Rijden met uw auto
46
5
Dit kan alleen als de ingestelde
rijsnelheid niet onderbroken is met
schakelaar CRUISE ON-OFF en het
systeem nog steeds geactiveerd is.
De ingestelde snelheid wordt echter niet
hervat wanneer de snelheid minder isdan 40 km/h.
E090700AUN
Schakel de cruise control op één
van de volgende manieren uit:
Druk op de toets CRUISE ON-OFF(het controlelampje CRUISE op het
instrumentenpaneel gaat uit).
Zet het contact in stand LOCK.In deze beide gevallen wordt het systeem uitgeschakeld. Volg de aanwijzingen onder “Rijsnelheidinstellen” op de vorige bladzijde om de
cruise control opnieuw in te schakelen.
OCM050101
OCM051101L
Type A
Type B
Index
2
I
Actief ECO-systeem ............................................5-47
Aanbevolen smeermiddelen en hoeveelheden ......8-4
Aanvullend veiligheidssysteem ............................3-40
Accu ....................................................................7-42
Achterklep ............................................................4-18
Achteruitrijcamera ................................................4-66
Afmetingen ............................................................8-2
Alarmknipperlichten ............................................4-67
Als de motor niet gestart kan worden....................6-4
Als de motor oververhit raakt ................................6-7
Antidiefstalsysteem ..............................................4-11
Audiosysteem ....................................................4-116
Automatisch verwarmings-
en Automatische transmissie ..........................5-17
Banden en wielen ................................................8-3
Banden en wielen ................................................7-45
Bandenspanningslabel ..........................................8-8
Brandstofbesparing ..............................................5-48
Brandstoffilter ......................................................7-34
Controlelampjes in het instrumentenpaneel ..........1-7
Controlesysteem lage bandenspanning (TPMS) ..6-8
Cruise control-systeem ........................................5-42 Door de eigenaar uit te voeren
onderhoudswerkzaamheden ............................7-6
Emissieregelsysteem ..........................................7-83
Exterieur ............................................................4-114
Gebruik van dit instructieboekje ............................1-2
Gloeilampen ........................................................7-66
Handbediend verwarmings- en Handgeschakelde transmissie....................5-14
Inrijprocedure ........................................................1-6
Instructies voor het rijden met de auto ..................1-6
Instrumentenpaneel ............................................4-40
Interieurfilter ........................................................7-37
Interieurverlichting ..............................................4-78
A
B
C
D
E
G
H
I