achterin .................. 106
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 101
Verwerking van sloopauto .........146
Verzorging .................................. 183
Verzorging exterieur ..................183
Verzorging interieur ...................185
Voertuiggewicht .........................196
Voertuigidentificatienummer ......190
Voordat u wegrijdt ........................ 16
Voorruit ......................................... 35
Voorstoelen .................................. 40
Voorverwarmen .......................... 116
Voorverwarming .......................... 87
W
Waarschuwingslampen ................78
Werkzaamheden uitvoeren .......146
Wieldophaak ............................... 165
Wieldoppen ................................ 171
Wielsleutel .................................. 165
Wiel verwisselen ........................175
Winterbanden ............................ 166
Wis-/wasinstallatie .......................14
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........74
Wisserblad vervangen ...............153