
WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door
de op de krik uitgeoefende kracht
verschuift, mogen de wielmoeren
pas definitief worden vastgezet als
de auto weer vast op de grond staat.
Als aan deze waarschuwing geen ge-
hoor wordt gegeven, kan persoonlijk
letsel het gevolg zijn.
OPMERKING:
Monteer geen wieldop op het noodreservewiel.
7. Laat de auto zakken door de kri-
kas linksom te draaien.
8. Zet de wielmoeren stevig vast.
Duw de moersleutel aan het einde van
de hendel omlaag voor meer hef-
boomwerking. Trek de wielmoeren in stervolgorde aan totdat iedere moer
twee keer aangetrokken is. Het juiste
aanhaalmoment voor de wielmoeren
is 138 Nm. Als u twijfelt of de moeren
goed zijn vastgezet, laat dit dan bij uw
dealer of een servicecenter nog eens
controleren met een momentsleutel.
9. Laat de krik weer zakken tot de sluitstand.
WAARSCHUWING!
Een losse krik of wiel kan bij een
noodstop of ongeval naar voren
schieten en zo de inzittenden ernstig
letsel toebrengen. Berg de krik en het
reservewiel altijd op de daartoe be-
stemde plaatsen op. Laat de leegge-
lopen (lekke) band onmiddellijk re-
pareren of vervangen.
10. Leg de leeggelopen (lekke) band
en de noodreservewiel-/hoesmodule
in de bagageruimte. De lekke band
niet wegbergen op de plaats van dereserveband. Laat de band zo snel
mogelijk repareren of vervangen.
11. De kabel en het afstandsstuk
wegbergen voordat u weer gaat rijden.
De uiteinden van de lierhendel op- nieuw monteren in de vorm van een
"T" en de "T"-vormige lierhendel
aanbrengen op de aandrijfmoer.
Draai de moer naar rechts tot het lier-
mechanisme ten minste drie keerklikt. OPMERKING:
Raadpleeg het hoofdstuk "Gereed-
schap voor reservewiel" voor aan-
wijzingen over het samenbouwen
van de T-hendel.
12. Berg de krik, krikhendel en het
liergereedschap weer op in de opberg-ruimte.
13. Controleer de spanning van de
band op het noodreservewiel zo spoe-
dig mogelijk. De bandenspanning zo
nodig aanpassen.
RESERVEBAND
VASTZETTEN
1. Bouw de verlengstukken van de
lierhendel samen tot een T-hendel en
plaats de T-lierhendel op de lieraan-
drijfmoer. Draai de moer naar links
tot het liermechanisme niet langer vrij
draait. Hierdoor is er voldoende spe-
Reservewiel monteren
302

3. Zet de ventieluitsparing in de wiel-
dop in lijn met het ventiel op het wiel.
Breng de wieldop met de hand aan en
klik de dop over de twee wielmoeren.
Gebruik nooit een hamer of buiten-
sporige kracht om de wieldop aan te
brengen.
4. Breng de resterende wielmoeren
aan met het conusvormige uiteinde
van de moer in de richting van het
wiel. Haal de wielmoeren licht aan.
WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door
de op de krik uitgeoefende kracht
verschuift, mogen de wielmoeren
pas definitief worden vastgezet als
de auto weer vast op de grond staat.
Als aan deze waarschuwing geen ge-
hoor wordt gegeven, kan persoonlijk
letsel het gevolg zijn.
5. Laat de auto zakkeen op de grond
door de slinger linksom te draaien.
6. Zet de wielmoeren stevig vast.
Duw de moersleutel aan het einde van
de hendel omlaag voor meer hef-
boomwerking. Trek de wielmoeren in
stervolgorde aan totdat iedere moer
twee keer aangetrokken is. Het cor-
recte aanhaalmoment voor de moeren
is 138 Nm. Als u twijfelt of de moeren
goed zijn vastgezet, laat dit dan bij uw
erkende dealer of servicecenter con-
troleren met een momentsleutel.
7. Controleer na 40 km het aanhaal-
moment van de wielmoeren met een
momentsleutel om ervoor te zorgen
dat alle moeren goed tegen het wielaanliggen. Auto's zonder wieldoppen
1. Monteer het wiel op de as.
2. Breng de resterende wielmoeren
aan met het conusvormige uiteinde
van de moer in de richting van het
wiel. Haal de wielmoeren licht aan.
WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door
de op de krik uitgeoefende kracht
verschuift, mogen de wielmoeren
pas definitief worden vastgezet als
de auto weer vast op de grond staat.
Als aan deze waarschuwing geen ge-
hoor wordt gegeven, kan persoonlijk
letsel het gevolg zijn.
3. Laat de auto zakkeen op de grond
door de slinger linksom te draaien.
4. Zet de wielmoeren stevig vast.
Duw de moersleutel aan het einde van
de hendel omlaag voor meer hef-
boomwerking. Trek de wielmoeren in
stervolgorde aan totdat iedere moer
twee keer aangetrokken is. Het cor-
recte aanhaalmoment voor de moeren
is 138 Nm. Als u twijfelt of de moeren
goed zijn vastgezet, laat dit dan bij uw
Wieldop of wielmoersierdop
1 — Ventiel 4 — Wieldop
2 — Ventieluit-sparing 5 — Tapeinde
3 — Wielmoer
304

