Page 157 of 262

156STARTEN EN RIJDEN
PARKEREN
Zet de motor uit en trek de handrem aan. Schakel een versnel-
ling in (de 1eals de weg omhoog loopt of de achteruit als de weg
omlaag loopt) en zet de voorwielen iets uitgestuurd.
Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met
stenen of wiggen. Neem de contactsleutel altijd uit het contact-
slot als u de auto verlaat.
HANDREM fig. 1
Om de handrem in te schakelen, moet u de hendel A omhoog trek-
ken zodat de auto blokkeert. Om de handrem uit te schakelen,
moet u de hendel A iets omhoog trekken, knop B indrukken en
ingedrukt houden en de hendel laten zakken. BELANGRIJK Voer deze handelingen uit met ingetrapt rempedaal.
BELANGRIJK Bij auto’s die zijn uitgerust met een armsteun voor,
moet eerst deze armsteun omhoog worden geplaatst zodat de
handrem ongehinderd bediend kan worden.
fig. 1A0J0110m
De auto moet geblokkeerd zijn als de hendel en-
kele tanden is aangetrokken: als dit niet het ge-val is, laat dan de handrem afstellen door het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Page 162 of 262

STARTEN EN RIJDEN161
3
TREKHAAK MONTEREN
Wendt u voor de montage van de trekhaak tot het Alfa Romeo Ser-
vicenetwerk.
WINTERBANDEN
Gebruik winterbanden die dezelfde maat hebben als de standaard
geleverde banden. Het Alfa Romeo Servicenetwerk kan u advise-
ren welke band het meest geschikt is voor het doel waarvoor u
hem wilt gebruiken.
Gebruik deze banden uitsluitend op wegen met sneeuw of ijzel.
De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen aan-
zienlijk als de profieldiepte minder is dan 4 mm. In dat geval is het
veiliger ze te vervangen.
Monteer op alle vier de wielen dezelfde banden (zelfde merk en
profieldiepte) voor meer veiligheid tijdens het rijden en remmen en
voor een betere bestuurbaarheid. Keer de draairichting van de ban-
den niet om.
Het ABS werkt niet op het remsysteem van de aan-hanger. Wees daarom extra voorzichtig op gladdewegen.
Voer in geen geval modificaties aan het remsys-teem van de auto uit. Het remsysteem van de aan-hanger moet geheel onafhankelijk van het hy-
draulisch remsysteem van de auto worden bediend.
Page 164 of 262

NOODGEVALLEN163
4
In geval van nood raden wij u aan het gratis nummer te bellen dat
in de Service- en garantiehandleiding vermeld staat. U kunt ook de site www.alfaromeo.com raadplegen voor de dichtstbijzijnde vestiging van het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Motor starten ........................................................................\
.. 164
Wiel verwisselen ...................................................................... 165
Reparatieset „Fix&Go Automatic” ............................................... 173
Gloeilamp vervangen................................................................. 178
Gloeilamp buitenverlichting vervangen.......................................... 180
Gloeilamp interieurverlichting vervangen .... ................................... 184
Zekeringen vervangen .................... ........................................... 187
Accu opladen .........................................................................\
.. 196
Opkrikken van de auto .............................................................. 199
Slepen van de auto................................................................... 199
Page 165 of 262

164NOODGEVALLEN
STARTEN VAN DE MOTOR
Als het lampjeYop het instrumentenpaneel blijft branden, wendt
u dan onmiddellijk tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STARTEN MET EEN HULPACCU
Als de accu leeg is, kan de motor worden gestart met een hul-
paccu, die dezelfde of een iets grotere capaciteit moet hebben als
de lege accu.
Ga voor het starten als volgt te werk fig. 1:
❍verbind de pluspolen (+ teken nabij de pool) van de twee ac-
cu’s met een startkabel;
❍sluit een tweede startkabel aan op de minpool (–) van de hul-
paccu en op de massakabel
Eop de motor of de versnel-
lingsbak van de auto die gestart moet worden;
❍neem als de motor draait, de startkabels in de omgekeerde
volgorde los. Als de motor na enkele pogingen niet aanslaat, wendt u dan tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
BELANGRIJK Verbind de minklemmen van de twee accu’s niet di-
rect met elkaar! Als de hulpaccu is geïnstalleerd aan boord van een
andere auto, mogen tussen deze auto en de auto met de lege ac-
cu niet per ongeluk metalen delen met elkaar in verbinding staan.
ROLLEND STARTEN
Probeer auto’s nooit te starten door ze aan te duwen, te slepen
of van een helling af te laten rijden.
fig. 1A0J0111m
Page 177 of 262

