Page 455 of 670
Kenmerken van uw auto
12
4
OPMERKING
De afstandsbediening of Smart
Key is ontworpen voor jarenlang
probleemloos gebruik. Doorvocht of statische elektriciteit kande afstandsbediening echter defect raken. Bij vragen over het
gebruik van deafstandsbediening of over het vervangen van de batterij,
adviseren we u contact op tenemen met een officiëleHYUNDAI-dealer.
Door het gebruik van een verkeerde batterij kan de
afstandsbediening of Smart Key niet goed werken. Gebruik altijdde juiste batterij.
Laat de afstandsbediening of Smart Key om beschadiging te
voorkomen niet vallen en stelhem niet bloot aan vocht, hitte ofzonlicht.
OPMERKING
Een onjuist afgevoerde batterij kanschadelijk zijn voor het milieu en
voor uw gezondheid.
Zorg ervoor dat de batterij volgensde wettelijke voorschriften wordtafgevoerd.
Page 456 of 670
413
Kenmerken van uw auto
Werking van de Smart Key
1. Portieren vergrendelen
2. Portieren ontgrendelen
3. Achterklep openenMet de Smart Key kunt u de portieren en
achterklep ver- en ontgrendelen en zelfs
de motor starten zonder dat u de sleutel
ergens in hoeft te steken. De toetsen op
de Smart Key werken hetzelfde als die
van de afstandsbediening. Raadpleeg
"Portiervergrendeling met afstands
-bediening" in dit hoofdstuk.
Wanneer u de Smart Key bij u hebt, kunt
u de portieren (en de achterklep)
vergrendelen en ontgrendelen. U kunt
ook de motor starten. Meer informatie
hierover vindt u in de volgende
paragraaf.
SMART KEY (STATIONWAGON) (INDIEN VAN TOEPASSING)
ODM042006
ODMECO2030
Page 457 of 670
Kenmerken van uw auto
14
4
Vergrendelen
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij u
heeft.
2. Sluit alle portieren.
3. Druk op de toets van de portiergreep aan de buitenzijde.
4. De alarmknipperlichten zullen één keer knipperen. (De motorkap en
achterklep dienen gesloten te zijn.)
Daarnaast zullen de buitenspiegels
automatisch worden ingeklapt als de
schakelaar voor de inklapbare
buitenspiegels in stand AUTO staat
(indien aanwezig).
5. Controleer of de portieren gesloten zijn door aan de portiergreep aan de
buitenzijde trekken.✽✽ AANWIJZING
Page 458 of 670
415
Kenmerken van uw auto
Ontgrendelen van de achterklep
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij uheeft.
2. Druk de schakelaar op de handgreep van de achterklep in.
3. De achterklep zal worden ontgrendeld.
✽✽ AANWIJZING
Page 459 of 670
Kenmerken van uw auto
16
4
Vergrendeling/ontgrendeling van
de portieren in een noodsituatie
Als de Smart Key niet normaal werkt,
kunnen de portieren met de mecha-
nische sleutel vergrendeld of
ontgrendeld worden. 1. Houd de sleutelontgrendelknop (1)
ingedrukt en verwijder de mecha-nische sleutel (2).
2. Steek de sleutel in de opening in de buitenportiergreep. Draai de sleutel in
de richting van de achterzijde van de
auto om het portier te ontgrendelen en
in de richting van de voorzijde om het
portier te vergrendelen.
3. Om de sleutel terug te plaatsen moet de sleutel in de opening worden
gestoken tot een klikgeluid hoorbaar is.
ODMECO2029
Page 460 of 670

