
6
153./..
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Bevestiging kinderzitjes met veiligheidsgordel Conform de Europese wetgeving geeft dit overzicht de mogelijkheden weer met betrekking tot het bevestigen, met een veiligheidsgordel, van een
universeel gehomologeerd kinderzitje, gerangschikt naar gewicht van het kind en de plaats in de auto:
Gewicht van het kind en leeftijdsindicatie
PlaatsMinder dan 13 kg
(Categorie 0 (b)en 0+) To t o ngeveer 1 jaar
Van 9 tot 18 kg(Categorie 1)
Van 1 tot ongeveer 3 jaar
Van 15 tot 25 kg(Categorie 2) Van 3 tot ongeveer 6 jaar
Van 22 tot 36 kg(Categorie 3)
Van 6 tot ongeveer 10 jaar
Passagiersstoel vóór (c)met hoogteverstelling U (R)U (R)U (R)U (R)
Passagiersstoel vóór (c)zonder hoogteverstellingUUUU
Berline
Buitenste zitplaatsenachter UUUU
Middelste zitplaats achter XXXX
SW
Buitenste zitplaatsen
achter UUUU
Middelste zitplaats achter XXXX

154
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
a : universeel kinderzitje dat in alle auto's bevestigd kan worden met behulp van de veiligheidsgordel. b: categorie 0, vanaf de geboor te tot 10 kg. Reiswiegen en autobedjes mogen niet op de passagiersplaats voor worden vervoerd.
c: raadpleeg de huidige wetgeving in uw land alvorens een kinderzitje op deze plaats te bevestigen.U
: zitplaats geschikt voor de bevestiging van een universeel gehomologeerd kinderzitje met een veiligheidsgordel, zowel met de "rug in de rijrichting"als met het "gezicht in de rijrichting".U (R):als U, waarbij de stoel van de auto in de hoogste stand en zo ver mogelijk naar achteren moet staan. X:
zitplaats die niet geschikt is voor een kinderzitje voor de aangegeven gewichtscategorie.

6
155
!
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
De onjuiste bevestiging van een kinderzitje brengt de veiligheid van het kind in gevaar bijeen aanrijding.
Zorg er voor dat de veiligheidsgordels of hettuigje van het kinderzitje, zelfs bij kor te ritten, worden vastgemaakt waarbij de speling ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveelmogelijk moet worden beperkt.
Zorg er bij het bevestigen van hetkinderzitje met de veiligheidsgordel voor dat de veiligheidsgordel correct tegen hetkinderzitje is gespannen en dat de gordel hetkinderzitje stevig op zijn plaats houdt. Schuif de passagiersstoel, wanneer deze versteld kan worden, indien nodig naar voren.
Zorg er voor een optimale bevestigingvan het kinderzitje "met het gezicht in de rijrichting" voor dat de rugleuning van hetzitje tegen de rugleuning van de stoel van de auto aandrukt en dat de hoofdsteun geenbelemmering vormt. Als de hoofdsteun verwijderd moetworden, berg deze dan zorgvuldig op om te voorkomen dat de hoofdsteun door de autovliegt bij krachtig afremmen.
Adviezen voor kinderzitjes
Laat uit veiligheidsoverwegingen:- geen kinderen zonder toezicht achter in een auto,- nooit een kind of een dier in een autoachter wanneer alle ruiten gesloten zijn en de auto in de zon staat,
- de sleutels nooit binnen bereik van de kinderen achter in de auto.Gebruik de kindersloten om te voorkomendat de portieren en de portierruiten achter per ongeluk geopend worden. Zorg er voor dat de por tierruiten achter niet verder dan voor 1/3 deel geopend worden. Plaats zonneschermen om uw jonge kinderen tegen de zon te beschermen.
Kinderen jonger dan 10 jaar mogen nietmet het gezicht in de rijrichting op depassagiersstoel voor worden vervoerd,behalve als de achterzitplaatsen al bezet zijndoor andere kinderen of als de achterbank niet bruikbaar, neergeklapt of ver wijderd is.
Schakel de airbag aan passagierszijde uit zodra een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de voorstoel wordt geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van deairbag levensgevaarlijk gewond raken.
Plaatsen van een stoelverhoger
Het bovenste gedeelte van deveiligheidsgordel moet over de schouder vanhet kind liggen zonder de hals te raken. Controleer of de heupgordel goed over debovenbenen van het kind ligt.
PEUGEOT beveelt aan een stoelverhoger met rugleuning te gebruiken voorzienvan een gordelgeleider ter hoogte van deschouder.