176NOODGEVALLEN
❍als u er niet in slaagt binnen 5 minuten de bandenspanning op
ten minste 1,8 bar te krijgen, koppel dan de compressor los
van het ventiel en de contactdoos en verplaats vervolgens de
auto ongeveer 10 meter naar voren of naar achteren, zodat
de afdichtvloeistof in de band verdeeld wordt; pomp de band
vervolgens weer op;
fig. 18A0J0116m
❍als u tijdens het herstellen van de bandenspanning er niet in
slaagt de spanning op ten minste 1,8 bar te brengen, mag niet
verder worden gereden; wendt u tot het Alfa Romeo Service-
netwerk;
❍stop na ongeveer 10 minuten en controleer opnieuw de ban-
denspanning: vergeet niet de handrem aan te trekken;
❍als de bandenspanning ten minste 1,8 bar bedraagt, moet de
correcte bandenspanning worden hersteld (met draaiende mo-
tor en aangetrokken handrem), en kan verder worden gere-
den. Rijd zeer voorzichtig naar een vestiging van het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Plaats de sticker op een voor de bestuurder goed
zichtbare plaats om aan te geven dat de band be-
handeld is met de snelle bandenreparatieset.
Rijd voorzichtig vooral in bochten. Rijd niet harder dan
80 km/h. Vermijd bruusk accelereren en remmen.Als de bandenspanning onder 1,8 bar is gedaald,
mag niet verder worden gereden: de snelle ban-
denreparatieset Fix & Go automatic kan de ver-
eiste wegligging niet garanderen omdat de band te erg
beschadigd is. Wendt u tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
U moet absoluut aangeven dat de band is gere-
pareerd met de snelle bandenreparatieset. Over-
handig de informatiefolder aan het personeel dat
de band moet repareren die behandeld is met de ban-
denreparatieset.
Page 182 of 262
NOODGEVALLEN181
4
DIMLICHT
Met gloeilampen
Gloeilamp vervangen:
❍verwijder het deksel B-fig. 22;
❍verwijder het beschermdeksel A-fig. 24 van de lamp;
❍verwijder en vervang de lamp;
❍monteer de lamphouder en controleer of de lamp goed vastzit;
❍monteer het deksel B-fig. 22.
Met gasontladingslampen (Bixenon)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
RICHTINGAANWIJZERS
Voor
Pak voor het vervangen van de lamp sleutel A-fig. 25 (deze be-
vindt zich in de tas met documenten) steek de sleutel in zitting B
en draai de lamphouder linksom. Verwijder en vervang de lamp.
fig. 24A0J0040m
Wendt u voor het vervangen van deze lampen tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
fig. 25A0J0018m
Page 183 of 262
182NOODGEVALLEN
Flankrichtingaanwijzers
Gloeilamp vervangen:
❍duw tegen het lampenglas A-fig. 26 zodat de interne borgveer
B wordt ingedrukt en trek de unit naar buiten;
❍draai lamphouder C linksom, verwijder en vervang de lamp;
❍plaats de lamphouder C in het lampenglas door hem recht-
som te draaien;
❍monteer de unit en controleer of de interne borgveer B goed
vastzit (geborgd).
MISTLAMPEN
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Wendt u voor het vervangen van deze lampen tot het Alfa Ro-
meo Servicenetwerk.
ACHTERLICHTUNITS
De verlichtingsunits zijn bereikbaar via de zijbekleding in de ba-
gageruimte (zie fig. 27). In de units zijn de lampen voor de bui-
tenverlichting, de richtingaanwijzer en het remlicht opgenomen.
ACHTERLICHTEN/REMLICHTEN
Dit zijn LED’s. Wendt u voor de vervanging van deze lampen tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
RICHTINGAANWIJZERS
Verwijder lamphouder A-fig. 27 om de lamp te vervangen.
fig. 26A0J0042mfig. 27A0J0043m
Page 184 of 262
NOODGEVALLEN183
4
MISTACHTERLICHT EN ACHTERUITRIJLICHTEN
Laat de lampen van het mistachterlicht A-fig. 28 of het achteruit-
rijlicht B door het Alfa Romeo Servicenetwerk vervangen.
KENTEKENPLAATVERLICHTING
Gloeilamp vervangen:
❍verwijder het lampenglas A-fig. 29;
❍draai de lamphouder B-fig. 30 rechtsom, verwijder en ver-
vang de lamp C.
DERDE REMLICHT
Dit zijn LED’s en ze bevinden zich op de achterklep. Wendt u voor
de vervanging van deze lampen tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
fig. 28A0J0044mfig. 30A0J0045m
fig. 29A0J0046m