417
Kenmerken van uw auto
Op auto's die zijn uitgerust met een
antidiefstalsysteem is een sticker
aangebracht met de volgende tekst:
1. WARNING (WAARSCHUWING)
2. SECURITY SYSTEM(VEILIGHEIDSSYSTEEM) Dit systeem is ontworpen om inbraak in
de auto te voorkomen. Het systeem heeft
drie standen: in de eerste is het alarm
ingeschakeld, in de tweede stand klinkt
het alarm en in de derde stand is het
alarm uitgeschakeld. Als het systeem
wordt geactiveerd, klinkt er een alarm en
knipperen de alarmknipperlichten. Alarm ingeschakeld
Met de Smart Key
Parkeer de auto en zet de motor uit.
Schakel het alarm in zoals hieronder
beschreven is.
1. Zet de motor uit.
2. Controleer of alle portieren, de
motorkap en de achterklep goed gesloten zijn.
3. van de portiergreep aan de
buitenzijde van het voorportier in te
drukken met de Smart Key in uwbezit.
Na het voltooien van bovenstaandestappen knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal om aan
te geven dat het alarm is
ingeschakeld.
Als de achterklep of de motorkap
open is, werken de
alarmknipperlichten niet en wordt hetantidiefstalsysteem niet
ingeschakeld.
Als hierna de achterklep en de
motorkap zijn gesloten, knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal.
ANTIDIEFSTALSYSTEEM (INDIEN VAN TOEPASSING)Antidiefstal
systeem
ingescha
-keld
Alarm
geacti-veerd
Alarm
uitgescha-keld
OJC040170
Page 461 of 670

Kenmerken van uw auto
18
4
vergrendeltoets van de Smart Key te
drukken.
Na het voltooien van bovenstaandestappen knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal om aan
te geven dat het alarm is
ingeschakeld.
Als een portier, de achterklep of de
motorkap is geopend, werken de
alarmknipperlichten niet en wordt hetantidiefstalsysteem niet
ingeschakeld. Als vervolgens alle
portieren, de achterklep en de
motorkap gesloten zijn, zullen de
alarmknipperlichten eenmaalknipperen.Met de afstandsbediening
Parkeer de auto en zet de motor uit.
Schakel het alarm in zoals hieronder
beschreven is.
1. Zet de motor uit en verwijder de contactsleutel uit het contactslot.
2. Controleer of alle portieren, de motorkap en de achterklep goed gesloten zijn.
3. Vergrendel de portieren door op de vergrendeltoets van de
afstandsbediening te drukken.
Na het voltooien van bovenstaande stappen knipperen de
alarmknipperlichten eenmaal om aan
te geven dat het alarm is ingeschakeld.
Als een portier, de achterklep of de motorkap is geopend, werken de
alarmknipperlichten niet en wordt het
antidiefstalsysteem niet ingeschakeld.
Als vervolgens alle portieren, de
achterklep en de motorkap gesloten
zijn, zullen de alarmknipperlichteneenmaal knipperen.
Schakel het alarm pas in als alle
passagiers de auto verlaten hebben.
Als het alarm wordt ingeschakeldterwijl er nog iemand in de auto zit,
wordt het alarm geactiveerd als
diegene de auto verlaat. Als binnen
30 seconden na het inschakelen van
het alarm een portier, de achterklep
of de motorkap wordt geopend,
wordt het systeem uitgeschakeld
om onnodig activeren van het alarm
te voorkomen.
Page 462 of 670

419
Kenmerken van uw auto
Alarm geactiveerd
Het alarm wordt geactiveerd als een van
de volgende situaties zich voordoet
terwijl het alarm is ingeschakeld.
Een van de voor- of achterportierenwordt geopend zonder de afstands
-bediening of Smart Key.
De achterklep wordt zonder de afstandsbediening of de Smart Key geopend.
De motorkap wordt geopend.
Het alarm klinkt en de alarm
-knipperlichten knipperen gedurende 27
seconden, tenzij het systeem wordt
uitgeschakeld. Het alarm kan worden
uitgeschakeld door de portieren te
ontgrendelen met de afstandsbediening
of Smart Key. Alarm uitgeschakeld
Het systeem wordt in de volgende
situaties uitgeschakeld:
Afstandsbediening
- De toets voor portier ontgrendelen
wordt ingedrukt.
- De motor wordt gestart.
- Het contact staat gedurende ten minste 30 seconden in stand ON.
Smart Key
- De toets voor portier ontgrendelenwordt ingedrukt.
- De toets van het voorportier wordt ingedrukt terwijl u de Smart Key bij u heeft.
- De motor wordt gestart.
- De toets ENGINE START/STOP staat in stand ON.
Nadat de portieren zijn ontgrendeld,
knipperen de alarmknipperlichten
tweemaal om aan te geven dat het alarm
is uitgeschakeld.
Als er op de ontgrendeltoets van de
afstandsbediening wordt gedrukt en er
binnen 30 seconden geen portier (of
achterklep) wordt geopend, wordt het
alarm weer ingeschakeld.
✽✽ AANWIJZING