
Rijden met uw auto
30
5
E170400AEN E170600AEN
E170700AEN
Auto's met permanente vierwielaandrijving moeten worden getest op een speciale 4WD-rollenbank.
✽✽ AANWIJZING
Trek tijdens het uitvoeren van deze tests
nooit de parkeerrem aan.
Een 4WD-auto mag niet worden getest op een 2WD-rollenbank. Als een 2WD-
rollenbank moet worden gebruikt,
handelt u als volgt: 1. Controleer of de bandenspanning aan
de specificaties voldoet.
2. Plaats de voorwielen op de testbank voor de snelheidsmeting, zoals
aangegeven in de afbeelding.
3. Ontgrendel de parkeerrem.
4. Plaats de achterwielen op de vrij draaiende rollen, zoals aangegeven in de afbeelding.
WAARSCHUWING - Rollenbanktest
Houd afstand tot de voorzijde van
de auto als deze in de versnelling
staat op de rollenbank. Dit is een
gevaarlijke situatie omdat u, als de
auto uit de testbank springt, ernstigletsel kunt oplopen.
WAARSCHUWING - Opgekrikte auto
Start nooit de motor en laat de
motor de wielen nooit ronddraaienwanneer de auto met permanentevierwielaandrijving op een krikstaat. De kans bestaat dat de
ronddraaiende wielen de grond
raken waardoor de auto van de krik
kan schieten.WAARSCHUWING
Uw auto is voorzien van banden die
ontworpen zijn voor veilige rij- en
stuureigenschappen. Gebruik geen
banden en velgen met een andere
maat of van een ander type dan de
banden en velgen die
oorspronkelijk op de auto zaten. Dit
kan de veiligheid en prestaties van
uw auto nadelig beïnvloeden, wat
kan leiden tot ernstig letsel doordat
de auto onbestuurbaar wordt of
over de kop slaat.
Zorg er bij het vervangen van de
wielen voor dat alle vier wielen
dezelfde velgmaat, dezelfde
bandenmaat, dezelfde profieldikte
en hetzelfde draagvermogen
hebben. Gebruik ook altijd velgen
en banden van hetzelfde merk. Als
u de auto voor terreinrijden toch
voorziet van een niet door
HYUNDAI aanbevolen banden- en
velgencombinatie, dient u deze
banden- en velgencombinatie niet
te gebruiken voor het rijden op de
snelweg.
OCM051044LTestbank (snelheidsmeter)Vrij draaiende rollen

555
Rijden met uw auto
E120102ACM
Sneeuwkettingen
Omdat de wangen van een radiaalband
vrij dun zijn, kunnen ze door sommige
typen sneeuwkettingen beschadigd
raken. Daarom wordt aanbevolen om
winterbanden te gebruiken in plaats van
sneeuwkettingen. Monteer geen
sneeuwkettingen op auto’s met
lichtmetalen velgen, omdat de velgen
daardoor beschadigd kunnen raken. Als
het onvermijdelijk is om sneeuwkettingen
te gebruiken, gebruik dan
sneeuwkettingen met een dikte van
minder dan 15 mm (0,59 in). Schade aan
uw auto die het gevolg is van het gebruik
van ongeschikte sneeuwkettingen valt niet
onder de fabrieksgarantie van uw auto.
Breng, wanneer u sneeuwkettingen
gebruikt, de sneeuwkettingen als volgt
aan op de aangedreven wielen.
2WD: Voorwielen
4WD: Alle wielen
Als voor een 4WD-auto geen
complete set kettingen beschikbaar
is, brengt u de kettingen alleen aan
op de voorwielen.
Aanbrengen van sneeuwkettingen
Volg voor het plaatsen van de kettingen
de aanwijzingen van de fabrikant en trek
de kettingen zo strak mogelijk aan. Matig
uw snelheid als u met sneeuwkettingen
rijdt. Als u de kettingen tegen de
carrosserie of het chassis hoort slaan,
stop dan meteen en trek de kettingen
aan. Als ze daarna nog tegen de autoslaan, matig uw snelheid dan totdat dit
niet meer gebeurt. Verwijder de kettingen
zodra u weer op een schone weg rijdt.
WAARSCHUWING -
Monteren van
sneeuwkettingen
Parkeer de auto op een vlakke
ondergrond en uit de buurt van het
overige verkeer voor het monteren
van de sneeuwkettingen. Zet de
alarmknipperlichten aan en plaats
indien mogelijk een
gevarendriehoek achter de auto.
Zet de transmissie in stand P,
activeer de parkeerrem en zet de
motor af alvorens de
sneeuwkettingen te monteren.
OPMERKING
Zorg ervoor dat de sneeuwkettingen geschikt zijn voor de maat en hettype band dat op uw auto
gemonteerd is. Ongeschiktesneeuwkettingen kunnen schadetoebrengen aan de carrosserie ende wielophanging, wat buiten de
fabrieksgarantie valt. Bovendienkunnen de bevestigingshaken beschadigd raken bij contact met deauto, waardoor de sneeuwkettingen
los kunnen raken. Gebruikuitsluitend sneeuwkettingen van SAE-klasse S.
Controleer nadat u ongeveer 0,5 - 1 km (0,3 - 0,6 mijl) hebt gereden
of de kettingen nog goed zitten. Span de kettingen of monteer zeopnieuw als ze los zitten.1VQA3007

