
Storing bij het starten van de
motor
Het systeem kan herkennen dat de motor niet
aanslaat of dat de motor afslaat.
In dat geval wordt de elektronische sleutel ont-
grendeld, zodat de bestuurder de volgende han-
delingen kan uitvoeren:
❒schakel het instrumentenpaneel uit met be-
hulp van de START/STOP-knop of door
de elektronische sleutel uit het startsysteem
te verwijderen;
❒start de motor door het koppelings-/rem-
pedaal in te trappen en de START/
STOP-knop in te drukken.
WAARSCHUWING Als de motor afslaat en
de auto rijdt, kan om veiligheidsredenen, de
elektronische sleutel niet uit het startsysteem
worden verwijderd. Druk om de sleutel te ver-
wijderen op de START/STOP-knop met in-
getrapt rem- of koppelingspedaal en bij stil-
staande auto.
136
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
Bij eventuele problemen met het startsysteem
gaat het lampje
Yop het instrumentenpa-
neel branden (bij sommige uitvoeringen wordt
er ook een bericht op het display weergege-
ven). Wend u zich in dit geval tot het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Als na het indrukken van de START/STOP-
knop de motor niet start, herhaal dan de start-
procedure, maar trap het andere pedaal in (kop-
pelings- of rempedaal). WAARSCHUWINGEN
Als u tijdens het starten de motor uit moet scha-
kelen, is het voldoende om voor het opnieuw
starten van de motor het koppelings- of rem-
pedaal in te trappen en vervolgens op de
START/STOP-knop te drukken.
Als het starten moeizaam verloopt, blijf dit dan
niet langdurig proberen, maar wend u zich tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Als de motor draait, wordt de elektronische sleu-
tel in het startsysteem vergrendeld en kan de-
ze alleen uit het startsysteem worden verwijderd
als de motor wordt uitgeschakeld. Als de auto
rijdt en de elektronische sleutel is vergrendeld,
kan het startsysteem worden beschadigd als de
sleutel geforceerd wordt verwijderd.

148
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
Zeer ernstige storingen
Deze worden op het display weergegeven ge-
durende een niet vastgestelde tijd, waarbij an-
dere weergaven op het display worden onder-
broken. Telkens als de sleutel in het startsys-
teem wordt geplaatst, wordt het bericht op-
nieuw weergegeven, totdat de storing wordt
opgeheven. De cyclus kan worden onderbroken
als de knopMENUwordt ingedrukt: in dat ge-
val blijft het symbool dat de storing aangeeft
zichtbaar rechtsonder op het display, totdat de
oorzaak van de storing is verholpen.LAMPJES EN
BERICHTEN
ALGEMENE OPMERKINGEN
De storingsberichten die op het display verschij-
nen, zijn onderverdeeld in twee categorieën: zeer
ernstige storingen en ernstige storingen.
Als een storingsbericht verschijnt, gaat ook het
lampje op het instrumentenpaneel branden
(voor uitvoeringen/markten, waar voorzien)
en verschijnt eventueel ook een waarschu-
wingsbericht
In enkele gevallen wordt de storing gesignal-
eerd en kan ook een (instelbaar) geluidssig-
naal worden weergegeven.
Deze berichten zijn samenvattend en waar-
schuwend en hebben het doel om aan te spo-
ren tot snelle actie van de bestuurder als er een
storing van de auto optreedt. Deze berichten
moeten niet als compleet en/of een alterna-
tief voor de informatie in het Instructieboekje
worden gezien; het instructieboekje moet altijd
aandachtig gelezen worden.
Houd u zich bij een storing altijd aan de aanwij-
zingen die in dit hoofdstuk beschreven worden.Ernstige storingen
Deze worden op het display weergegeven ge-
durende ongeveer 20 seconden en verdwijnen
vervolgens; het bericht verschijnt telkens als de
sleutel in het startsysteem wordt geplaatst. Na
de weergavecyclus van ongeveer 20 seconden
of als de knop MENUwordt ingedrukt, blijft het
symbool dat de storing aangeeft rechtsonder op
het display weergegeven, totdat de oorzaak van
de storing is verholpen.