156
!
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Uw auto voldoet aan de nieuwste ISOFIX-normen .De hieronder aangegeven zitplaatsen zijn uitgerust
met de voorgeschreven ISOFIX-bevestigingen:
ISOFIX-bevestigingen
Elke zitplaats is voorzien van drie bevestigingsringen:
- twee bevestigingsringen A, die zich tussen
de ru
gleuning en de zitting van de zitplaats
bevinden, aangegeven met een etiket,
- één bevestigingsring Bachter de stoel, TOP TETHER
genoemd, voor de bevestiging van de bovenste riem. De IS
OFIX-bevestigingen zorgen voor een
veilige, degelijke en snelle montage van het
kinderzitje in uw auto.
De ISOFIX-kinderzitjes
beschikken over
twee sloten die eenvoudig aan de twee
bevestigingsringen Akunnen worden verankerd. A Sommige kinderzitjes zijn bovendien voorzien
van een bovenste bevestigingsriem
die kan
worden vastgemaakt aan de bevestigingsring B.
Zet om de bovenste bevestigingsriem vast te maken de hoofdsteun van de zitplaats omhoogen steek de haak tussen de hoofdsteun en
de rugleuning door. Bevestig de haak aan de
bevestigingsring B en trek de riem aan.
Berline
SW
Bij een onjuist geplaatst kinderzitje kanhet kind bij een aanrijding ernstig letseloplopen.
Raadpleeg het overzicht voor de bevestiging
van ISOFIX-kinderzitjes in uw auto, waarinstaat vermeld welke kinderzitjes voor uw auto
zijn gehomologeerd.

6
157
i
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
ISOFIX-kinderzitje aanbevolen door PEUGEOT en
gehomologeerd voor uw auto
"RÖMER Duo Plus ISOFIX"
(gewichtsgroep B1 )
Groep 1: van 9 tot 18 kg
Dit wordt uitsluitend met het gezicht in de rijrichting geplaatst.
Het is voorzien van een bovenste riem voor verankering aan de bovenste bevestiging B,
de TOP TETHER.
Drie standen: rechtop, ruststand en ligstand. ) Verstel de voorstoel van de auto om te voorkomen dat de voeten van het kind de rugleuning raken.
Dit kinderzitje kan ook worden bevestigd op zitplaatsen die niet zijn voorzien van ISOFIX-bevestigingen. Het is in dat geval verplicht hetkinderzitje met de normale driepunts veiligheidsgordel op de zitplaats van de auto te bevestigen. Volg bij het plaatsen van het kinderzitje de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het zitje.

158
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Overzicht bevestiging ISOFIX-kinderzitjes
Overeenkomstig de Europese wetgeving geeft het overzicht de mogelijkheden aan voor het bevestigen van een ISOFIX-kinderzitje op een plaats in deauto voorzien van ISOFIX-bevestigingen.
Bij universele en semi-universele ISOFIX-kinderzitjes wordt de ISOFIX-maat op het kinderzitje naast het ISOFIX-logo aangegeven met een letter (A t /m AG).
Gewicht van het kind
/ leeftijdsindicatie
Tot 10 kg(categorie 0)
Tot ca.6 maanden
Tot 10 kg (categorie 0)
Tot 13 kg
(categorie 0+) Tot ca. 1 jaar
Van 9 tot 18 kg (categorie 1)Van ca. 1 tot ca. 3 jaar
Type ISOFIX-kinderzitjeReiswieg"rug in de rijrichting""rug in de rijrichting""gezicht in de rijrichting"
ISOFIX-maatFGCDECDABB1
Passagiersstoel voor
Geen Isofix
Berline
Buitenste zitplaatsen achter XIL-SUIL-SUIUF
IL-S
U
Middelste zitplaats achter
Geen Isofix
SW
Buitenste zitplaatsen achter XIL-SUIL-SUIUF
IL-S
U
Middelste zitplaats achter
Geen Isofix

