Page 427 of 670
4175
Kenmerken van uw auto
Opbergvak middenconsole
Druk de hendel in en til het deksel
omhoog om het opbergvak in demiddenconsole te openen.Dashboardkastje
De klep van het dashboardkastje kan
met een sleutel vergrendeld en
ontgrendeld worden (1).
Druk om het dashboardkastje te openen op de knop (2) en het dashboardkastjegaat automatisch open (3).
Sluit het dashboardkastje na gebruik.
OPBERGVAK
WAARSCHUWING - Brandbare materialen
Bewaar geen aanstekers of andere
brandbare of explosieve materialen
in de auto. Deze kunnen ontploffen
of vlam vatten wanneer de auto
gedurende lange tijd blootgesteld
staat aan hoge temperaturen.
OPMERKING
Laat geen waardevolle spullen achter in de opbergvakken, om
diefstal te voorkomen.
Houd de deksels van de opbergvakken tijdens het rijdengesloten. Plaats niet te veel
voorwerpen in de opbergvakken om te voorkomen dat de dekselsniet gesloten kunnen worden.
ODMECO2033
ODMECO2032
■ Type A
■Type BODM042304
Page 428 of 670
Kenmerken van uw auto
176
4
Koelbox (indien van toepassing)
U kunt blikjes frisdrank en andere zaken
koelen in het dashboardkastje.
1. Schakel de airconditioning in.
2. Schuif het hendeltje (1) van de
uitstroomopening in het dashboard- kastje in de stand open.
3. Sluit de uitstroomopening met het hendeltje (1) als de koelbox niet wordt
gebruikt.
✽✽ AANWIJZING
Als voorwerpen in de koelbox de
ventilatie blokkeren, wordt de efficiëntievan het koelen van de koelboxverminderd.
WAARSCHUWING
Leg geen bederfelijke etenswaren
in de koelbox, want deze kan
mogelijk niet de vereiste lagetemperatuur behouden die
noodzakelijk is om deze
etenswaren vers te houden.WAARSCHUWING
Houd het dashboardkastje tijdens
het rijden altijd gesloten om de
kans op letsel in geval van eenaanrijding of bij plotseling remmente verminderen.
OPMERKING
Bewaar geen etenswaren gedurende langere tijd in het
dashboardkastje.
ODM042306
Page 448 of 670

45
Kenmerken van uw auto
Noteer het sleutelnummerHet sleutelcodenummer is ingeprent in hetmetalen plaatje met
barcode bevestigd aan
de sleutelbos. Als u uw
sleutels verloren bent, adviseren we ucontact op te nemen met een officiële
HYUNDAI-dealer. Verwijder het metalen
plaatje met barcode en berg deze veilig
op. Maak tevens een aantekening van
het sleutelcodenummer en berg deze op
een veilige plaats op maar niet in uw
voertuig. Sleutelfuncties
Wordt gebruikt om de motor te starten.
Wordt gebruikt om de portieren te
vergrendelen en ontgrendelen.
Wordt gebruikt om het dashboardkastje te vergrendelen en
ontgrendelen.
SLEUTELS
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend een originele
HYUNDAI-contactsleutel in uw
auto. Als er een imitatiesleutel
wordt gebruikt, kan het gebeurendat het contactslot na het aanslaan
van de motor niet van stand START
naar stand ON terugkeert. Hierdoor
blijft de startmotor continu draaien
en kan er schade ontstaan aan de
startmotor. Tevens kan er brand
ontstaan als gevolg van over
-verhitting in de bedrading.
WAARSCHUWING - Contactsleutel
Kinderen alleen achterlaten in de auto met de contactsleutel is
gevaarlijk, zelfs als de contact
-sleutel niet in het contact steekt.
Kinderen doen graag volwassenenna en zouden de sleutel in het
contactslot kunnen steken. Met de
contactsleutel is het mogelijk voor
kinderen om de elektrischbedienbare ruiten te openen of
andere bedieningsorganen in
werking te stellen. Het is zelfs
mogelijk dat ze de motor starten,
zaken waarvan ernstig lichamelijk
letsel het gevolg kan zijn. Laat
kinderen nooit zonder toezicht
achter met de contactsleutels in deauto.
Page 501 of 670