149
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
REMBLOKSLIJTAGE
(geel)
Op het display worden een bericht
+ symbool weergegeven wanneer de voorste
remblokken versleten zijn; laat deze in dat ge-
val zo snel mogelijk vervangen.
WAARSCHUWINGDe auto is uitgerust
met een slijtagesensor voor de voorste rem-
blokken; als deze moeten worden vervangen,
moeten ook de remblokken achter worden ge-
controleerd.
d
Als het lampje tijdens het
rijden gaat branden, con-
troleer dan of de handrem niet is
aangetrokken. Als het lampje blijft
branden als de handrem niet is aan-
getrokken, breng dan de auto on-
middellijk tot stilstand en wend u tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk.
OPGELET
REMVLOEISTOFPEIL
TE LAAG (rood)
AANGETROKKEN
HANDREM (rood)
Als u de sleutel in het contactslot steekt, gaat
het lampje branden. Na enkele seconden moet
het lampje doven.
Te laag remvloeistofniveau
Het controlelampje (in combinatie met de weer-
gave van een bericht op het display) gaat bran-
den als het remvloeistofniveau in het reservoir
onder het minimum niveau is gedaald, bij-
voorbeeld door lekkage in het remsysteem.
x
Aangetrokken handrem
Het lampje gaat branden als de handrem wordt
aangetrokken.

VEILIGHEIDSGORDELS
NIET OMGELEGD
(rood)
Bij stilstaande auto gaat het lampje continu bran-
den als:
❒de bestuurdersgordel niet juist is omgelegd;
❒de passagiersgordel niet juist is omgelegd
en er zich een gewicht op de passagiersstoel
bevindt;
❒de bestuurders- of de passagiersgordel wor-
den afgedaan.
Bij een rijdende auto gaat het lampje onder de-
zelfde omstandigheden knipperen en klinkt te-
gelijkertijd een geluidssignaal (zoemer) gedu-
rende een korte periode.
Vervolgens blijft het lampje continu branden.
<
Het geluidssignaal kan tijdelijk op de volgende
wijze worden uitgeschakeld:
❒leg de veiligheidsgordels voor om;
❒steek de elektronische sleutel in het start-
systeem;
❒wacht langer dan 20 seconden en korter dan
1 minuut en doe een van de gordels af.
Hierdoor blijft de zoemer uitgeschakeld, totdat
de motor wordt uitgezet.
150
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
Wend u zich voor het permanent uitschakelen
van dit systeem tot het Alfa Romeo Service-
netwerk. Het „signaleringssysteem niet om-
gelegde veiligheidsgordels” kan uitsluitend m.
b. v. het Setup-menu van het display opnieuw
worden ingeschakeld (zie de paragraaf
„Instelbaar multifunctioneel display” in het
hoofdstuk „Dashboard en bediening”).

STORING AIRBAG
(rood)
Als u de sleutel in het contactslot
steekt, gaat het lampje branden. Na enkele se-
conden moet het lampje doven.
Het continu branden van het lampje in combi-
natie een bericht op het display, geeft een sto-
ring in het airbagsysteem aan.
151
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
¬
Als u de sleutel in het start-
systeem plaatst en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden (in com-
binatie met een bericht op het dis-
play), is er mogelijk een storing in
het airbag- of gordelspannersys-
teem; in dat geval kunnen de air-
bags of gordelspanners bij een on-
geval niet worden geactiveerd of, in
een zeer beperkt aantal gevallen,
niet op de juiste wijze worden ge-
activeerd. Voordat u verder rijdt,
dient u contact op te nemen met het
Alfa Romeo Servicenetwerk om het
systeem direct te laten controleren.
OPGELET
Als het lampje ¬defect is,
gaat het lampje voor de uit-
geschakelde frontairbag aan passa-
gierszijde
Flanger dan de normale
4 seconden knipperen. Daarnaast
worden de airbags aan passagiers-
zijde (frontairbag en zij-airbag –
indien aanwezig) automatisch uit-
geschakeld. In dit geval kan het
lampje
¬geen storingen in de air-
bag-/gordelspannersystemen aan-
geven. Wend u zich onmiddellijk tot
het Alfa Romeo Servicenetwerk om
het systeem te laten controleren.
OPGELETFRONTAIRBAGS
PASSAGIERSZIJDE
UITGESCHAKELD
(geel)
Het lampje (op het paneel van het plafond-
lampje vóór) gaat branden als de frontairbags
aan de passagierszijde, de knie-airbag aan de
passagierszijde (waar voorzien) en de zijair-
bags aan de passagierszijde met behulp van de
sleutelschakelaar zijn uitgeschakeld (voor uit-
voeringen/markten, waar voorzien).
Als u bij ingeschakelde airbags aan passa-
gierszijde de sleutel in het startsysteem plaatst,
gaat het lampje ongeveer 4 seconden branden
en vervolgens 4 seconden knipperen. Hierna
moet het lampje doven.
F