erkende dealer of servicecenter con-
troleren met een momentsleutel.
5. Controleer na 40 km het aanhaal-
moment van de wielmoeren met een
momentsleutel om ervoor te zorgen
dat alle moeren goed tegen het wielaanliggen.
STARTEN MET START- KABELS
Wanneer de accu van uw auto leeg is,
kan de motor met behulp van een set
startkabels en een accu in een andere
auto, of met een draagbare snellader
weer worden gestart. Bij onjuist ge-
bruik kan het starten met startkabels
gevaarlijk zijn. Houd u dus zorgvul-
dig aan de hier beschreven procedu-
res. OPMERKING:
Bij gebruik van een draagbare
snellader moeten de door de fabri-
kant geleverde bedieningsvoor-
schriften en vereiste voorzorg-
maatregelen worden uitgevoerd.
LET OP!
Gebruik geen draagbare snellader of
een ander snellaadapparaat met een
systeemspanning groter dan 12 volt.
Dit kan schade aanbrengen aan
accu, startmotor, dynamo of het
elektrisch systeem.WAARSCHUWING!
Probeer het voertuig niet met behulp
van startkabels te starten wanneer
de accu bevroren is. De accu kan
hierdoor openscheuren of explode-
ren, waarbij het gevaar op persoon-
lijke verwondingen bestaat.
VOORBEREIDING VOOR
HET STARTEN MET
STARTKABELS
De accu van uw auto bevindt zich
links in de motorruimte.
WAARSCHUWING!
Pas op voor de radiatorventilator wanneer de motorkap omhoog
staat. Als de contactschakelaar
aan staat, kan deze ventilator op
elk moment gaan draaien. Er be-
staat gevaar voor verwonding
door draaiende ventilatorbladen.
Verwijder alle metalen sieraden
zoals horloges of armbanden die
onbedoeld elektrisch contact kun-
nen maken. U kunt ernstig ge-
wond raken.
Accu's bevatten zwavelzuur dat in
uw huid en ogen kan branden en
ze produceren waterstofgas dat
ontvlambaar en explosief is. Houd
open vuur of vonken daarom al-
tijd uit de buurt van de accu.
Positieve accupool
305

WANNEER HET VOERTUIG HET
EINDE VAN DE LEVENSDUUR
HEEFT BEREIKT
LANCIA spant zich al vele jaren in
voor de bescherming van het milieu
door voortdurend de productiepro-
cessen te verbeteren en producten te
vervaardigen die het milieu steeds
minder belasten.
LANCIA wil zijn klanten de best mo-
gelijke service geven bij het naleven
van de milieuwetgeving en het vol-
doen aan de Europese richtlijn 2000/
53/EC inzake voertuigen aan het
einde van de levensduur. Daarom
biedt FIAT klanten de mogelijkheid
de auto* aan het einde van de levens-
duur bij FIAT in te leveren zonder
bijkomende kosten.
De Europese richtlijn bepaalt dat
wanneer het voertuig overgedragen
wordt, de laatste houder of eigenaar
geen kosten hoeft te betalen omdat de
marktwaarde nul of lager is.In alle landen van de Europese Unie
werden tot 1 januari 2007 alleen voer-
tuigen zonder kosten ingenomen die
waren geregistreerd na 1 juli 2002.
Sinds 1 januari 2007 is de inname
gratis voor alle voertuigen, onafhan-
kelijk van het jaar van registratie, zo-
lang het voertuig nog beschikt over de
basisonderdelen (met name de motor
en de carrosserie) en geen additionele
vervuiling heeft.
Als uw auto aan het einde van de
levensduur is en u wilt hem zonder
extra kosten inleveren, gaat u naar
een LANCIA-dealer of een door LAN-
CIA erkend inzamelings- en sloopbe-drijf.
Deze bedrijven zijn zorgvuldig gese-
lecteerd op de hoge kwaliteit van de
service bij het inzamelen, behandelen
en terugwinnen en hergebruiken van
ongebruikte auto's met inachtneming
van het milieu.
Meer informatie over deze
inzamelings- en sloopbedrijven is ver-
krijgbaar bij een LANCIA-dealer, via
het gratis telefoonnummer 00800
526242 00, of op de website vanLANCIA.
(*) Voertuig geschikt voor het vervoer
van maximaal negen personen en een
totaal toegelaten gewicht van 3,5t
354

