Page 205 of 352
8
203
Praktische informatie
508_nl_Chap08_info pratiques_ed01-2014
Zekering N°Ampère (A)Functies
F315 Paneel ruitbediening in bestuurdersportier, 12V-aansluiting achterzitplaatsen.
F415 12V-aansluiting bagageruimte.
F530 Elektrisch bedienbare ruiten achter met eentrapsbediening.
F630 Elektrisch bedienbare ruiten vóór met eentrapsbediening.
F1120 Servicecentrale trekhaakaansluiting.
F1220 Audioversterker.
F1520 Blinderingspaneel panoramadak (SW).
F165 Paneel ruitbediening in bestuurdersportier.
Zekeringen achter het
dashboardkastje
Page 229 of 352

9
227
Onderhoud
Koelvloeistofniveau
Het koelvloeistofniveau dient zich zo dicht mogelijk bij het merkteken "MA XI" te bevinden, maar mag beslist niet hoger zijn.
Wacht bovendien alvorens werkzaamheden aan het koelsysteem uit te voeren ten minste 1 uur nadat de motor gedraaid heeft, omdat het koelsysteem onder druk staat. Draai om brandwonden te voorkomen de dop eerst 2 omwentelingen los om de druk te laten dalen. Ver wijder, als de druk eenmaal gedaald is, de dop en vul koelvloeistof bij.
Koelvloeistof verversen De koelvloeistof behoeft niet te worden ver verst.
Type koelvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven koelvloeistof.
Type ruiten- en koplampsproeiervloeistof
Voor een optimale reiniging en om het bevriezen van de sproeiers te voorkomen is het (bij)vullen van het reservoir met water niet
toegestaan.
Niveau ruiten- en koplampsproeiervloeistof
Wanneer uw auto is voorzien van koplampsproeiers, wordt een te laag vloeistofniveau van de ruiten- en koplampsproeiers aangegeven door een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel. De koelventilator kan ook nog gaan draaien nadat de motor is afgezet: houd daarom voor werpen en kleding uit de buur t van de ventilator.
Vermijd langdurig huidcontact met afgewerkte olie en andere vloeistoffen.
De meeste van deze vloeistoffen zijn bijtend en schadelijk voor de gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere vloeistoffen niet in het riool, in het water of op de grond. Deponeer afgewerkte olie in de daarvoor bestemde containers bij het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Afgewerkte producten
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Niveau brandstofadditief
(diesel met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aangegeven door het verklikkerlampje Service in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel. Als de motor warm is, wordt de temperatuur van de koelvloeistof geregeld door de koelventilator.
Vul bij de eerstvolgende gelegenheid het reservoir bij.
Page 233 of 352

9
231
Onderhoud
Actieradiusindicator AdBlue®
Als het AdBlue®-reservoir volledig is gevuld, bedraagt de actieradius ongeveer 20.000 km.
Om aan de normen voor de uitstoot van schadelijke stoffen te voldoen, moet u de waarschuwingsmeldingen nauwgezet opvolgen. Rijd nooit door tot het additief AdBlue ® volledig op is. ® volledig op is. ®
In dat geval start de motor van uw auto na het afzetten van het contact niet meer zolang er geen additief AdBlue ® is bijgevuld. ® is bijgevuld. ®
Als dit verklikkerlampje gaat branden, is de actieradius met de resterende voorraad additief AdBlue® kleiner dan ® kleiner dan ®
2400 km. Zorg ervoor dat het AdBlue®-
reservoir zo snel mogelijk wordt (bij)gevuld. Zie de rubriek "Bijvullen van het AdBlue®-reservoir".
Bij een actieradius tussen 2.400 km en 600 km gaat het verklikkerlampje elke keer dat de auto wordt gestart branden in combinatie met een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.
Bij een actieradius tussen 600 km en 0 km knippert het verklikkerlampje in combinatie met het verklikkerlampje SERVICE en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.
Bij een actieradius van 0 km kan de motor niet worden gestart zolang niet minimaal 3,8 liter van het additief AdBlue ® wordt bijgevuld ® wordt bijgevuld ®
(goed voor een actieradius met het additief AdBlue ® van ® van ®
ongeveer 5000 km).
U kunt de resterende actieradius bekijken door op deze knop van het instrumentenpaneel te drukken (indien aanwezig).