152
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
TE HOGE
TEMPERATUUR
MOTORKOEL-
VLOEISTOF (rood)
Als u de sleutel in het startsysteem plaatst, gaat
het lampje (in de koelvloeistoftemperatuurmeter)
branden. Na enkele seconden moet het lampje
doven. Het lampje gaat branden (in combinatie
met de weergave van een bericht op het display)
als de motor te warm wordt. Als het lampje gaat
branden, moeten de volgende maatregelen wor-
den genomen:
u
Een defect lampje F
wordt aangegeven door het
branden van het lampje
¬. Daar-
naast kunnen de airbags aan pas-
sagierszijde (frontairbag en zij-air-
bag) automatisch worden uitge-
schakeld. Voordat u verder rijdt,
dient u contact op te nemen met het
Alfa Romeo Servicenetwerk om het
systeem direct te laten controleren.
OPGELET
Draai bij een zeer warme
motor de dop van het ex-
pansiereservoir nooit los: gevaar
voor verbranding.
OPGELET
TE HOGE
MOTOROLIE-
TEMPERATUUR
Als u de sleutel in het startsysteem plaatst,
gaat het lampje (in de motorolietemperatuur-
meter) branden. Na enkele seconden moet het
lampje doven.
Als tijdens de rit het waarschuwingslampje gaat
branden (in combinatie met de weergave van
een bericht op het display), is motorolietempe-
ratuur te hoog; zet in dat geval de motor uit
en wend u tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
`
Als het lampje `tijdens het
rijden gaat knipperen, moet u
zich tot het Alfa Romeo Ser-
vicenetwerk wenden.
–Bij normale rij-omstandigheden: breng
de auto tot stilstand, schakel de motor uit en
controleer of het koelvloeistofniveau niet onder
hetMIN-merkteken staat. Als dit wel het ge-
val is, wacht dan enkele minuten zodat de mo-
tor kan afkoelen, open vervolgens langzaam
en voorzichtig de dop, vul koelvloeistof bij en
controleer of de koelvloeistof tussen het MIN-
enMAX-merkteken staat. Controleer ook of
er geen vloeistof weglekt. Als bij het starten
van de motor het lampje opnieuw gaat bran-
den, wend u zich dan tot het Alfa Romeo Ser-
vicenetwerk.
–Als de auto onder zware bedrijf-
somstandigheden wordt gebruikt(bij-
voorbeeld het bergopwaarts trekken van een
aanhanger of bij volbeladen auto): verlaag de
snelheid en breng, als het lampje blijft branden,
de auto tot stilstand. Stop 2 of 3 minuten met
draaiende motor en geef iets gas voor een snel-
lere circulatie van de koelvloeistof. Zet vervol-
gens de motor uit.
WAARSCHUWINGLaat na een zware rit
de motor draaien en accelereer iets geduren-
de enige minuten voordat de motor wordt uit-
geschakeld.