623
Wat te doen in een noodgeval
SLEPEN
F080100AFD Slepen
Laat de auto bij voorkeur wegslepen door
een officiële HYUNDAI Erkend
Reparateur of een erkend
bergingsbedrijf. De juiste procedures
voor het slepen zijn noodzakelijk ombeschadigingen aan uw auto te
voorkomen. Wij bevelen het gebruik vandollies aan.
Zie hoofdstuk 5 "Trekken van een aanhanger" voor meer informatie overhet rijden met een aanhanger.
Auto's met vierwielaandrijving moeten
gesleept of vervoerd worden met alle vier
wielen van de grond. Dit kan met behulp
van een bril en dollies of met behulp van
een auto-ambulance. Auto's met tweewielaandrijving mogen
gesleept worden met de achterwielen op
de grond (zonder dollies) en de
voorwielen van de grond.
Als een van de aangedreven wielen of de
wielophanging voor beschadigd is of als
de auto wordt gesleept met de
voorwielen van de grond, plaats dan een
dolly onder de voorwielen.
Als er geen dollies worden gebruikt,
moet de auto worden gesleept met de
voorwielen van de grond.
OXM069028
wielplatform
wielplatform
OPMERKING
4WD-auto's mogen niet worden
gesleept met de wielen op degrond. Dit kan de transmissie en het4WD-systeem ernstig beschadigen.

Onderhoud
12
7
ONDERHOUDSSCHEMA BIJ NORMAAL GEBRUIK - BENZINEMOTOR (VERVOLG)
I : Controleren en indien nodig af- of bijstellen, reinigen of vervangen. R : Vervangen of verversen. * 9
: Versnellingsbakolie, tussenbakolie en differentieelolie dienen elke keer nadat ze in aanraking zijn gekomen met water
vervangen te worden.
Aantal maanden of gereden kilometers, wat het eerst wordt bereikt
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 Mijl×1.000 10 20 30 40 50 60 70 80
Km×1.000 15 30 45 60 75 90 105 120
Aandrijfassen en aandrijfashoezen I I I I
Banden (spanning en profiel) I I I I I I I I
Voorwielophanging I I I I I I I I
Bouten en moeren van chassis en carrosserie I I I I I I I I
Koudemiddel airconditioning (indien van toepassing)III IIIII
Aircocompressor (indien van toepassing) I I I I I I I I
Interieurfilter (indien van toepassing) R R R R
Versnellingsbakolie (indien van toepassing)
* 9
II
Automatische-transmissievloeistof
(indien van toepassing)
Olie verdeelbak (4WD)* 9
II
Olie achterasdifferentieel (4WD)* 9
II
Cardanas
(indien van toepassing)IIII
Uitlaatsysteem I I I I
INTERVAL-
ONDERHOUDS
ONDERHOUDSPUNT
Geen controle of onderhoud noodzakelijk

713
Onderhoud
ONDERHOUD BIJ GEBRUIK ONDER ZWARE OMSTANDIGHEDEN - BENZINEMOTOR
G040200ACM
Controleer de volgende zaken vaker wanneer de auto veelvuldig onder zware rijomstandigheden wordt gebruikt.
Raadpleeg de onderstaande tabel voor de juiste onderhoudsintervallen.
R: Vervangen I : Controleren en indien nodig af- of bijstellen, reinigen of vervangenMotorolie en oliefilter R A, B, C, D, E, F,
G, H, I, K
Luchtfilter R C, E
Bougies R B, H
Olie achterasdifferentieel (4WD) R Elke 120.000 km C, D, E, G, I, K, H
Olie verdeelbak (4WD) R Elke 120.000 km C, D, E, G, I, K, H
Stuurhuis, stuurstangen en stofhoezen I C, D, E, F, G
Cardanas (indien van toepassing) IC
, E
Voorwielophanging IC, D, E, F, G
ONDERHOUDSPUNTOnderhoudswer
kzaamhedenOnderhoudsinterval Rijomstandigheid
Afhankelijk van de omstandigheden vaker vervangen
Elke 7.500 km of 6 maanden
Afhankelijk van de omstandigheden vaker controleren
Afhankelijk van de omstandigheden
vaker vervangen
Afhankelijk van de omstandighedenvaker controleren
Elke 15.000 km of 12 maanden