Kenmerken van uw auto
58
4
Bediening instrumentenpaneel
Regelen dashboardverlichting
(indien van toepassing)
De intensiteit van de
dashboardverlichting kan worden
veranderd door de regelknop naar rechts
of links te bewegen als het contact of de
toets ENGINE START/STOP in de stand
ON staat of als de verlichting is
ingeschakeld. Er zijn 20 standen voor de
lichtintensiteit: 1 (MIN) ~ 20 (MAX)
Wanneer u de regelknop van de dashboardverlichting naar rechts (+) of
naar links (-) gedraaid houdt, wordt de
lichtintensiteit traploos geregeld.
Als de lichtintensiteit het maximale of minimale niveau bereikt, klinkt eengeluidssignaal. Bediening LCD-display
De instellingen van het LCD-display
kunnen worden gewijzigd met debedieningstoetsen op het stuurwiel.
(1) : Toets MODE voor het selecteren
van modi
(2) : Toets MOVE voor het selecteren van functies
(3) : Toets SELECT/RESET voor het instellen of resetten van de geselecteerde functie
❈ Zie "LCD-display" in dit hoofdstuk voorde LCD-modi.
ODM042056
ODM042224
ODMEDI2029/ODMEDI2029HO
■
Type A
■ Type B
ODMEDI2001■Type C
Page 573 of 670

Veiligheidssysteem van uw auto
6
3
Afstellen van voorstoel
- elektrisch
(indien van toepassing)
De voorstoel kan worden afgesteld met
de bedieningsschakelaar aan de
buitenzijde van de zitting. Stel voor het
rijden de stoel af in de juiste stand zodathet stuurwiel, de pedalen en de
schakelaars op het dashboard
gemakkelijk bediend kunnen worden.Voorwaartse/achterwaartse richting
1. Druk de knop naar voren of naar
achteren om de stoel in de gewenste
stand te zetten.
2. Laat de knop los zodra de zitting in de gewenste stand staat.
WAARSCHUWING
De elektrisch verstelbare stoelen
kunnen bediend worden met hetcontact in stand LOCK.
Laat kinderen daarom nooit alleen
achter in de auto.
OPMERKING
Elektrisch verstelbare stoelen worden aangedreven door
elektromotoren. Laat deschakelaar los als de stoel juistafgesteld is. Anders kunnen de elektrische onderdelen
beschadigd raken.
Het verstellen van de stoelen kost behoorlijk veel stroom. Beperkdaarom het verstellen van de
stoelen tot een minimum zolangde motor niet loopt.
Bedien niet meerdere schakelaars tegelijkertijd. Anderskunnen de elektromotoren of
andere elektrische onderdelenbeschadigd raken.
ODM032006
Page 619 of 670

Veiligheidssysteem van uw auto
52
3
Werking van airbagsysteem
De airbags kunnen alleen worden
geactiveerd als het contact in stand
ON of START staat.
De airbags worden bij zwaardere aanrijdingen van voren of opzij (indien
zijairbags en/of curtain airbags
aanwezig zijn) onmiddellijk
geactiveerd om de inzittenden te
beschermen tegen letsel.
✽✽ AANWIJZING- indien
uitgerust met
rolsensor
De airbags worden bij over de kop slaan (indien zijairbags of curtain airbagsaanwezig zijn) onmiddellijk geactiveerdom de inzittenden te beschermen tegenernstig letsel.
Er is geen bepaalde snelheid waarbij de airbags worden geactiveerd.
Of de airbags worden geactiveerd,
hangt voornamelijk af van de kracht en
de richting van de aanrijding. Deze
twee factoren bepalen of de sensoren
een elektronisch activeringssignaal
uitzenden. Of de airbags al dan niet opgeblazen
worden, is afhankelijk van een aantal
factoren, zoals de rijsnelheid, de hoek
van de aanrijding, de massa en de
stijfheid van de bij de aanrijding
betrokken auto's of objecten. Ook
andere factoren kunnen een rolspelen.
De airbags vóór worden direct volledig opgeblazen, waarna ze meteen weerleeglopen.
Het is vrijwel onmogelijk om tijdens
een ongeval waar te nemen dat de
airbags opgeblazen worden. Het is
aannemelijker dat u de leeggelopen
airbags na de aanrijding uit hetstuurwiel of het dashboard ziethangen. Om bij een zware aanrijding
bescherming te bieden, moeten de
airbags snel opgeblazen worden. De
snelheid waarmee de airbag
opgeblazen wordt is het gevolg van de
extreem korte tijd waarbinnen een
aanrijding plaatsvindt en de noodzaakom de airbag tussen de inzittende en
de delen van de auto te krijgen voordat
de inzittende in contact komt met delen
van de auto. De snelheid waarmee de
airbags worden opgeblazen, beperkt
de kans op ernstig letsel bij een zware
aanrijding en vormt daarom een
belangrijk deel van het ontwerp van de
airbags.
Het opblazen van een airbag kan
echter ook letsel zoals schaafwonden,
blauwe plekken en botbreuken, en
soms nog ernstiger letsel veroorzaken
omdat de snelheid waarmee de
airbags worden opgeblazen wordt tot
gevolg heeft dat de airbags met veel
kracht uitzetten.
Page 621 of 670