Dimschakelaar, koplamp . . . 130
Elektronisch
Stabiliteitsprogramma
(ESP) . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Gevaarknipperlichten . . . . . 295
Grootlicht/dimmer . . . . . . . 133
Indicatielampje grootlicht . . 178
Instapverlichting . . . . . . . . . 18
Interieur . . . . . . . . . . . 129,130
Kaartleeslampjes . . . . . . . . 148
Knipperlichten . . . . . . . . . . 133
Koplampschakelaar . . . . . . 130
Koplampverstelling . . . . . . . 134
Licentie . . . . . . . . . . . . . . . 340
Mistlampen . . . . . . 132,178,339
Onderhoud . . . . . . . . . 337,338
Parkeerlichten . . . . . . . 130,338
Reserve . . . . . . . . . . . . . . . 339
Richtingaanwijzer . . 70,338,339
Service Engine Soon
(storingslampje) . . . . . . . . . 180
SmartBeams . . . . . . . . . . . 133Storingslampje
(motorcontrole) . . . . . . . . . 180
Tractiecontrole . . . . . . . . . . 266
Vervangen . . . . . . . . . . 337,338
Waarschuwing (Beschrijving
instrumentenpaneel) . . . . . . 178Waarschuwing aan
koplampen . . . . . . . . . . . . 132
Waarschuwing
brandstofniveau . . . . . . . . . 190
Waarschuwing lichten aan . . 132
Waarschuwing
rembekrachtiging . . . . . . . . 266
Waarschuwing remmen . . . . 182
Waarschuwing
veiligheidsgordel . . . . . . . . 183
Wachten om te starten . . . . 191
Zijknipperlichten . . . . . . . . 338
Lampjes vervangen . . . . . . . . 338
Lampjes, vervanging . . . . . 70,337
Lane Change Assist . . . . . . . . 133
LATCH-systeem (Onderste
bevestigingspunten en -banden
voor kinderzitjes) . . . . . . . . . . . 62
Lekke band vervangen . . . . . . 296
Lekken, vloeistof . . . . . . . . . . . 70
Levensduur van de banden . . . 271
Luchtfilter, motor
(luchtreinigingsfilter motor) . . 317
Make-upspiegeltjes . . . . . . . . . 82
Maximaal voertuiggewicht . . . 283
Maximale asbelasting . . . . . . . 284Meters Brandstof . . . . . . . . . . . . . 181 Snelheidsmeter . . . . . . . . . . 181
Temperatuur koelvloeistof . . 183
Toerenteller . . . . . . . . . . . . 178
Methanol . . . . . . . . . . . . . . . 280
Methanolbrandstof . . . . . . . . . 280
Mini-Trip Computer . . . . 184,194
Mistlamp bedienen . . . . . . . . . 339
Mistlampen . . . . . . . 132,178,339
Mobiele telefoon . . . . . . . . 88,226
Motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314 Aanbevelingen voor
inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Brandstofvereisten . . . . . . . 341
Chassisnummer . . . . . . . . . 313
Interval olieverversing . . . . . 316
Keuze van de
motorolie . . . . . . . . . . 316,341
Koeling . . . . . . . . . . . . . . . 322
Koelvloeistof (antivries) . . . 342
Luchtfilter . . . . . . . . . . . . . 317
Motorruimte . . . . . . . . . . . 313
Olie . . . . . . . . . . . 316,341,342
Olie afvoeren . . . . . . . . . . . 317
Oliefilter afvoeren . . . . . . . . 317
Oliepeil controleren . . . . . . 316
Olievuldop . . . . . . . . . . . . . 314
Oververhitting . . . . . . . . . . 295
Starten . . . . . . . . . . . . . . . 245
Synthetische olie . . . . . . . . 316
362

Opmerking
Fiat Group Automobiles S.p.A. - Parts & Services - Technical Services - Service EngineeringLargo Senatore G. Agnelli, 3 - 10040 Volvera - Torino (Italia)
Print n. 603.81.976 - 09/2011 - Edition 1

Als uitvinder, ontwerper en fabrikant kennen wij uw auto als geen ander: wij zijn vertrouwd met ieder detail. Bij erkende Lancia Service werkplaatsen werken monteurs die rechtstreeks door ons zijn opgeleid en alle soorten
onderhoud professioneel en kwaliteitsbewust uitvoeren.
Er is altijd een Lancia werkplaats in uw omgeving voor
regulier onderhoud, zomer- en winterchecks en praktisch advies door onze experts.
Met originele onderdelen blijven de betrouwbaarheid, het comfort en de prestaties van uw nieuwe auto ook in de loop van de tijd onveranderd. Vanwege deze eigenschappen hebt u de auto immers gekocht.
Vraag altijd om originele onderdelen voor uw auto. Wij raden deze onderdelen aan, omdat ze het resultaat zijn van ons vaste streven naar onderzoek en ontwikkeling van uiterst innovatieve technologieën.
Voldoende redenen om te vertrouwen op originele
onderdelen, omdat zijn speciaal zijn ontworpen voor uw auto.
KIES VOOR ORIGINELE ONDERDELEN