Onderhoud
18
7
ONDERHOUDSSCHEMA BIJ NORMAAL GEBRUIK - DIESELMOTOR (VERVOLG)
I : Controleren en indien nodig af- of bijstellen, reinigen of vervangen. R : Vervangen of verversen. * 7
: Versnellingsbakolie, tussenbakolie en differentieelolie dienen elke keer nadat ze in aanraking zijn gekomen met water
vervangen te worden.
INTERVAL-
ONDERHOUDS
ONDERHOUDSPUNT
Elke 60.000 km of 48 maanden controleren
Geen controle of onderhoud noodzakelijk
Elke 30.000 km of 24 maanden vervangen
Aantal maanden of gereden kilometers, wat het eerst wordt bereikt
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 Mijl×1.000
20 40 60 80 100 120 140 160
Km×1.00030 60 90 120 150 180 210 240
Stuurbekrachtigingsvloeistof en -slangen I I I I I I I I
Stuurhuis, stuurstangen en stofhoezen I I I I I I I I
Aandrijfassen en aandrijfashoezen I I I I I I I I
Banden (spanning en profiel) I I I I I I I I
Voorwielophanging I I I I I I I I
Koudemiddel airconditioning/aircocompressor III IIIII
(indien van toepassing)
Interieurfilter (indien van toepassing)
Versnellingsbakolie (indien van toepassing)
Automatische-transmissievloeistof
(indien van toepassing)
Olie verdeelbak (4WD) * 7
IIII
Olie achterasdifferentieel (4WD) * 7
IIII
Cardanas (
indien van toepassing)IIII
Uitlaatsysteem I I I I I I I I

Onderhoud
20
7
Zware rijomstandigheden
A : Veel korte ritten
B : Langdurig stationair draaien
C : Rijden op stoffige, onverharde wegen
D : Rijden in gebieden waar veel zout of andere agressieve
stoffen worden gebruikt. Of rijden onder koude
weersomstandigheden
E : Rijden in een omgeving met veel zand F : Voor meer dan 50% rijden in druk stadsverkeer bij
temperaturen boven de 32°C (90°F)
G : Rijden in heuvelachtige gebieden.
H : Rijden met een aanhanger
I : Politieauto's, taxi's, bedrijfsauto's of bij het slepen van een auto
J : Rijden onder winterse omstandigheden
K : Rijden met snelheden boven 170 km/h
L : Veelvuldig korte ritten
Voorwielophanging I C, D, E, F, G
Schijfremmen en remblokken, I C, D, E, G, H
remklauwen en remschijven
Parkeerrem I C, D, G, H
Aandrijfassen en aandrijfashoezen I C, D, E, F, G,
H, I, K
Interieurfilter (indien van toepassing) R
C, E, G
Olie achterasdifferentieel (4WD) Elke 120.000 km C, D, E, G, I, K, H
Olie verdeelbak (4WD) Elke 120.000 km C, D, E, G, I, K, H
ONDERHOUDSPUNTOnderhoudswer
kzaamhedenOnderhoudsinterval Rijomstandigheid
Afhankelijk van de omstandigheden vaker controleren
Afhankelijk van de omstandigheden vaker controleren
Afhankelijk van de omstandigheden vaker controleren
Afhankelijk van de omstandigheden vaker controleren
Afhankelijk van de omstandigheden vaker vervangen
R R

763
Onderhoud
OmschrijvingStroomsterkte
zekering Beveiligd onderdeel
ALT 175A Draadzekering - BLR, B+ 2, P/WDW, ABS 1, ABS 2 Zekering - DEICER, RR HTD, A/CON, FR FOG, H/LP LO LH H/LP LO RH
IGN 1 40A Contactslot (ACC, IG 1), Relaiskast PDM (relais IGN 1)
ABS 1 40A Multifunctionele servicestekker, ABS-module ESP-module
CON FAN 2 50A Relais condensorventilator (High)
ABS 2 20A ABS-module, ESP-moduleBLR 40A Zekering - BLR
P/WDW 40A Relais elektrisch bedienbare ruiten, zekering - klembeveiliging
B+2 50A Zekering - B/ALARM HORN, P/SEAT, TPMS, RR A/CON S/WARMER, S/ROOF, RR FOG, PDM #2,
P/AMP H/LP WASHER
IGN 2 40A Contactslot (START, IG 2), startrelais Relaiskast PDM (relais IGN 1)
B+ 1 50A FUSE - DR/LOCK, HAZARD, ATM, PDM #1, FUEL LID STOP,
POWER CONNECTOR (BCM #3, CLOCK ROOM LP, AUDIO #1)
CON FAN 1 40A Relais condensorventilator (LOW) ECU MAIN 40A Motorrelais
1 DEICER 15A Relais ruitenwisserontdooier voor
2 RR HTD 30A Relais achterruitverwarming
3- - -
4 H/LP LO RH 15A Relais dimlicht rechts
5 HORN 15A Claxonrelais
6 H/LP LO LH 15A Relais dimlicht links
7 H/LP HI IND 10A Instrumentenpaneel (grootlicht IND.)
8 ALT DSL 10A -
9 A/CON 10A Aircorelais
10 ATM 15A Motor-ECU 4WD (G4KE/G6DC/D4HB handgeschakeld), relais achteruitrijlicht
Motorruimte