153
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDEN
BRANDEN CONTINU:
TE LAGE
MOTOROLIEDRUK
(rood)
KNIPPEREN:
OLIEKWALITEIT
ONVOLDOENDE
(alleen Diesel-uitvoeringen met
DPF - rood)
Als u de sleutel in het contact plaatst, gaat het
lampje branden; direct na het aanslaan van de
motor moet het lampje doven.
1. Te lage motoroliedruk
Het lampje brandt continu (voor bepaalde uit-
voeringen/markten, waar voorzien) en ver-
schijnt er een bericht op het display wanneer
het systeem detecteert dat de motoroliedruk te
laag is.
v
ls het lampje vtijdens
het rijden gaat branden (op
enkele uitvoeringen verschijnt ook
een melding op het display), zet dan
onmiddellijk de motor uit en wendt
u dan tot het Alfa Romeo Service-
netwerk.
OPGELET
2. Oliekwaliteit onvoldoende
(alleen Diesel-uitvoeringen met DPF)
Het lampje knippert en er verschijnt (voor be-
paalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)
een bericht op het display. Afhankelijk van de
uitvoering kan het lampje op een van de vol-
gende wijzen knipperen:
– gedurende 1 minuut om de twee uur;
– tot de olie wordt ververst, waarbij het lamp-
je om de 3 minuten 5 seconden uit blijft.
Na de eerste melding blijft het lampje na iedere
start knipperen op de eerder beschreven wijzen
zolang de motorolie niet is ververst. Er verschijnt
een bijbehorende melding op het display (voor
bepaalde uitvoeringen/markten, waar voor-
zien).
Als dit lampje gaat knipperen betekent dit niet
dat er sprake is van een defect aan het voer-
tuig, maar wordt de klant gewaarschuwd over
het feit dat het normale gebruik van het voer-
tuig heeft geleid tot de noodzaak van oliever-
versing. Kwaliteitsverlies van de motorolie wordt
versneld door:
– overwegend stadsgebruik van het voertuig,
waardoor de frequentie van het regeneratie-
proces van het DPF toeneemt– gebruik van het voertuig voor korte trajec-
ten, waardoor de motor de bedrijfstemperatuur
niet kan bereikene
– herhaalde onderbrekingen van het regene-
ratieproces, aangegeven door het branden van
het DPF-lampje.
Als het lampje gaat bran-
den, moet de oude motoro-
lie zo snel mogelijk, en ieder geval
binnen 500 km nadat het lampje is
gaan branden, worden ververst. Als
deze informatie niet in acht wordt
genomen, kan dit ernstige schade
aan de motor en het vervallen van
de garantie tot gevolg hebben. Het
knipperen van dit lampje heeft niets
te maken heeft met de hoeveelheid
olie in de motor; wanneer het lamp-
je gaat knipperen moet u dus abso-
luut geen olie aan de motor toe-
voegen.
OPGELET

GEOPENDE
BAGAGERUIMTE
De weergave van het symboolR
(rode kleur) + bericht op het display signaleert
dat de bagageruimte niet goed gesloten is.
GEOPENDE
MOTORKAP
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
De weergave van het symbool
S(rode
kleur) + bericht op het display signaleert dat
de motorkap niet goed gesloten is.
154
VEILIGHEID
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
STARTEN
EN RIJDENTE LAGE
ACCUSPANNING
(rood)
Als op het display het symbool w+ be-
richt worden weergegeven, wend u zich dan on-
middellijk tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
w
STORING
INSPUITING
(dieseluitvoeringen
– geel)
STORING EOBD
(uitvoeringen
benzina – geel)
(voor uitvoeringen/markten,
waar voorzien)
Storing in inspuitsysteem
Als u de elektronische sleutel in het startsys-
teem plaatst, gaat het lampje branden. Het
lampje dooft als de motor wordt gestart.
Als het lampje blijft branden of gaat branden tij-
dens de rit, geeft dit aan dat het inspuitsysteem
niet juist werkt, waardoor de prestaties achter-
uit kunnen gaan, de auto slechter kan gaan rij-
den en het brandstofverbruik kan toenemen.
U kunt onder deze omstandigheden doorrij-
den zonder te veel van de motor te eisen of
met hoge snelheid te rijden. Wend u zich in
dit geval zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
NIET GOED
GESLOTEN
PORTIEREN (rood)
De weergave van het symbool ´+ bericht
op het display signaleren dat een van de por-
tieren niet goed gesloten is.
U´
S
R