160
!
!
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Elektrische kinderbeveiliging
De elektrische kinderbeveiliging voorkomt dat beide achterportieren van binnenuit kunnen worden geopend en blokkeert de bediening van deachterportierruiten.
Inschakelen
)Druk bij ingeschakeld contact op deze knop. Het verklikkerlampje van de knop gaat
branden in combinatie met een melding die het
inschakelen bevesti
gt.
Het lampje blijft branden zolang de elektrische
kinderbeveiliging is ingeschakeld.
Het blijft mogelijk de portieren van buitenaf te
openen en de elektrisch bedienbare achterste
zi
jruiten te bedienen vanaf de bestuurdersstoel.
Uitschakelen
)
Druk nogmaals bij ingeschakeld contact op deze knop.
Het verklikkerlampje van de knop gaat
uit in combinatie met een melding die het uitschakelen bevestigt.
Het lampje blijft uit zolang de elektrische kinderbeveiliging is uitgeschakeld.
Als het lampje een ander signaal geeft,wijst dit op een storing in de elektrische kinderbeveiliging.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.
Dit systeem werkt onafhankelijk van decentrale vergrendeling; gebruik het nooit in plaats daarvan.
Controleer bij het aanzetten van het contactaltijd de stand van de kinderbeveiliging.
Neem vóór het verlaten van de auto altijdde sleutel uit het contact, zelfs voor korte periodes.
Bij een ernstige aanrijding wordt deelektrische kinderbeveiliging automatisch uitgeschakeld, zodat de achterpassagiersde auto ongehinderd kunnen verlaten.

7
169
i
Veiligheid
Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder te controleren of alle passagiers hunveiligheidsgordel goed hebben omgedaan en
vastgemaakt. Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens hetrijden hun veiligheidsgordel dragen, ook albetreft het een korte rit.
Draai de gespen van de veiligheidsgordels niet om; de gordels zijn dan niet voldoendeeffectief.
De veiligheidsgordels zijn voorzien van eenoprolautomaat die ervoor zorgt dat de lengtevan de gordel automatisch wordt aangepast aan de lichaamsbouw van de gebruiker. Degordel wordt automatisch opgerold als deze niet wordt gebruikt.
Controleer zowel voor en na het gebruik vande gordel of deze goed is opgerold.
De heupgordel moet zo laag mogelijk op het bekken worden geplaatst. De schoudergordel moet langs het hollegedeelte van de schouder worden geplaatst. De oprolautomaten zijn voorzien van een automatische blokkeerinrichting diein werking treedt bij een aanrijding, een noodstop of het over de kop slaan van
de auto. U kunt de blokkeerinrichtingdeblokkeren door stevig aan de riem te trekken en deze weer los te laten, zodat deriem weer een stukje wordt opgerold.
Voorschriften voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12 jaar of kleiner dan 1,50 m gebruik van een geschikt kinderzitje.
De veiligheidsgordel mag door niet meer danéén persoon gedragen worden. Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens het rijden.
Voor een effectieve werking van deveiligheidsgordel:
- dient deze strak om het lichaam teworden gedragen,
- moet deze in een vloeiende bewegingnaar voren worden getrokken, zonder dat de gordel gedraaid raakt,
- mag deze door niet meer dan één persoon worden gedragen,
- mag deze geen beschadigingen of rafels ver tonen,
- mag er om te voorkomen dat de gordelniet goed werkt, niets aan wordengewijzigd.
Vanwege de wettelijke veiligheidsvoorschriften moeten werkzaamheden en controles aan de veiligheidsgordels worden uitgevoerd door het PEUGEOT- net wer k of een gekwalificeerdewerkplaats, die tevens voor de garantie zorgt en de werkzaamheden volgens de voorschriften uitvoert.
Laat de veiligheidsgordels van uw auto regelmatig controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats, vooral als de gordels beschadigingen vertonen.
Reinig de veiligheidsgordels met zeepsopof een reinigingsmiddel voor textiel, verkrijgbaar bij het PEUGEOT- net wer k . Controleer na het neerklappen of verstellenvan een stoel of de achterbank of de gordel zich op de juiste plaats bevindt en goed is opgerold.
Bij aanrijdingen
De gordelspanners kunnen, afhankelijk vande aard en de kracht van de aanrijding,vóór en onafhankelijk van de airbags afgaan. Het activeren van de gordelspanners gaat gepaard met wat onschadelijke rook en een knal, als gevolg van de activering van de pyrotechnische lading die in het systeem isgeïntegreerd.In alle gevallen gaat het verklikkerlampjevan de airbag branden. Laat het systeem na een aanrijdingcontroleren en eventueel ver vangen door hetPEUGEOT- net wer k of een gekwalificeerde werkplaats.