Veiligheidssysteem van uw auto
54
3
Plaats geen kinderzitje op de
voorpassagiersstoel als de airbag isgeactiveerd
Gebruik nooit een kinderzitje waarbij het kind met het gezicht naar achteren
gericht op de voorstoel zit. Als de airbag
wordt opgeblazen, oefent deze op een
dergelijk geplaatst kinderzitje een grote
kracht uit, waardoor het kind ernstigletsel kan oplopen.
Gebruik op de voorstoel ook geen
kinderzitje waarbij het kind met het
gezicht naar voren is gericht. Als de
airbag voorpassagier wordt geactiveerd,
zou dit ernstig letsel bij het kind kunnen
veroorzaken. Als uw auto is voorzien van een
ON/OFF-schakelaar voor de airbag
voorpassagier, kan de airbag van de
voorpassagier indien nodig worden in- of
uitgeschakeld.
Zie voor meer informatie pagina 3-61.
Waarschuwings- en
controlelampje airbag
Waarschuwingslampje AIRBAG
Het doel van het waarschuwingslampje
AIRBAG in het dashboard is om u te
waarschuwen voor een mogelijke storing
in de airbag - het aanvullend
veiligheidssysteem (SRS).
W7-147
WAARSCHUWING
Plaats nooit een kinderzitje dat tegen de rijrichting in moet
worden geplaatst op een stoel
waarvoor een airbag zit.
Gebruik nooit een kinderzitje op de voorstoel. Als de airbag
voorpassagier wordt geactiveerd,zou dit ernstig letsel kunnen
veroorzaken.
Als het kinderzitje op één van de buitenste zitplaatsen achter
wordt geplaatst bij uitvoeringen
met zijairbags, zorg er dan voor
dat het kinderzitje zo ver mogelijk
weg van het portier wordt
geplaatst en zet het goed vast.
Door het activeren van de
zijairbag of curtain airbag zou
deze ernstig letsel kunnen
veroorzaken.
1JBH3051
Page 623 of 670

Veiligheidssysteem van uw auto
56
3
Onderdelen aanvullend veiligheidssysteem en functies
De onderdelen van het aanvullend
veiligheidssysteem zijn:
1. Airbag bestuurder
2. Airbagsensoren vóór
3. Airbag voorpassagier*
4. Gordelspanners veiligheidsgordels*
5. Zijairbagsensoren*
6. Curtain airbags*
7. Zijairbags*
8. Airbagmodule (SRSCM)
/Koprolsensor*
9. Waarschuwingslampje AIRBAG 10. Controlelampje airbag voorpassagier
UIT (alleen airbag voorpassagier)*
11. ON/OFF-schakelaar airbag voorpassagier*
12. Knie-airbagmodule bestuurder*
*: indien van toepassing
De SRSCM controleert constant alle
componenten van het systeem als hetcontact in stand ON staat om te bepalen
of een frontale aanrijding of een aanrijding
van opzij zwaar genoeg is om de airbags
of de gordelspanners te activeren.
Het waarschuwingslampje air bag op het
dashboard brandt na het in stand ON
zetten van het contact gedurende 6
seconden en moet vervolgens uit gaan.OPMERKING
Als een defect optreedt in de AAN/UIT-schakelaar voor de airbag,
gaat het controlelampje airbagvoorpassagier UIT niet branden(Het controlelampje airbag voor
-passagier AAN gaat branden en gaat weer uit na ongeveer 60 s) enzal de airbag voor de voorpassagier
geactiveerd worden bij een frontaleaanrijding, ook al staat de AAN/UIT-schakelaar voor de airbag in de stand UIT.
Als dit gebeurt, adviseren we u deAAN/UIT-schakelaar voor devoorpassagiersairbag en het airbagsysteem te laten controlerendoor een officiële HYUNDAI-dealer.
ODM029200A
1010
1111
1212